Achtergrond

Femke Roosma: ‘Je moet het debat over sociaal beleid aangaan’

Geert Schuermans, Liselot Simillion

Sinds een paar maanden bekleedt Femke Roosma in Nederland de belangrijke Joop den Uyl-leerstoel. Ze onderzoekt hoe sociaal beleid voor meer bestaanszekerheid en sociale verbinding kan zorgen. Cruciale vraag: hoe vergroten we het draagvlak voor onze sociale zekerheid?

Femke Roosma

© Kirsten van Santen

Joop den Uyl

Professor Femke Roosma combineerde tot voor kort twee jobs. Ze was onderzoeker aan de Tilburg University maar tegelijk ook twaalf jaar gemeenteraadslid voor GroenLinks in Amsterdam, vergelijkbaar met Groen in Vlaanderen. In maart 2022 hield ze de politiek voor bekeken.

‘De verzorgingsstaat is één van de belangrijkste instituten in ons leven.’

Sinds een paar maanden bekleedt ze in Nederland de prestigieuze Dr. J.M. den Uyl-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Joop den Uyl was in de jaren zeventig van de vorige eeuw een belangrijke sociaal-democratische eerste minister bij onze noorderburen.

De leerstoel wordt gefinancierd door de aan de Nederlandse PVDA gelinkte Wiardi Beckman Stichting. Die stichting wordt geleid door de Vlaamse Nederlander Tim ’s Jongers en zal zich de komende jaren richten op de verzorgingsstaat en sociaal beleid. De leerstoel was voorheen onder meer in handen van Frank Vandenbroucke en politicologe Sarah de Lange.

We ontmoeten Femke Roosma op haar nieuwe kantoor in Amsterdam. “Met de leerstoel wil ik het onderzoek over de legitimiteit van sociaal beleid uitbouwen”, vertrouwt ze ons toe. “We moeten ons afvragen hoe het beter kan: Wat willen mensen dat de verzorgingsstaat voor hen betekent? En wat moet het antwoord van de overheid zijn?”

Dat zijn actuele vragen, want het lijkt erop dat het draagvlak voor een solidair sociaal beleid kleiner wordt.

“Op zich valt dat wel mee. Onze verzorgingsstaat heeft een enorm positieve invloed op veel levensdomeinen. Het is één van de belangrijkste instituten in ons leven. Je kinderen krijgen goed onderwijs zonder dat je daar al te veel voor moet betalen. Als je naar de dokter moet, is het grootste deel van de rekening niet voor jou. Op je oude dag regelt het systeem je pensioen…”

“Mensen beseffen en appreciëren dat. Als het over de doelen van ons sociaal bestel gaat, is er best veel eensgezindheid en een groot draagvlak.”

Dus is er geen probleem?

“Dat heb ik niet gezegd. Legitimiteit is een complex begrip. Mensen willen een overheid die herverdeelt, maar op de vraag wie wel of geen recht heeft op sociale voorzieningen die voortvloeien uit die herverdeling, zie je wel verschuivingen.”

“Dit soort herverdelende legitimiteit gaat over – bij gebrek aan een goed Nederlands woord – deservingness. Wie verdient het om geholpen te worden? Over ouderen, zieken en gehandicapten is er weinig discussie, maar werkzoekenden bijvoorbeeld worden steeds minder als rechthebbend gezien. Dat is een trend in heel Europa.”

Wat maakt dat bepaalde groepen meer krediet krijgen dan andere?

“Er bestaat zoiets als een ‘deservingness theory’. Deze gaat uit van vijf voorwaarden die met een Engels acroniem CARIN worden genoemd: control, attitude, reciprocity, identity en need. Ik ga ze alle vijf even af.”

‘Veel mensen vinden wederkerigheid heel belangrijk. Je moet iets willen terugdoen.’

“’Control’ gaat erover dat mensen niet verantwoordelijk mogen zijn voor hun problemen. Als je zelf ontslag hebt genomen bijvoorbeeld, dan heb je in de publieke opinie minder recht op hulp. Maar omdat we als samenleving steeds minder in structuren denken, dichten we mensen vaker dan vroeger een individuele schuld toe. Mensen worden meer verantwoordelijk gehouden voor hun gedrag en hebben dus minder rechten.”

Wat moeten we onder ‘attitude’ verstaan?

“Dat is eigenlijk een ouderwetse gedachte. Mensen in armoede moeten dankbaar zijn voor de steun die ze krijgen. Ze moeten meewerken en niet vervelend zijn, zo niet hebben ze minder recht op hulp en steun.”

“‘Reciprocity’ gaat dan weer over wederkerigheid. Veel mensen vinden dat heel belangrijk. Je moet iets willen terugdoen. In veel sociale wetgeving vind je die eis naar wederkerigheid terug: uitkeringsaanvragers moeten een baan zoeken of een andere tegenprestatie leveren.”

De ‘i’ in CARIN staat voor ‘identity’.

“We zijn sneller solidair met mensen die op ons lijken, kijk naar onze omgang met witte Oekraïners in vergelijking met zwarte vluchtelingen uit het Afrikaanse continent. Maar identiteit gaat breder dan louter fysieke gelijkenissen. Als je bijvoorbeeld veel mensen zonder baan kent, sta je dichter bij werkzoekenden en ben je meer geneigd om solidair te zijn.”

‘We wijzen sommige groepen mensen sneller met de vinger.’

“De ‘Need’ betekent dat we vinden dat mensen onze steun pas verdienen als ze het echt nodig hebben. In de praktijk zie je allerhande middelentoetsen opduiken in sociale wetgeving. We willen weten of mensen geen te hoge inkomsten of te veel vermogen hebben.”

Spelen deze vijf aspecten altijd een even belangrijke rol?

“Dat hangt ervan af. Voor sommige mensen is ‘need’ heel belangrijk voor anderen is het de ‘identity’ die bepaalt of ze met iemand solidair willen zijn. Het hangt bovendien van de context af. In tijden van grote werkloosheid vinden mensen wederkerigheid minder belangrijk omdat iedereen weet dat het moeilijk is om een baan te vinden.”

Sociaal beleid

“Bureaucratie is voor velen een belangrijke hinderpaal. Die ontoegankelijkheid van de overheid wordt als een echt probleem ervaren. Als je voor de verzorgingsstaat draagvlak wilt houden, moet je hier iets aan doen.”

© Kirsten van Santen

Hoe kijk jij naar die omstandigheden vandaag de dag? Worden we meer hartvochtig?

“We wijzen sommige groepen mensen sneller met de vinger. Dat is zeker. Tegelijk zijn er maar weinig mensen die vinden dat we het hele systeem daarom moeten afschaffen.”

‘Misbruik is iets dat enorm frustreert.’

“Eigenlijk zijn we best kritisch voor de overheid omdat die de armoede niet opgelost krijgt. In Nederland loopt er nu een hele discussie over het thema bestaanszekerheid, en hoe de overheid die beter moet garanderen. Kortom: over de doelen van ons sociaal bestel zijn we het eens, bij de uitvoering ervan is er wel sprake van legitimiteitsverlies.”

Wat bedoel je daarmee?

“Hoe voert de overheid haar beleid uit? Gebeurt dat op een correcte manier? Het is belangrijk dat mensen weten en ervaren hoe bepaalde regels werken. Misbruik is daarbij iets dat enorm frustreert.”

“Tegelijk doet ook onderbescherming een appèl op ons rechtvaardigheidsgevoel. Mensen die wel recht hebben op een uitkering, maar deze om één of andere reden niet krijgen of te weinig krijgen waardoor hun bestaanszekerheid in het geding komt. Bureaucratie is voor velen een belangrijke hinderpaal. Die ontoegankelijkheid van de overheid wordt als een echt probleem ervaren. Als je voor de verzorgingsstaat draagvlak wilt houden, moet je hier iets aan doen.”

Zie je dat legitimiteitsverlies bij de hele bevolking of is er een onderscheid met mensen die het goed hebben en dat sociaal beleid minder nodig hebben?

“Daar is meer onderzoek over nodig. Maar wat we wel weten is dat mensen met een korte opleiding of minder inkomsten kritischer zijn. Ze zijn gevoeliger voor het beeld van misbruik, maar vinden ook dat de overheid niet genoeg doet om hun bestaanszekerheid te garanderen. Opvallend is ook dat kortgeschoolden de rechten van andere groepen vaker in vraag stellen.”

‘De mensen met hogere lonen zijn tevreden over het sociaal systeem. Zij ervaren de bureaucratie en de vele vaak erg strakke regels niet.’

“Hoogopgeleiden, vaak de mensen met de hogere lonen, zijn dan wel weer tevreden over het sociaal systeem. Zij komen er dan ook minder mee in aanraking, en ervaren de bureaucratie en de vele vaak erg strakke regels niet.”

Als je over bureaucratie praat, kom je in Nederland al snel uit bij de toeslagenaffaire. Heeft die affaire invloed op hoe mensen naar de sociale zekerheid kijken?

“Voor jullie lezers in Vlaanderen: de toeslagenaffaire is een schandaal waarbij duizenden ouders onterecht beschuldigd werden van fraude met kinderopvangtoeslagen. De belastingdienst ging onmenselijk streng te werk bij de terugvordering van zogezegd onterecht uitgekeerde toeslagen. Ze hebben het leven van veel gezinnen verwoest.”

Mogen we zeggen dat de toeslagenaffaire in Nederland een keerpunt betekende in de publieke opinie?

“Voor de affaire was er een maatschappelijk discours waarbij er niet streng genoeg kon opgetreden worden tegen mensen die afhankelijk waren van de verzorgingsstaat. Alles moest strenger en meer voorwaardelijk. De toeslagenaffaire heeft het leed van zo’n beleid zichtbaar gemaakt. De politieke en maatschappelijke verontwaardiging heeft het denken sterk veranderd. Ik verwacht dat het na de verkiezingen van november ook tot beleidsverandering gaat leiden.”

Er zijn in Nederland nog voorbeelden van hardvochtig sociaal beleid.

“Absoluut, denk aan de zogenaamde boodschappenboete in Wijdemeren. Een vrouw moest 7.000 euro bijstand terugbetalen aan de gemeente omdat zij af en toe boodschappen had gekregen van haar moeder. Compleet absurd. Het is een voorbeeld dat burgers aansprak op hun gevoel voor rechtvaardigheid. Regels zijn regels, maar die houding dwingt mensen soms nog verder in de problemen.”

‘Er is een lang proces nodig vooraleer het publieke debat kantelt.’

“Verwacht echter niet dat de maatschappelijke aandacht voor zo’n situaties alles verandert. Er is een lang, volgehouden proces nodig vooraleer het publieke debat kantelt en de politiek dit oppikt en uiteindelijk beleid wijzigt.”

sociaal beleid

“Als politicus moet je begrijpen dat het voor sociale professionals nooit goed genoeg zal zijn, maar als sociale professional moet je de politicus ook af en toe een compliment geven. Zo tast je samen de grenzen af van wat politiek mogelijk is.”

© ID / Bas Bogaerts

Je hebt zelf voor Groenlinks als fractieleider in de gemeenteraad van Amsterdam gezeten. Hoe ging jij hier als politica mee om?

“Net als vele andere steden en gemeentes in Nederland wilden wij meer vertrouwen geven aan mensen met een bijstandsuitkering. Daarmee gingen we in tegen de minister die vooral streng wilde zijn.”

‘Waarom zou je niet respectvol met mensen omgaan?’

“Net als elders in het land hebben wij in Amsterdam een lokaal experiment opgezet dat bijstandsgerechtigden minder voorwaarden oplegde. De uitkomsten van al die lokale proefprojecten lieten over het algemeen zien dat het voor je resultaten weinig verschil maakt of je wel of niet streng bent. Daaruit hebben gemeentes afgeleid dat je mensen dan evengoed vanuit vertrouwen konden benaderen. Want als het uiteindelijk weinig uitmaakt, waarom zou je dan niet respectvol met mensen omgaan?”

Welke rol kunnen sociale professionals hierin spelen?

“Zeker voor groepen mensen waarvan hun ‘deservingness’ vaak ter discussie staat, zoals bijstandsgerechtigden of mensen zonder wettig verblijf, heb je als politica die professionals heel erg nodig. Het is heel belangrijk dat sociale professionals maar ook activisten de krachten in de samenleving zichtbaar maken die anders denken over rechthebbendheid.”

‘Het is belangrijk dat sociale professionals de krachten in de samenleving zichtbaar maken die anders denken.’

“Als politica ben je met je handen gebonden aan een dominant discours en allesoverheersende logica. Het is goed dat sociale professionals of activisten dit doorbreken. Zelf kreeg ik te maken met activisten die voor mensen zonder wettig verblijf betere opvang eisten. Onze fractie probeerde dat samen met andere partijen te regelen. Dat lukte, waarop de activisten meer en beter vroegen. Op die manier stuwden we elkaar verder en hebben we meer bereikt dan wat eerst mogelijk leek.”

Heb je vanuit je politieke ervaring tips over hoe je dit politiserend werk best aanpakt?

“Eerst en vooral: sociale professionals hebben hun eigen agenda en hun eigen doelen, het is niet aan de politiek om die te bepalen. Maar soms is het wel nuttig om je strategieën op elkaar af te stemmen. Dat vereist de nodige helderheid. Als politica probeerde ik altijd open kaart te spelen over wat ik wel en niet kon. Ik zei: “Als jullie 100 procent vragen, kan ik in eerste instantie 20 procent leveren. Ik doe mijn best, maar maak me niet kapot omdat er in het begin 80 procent ontbreekt.”

Eigenlijk gaat dat ook over vertrouwen.

“Inderdaad. Het vergt politici en sociale professionals die het politieke spel willen spelen. Als politicus moet je durven begrijpen dat het voor sociale professionals nooit goed genoeg zal zijn, maar als sociale professional moet je de politicus ook af en toe een compliment durven geven. Zo tast je samen de grenzen af van wat politiek mogelijk is en rek je die door slim samenspel telkens een beetje op.”

Sommige sociaal werkers vragen zich af of het wel aan hen is om zo aan politiek te doen?

“Mij lijkt dit net de essentie van onze democratie. Uiteraard hebben verkozen politici de eindverantwoordelijkheid om regels te maken. Maar zeker op het vlak van sociaal beleid kan dit nooit zonder kritische sociale professionals. Zij zijn de gezichten van onze verzorgingsstaat in de wijk en bij mensen thuis. Daarom moeten sociaal werkers door de overheid in staat gesteld worden hun job met voldoende politieke ruimte uit te oefenen.”

Waarom is dat belangrijk?

“Sociale professionals hebben een deskundigheid die een politicus niet heeft. Zij kennen de realiteit waarin mensen in een kwetsbare positie leven, politici niet. Die laatste hebben daardoor de neiging alles in rigide regels te gieten. Maar daarmee krijg je de complexe problemen van vandaag niet opgelost.”

‘Sociale professionals hebben een deskundigheid die een politicus niet heeft.’

“Tegenwoordig heb je een regeling om bijstand te krijgen, een aparte regeling voor de schoolspullen van de kinderen, een regeling om voedselhulp te krijgen, een regeling om… Het maakt complexe problemen enkel nog complexer, want mensen zien door het bos de bomen niet meer en vallen tussen wal en schip.”

Hoe kan het beter?

“Laat sociale professionals hun rol spelen. Zo kan je beleid vereenvoudigen en regels schrappen, bijvoorbeeld door middelentoetsen af te schaffen. Laten we sociale professionals vertrouwen om te bepalen wie hoeveel nodig heeft.”

“Daarmee zeg ik niet dat iedereen zomaar alles moet krijgen. Dat gevoel voor ‘deservingness’ is cruciaal als je je maatschappelijk draagvlak wilt houden bij het grote publiek. Sociaal werkers moeten goed met hun verantwoordelijk omgaan, maar de weg is ongetwijfeld die met minder regels, voorwaarden en criteria.”

Het treurige is dat je in Vlaanderen exact de tegengestelde politieke beweging krijgt. Het voor-wat-hoort-wat verhaal is sterker dan ooit.

“Dat is opvallend, want bij ons in Nederland is die discussie tien jaar geleden gevoerd. Het voor-wat-hoort-wat verhaal komt deels voort uit de idee van de participatiesamenleving. Dat werd zowel door links als rechts gedragen. Links vond het goed omdat ze mensen niet aan hun lot wilden overlaten. Rechts kon zich erin vinden vanuit een sterke hang naar wederkerigheid: ‘Je moet wel wat terug doen. Geld is niet gratis.’”

“Maar de geschetste toeslagenafaire bewijst dat een op het eerste zicht goed idee tot wrange uitkomsten kan leiden.”

Heb je advies hoe we bij ons die fout kunnen vermijden?

“Door de zaken te benoemen en tegen het heersende discours in te gaan. Net daarom is de politiserende rol van sociale professionals zo belangrijk. Je moet het debat over sociaal beleid durven aangaan, ook met mensen in een kwetsbare positie. Want zoals ik al zei staat de legitimiteit van de verzorgingsstaat zeker bij hen onder druk.”

Wij ervaren nochtans dat sociale professionals aarzelen om die gesprekken te voeren.

“En dat snap ik. Het is geen eenvoudig thema en sociaal werkers hebben al veel op hun bord. Bovendien is het discours dat het nut van de verzorgingsstaat in twijfel trekt vandaag heel dominant. Net daarom is het cruciaal dat sociaalwerkorganisaties hun professionals op het terrein ondersteunen in hun politiserende rol. Je kunt immers niet verwachten dat zij dit alleen moeten doen.”

“Het is belangrijk een slim tegenverhaal te ontwikkelen. Dat hoeft niet moeilijk te  zijn. Als een welgesteld iemand weer eens beweert dat we allemaal maar zelfredzaam moeten zijn, erop wijzen dat hij zijn belastingen toch ook door een accountant laat doen. We moeten erop wijzen dat je een samenleving niet bij elkaar houdt als je iedereen de schuld geeft van hun problemen.”

“Een ander discours hanteren dan het rigide voor-wat-hoort-wat en daarover met mensen praten, doet veel meer dan je denkt.”

Reacties [1]

  • eddy van tilt

    Als ‘professionele werkers naar meer welzijn’ zijn we dagelijks getuige van de mens in zijn tragische kwetsbaarheid en hulpeloosheid, en hebben wij het mandaat om dit Kwaad zoveel als mogelijk weg te nemen. Het spreekt voor zich dat wij vanuit deze exclusieve uitkijktoren geen spreekrecht maar SPREEKPLICHT hebben naar de samenleving om haar herbergzamer en haar bewoners meer tevreden en welgezind te maken.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.