Verhaal

Sociaal werk op school: ‘Ik kan vaker niet helpen dan wel’

Lisa Develtere

Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) zien vanop de eerste rij met welke problemen jongeren kampen. Sociaal werker Marjolein Verboomen werkt bij een CLB in Antwerpen en schetst een schrijnend beeld. Ook al kan ze problemen niet altijd oplossen, blijft ze gemotiveerd: “Ik voel dat ik in het leven van de jongere vaak toch een verschil maak.”

Marjolein verboomen

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Vertel eens over jouw job.

“Ik ben al 21 jaar aan de slag als sociaal werker bij een CLB in de stad Antwerpen. Ik ben contactpersoon voor twee secundaire scholen in de wijk Het Kiel. Voor de ene school sta ik alleen. Voor de andere school, die veel groter is, zijn we met drie CLB-medewerkers.”

‘Onze job is heel divers.’

“Onze job is heel divers. Leerlingen kunnen bij ons terecht voor advies over hun schoolloopbaan of bij problemen met studeren. Maar evengoed zoeken we mee naar antwoorden op vragen over pesten of druggebruik. Heel vaak heb ik jongeren bij mij die slecht in hun vel zitten door psychische problemen of moeilijke thuissituaties.”

Kloppen die leerlingen zelf bij jou aan?

“De vragen komen zowel van ouders, leerlingen of de school. In de praktijk klopt meestal de school op onze deur. Ze hebben leerlingenbegeleiders waarmee we vaak samenwerken. Wanneer zij vastzitten of hun draagkracht overschreden wordt, halen ze ons erbij.”

“Wekelijks overleg ik met de leerlingenbegeleiders van beide scholen. Dan bespreken we de leerlingen waar het moeilijk mee gaat, bijvoorbeeld omdat ze veel spijbelen of omdat ze worstelen met suïcidegedachten.”

Wat doe je met een jongere die veel spijbelt?

“Ik probeer er alles aan te doen om hen toch te motiveren om naar school te gaan. We willen echt dat ze met een diploma uitstromen. In de wijken waar mijn scholen liggen, is er veel kansarmoede. Onderwijs is dé sleutel om verder te geraken in het leven. Maar sommige jongeren zien het zelf niet zo. Ze zijn schoolmoe, vinden hun draai niet op school of zitten thuis met te veel problemen.”

‘Onderwijs is dé sleutel om verder te geraken in het leven. Maar sommige jongeren zien het zelf niet zo.’

“Ik probeer toch tot hen door te dringen: ‘Komaan, nog even doorzetten.’ Of ik help zoeken naar een andere studierichting die hen meer ligt. En ik ben echt een stalker: ik durf leerlingen regelmatig berichten sturen via WhatsApp. Om de vinger aan de pols te houden, te motiveren, maar ook om te tonen dat ik er ben en hen niet loslaat.”

Heeft dat effect?

“Vaak wel. Maar er zijn er die toch afhaken, wat je ook probeert. We hebben veel leerlingen die bijna achttien zijn, maar enkele jaren zijn blijven zitten. Hen blijven motiveren is moeilijk. We proberen desnoods door te verwijzen naar deeltijds onderwijs of, eens ze achttien, zijn naar het volwassenenonderwijs. Maar het lukt niet altijd.”

‘Er zijn er die toch afhaken, wat je ook probeert.’

“Zoals bij een meisje uit een gezin in armoede. Ze was bijna achttien en zat in het vierde jaar. Ze had goede slaagkansen, maar kwam weinig naar school. Ze moest thuis veel helpen. We probeerden haar op alle mogelijke manieren te bereiken. Tevergeefs. Een keer dat ze achttien was, hebben we haar niet meer gezien. Dat is hard. Je kan niet veel meer doen.”

Gebeurt het vaak dat leerlingen het contact afhouden en niet willen praten?

“Nee. Leerlingen belanden meestal bij mij via de leerlingenbegeleider. Die stelt een gesprek met mij voor en daar gaan leerlingen bijna altijd op in. Ze weten meestal ook waarom ze bij mij zitten.”

Hoe pak je zo’n gesprek aan?

“Eerst verken ik de situatie. Ik probeer te ontdekken wie de persoon is die voor mij zit. Wat is het probleem juist? Als het bijvoorbeeld gaat om een jongere die slecht in zijn vel zit, probeer ik te achterhalen hoe het thuis loopt en hoe het met de vrienden gaat.”

“Daarna bekijk ik of we hulp kunnen inschakelen, zoals therapie. Ik zal heel vaak doorverwijzen. Want ik kan zelf niet therapeutisch werken. Dat zit niet in onze opdracht. Toch heb ik met veel leerlingen meerdere gesprekken. Ik ben hun vertrouwenspersoon.”

Is het moeilijk om binnen een schoolse context een vertrouwensband te creëren?

“Dat gaat meestal vrij vlot. Ik ben in het begin ook altijd heel duidelijk: ik heb beroepsgeheim. Ze kunnen me alles vertellen. In het secundair onderwijs moet je toestemming hebben van de leerling om verdere stappen te ondernemen. Behalve als er sprake is van verontrusting of suïcidegedachten.”

‘Jongeren willen niet altijd dat je iets doet met wat ze vertellen.’

“Jongeren willen niet altijd dat je iets doet met wat ze vertellen. Over een moeilijke thuissituatie willen veel kinderen bijvoorbeeld gewoon hun hart luchten. Ze zijn loyaal naar hun ouders. Door het vertrouwen te winnen van de leerling, proberen we op termijn toch hun toestemming te krijgen om met de ouders te spreken.”

Marjolein Verboomen

“Verwijzen we door naar hulp, dan worden we heel vaak geconfronteerd met lange wachtlijsten. Soms gaat het over wachttijden tot een jaar. Dat is ontzettend frustrerend.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Wat doe je bij verontrusting?

“Als het gaat om een leerling met verdachte letsels, dan doet de CLB-arts een vaststelling. Meestal zal ik samen met de arts de ouders confronteren met de situatie. Dat proberen we te organiseren aan het begin van de week. Vrijdag is een slecht moment om zo’n gesprek te hebben, want dan zie je de leerling het hele weekend niet. Wat als het misloopt?”

“Snel handelen is essentieel bij verontrusting. Een vader was bijvoorbeeld te weten gekomen dat zijn dochter een vriendje had. Hij was woest geworden en had haar geslagen. Ze wilde niet meer naar huis. Ik heb toen meteen het Crisismeldpunt minderjarigen opgebeld. Zij kunnen voor crisisopvang zorgen. Helaas waren alle crisisbedden bezet en moesten we zelf op zoek naar een veilige plaats voor het meisje.”

Bots je vaak op wachtlijsten?

“Verwijzen we door naar hulp, dan worden we heel vaak geconfronteerd met lange wachtlijsten. Soms gaat het over wachttijden tot een jaar. Dat is ontzettend frustrerend. We proberen jongeren dan bij ons te houden en blijven met hen gesprekken voeren. Maar dikwijls is het brandjes blussen tot ze aan de beurt zijn. Soms lijkt het dan alsof wij niets structureel doen, maar op die momenten staan wij met onze rug tegen de muur.”

‘Er zijn veel te weinig middelen voor de jeugd. Als je niet de hand reikt naar kinderen die in de problemen zitten, hoe geraken ze dan uit die neerwaarste spiraal?’

“Er is te veel nood voor te weinig personeel en plaatsen. Heel de jeugdhulp loopt daarop vast. Ik wil niet met de vinger wijzen naar andere diensten of organisaties, want zij kunnen er ook niets aan doen. Ik ben zeker niet de enige hulpverlener die met deze frustratie zit. Maar dat is slechts een schrale troost.”

“Het probleem moet van hogerhand aangepakt worden. Er zijn veel te weinig middelen voor de jeugd. Dat maakt me heel boos. De jeugd is nochtans onze toekomst. Als je niet de hand reikt naar kinderen die in de problemen zitten, hoe geraken ze dan uit die neerwaarste spiraal? Op deze manier blijven we in cirkels draaien.”

Je vernoemde al enkele keren armoede. Is dat vaak het onderliggende probleem?

“Zeer vaak. Toch zie je dat niet altijd meteen en jongeren zullen het zeker niet vertellen. Pas als er een incident is, kom je het plots te weten. Een meisje had bijvoorbeeld agressieproblemen. Ze is heel intelligent, maar soms wordt het zwart voor haar ogen.”

“We verwezen haar door naar trainingen rond agressiebeheersing en het ging een tijdje beter. Maar onlangs barstte ze bij de leerlingenbegeleider in huilen uit. Het ging niet meer thuis, zei ze. Wat bleek? Het hele gezin moest in de woonkamer slapen omdat er in de rest van de woning te veel schimmel was.”

Wat heb je dan gedaan?

“Ik heb gepraat met de ouders. Ze toonden foto’s van de beschimmelde muren. De vader was ziek door de woonomstandigheden. Ik heb contact opgenomen met hun sociaal werker van het OCMW. Zij zouden een technisch adviseur naar het huis sturen.”

‘Je wil helpen, maar nu gebeurt het tegenovergestelde.’

“Ik dacht dat die het probleem zou oplossen maar het pand werd gewoon onbewoonbaar verklaard. Binnenkort staat het gezin op straat.”

Wat doet dat met jou?

“Ik voel me daar helemaal niet goed bij. Het is net alsof ik slapende honden heb wakker gemaakt. Je wil helpen, maar nu gebeurt het tegenovergestelde. Ik kan geen huis toveren. Ze staan al vijftien jaar op de wachtlijst voor een sociale woning. De prijzen op de private huurmarkt zijn gigantisch.”

Marjolein Verboomen

“Een jongen spijbelde plots. Blijkbaar verbleef hij sinds twee weken in de jeugdhulp. De reden? Hun huis was onbewoonbaar verklaard.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Gebeurt het vaak dat jullie weinig kunnen doen?

“Ik kan vaker niet helpen dan wel. In dezelfde week was er bijvoorbeeld een jongen die plots spijbelde en opstandig gedrag vertoonde. Voorheen waren er nooit problemen. Blijkbaar verbleef hij sinds twee weken met zijn broer in de jeugdhulp. De reden? Ook hun huis was onbewoonbaar verklaard.”

‘Het is meestal dweilen met de kraan open.’

“Het gezin is van de ene dag op de andere uit elkaar gerukt. De zus logeert bij een vriendin, de moeder slaapt met het kleinste kind in een pension en de vader zit in de nachtopvang. Ook dit gezin staat al jaren op de wachtlijst voor een sociale woning. Alle hulpverleners doen hun uiterste best om een oplossing te vinden. Je kan alleen maar lijdzaam toekijken.”

“De onderliggende problemen in Antwerpen zijn enorm. Het is meestal dweilen met de kraan open. Dat zeg ik niet alleen, ook mijn collega’s zien veel schrijnende verhalen. Zeker in het Kiel, waar ik werk, of in wijken zoals Antwerpen-Noord is er veel armoede.”

Heb je kanalen waar jij en je collega’s jullie grieven kwijt kunnen?

“Nee. We kunnen wel terecht bij onze collega’s en coördinatie, maar ook zij kunnen de structurele maatschappelijke problemen niet oplossen.”

Merken jullie een impact van de coronacrisis?

“Sinds de start van de coronacrisis haakten nog meer jongeren af. Ik begeleid vooral jongeren uit het beroepsonderwijs. Voor hen was afstandsonderwijs moeilijk vol te houden. Of ze hadden geen computer of plek om rustig de les te kunnen volgen thuis. Daardoor zijn we zijn veel leerlingen kwijtgeraakt.”

“De coronacrisis had ook een grote impact op onze werking. De CLB’s zijn verantwoordelijk voor de contacttracing van leerlingen die corona hebben. Dat werk gebeurt door mensen die normaal andere opdrachten hebben. Er werd wat extra personeel aangeworven, maar niet voldoende om het tekort op te vangen.”

Dus kunnen jullie minder leerlingen opvolgen?

“Ja. We moeten prioriteiten stellen. Dat is niet nieuw. Elk jaar rond Pasen staat het water ons aan de lippen. Dan moeten we aan de scholen signaleren dat we enkel nog tijd hebben voor verontrustingen en verwijzingen naar het buitengewoon onderwijs.”

‘Elk jaar rond Pasen staat het water ons aan de lippen.’

“Wij zijn er in principe voor alle leerlingen met allerlei soorten problemen. Maar eigenlijk zijn we met veel te weinig voor deze brede opdracht. Dat was altijd al het geval, maar het afgelopen jaar was echt hels.”

Hoe hou je deze job nog vol?

“Soms kunnen we natuurlijk wel helpen. En ik voel dat ik in het leven van de jongere vaak toch een verschil maak, ook als ik het probleem niet kan oplossen.”

‘Sommige jongeren zijn echt onzichtbaar. Tegen hen zeggen: ‘Ik zie jou en ik zie je probleem’ kan al heel veel betekenen.’

“Sommige jongeren zijn echt onzichtbaar. Hun problemen blijven onder de radar. Tegen hen zeggen: ‘Ik zie jou en ik zie je probleem’ kan dan al heel veel betekenen. Er gewoon zijn voor hen. Dat is mijn drijfveer.”

Reacties [7]

  • Frank Dierickx

    Deze bedenking, mevrouw, maakte ik 45 jaar geleden ook al. Niet dat er ondertussen niets is veranderd. Er ging almaar meer geld naar allerlei initiatieven, de Integrale bijvoorbeeld. De klachten bleven er niet minder om. Want de kern van het probleem is niet het geld, maar wat werkers doen met dat geld. Er wordt nog altijd tig keer meer vergaderd over de problematiek, dan dat er mét de mensen wordt gewerkt. Bijeen zitten om te overleggen is goed, maar naar buiten gaan om er iets aan te doen is véél beter. De slimmeriken van de branche moeten geen rapporten schrijven om doelstellingen te halen, iedereen weet allang waar het schoentje knelt. De psychologen, pedagogen en maatschappelijk werkers moeten de boer op. En niet de hele tijd door ‘vergaderen’.

  • Josephine

    U meent dat u soms geen verschil maakt …
    Een volwassene die tijd voor u maakt, is voor een jongere echt wel de moeite.
    Dat jongeren dan wel eens spuwen op uw uitgestoken hand is niet steeds kwade wil. Ik zie dit als een opening. Er is communicatie.
    Hadden de clb-dames indertijd niet zoveel geduld gehad met mij, dan stond ik niet waar ik nu stond.
    Jammer dat die lieve mensen ‘de professionele afstand’ bewaren, want nu , vele jaren later zou ik die dames graag ontmoeten om te tonen dat ik toch min-of-meer op mijn pootjes ben terechtgekomen …
    Ik ben nog steeds geen middenklasser en dat streef ik absoluut niet na.
    ik sta nu deeltijds aan ‘de andere kant’, waar ik op mijn beurt de jongeren tracht te helpen … en dat dankzij jullie lichtende voorbeeld

    bedankt

  • Petra

    Beste mevrouw Verboomen, als ik vroeger zo iemand als u had gehad, zou dat veel verschil hebben gemaakt. U doet veel en maakt veel verschil, gewoon doordat u jongeren ziet en zo nodig aanklampt en verder kijkt en begaan bent. Dat is water op droge grond voor een jongere in zware problemen. Kent u het boek “Het onverwoestbare kind” van Lilian Rubin? Zij spreekt daar over “een gouden persoon”, die het beslissende verschil kan maken tussen veerkracht of zelfdestructie. Ik wens u goede moed en veel bondgenoten en ik wens ons als Antwerpse samenleving een krachtdadiger constructief beleid, vanuit moedige keuze voor kansen voor net jongeren. Bedankt voor uw inzet.

  • Walt

    Veel respect voor wat u dagelijks aanpakt en daarbij blijft geloven in uw missie. De signalen die u oppikt zijn die van een maatschappij waarin de zwaksten vaak achtergelaten worden, het is duidelijk dat de overheid hier meer dan een tandje moet bijsteken. Tot het zover komt zal u het verschil moeten maken. Weet dat u werk gewaardeerd wordt.

    • Marjolein Verboomen

      Bedankt Walt. Het doet deugd om te zien dat het artikel zijn doel toch bereikt bij mensen.

  • Michel Tirions

    Heel veel respect dat je in deze omstandigheden blijft geloven in de duidelijke kracht en meerwaarde van je werk. Het wordt tijd dat dit signaal opgepikt en ernstig genomen wordt. Je staat er niet alleen voor (maar hoe verbinden we al die signalen?).
    De jongeren waarover je spreekt vormen onze toekomst. Alleen al uit eigenbelang zouden we als samenleving hun welzijn moeten koesteren.
    Wat is er nodig om tot dat gedeeld inzicht te komen?

    • Marjolein Verboomen

      Goeie vraag Michel. Het is jammer dat we geen kanalen hebben om deze problemen te bundelen. Het is zowat ieder voor zich in het overeind blijven in de jeugdhulp. Bedankt voor je reactie.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.