Achtergrond

‘Mensen kiezen niet altijd voor politieke partijen die hun belangen het best dienen’

Peter Goris, Nico Bogaerts

Politiserend handelen is één van de krachtlijnen van Sterk Sociaal Werk. Dat betekent onder andere: problemen waar sociale professionals en cliënten op botsen, laten opborrelen tot op het politieke niveau. Dat is niet evident. Politicoloog Stefaan Walgrave (Universiteit Antwerpen) verheldert waarom politici de ene keer luisteren en de andere keer potdoof blijven.

politisering

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Beleid maken is een log schip. Wanneer beslist een politicus om het roer te keren?

“Fundamentele maatschappelijke hervormingen zijn schaars en uitzonderlijk. Dat is ook logisch: politici worden voortdurend bevraagd. Ze krijgen vanuit alle hoeken signalen en dossiers om het anders en beter te doen. Maar omdat hun aandacht en financiële middelen beperkt zijn, krijgen ze die niet allemaal verwerkt. Vaak beweegt er dus lange tijd weinig, terwijl de berg aan lacunes en onvervulde wensen hoger wordt.”

‘Al klinkt de roep naar vernieuwing hard, het verzet tegen verandering is meestal nog veel groter.’

“Want al klinkt de roep naar vernieuwing hard, het verzet tegen verandering is meestal nog veel groter. Beperkte kritiek en oppositie volstaan niet om dat verzet te doorbreken. De druk moet zo groot zijn dat de ketel ontploft, bijvoorbeeld bij een incident dat de hele samenleving beroert. Plots komt er dan een correctie die heel krachtig kan zijn.”

De zaak Dutroux is zo’n voorbeeld?

“De zaak Dutroux zette een nieuwe justitie op de kaart. Nochtans was het al langer duidelijk dat onze politionele en justitiële diensten toen niet optimaal werkten. Hier en daar schaafde het nodige lobbywerk wat bij, maar een fundamentele ommezwaai kwam er niet. Totdat Marc Dutroux de ketel deed ontploffen.”

“Ook voor de klimaatverandering is het wachten op de grote ommezwaai. Verschillende kleinere crisissen zetten wel druk, maar een grote doorbraak richting klimaatvriendelijker samenleven is er nog niet. Niemand kan voorspellen wanneer het wel zover is.”

Maar politici schieten toch niet alleen in gang bij grote crisissen?

“In hun dagelijks werk worden politici gedreven door twee elementen: hun eigen ideologie en de echte wereld van concrete problemen waar mensen mee te maken krijgen, de publieke opinie dus. Goede politici proberen de beide te verzoenen. Ze geven prioriteit aan zaken waarvan ze denken dat mensen wakker liggen én die stroken met de eigen ideologische overtuiging.”

‘Politici zijn geen platte opportunisten en incompetentie postenpakkers.’

“Nu, vaak valt de druk vanuit de samenleving niet gelijk met de eigen ideologie. Voelt een burgemeester bijvoorbeeld aan dat er in zijn stad of gemeente de wil leeft om jeugddelinquentie harder aan te pakken, maar staat dat haaks op zijn eigen ideologische overtuiging, dat gaat hij die druk negeren en zich met andere dingen bezighouden. Vanzelfsprekend zit er een grens op die selectiviteit: als de externe druk van de publieke opinie te groot wordt, zal de politicus toch overstag gaan. Een politicus wil immers ook opnieuw verkozen worden.”

Onderschatten we de complexiteit van de politieke stiel?

“Ik interviewde al veel politici en zie vooral bekwame mensen met de beste intenties. Ik erger me aan het permanent degraderen van politici tot platte opportunisten en incompetentie postenpakkers.”

‘Politici willen de wereld verbeteren.’

“Politici willen de wereld verbeteren. Ze hebben de ambitie om goed beleid te voeren. Tegelijk moeten ze gewiekst inspelen op de publieke opinie om opnieuw verkozen te raken. Veel politici maken zich zorgen over het klimaat maar worstelen met de twijfel om er ook op in te zetten omdat het thema nog onvoldoende leeft bij hun kiezers. Een foute inschatting of prioriteit kan electoraal afgestraft worden.”

“Die evenwichtsoefening vergt veel competenties. Ik heb dus zeker niet de pretentie om te stellen dat ik het beter zou doen.”

politisering

“Onze volksvertegenwoordigers zijn juristen en economisten, zelden arbeiders. In de opera of de hockeyclub ontmoeten ze vaak dezelfde groep mensen, zelden mensen die in armoede leven.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

De ene politicus bewaart ook beter het evenwicht dan de andere.

“Ik denk dat voormalig Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen stevig verankerd zat op ‘zijn’ terrein van welzijn en gezondheid. Maar in het scannen en bespelen van de publieke opinie blonk hij minder uit. Sterk beleid leverde voor hem dan ook geen electorale winst op.”

‘In het lijstje problemen waarvan mensen wakker liggen, staat armoede niet in de top tien.’

“Nochtans ligt daar de ultieme drijfveer van een politicus: je ideologie uitvoeren door aan de macht te komen. Politici die beleid willen voeren, moeten dus eerst en vooral zien dat ze stemmen winnen.”

Dat is een weinig opbeurende boodschap voor sociaalwerkorganisaties die werken rond problemen die electoraal moeilijk liggen, zoals armoede of psychische kwetsbaarheid.

“De armoedebeweging heeft heel terechte eisen, maar ze spreekt voor een groep die helaas niet prioritair is voor de rest van de samenleving. Hoe zwaar weegt armoede in de publieke opinie? Is het een belangrijk thema voor kiezers? Ik betwijfel dat: in het lijstje problemen waarvan mensen wakker liggen, staat armoede niet in de top tien.”

“Dan zit je in moeilijk vaarwater. Zeker omdat deze problematiek, net zoals de meeste welzijns- en gezondheidsproblemen, hard moet strijden voor de schaarse gemeenschapsmiddelen.”

Toch leeft een behoorlijk deel van de mensen in ons land in armoede. Nog een veel grotere groep loopt het risico om er vroeg of laat in terecht te komen.

“Hier botst armoede op een probleem van vertegenwoordiging. Ondanks het feit dat je met velen bent, slaag je er onvoldoende in om je belangen op de politieke agenda te krijgen.”

“Dat heeft verschillende oorzaken: mensen die onderaan de maatschappelijke ladder staan, trekken minder naar de stembus. Bovendien kiezen mensen niet altijd voor politieke partijen die hun belangen het best dienen. Zo bouwen ze te weinig electorale druk op. De zorgen van mensen die in armoede leven, krijgen daardoor niet het juiste politieke gewicht.”

Politici zeggen dat te corrigeren door te praten met ‘gewone’ mensen?

“Uiteraard lukt dat niet: politici leven vooral in kleine bubbels van gelijkgezinde hoogopgeleiden, professoren ook trouwens. Onze volksvertegenwoordigers zijn juristen en economisten, zelden arbeiders. In de opera of de hockeyclub ontmoeten ze vaak dezelfde groep mensen, zelden mensen die in armoede leven. Het gevolg is dat er gaten vallen in hun politiek handelen.”

‘Politici leven in bubbels van gelijkgezinde hoogopgeleiden.’

“Te pakken krijgen wat leeft in de publieke opinie, is voor politici nochtans cruciaal. Maar de kanalen zijn beperkt en de voelsprieten selectief. Dan kan je in het beste geval maar half werk leveren. Hoe zwaar tillen mensen aan armoede? Hoe willen ze dat de samenleving reageert op criminaliteit? We weten het niet en dat is een belangrijke lacune. Nu varen politici blind, al maken ze zichzelf wijs dat ze, via de vele contacten met allerlei mensen, een eigen betrouwbaar kompas op zak hebben.”

Hoe neem je die blinde vlekken weg?

“Wil je die zwakke flank versterken, dan moet je de publieke opinie meer systematisch en objectief in beeld brengen. Al klinkt het voorspelbaar uit de mond van een wetenschapper: er is te weinig onderzoek dat aan politici toont welke meningen en bezorgdheden er leven in de samenleving. Zo’n onderzoek, zeker als het systematisch gebeurt, zou de kwaliteit van politieke besluitvorming ten goede kunnen komen.”

“Want politici zijn wel degelijk bereid om beslissingen bij te sturen. Als ze via zo’n onderzoek zouden vaststellen dat hun mening niet strookt met wat de meeste mensen uit hun kiesgroep vinden, dan zullen ze zich aanpassen. Ze erkennen dan gemeend dat de wereld er anders uitziet dan ze dachten. Ideologie is geen vaststaand gegeven.”

Armoedeverenigingen kunnen toch niet aan de zijlijn blijven toekijken? Hoe bouwen ze best een tegenmacht op?

“Verandering is complex en loopt via verschillende kanalen. Via onderzoek de publieke opinie beter te pakken krijgen, is slechts één strategie. Je kan als middenveld ook rechtszaken aanspannen tegen een overheid die de grondrechten van haar burgers onvoldoende respecteert.”

‘Eén incident kan meer impact hebben dan honderd onderzoeksrapporten.’

“Burgers en organisaties bundelen dan de krachten, bijvoorbeeld in de klimaatzaak of de woonzaak. Maar overschat die impact niet: in het beste geval geven rechtbanken een gele kaart aan politici. De ene politicus voelt zich daar ongemakkelijk bij, zijn collega haalt de legitimiteit van die uitspraak meteen onderuit door de rechter vooringenomenheid of activisme te verwijten.”

Nog een strategie om de druk op politici te verhogen: doordacht communiceren en de media voor je kar spannen.

“Eén incident kan meer impact hebben op de publieke opinie dan honderd onderzoeksrapporten.”

‘Een kind dat vertelt hoe het voelt om in armoede te leven, zindert meer na dan abstracte cijfers.’

“Als een kind in een spoorwegtunnel aangereden wordt en overlijdt, ziet het veiligheidsbeleid van Infrabel er de volgende dag anders uit. Doordat mensen getroffen worden door deze verhalen, gaan ze de incidentie en ernst overschatten. Dat zet druk op politici.”

“Hier zitten belangrijke lessen voor sociale bewegingen: een doordachte media- en communicatiestrategie heeft impact. Een kind dat vertelt hoe het voelt om in armoede te leven of een dochter die getuigt over het verlies van haar dakloze vader, zindert meer na dan abstracte cijfers.”

politisering

“Armoedeorganisaties die hun lot in handen van een politieke partij leggen, nemen een risico. Als die partij in de oppositie belandt, blijven ze met lege handen achter.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Duwen sociale bewegingen niet beter meteen het gaspedaal in door zich sterker te verbinden aan politieke partijen?

“In een democratie zijn verkiezingen het belangrijkste instrument om politieke impact te hebben. Een manier om impact te hebben, is dan ook kwetsbare groepen mobiliseren om te gaan stemmen, in overeenstemming met hun belangen.”

“Maar armoedeorganisaties die hun lot in handen van een politieke partij leggen, nemen een risico. Als die partij in de oppositie belandt, blijven ze met lege handen achter. Daarom werk je best samen met verschillende politieke partijen. Dat zie je nu zelfs bij voormalig verzuilde organisaties: zij nemen afstand van hun moederpartij. Waarom zouden armoedeorganisaties dan het tegenovergestelde doen en zich juist wel meer met één partij verbinden?”

Waar zou jij als coördinator van zo’n armoedeorganisatie dan wel op inzetten?

“Bewegingen met de meeste impact, zijn bewegingen die de indruk geven dat ze in de samenleving breed gedragen zijn. Ze stralen uit dat hun agenda gedragen wordt door een brede achterban.”

‘Een minister ligt niet wakker van een actie waarop enkel mensen die in armoede leven de vaandeldragers zijn.’

“Als enkel jongeren op straat komen voor een beter klimaat, zal dat weinig effect hebben. Zodra ook hun ouders en grootouders meestappen, is de kans groter dat beleidsvoerders al eens opkijken.”

“Een minister van armoedebestrijding ligt niet wakker van een protestactie waarop enkel mensen die in armoede leven de vaandeldragers zijn. Maar zodra ook andere groepen aansluiten, liggen de kaarten anders. Zeker als het niet gaat over de usual suspects. Je moet de indruk geven dat je beweging representatief is voor een grote groep van mensen. Daar is nog winst te halen voor de armoedeverenigingen.”

Dat is toch moeilijk want voor Jan Modaal is armoede geen topprioriteit?

“De opdracht is om het moeilijke toch mogelijk te maken. Inderdaad: een grote groep mensen leeft in rijkdom en schat in dat de kans om zelf in armoede te belanden quasi nihil is. Bovendien leeft de idee bij heel wat mensen dat wie in armoede belandt, het zelf gezocht heeft.”

“Toch moet je politici ongerust kunnen maken door te tonen dat je eisen gedragen worden door meer dan alleen mensen in armoede. En misschien zit de armoedebeweging vandaag wel op een belangrijk kantelpunt? De coronapandemie, de woon- en energiecrisis en een verwoestende oorlog naast onze deur kunnen belangrijke gamechangers worden. Een toenemende groep mensen beseft dat ze hun schaapjes niet op het droge hebben. Ook de middenklasse staat onder druk.”

“Dat kan een belangrijke impact hebben. Zodra armoede een probleem wordt voor meer mensen, wordt het ook electoraal een gevoelig thema. Al zal de armoedebeweging niet gelukkig zijn met deze wind in de zeilen.”

Sociaal werk draagt politiserend handelen hoog in het vaandel. Is dat een goede keuze?

“Zeker. Sociaal werk is een ethisch georiënteerde beroepsgroep. Politiserend werken hoort bij de ethiek van de job. Zelfs als het mislukt, blijven sociaal werkers zich inzetten.”

“Je kan aanvaarden dat armoede en ongelijkheid een probleem is dat nu eenmaal bij ons systeem hoort. Of je kan blijven zoeken naar kanalen om je daartegen te verzetten. Die moedige sisyfusarbeid lijkt me een betere keuze dan een verlammend cynisme. En natuurlijk willen sociaal werkers dat hun engagement rond politiserend werken vruchten afwerpt. Dan helpt het om het spel van politieke beleidsvorming goed in de vingers te hebben.”

Reacties [3]

  • Theo Vaes ArmenTeKort

    Het wordt steeds duidelijker dat armoede niet alleen een onrecht is, maar ook een groeiend maatschappelijk probleem in andere domeinen. De helft van mensen die in armoede leven werken niet. Slechts een fractie van hun kinderen studeren af en dat beperkt hun activiteitsgraad voor de volgende 40 jaar. Elk jaar dat we dit zo laten verder gaan kost 5 miljard aan de volgende generatie. Onze kinderen dus.
    Maatschappelijk werkers zien dit elke dag gebeuren. Hun politiserende acties zijn broodnodig, voor ons allemaal. Zoals prof Walgrave en Yuval Harari aangeven, samen kunnen we dit in de top 10 beleidsprioriteiten brengen.

  • Jean

    Het is geen typisch Belgisch probleem, maar wereldwijd. We leven in een maatschappij, waar het ieder voor zich is. Zij die het goed hebben, klagen het eerst en het meest, mensen in armoede hoor je amper klagen, ze weten waar ze voor staan en leggen zich er makkelijker bij neer. Je gaat geen 10000 mensen in armoede zien betogen in de wetstraat, omdat men weet dat ze toch niet gehoord worden. Onze maatschappij is verziekt, iedereen is maar bezig met rijk worden, de beste, slimste en schoonste zijn. De ideologie van de regeringen is rijk te vriend houden, want vandaar komen de centen, en gaan er ook weer naar toe met de nodige opbrengst. Kapitalisme is de ondergang van ons bestaan. Als je welgesteld bent gaan deuren automatisch open, als je arm bent moet je ze open stampen. Mijn respect voor al wie in de sociale sector werkt, en na vele jaren nog steeds moet dweilen met de kraan open! Dat is politiek met oogkleppen!

  • Guido

    Geen erg bemoedigende analyse. “Het moeilijke toch mogelijk maken”: makkelijker gezegd dan gedaan! En toch. We zijn met z’n allen verantwoordelijk voor ongelijkheid en armoede, samen met de systemen waar we deel van uitmaken. Samenlevingen waar minder ongelijkheid is doen het beter. Minder armoede is in ieders belang, zelfs de rijken zijn er blijkbaar bij gebaat. Misschien moeten we meer op die nagel kloppen. Wat houdt ons tegen?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.