Verhaal

‘Ik wil nooit in zo’n woonzorgcentrum belanden’

Joris Van Puyenbroeck

Wanneer de gezondheid van een oude dame fel achteruitgaat, verhuist ze naar een woonzorgcentrum. Maar dat loopt niet zoals verwacht. Joris Van Puyenbroeck, onderzoeker en docent psychosociale gerontologie, sprak met haar zoon.

woonzorgcentrum

© Unsplash / Alpai Tonga

woonzorgcentrum

“We houden aan het woonzorgcentrum een wrang gevoel over.” © Unsplash / Alpai Tonga

© Unsplash / Alpai Tonga

Ons ma

Ons ma was geen gemakkelijke. Ze had haar idee over andere mensen en was recht voor de raap. Haar relatie met ons, haar kinderen, was niet altijd opperbest. Zodra mijn zus en ik op eigen benen stonden, hadden we steeds minder contact. De kleinkinderen zagen in hun jonge jaren hun oma en opa niet zo veel. Na hun pensioen verbleven ze vaak in hun appartement in Spanje.Deze getuigenis is om redenen van privacy geanonimiseerd. De naam van de betrokkenen en het woonzorgcentrum zijn bekend bij de redactie.

‘Ons ma was geen gemakkelijke.’

Na de dood van onze pa, verbleef ons ma permanent in Spanje. Ze genoot er, samen met zoveel andere Belgen, van haar goede oude dag.

Dubbel gevoel

Dat ging dertien jaar goed. We gingen af en toe op bezoek met de kinderen. We keerden steeds huiswaarts met een dubbel gevoel. Er was wel een knuffel op het eind van het bezoek, maar ook niet meer dan dat.

Het appartement raakte met de jaren wat vervallen. Heel wat bevriende koppels keerden terug naar hun land van herkomst. De poetsvrouw werd haar belangrijkste gezelschap.

Verwarde indruk

Twee jaar geleden kregen we de eerste signalen dat het minder goed begon te gaan. Mijn moeder was toen 83.

We zagen grote uitgaven op de rekeninguittreksels verschijnen. Als we belden, kregen we een ontwijkend antwoord. Ze kon niet meer zelfstandig geld afhalen. Dat loste ze op door haar bankkaart aan om het even wie te geven.

Ze maakte een verwarde indruk en was er ook fysiek slechter aan toe. Ze viel regelmatig maar weigerde een rollator te gebruiken. “Dat is voor oude mensen”. Ze raakte sociaal geïsoleerd en de verwarring nam toe. Mijn moeder was getroffen door dementie.

Tijdens ons jaarlijks bezoek in de paasvakantie van 2016 herkende ze mijn zus niet meer. Vanaf dat moment maakten we ons grote zorgen. De situatie in Spanje werd onhoudbaar. Er moest iets gebeuren.

Terug naar België

Ze had de nodige zorgen nodig, in België. We regelden in ijltempo een verblijf in een serviceflat. Een maand later, in mei 2016, gingen we haar halen.

‘We regelden een verblijf in een serviceflat.’

We wisten dat ons ma zich zou verzetten tegen zo’n terugkeer naar België. Daarom zeiden we dat we haar in België wilden laten onderzoeken. We konden die bittere pil nog even verhullen door de serviceflat te tonen. Maar ons ma was verstandig genoeg om te begrijpen dat ze nooit zou terugkeren naar Spanje.

Ze nam ons dat kwalijk. Ze vond dat we haar ontvoerd hadden. Eigenlijk was dat ook zo. Maar we deden het met de beste bedoelingen: haar omringen met de nodige zorgen.

Zwaar gevallen

In het half jaar dat ze in haar serviceflat verbleef, kwamen we meer op bezoek. Het contact met de kleinkinderen verbeterde. Ik was fier dat mijn kinderen alsnog een goede band ontwikkelden met hun grootmoeder. Die klik was onverwacht. In de week had ze hulp, in het weekend zorgden wij voor haar.

‘Ze vond dat we haar ontvoerd hadden.’

Maar haar gezondheid ging er verder op achteruit. Ze wandelde ondertussen met rollator. Toch kwam ze zwaar ten val. Ze kon het meldsysteem niet activeren en werd pas lange tijd na haar val door een verzorgende gevonden.

De dementieafdeling

Zoals verwacht, was de serviceflat slechts een tijdelijke oplossing. Bovenop haar dementie, kreeg mijn moeder een hersenbloeding. Dat bespoedigde de overgang naar een aparte dementieafdeling van het aangrenzend woonzorgcentrum.

Dat was voor iedereen een moeilijke en emotionele stap. Het eerste contact met deze afdeling verliep kil en stroef. Er was geen intakegesprek dat ons het gevoel gaf welkom te zijn. Geen warm onthaal met koffie en koekje, enkel een korte en zakelijke uitleg: dit is de kamer, dit zijn de praktische afspraken.

‘We namen het moeilijke overgangsproces zelf in handen.’

Dus namen we dit moeilijke overgangsproces zelf in handen. We richtten de kamer naar eigen goeddunken in. We gaven zelf aan welke medicatie nodig was. De contacten met het verzorgend personeel waren sporadisch en toevallig, afhankelijk van de concrete vraag en het moment.

Op bezoek

De familie kwam zowel in het weekend als in de week op bezoek. Na die bezoekjes waren we vaak van de kaart. Zo’n afdeling laat een diepe indruk na. Niet alleen door het ziektebeeld van de bewoners, maar ook door de organisatie van de leefsituatie.

Mensen brengen hier veel tijd door op hun kamer. Ze hebben geen privacy: in dit woonzorgcentrum kunnen mensen bij elkaar vrij op de kamer binnengaan.

Waarom zo vroeg?

De bewoners sluiten hun dag af met het avondmaal, om vijf uur ’s avonds. Nadien worden ze in bed geholpen en dan gaan de deuren van de kamers dicht. ‘Waarom zo vroeg?’ Vanuit een gezonde dosis verontwaardiging bevraag je hierover de verzorgenden.

‘De dag eindigt na het avondmaal.’

Hun antwoord choqueert: “Omdat de nachtdienst om half tien begint. Tegen dan moeten alle mensen in bed liggen”, zo zeggen ze zelf.

Gelukkig stelden we vast dat er rek zit op dat royale tijdsschema. Bij een aantal personeelsleden moest iedereen tegen zes uur op de kamer zijn, bij anderen kon dit uitlopen tot acht uur. Een wandeling om zes uur ’s avonds was voor sommige zorgverstrekkers onbespreekbaar. Anderen staken graag een tandje bij.

Strakke taakverdeling

Ik stel me vragen bij de taakverdeling van het personeel. Eén zorgkundige bedient de maaltijden van een gang met twintig bewoners. Het is goed dat iedereen het eigen beleg kan kiezen. Maar dan duurt zo’n ronde wel heel lang. Nog voor hun tas koffie leeg is, moeten sommige bewoners eigenlijk al in hun bed liggen. Worden die keuzes afgewogen?

‘Je voelt dat hier iets niet klopt.’

Het verplegend personeel helpt niet met de bedeling van het avondeten. Ongetwijfeld hebben ze het te druk met andere taken. Toch was er geregeld niemand te zien op de gang. Op een afdeling waar zorgnoden hoog en acuut kunnen zijn, is dat gebrek aan permanentie onaanvaardbaar.

Op sommige momenten gingen de deuren van de kamers op slot en hoorde je de bewoners kloppen op deur en ramen. Ik zat eens in de tuin met mijn moeder en ik hoorde een bewoner tikken op het raam en gebaren ‘ik wil hier uit’. Je voelt dan dat hier iets niet klopt.

Makke schaapjes

Ik ben geen arts dus heb weinig zicht op verantwoord gebruik van medicatie. Toch zag ik mensen hier zo snel zo grondig veranderen, dat medicatie hier voor iets tussen zit. Al na een week verblijf, verschrompelden ook sterke karakters tot makke schaapjes.

Ik zag een man die graag met vrouwelijke bewoners omging. In de eerste week van zijn opname paradeerde hij elke dag met een andere dame door de gang, arm in arm. Na een week was dit geflirt voorbij.

‘De kast met gezelschapsspellen zit op slot.’

Een andere man was duidelijk veel met cijfers bezig geweest. Tijdens zijn eerste dagen werkte hij ijverig aan zijn schriften en lijsten. Maar na een tijdje zat hij passief in de zetel voor zich uit te staren.

Dolen op elkaars kamer

Op deze afdeling is er geen animatie. De kast met gezelschapsspellen zit op slot. De belangrijkste activiteit van deze demente bewoners is dolen. Dolen op elkaars kamer.

Deze schraalheid heeft weinig te maken met personeelstekort, veel met een manke taakverdeling. Ik zag het verplegend personeel vaak samen pauze nemen voor administratie en om even op rust te komen in hun ‘glazen kot’.

Ik ben er voor jou

Het kan ook anders. Op een bepaald moment leefde een jonge ergotherapeut vrijwillig een week mee met de bewoners. Dat bracht meteen meer leven op de afdeling. Het personeel ging anders om met de bewoners. Plots lag niemand voor acht uur ’s avonds in zijn bed. Het kon dus.

‘Die week was er veel meer rust.’

Ik zag deze jongedame zeer zorgzaam omgaan met bewoners. Ze sprak hen persoonlijk aan. Het resultaat was misschien wel een onsamenhangend gesprek, maar haar inzet en houding spraken boekdelen: “Ik ben er voor jou, ik geef aandacht en wil luisteren”. Ik zag dat ze mensen masseerde. Die week was er veel meer rust in de groep.

Juwelen gestolen

Op een bepaald moment bleken alle juwelen van ons ma gestolen. We stelden hierover vragen, maar kregen geen duidelijke antwoorden. Ook op een officiële klacht bij de directie werd niet gereageerd.

Op eigen initiatief kwam er een overleg met het diensthoofd en de kwaliteitscoördinator. Dat bleek een dovemansgesprek met als magere conclusie: “Ja, het is mogelijk dat bewoners bij elkaar op bezoek gaan. Als ze dan van elkaar iets ontvreemden, is daar niets aan te doen.”

Toen ik in dat overleg ook andere mistoestanden aankaartte, bleef het bij ontwijkende antwoorden. Er was geen verslag, er werd geen actie ondernomen.

Kale reis

We probeerden de talrijke informele ontmoetingen met verzorgenden te benutten om signalen te geven. Meestal kwamen we van dezelfde kale reis thuis.

‘Het bleef telkens bij begripvol luisteren.’

Had iemand al iets vernomen van de verdwenen juwelen? Was er een mogelijkheid om mensen niet te snel van hun vrijheid te beroven? Konden er wat meer activiteiten georganiseerd worden? We stelden voor om zelf tijdschriften en spelmateriaal mee te brengen. Het bleef telkens bij begripvol luisteren. Er volgde geen actie of verandering.

Wij kregen geen informatie over mogelijkheden tot structurele participatie, bijvoorbeeld in een gebruikersraad. Wij wisten in elk geval niet dat die bestond.

We bleven beleefd

Ondanks het feit dat we voortdurend op muren botsten, bleven we beleefd. Maar men vond ons wel raar. Veel mensen krijgen hier weinig bezoek. Wij waren betrokken, aanwezig en communicatief. Dat maakte een heel verschil met andere bezoekers die vaak niet goed kunnen inschatten wat hier precies aan de hand is.

‘Veel mensen krijgen hier weinig bezoek.’

De meeste betrokkenheid en genegenheid ervaarden we bij de logistiek medewerkers, meestal van vreemde origine en met het hart op de juiste plaats.

Hier wil ik nooit zijn

Ik sta verbaasd te kijken naar dit gebrek aan professionalisme. Nochtans heb ik op vlak van kwaliteitszorg al heel wat watertjes doorzwommen. Ik verdien mijn kost als procesbegeleider van teams die aan de slag willen gaan rond kwaliteit.

Dit was voor mij een nieuwe wereld. Als dit de bejaardenzorg is, wil ik hier nooit zijn.

Opnieuw gevallen

Mijn moeder maakte na minder dan een half jaar verblijf op de dementieafdeling een zware val op haar kamer.

Op het moment van de feiten moet de deur van de kamer op slot zijn geweest. Mijn moeder had de gewoonte om erg te protesteren als ze niet uit haar kamer kon. Misschien is ze tijdens zo’n protestactie ten val gekomen.

‘Er werd enkel gevraagd de medicatie te verhogen.’

Ze viel op donderdagavond. Op vrijdag stelde mijn zus verbaasd vast dat ons ma plots in een rolstoel zat. Toen ze hierover vragen stelde, volgden er naar slechte gewoonte enkel ontwijkende antwoorden. Ja, ze had zich bezeerd maar neen, er was niets aan de hand.

Heup gebroken

Toen ik zaterdag op bezoek ging merkte ik dat ze veel pijn had. Toen ik navraag deed, werd dit eerst geminimaliseerd. Ja, er was iets gebeurd, maar de dokter was geweest en het was niet ernstig.

Achteraf zijn we erachter gekomen dat er inderdaad een dokter was langsgekomen, maar dat deze niet op de hoogte gebracht was van het valincident. Er werd enkel gevraagd de dosis medicatie te verhogen.

‘Je verwacht een professionele aanpak en bijsturing.’

Op maandag ging ik met mijn moeder naar het ziekenhuis voor een scan. Ze had een gebroken heup. Ik heb het personeel hierop aangesproken maar kreeg weinig gehoor. Gezien de ernst van de feiten, diende ik een officiële klacht in bij de directie. Weerom volgde geen reactie.

Niet lang daarna stierf mijn verzwakte moeder bij het verslikken in eten. Dat gebeurt wel vaker, zegt men ons.

Wrang gevoel

Waar mensen leven en werken, zijn fouten en incidenten onvermijdelijk. Maar dan verwacht je een professionele aanpak en bijsturing. Niets daarvan in dit woonzorgcentrum. In de dagelijkse zorg schemerde nergens door hoe het naar kwaliteitsvolle zorg voor haar demente bewoners kijkt. Kwetsbare bewoners zijn slachtoffers van dat gebrek aan professionaliteit.

‘Kwetsbare bewoners zijn slachtoffers van gebrek aan professionaliteit.’

Ik houd aan de hele periode in het woonzorgcentrum een wrang gevoel over. Het verliep niet zoals we wilden. Dat snijdt diep. Het gaat niet over een tas koffie die te warm of te koud is. Het gaat over mijn kwetsbare moeder die een zorgzame omgeving nodig had. Door gebrek aan warmte en professionaliteit in het woonzorgcentrum kreeg ze die niet.

We troosten ons met de hoop dat het elders beter gaat. En dat onze getuigenis zorgprofessionals uitdaagt om hun levensbelangrijke job elke dag nog beter te doen.

Reacties [14]

  • Peeters O.

    Om verder te gaan op mijn vorige reactie. Ik merk weinig kritische reflectie bijna alle mensen die in een wzc werken. Ze houden hun potjes liever gedekt, ten koste van de bewoners. Mijn pa is wegens overmedicatie al 7 weken op de psycho-gereatrische afdeling, waar de medicatie tot een minimum werd afgebouwd. Door de rustige, empatische aanpak van de verpleegsters gaat het veel beter met hem, maar ik hou mijn hart vast als hij binnenkort weer nr het wzc gaat. De opleiding van zorgkundigen moet mijn inziens naar een bachelorniveau opgetrokken worden, vooral voor de zwaarst dementerende, met continue aanwezigheid van een psychiater en gereatrische arts. Anders zullen we er blijvend toestanden zoals in Roemeense weeshuizen aantreffen. Dergelijke zieken verzorgen vergt meer zorg dan wassen en eten geven. Deze mensen moeten zich veilig en geborgen voelen en men moet weg van de chemische en fysieke fixatie waar zo snel nr gegrepen wordt.

  • Peeters O

    Ik kan Joris helaas bijtreden. Mijn vader zit in de laatste fase van dementie en heeft door de opgelopen hersenschade psycho-gereatrische problemen. Hij zit nu in zijn derde wzc’s en bij alle 3 merk ik dezelfde structurele problemen: gebrek aan tijd, kennis, vaardigheden en bij veel verzorgenrs/zorgkundigen een foute attitude en gebrek aan empathie en inlevingsvermogen, zeker voor de mensen die zich in de laatste bevinden. Hun antwoord daarop is overmedicatie en chemische en fysieke fixatie, met alle nefaste gevolgen die daarbij hoger: hoger risico op valpartijen, slikproblemenwaardoot grotere kans op overlijden door longontsteking, vluggere cognitieve achteruigang, uitdroging en eiwittentekort omdat ze te letargisch zijn om zelf nog te eten of drinken. Het is schokkerend en hallucinant hoe met deze mensen in ons land wordt omgegaan. Ik vind het ook onbegrijpbaar dat dit niet gesignaleerd wordt aan de overheid.

  • De Rudder Sara

    Mijn mama werd vandaag begraven en verbleef de laatste weken van haar leven in verzorgingstehuis De Refuge, ze vond het er heerlijk, we hebben er heel positieve herinneringen aan.

  • Rita braem

    Waarschijnlijk niet neen, reageren zullen ze niet willen of waarschijnlijker nog NIET MOGEN van de directie want JA goed en heerlijk personeel die met MENSEN kunnen omgaan en er ook zorg voor dragen ZIJN er, alleen wordt hun engagement snel de kop ingedrukt en verlaten ze de ZAAK – begrijpelijk – maar oooh zooo spijtig. Spreek ik uit ervaring ? Ja, als vrijwilliger in een zorgtehuis

  • dirk boel

    Wat Nicole schrijft is Zeker Waar. Vele mensen hebben klachten maar weten niet waar ze terecht kunnen en hebben soms schrik voor een probleem melding. Verpleging doet wat ze kan. Maar de verpleging kan niet toveren. Deze toestanden kennen wij ook. Betalen mag je maar comfort ontbreekt. Gelukkig zijn er nog goede rusthuizen met een goede verzorging waar de bejaarden een mooie oude dag hebben.

  • Myriam Laureys

    Als ik dit lees, bloed mijn hart. Ik ben zelf verpleegkundige en heb zelf 5 jaar het beste van mezelf gegeven. Als verpleegkundige sta je soms alleen in een groep van zorgkundigen in een vroege shift of late shift. De eindverantwoordelijkheid komt altijd bij de verpleegkundige, die meestal de hele boel aaneenplakt. Ze springt bij waar zorgkundigen niet rond geraken, medicatie bedelen, bewoners die zijn gevallen, dokters opbellen en ontvangen. Vaak wordt er ook verwacht dat je bijspringt bij het wassen, in bed leggen. De zorgkundigen doe ook hun best. Het is niet enkel de onderbemanning. Vaak wordt vergeten hoe veel bewoners van het personeel dagelijks vragen zowel fysiek als mentaal. De continue vraag van bewoners aan zorgkundigen en verpleegkundigen holt deze mensen uit. Het is beter als er genoeg animatie is. Maar het hele systeem zit zo wrang in mekaar dat personeel vervlakt, mensen als bandwerk begint te zien, omdat er niet genoeg variatie in de job wordt gestoken . 1 vd problemen.

  • Ida

    Als ik dit lees kan ik niet anders dan reageren. Ik betreur dat de familie niet beluisterd en begeleid werd. Gelukkig gaat het er in de meeste woonzorgcentra helemaal anders aan toe. Het personeel en de vrijwilligers zorgen voor een aangename leef en woonomgeving. Zij zetten zich in voor de bewoner die echt centraal staat. Het feit dat personen met dementie vaak dolen, roepgedrag vertonen, vroeg moe zijn, … hoort erbij. Belangrijk is om hierbij met een multidisciplinair team naar oplossingen op maat te zoeken en in dialoog te gaan met alle betrokkenen. Natuurlijk blijft het rouwproces en afscheid nemen van iemand steeds moeilijk. Het stigmatiseren van woonzorgcentra is echter geen oplossing.

  • Nicole

    Regering moet dringend ingrijpen in zorg,zowel in ziekenhuizen als in woonzorgcentrum ,dochter werkt ook als verpleegster in woonzorgcentrum en zij is er ook het hart van in dat mensen zo behandeld worden,geen tijd ,zelfs de verpleegsters en verzorgenden worden getimed

    • pascale baeselen

      Idd ik werk ook in een WZC en kan dit beamen tis hoog tijd dat de politiek wakker wordt en ons helpt met duidelijke oplossing in plaats van besparingen

  • Veriske

    Na 30 j in zorg moet ik eerlijk zeggen we gaan terug naar af
    Geen verpleegkundigen
    Personeelstekort

    Gevolg

    Onredelijke situaties doen zich voor

    Bedroevend

    • Ilse

      Ik ben 33j in de zorg.
      Voor verpleging is het ook frustrerend dat ze niet de zorgen kunnen geven die ze willen geven.
      Met minder personeel meer werk doen.
      Administratie dr overheid opgelegd lijkt belangrijker dan zorg vr mensen.
      In de gevangenis is er om het half uur toezicht op de mensen. Ze hebben dagelijks recht op een douche. Een kamer met TV en faciliteiten. Zakgeld……..dit staat in groot kontrast met hetgeen er voor onze bejaarde mensen wordt gedaan en wat ze hier dan nog voor moeten betalen.
      Je kan je beter den bak laten indraaien wanneer je op gezegende leeftyd hulpbehoevend wordt…
      Dit kan toch niet de realiteit zijn!
      Wanneer gaan de ogen vd regering open?
      Ik weet voor mezelf dat ik zo echt niet oud wil worden…..

  • Annie

    Beste, ik doe aan vrijwilligers werk in het woon – zorgcentrum waar mijn schoonmoeder gehuisvest is. Wat ik daar zie is gewoon weg schreinend. Gewoon door te kort aan personeel. Ik hoop dat ik voldoende zal gespaard hebben om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven.

    • Veriske

      Ik begrijp u, ik hoop dit ook
      Ik kan al boek schrijven over hoe en wat

    • Jo Goossens

      Er moet inderdaad veel veranderen. Dit soort van toestanden doet zich meer voor dan de men kan vermoeden. Dat komt niet alleen door de rotte appels in het zorglandschap maar ook door de zelfgenoegzaamheid van onze maatschappij waarin velen zich de situatie van hun ouders niet aantrekken en dus de deur openzetten voor dit soort van toestanden. Ja, de regering zou hierop beter moeten toezien. Zelf kan ik evenwel getuigen dat een goedbedoeld initiatief, nl. het opstarten van een nieuw soort leefgemeenschap voor ouderen, door de huidige regelgeving wordt gefnuikt. Ik begrijp dat de regelgeving er is om misbruiken tegen te gaan (maar daar blijkbaar niet goed in slaagt) maar als die ook nog eens obstakels opwerpt om goede alternatieven mogelijk te maken, dan zitten we in een patstelling die echt dringend moet uitgeklaard worden.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.