Achtergrond

Consulent in de jeugdhulp: ‘De uitdaging is om ouderschap niet te ondermijnen, wel opnieuw mogelijk te maken’

Peter Goris

Jongeren en ouders kijken vaak met gemengde gevoelens naar hun traject doorheen de jeugdhulp. Cindy Vandenbroucke, consulent van het ondersteuningscentrum jeugdzorg in Ieper: “Ik begrijp die perceptie. De uitdaging is om ouderschap niet te ondermijnen, wel opnieuw mogelijk te maken.”

ondersteuningscentrum jeugd

© ID / Christophe De Muynck

Gezinnen die hulp nodig hebben, voelen zich niet altijd geholpen. Pas nog getuigden ouders daarover op Sociaal.Net. Hun oproep aan de jeugdhulp was helder: “Zet je alstublieft eens één dag in onze schoenen.” Een jongere stelde het een aantal jaar geleden nog scherper: “Ik was een dossier dat op een rek stond.”

‘In gezinnen is de band tussen ouders en kinderen uniek.’

Sociale diensten van de jeugdrechtbanken en ondersteuningscentra jeugdzorg zitten midden in de storm. Hoe gaan die professionals om met de kritiek aan hun adres? Sociaal.Net ging langs bij Cindy Vandenbroucke, consulent van het ondersteuningscentrum jeugdzorg in Ieper. Ze toont bevlogen de complexiteit van dit werk.

Hoe kwam jij hier terecht?

“Als kind groeide ik op in de schaduw van een ‘tehuis’ voor jongeren. Die kinderen waren mijn vriendjes, op school en in de jeugdbeweging.”

“Ik dacht dat ze geen papa of mama meer hadden en stelde daar verder geen vragen bij. Later wist ik beter. Als studente maatschappelijk werk deed ik mijn stage bij de sociale dienst jeugdrechtbank. Ik zag dat ook in gezinnen waarvan de kinderen geplaatst zijn, de band tussen ouders en kinderen uniek is.”

“Ik voelde een enorme drive om daarrond te werken. In 1998 ging ik aan de slag als consulent van het toenmalige Comité voor Bijzondere Jeugdzorg. Door de komst van integrale jeugdhulp kreeg de dienst een nieuwe naam en andere opdrachten: het ondersteuningscentrum jeugdzorg, kortweg OCJ.”

Wat doet een ondersteuningscentrum jeugdzorg?

“Wij werken in situaties waar we ons ernstige zorgen maken over de ontwikkelingskansen en de veiligheid van kinderen, terwijl ouders het moeilijk hebben om daarbij hulp te aanvaarden. Onze corebusiness is dan om hulpverlening toch mogelijk te maken.”

“De samenleving geeft ons het mandaat om in die gezinnen tussen te komen. Toch kan je maar iets in beweging zetten vanuit begrip, respect en betrokkenheid met de ouders. We zijn volbloed hulpverleners.”

Over welke gezinssituaties gaat het concreet?

“Iedereen kan hier terechtkomen, ook jij en ik. Een gezin kan na een scheiding, overlijden of faillissement plots als een kaartenhuisje in elkaar storten. In andere situaties is de basis al langer wankel, bijvoorbeeld door een verslavingsprobleem of psychische kwetsbaarheid bij een ouder.”

‘Iedereen kan hier terechtkomen, ook jij en ik.’

“Wij gaan niet alleen op huisbezoek in sociale woonwijken, maar komen ook in villawijken. Ook daar bestaat het risico dat schrijnende situaties zoals een vechtscheiding, geweld of emotionele verwaarlozing verdoken blijven.”

“Alle aanmeldingen die we krijgen zijn ernstig. We moeten elke vraag snel oppakken en kunnen mensen niet op een wachtlijst zetten. Gezien de hoge instroom zet dat een stevige druk op onze werking.”

Hoe komen gezinnen bij jullie terecht?

“Onze grootste aanmelder is het parket. De politie komt tussen bij een incident in een gezin en stelt een proces-verbaal op. Als de parketmagistraat inschat dat er achter dit incident een gezinsprobleem schuilt dat verdere aandacht verdient,  worden wij ingeschakeld.”

Kunnen ook hulpverleners bij jullie aankloppen?

“In verontrustende gezinssituaties waarbij de deur voor hulpverleners gesloten blijft, kunnen hulpverleners ons inschakelen. Sommige gezinnen blijven liever zo ver mogelijk weg van hulpverlening of zien het niet zitten om nog langer samen te werken. Dat is een probleem als het de veiligheid of de ontwikkelingskansen van het kind bedreigd worden, bijvoorbeeld bij familiaal geweld of geëscaleerde vechtscheidingen.”

‘Eerlijkheid en transparantie zijn de basis van goede samenwerking.’

“Wij bekijken wat nodig is om hulpverlening mogelijk te maken. Samen met iedereen die in dit gezin al aan zet was, proberen we de trein opnieuw op de rails te zetten. De bedoeling is niet dat wij het hulpverleningstraject in handen nemen, wel dat de aanmeldende hulpverlener weer op weg kan met het gezin.”

Hoe kan je hulpverlening opnieuw in beweging krijgen?

“Hoe moeilijk en verschillend elke situatie ook is, eerlijkheid en transparantie zijn de basis van goede samenwerking. Wil je weerstand, werk dan met verborgen agenda’s.”

“Bij de start winden we er geen doekjes om: er moet binnen het gezin iets veranderen. We werken in de zone tussen vrijwillige en gedwongen jeugdhulp en voor de ouders is dit de laatste kans. Komt er geen samenwerking, dan is het risico reëel dat de jeugdrechter gedwongen jeugdhulp inschakelt.”

“Onze uitdaging blijft steeds: aan ouders, kinderen en hun netwerk duidelijk maken wat we in het gezin veranderd willen zien zodat we vanuit de samenleving niet meer ongerust zijn over het kind. Door samen met de ouders, kinderen en ondersteunende netwerken op zoek te gaan hoe we daaraan kunnen werken, creëren we nieuwe perspectieven.”

“Vaak komen mensen zelf met verrassende voorstellen die door iedereen worden gedragen. Door op die manier samen te werken, kunnen mensen vaak na een tijd zonder ons de draad opnieuw zelf opnemen.”

Dat lukt toch niet altijd?

“De situaties zijn vaak complex en wij zijn geen tovenaars. Soms moeten we via het parket de jeugdrechter inschakelen. Toch komen de meeste gezinnen na onze tussenkomst in beweging.”

“We nodigen alle betrokken partijen uit om hun deel van het verhaal te vertellen. Vanuit de overtuiging dat ouders onvoorwaardelijk het beste willen voor hun kinderen, leggen we de vraag op tafel waarom het dan toch blokkeert. Vaak hebben die gezinnen al een lang traject achter de rug. Ze dragen een rugzak van oordelen en beslissingen met zich mee, genomen door anderen. Soms terecht, soms ten onrechte.”

Ook hulpverleners kunnen hier de mist in gaan?

“Hulpverleners leveren in moeilijke omstandigheden schitterend werk. Maar onvermijdelijk bots je hier op grenzen. Dat is geen gebrek aan professionaliteit, wel het gevolg van de vaak onmenselijke werkdruk.”

‘Hulpverleners leveren in moeilijke omstandigheden schitterend werk. Maar onvermijdelijk bots je hier op grenzen.’

“Toch worden er ook kansen gemist. Zo vermeldde een hulpverlener in zijn aanmeldingsformulier dat het probleem bij de vader ligt. Toch voerde niemand van die dienst een gesprek met hem. Logisch dat samenwerking dan moeilijk wordt. Soms krijgen mensen jammer genoeg onvoldoende kansen om hun deel van het verhaal te doen.”

“Enkele weken geleden meldden hulpverleners een adolescent aan die best opgenomen zou worden in de psychiatrie, maar dat zelf niet zag zitten. Met een persoonlijke brief nodigde ik de jongere uit voor een gesprek. Ik wou zijn verhaal horen. Alle hulpverleners voorspelden dat hij niet zou opduiken. Toch stond hij hier.”

Loste dat ook wat op?

“De jongen beseft dat er ernstige problemen zijn, maar hij stoort zich aan het feit dat er voor oplossingen alleen in zijn richting wordt gekeken. Terecht stelt hij de vraag naar ondersteuning van zijn hele gezin.”

“We zijn onmiddellijk gestart met crisisbegeleiding in het gezin, een opname in de psychiatrie stellen we uit. Het blijft wisselend lopen, maar iedereen blijft wel moedig en geduldig samenwerken.”

ondersteuningscentrum jeugdzorg

Cindy Vandenbroucke: “Bij elk gezin spreken we apart met het kind.”

© ID / Christophe De Muynck

Jullie horen dus ook de stem van kinderen en jongeren?

“Voor ons is dat doorslaggevend. Bij elk gezin spreken we apart met het kind. We maken die aanpak ook duidelijk aan ouders.”

“Die keuze brengt vaak een eigen dynamiek op gang. Duiken we onder in gezinssituaties, dan botsen we op ouders die vinden dat we ons niet moeten bemoeien met bijvoorbeeld hun overmatig alcoholgebruik. Wij proberen dat te doorprikken door te tonen hoe kinderen dat beleven.”

“Kinderen vertellen ons dat ze het niet fijn vinden dat er familiaal geweld is. Ze zijn bang dat een dronken papa met de auto zal verongelukken. Of ze vertrouwen mama niet meer die na elk incident belooft om te stoppen met drinken.”

Helpt zo’n confrontatie?

“We geloven dat ouders willen blijven zorgen voor hun kinderen. We spreken dat ook uit, maar we tonen ook onze bezorgdheid over de veiligheid van het kind. Dan is de stem van het kind enorm ondersteunend. Ouders weten vaak niet dat hun kind na een ontspoord familiefeest ’s nachts wakker ligt en piekert.”

‘De stem van het kind is enorm ondersteunend.’

“Die confrontatie is vaak een belangrijke stap. Ouders duidelijk maken hoe hun kind de situatie beleeft, heeft vaak meer impact dan onze kijk op het probleem. Het verhaal van hun kind raakt hen in hun ouderzijn en vormt vaak een krachtige hefboom om te werken aan verandering. Soms is het verbazend hoe ouders plots zelf verwoorden wat ze anders willen voor hun kind.”

Kijken we te snel naar het oplossend vermogen van hulpverleners?

“Wij krijgen regelmatig de vraag: ‘Installeer daar hulpverlening want de ouders willen het niet.’ Werken er hulpverleners in of rond het gezin, dan is de samenleving gerustgesteld.”

“Toch moet vooral bekeken worden wat er moet veranderen opdat het kind veilig en omringd kan opgroeien. Voor ouders en kinderen moet eerst duidelijk zijn wat er moet veranderen als basis voor een goed werkende begeleiding. Daarna kan nagedacht worden wie daarvoor precies moet ingeschakeld worden.”

“Als die duidelijkheid er is, hebben ouders, kinderen en hun netwerk vaak voldoende in hun mars om voor de nodige verandering te zorgen.” 

Gezinnen worstelen soms met de opvoeding omdat ze verstrikt zitten in andere problemen zoals werkloosheid of armoede.

“Vaak kijk ik verwonderd naar hoe sommige ouders, ondanks slechte huisvesting of een laag inkomen, hun opvoeding knap overeind houden.”

‘Ouders waarderen het om in moeilijke omstandigheden toch nieuwe kansen te krijgen.’

“Toch moeten we onze job blijven doen. Wij zetten de focus op die elementen waar ouders wel impact op hebben. Door die combinatie van helderheid en realisme, weten ouders goed wat wij van hen verwachten. We geven duidelijke woorden aan het gevoel dat veel ouders al lang hebben: ze hebben de gezinssituatie niet onder controle. Ouders waarderen het om in moeilijke omstandigheden toch nieuwe kansen te krijgen.”

Een ander probleem waarop jullie weinig impact hebben: wachtlijsten.

“In gezinnen waarmee wij werken, moet snel een kentering komen. Gespecialiseerde hulpverlening die snel inzetbaar is, is dan een must. Daarom kortwieken die wachtlijsten een belangrijk deel van ons werk.”

“Vaak denken mensen dat het ondersteuningscentrum jeugdzorg of de jeugdrechter sneller toegang hebben tot de noodzakelijke hulp. Dat is niet zo: ook wij staan mee in de wachtrij.”

ondersteuningscentrum jeugdzorg

Cindy Vandenbroucke: “Er is een groot verschil tussen wat wenselijk en noodzakelijk is.”

© ID / Christophe De Muynck

Ouders ervaren jullie soms als een dienst die hun kinderen ‘afpakt’.

“Ik begrijp die perceptie. Wellicht zou ik als moeder hetzelfde gevoel hebben. Kinderen zijn voor ouders hun kostbaarste bezit, dus is het logisch dat vaders en moeders soms heftig en boos reageren.”

“De uitdaging is om ouderschap niet te ondermijnen, wel opnieuw mogelijk te maken. Dat proberen we waar te maken door iedereen te betrekken, te geloven in kansen en heldere grenzen te stellen.”

‘Kinderen zijn voor ouders hun kostbaarste bezit, dus is het logisch dat vaders en moeders soms heftig en boos reageren.’

“Om te vermijden dat kinderen voor langere tijd geplaatst worden, gaan we samen op zoek naar oplossingen van gedeelde zorg. Is een residentiële opname onvermijdelijk, dan gaan we nog kijken of mama en papa samen een badje of eten kunnen geven. Lukt het weer beter, dan kan het kind enkele dagen naar huis. Wat dat betreft is de jeugdhulp geëvolueerd.”

Voor ouders zijn jullie eerder partner dan boeman?

“Ook in moeilijke omstandigheden gaan we na hoe een ouder ouder kan blijven.”

“Een alleenstaande mama dreigde zichzelf en haar jonge kinderen iets aan te doen. Het parket ging over tot een gedwongen opname van de moeder en schakelde onze dienst in. Wij installeerden crisisopvang voor de kinderen. Dat is allemaal bijzonder heftig voor kinderen en mama.”

“Met intensieve hulp zijn de kinderen ondertussen opnieuw thuis en loopt het stukken beter. We weten dat als mama zich goed voelt en de nodige hulp toelaat, ze een warme en zorgzame moeder kan zijn. Toch heeft ze schrik om een steekje te laten vallen omdat ze vreest dat we dan opnieuw haar kinderen zullen afpakken.”

Wat doen jullie met die angst?

“Hier wordt veel geluisterd en verteld. De moeder vertelt hoe ze zich net voor de politietussenkomst voelde afglijden en overmatig dronk. Uit angst voor een ingrijpen, hield ze de deur voor hulpverleners krampachtig dicht.”

‘Hier wordt veel geluisterd en verteld.’

“Zelf vertellen we haar dat een belangrijk deel van onze ongerustheid verdwijnt zodra ze erin slaagt om tijdig aan de alarmbel te trekken en de deur wél open te houden. Perfectie bestaat niet en er mag eens een steekje vallen, maar het mag niet escaleren. We benadrukken dat ook wij geen nieuwe plaatsing willen.”

“Ook de moeder wil dat haar kinderen veilig zijn en aanvaardt dat in moeilijke periodes de zorg tijdelijk overgenomen wordt. Mama en kinderen beslisten mee wie dat zou kunnen doen. Nu bestaat er een ‘Wat als?’-plan. Dat geeft iedereen rust, duidelijkheid en houvast.  Ondertussen is dat ‘hun plan’ geworden.“

Jullie moeten voortdurend inschatten en beslissen. Hoe doen jullie dat?

“Het is veel meer dan buikgevoel. We vertrekken vanuit de Signs of Safety-benadering. Samen met het gezin maken we helder waar wij bedreigingen maar ook bescherming zien. Dat kader verplicht ons om heel gericht na te denken over krachten, gevaren en verwachtingen. We visualiseren dat ook. Zo maken we voor iedereen duidelijk waar precies de onveiligheid ligt, welke impact dat heeft voor kinderen en hoe we dat gericht kunnen aanpakken.”

“Belangrijke beslissingen worden steeds in overleg gewikt en gewogen. Bijvoorbeeld als we beslissen om een begeleiding af te ronden, of het parket vragen om een situatie voor de jeugdrechter te vorderen. Omdat we altijd met open agenda’s werken, weten ouders ook altijd op voorhand dat we die stap zetten en welke informatie we delen met het parket.”

“Teamoverleg is cruciaal. Het daagt me uit om overwegingen en beslissingen nog verder uit te diepen. Want ook als hulpverleners discussiëren we soms over welke elementen ondermijnend zijn voor de ontwikkeling van het kind. Door zo’n gesprek versterken we elkaar.”

Jan Modaal zal zeggen dat jullie soms onverantwoorde risico’s nemen.

“Verlang je van een moeder dat ze haar verslavingsprobleem perfect onder controle heeft? Of zoek je naar mogelijkheden waarin die moeder, ondanks dat probleem, haar ouderrol zo kan opnemen dat het de ontwikkelingskansen of de veiligheid van haar kinderen niet bedreigt?”

‘Onze focus: wat is minimaal noodzakelijk opdat het kind kan opgroeien in een veilige situatie?’

“Er is een groot verschil tussen wat wenselijk en noodzakelijk is. Onze focus is scherp te krijgen wat minimaal noodzakelijk is opdat het kind kan opgroeien in een veilige situatie. We maken daarom aan ouders heel duidelijk wat we precies anders willen zien.”

Dat betekent dat je als sociale professional je eigen waarden en normen af en toe tussen haakjes zet?

“Een gezin moet niet beantwoorden aan mijn normen en waarden, wel aan de minimale verwachtingen die we vooropgesteld hebben. Dat zijn twee verschillende perspectieven. Overleg met andere hulpverleners, collega’s, ondersteuners en teamverantwoordelijke is belangrijk om ons van die verschillende perspectieven bewust te blijven.”

“Ik ben ook mama, ik ervaar ook dat goed ouderschap geen exacte wetenschap en niet altijd makkelijk is. Met dat idee gaan we hier professioneel aan de slag.”

Reacties [5]

  • David Meeus

    Dwingende controle en machtsmisbruik, dat gaat het om….macht opeisen over kinderen en de ouders in een machteloze positie dwingen, dat is wat ze doen. En dat heeft niets met jeugdbescherming te maken…

  • David Meeus

    De prioriteit zou jeugdbescherming moeten zijn, en ondersteuning bieden aan de beschermende ouder, als die er is…
    Begin daar alvast mee misschien…

  • Marleen

    En weer blijft die onvermijdelijke focus op ‘terugkeer naar huis’… vorig jaar is het in “Als je eens wist” nochtans zo mooi aan bod gekomen: sommige kinderen zijn echt meer gebaat bij een plaatsing dan bij hen per se terug naar huis te sturen. Kinderen die daarin niet gehoord worden (zoals de getuigenis van Kristien in het programma) gaan het zichzelf steeds moeilijker worden. Allemaal mooi gezegd hoor, het belang van het kind, maar hier hoor ik toch nog heel vaak het belang/het ego van de ouder in doorklinken…

  • Rik Holvoet

    Respect voor de gedreven collega. Ik vraag me af of het niet duidelijker is voor de cliënt om het Ocj te noemen als de sociale dienst van het parket jeugd en gezin?
    Dat de wachtlijsten voor structureel geweld zorgt wordt te weinig vermeld.Denk dan vooral aan de vele tijdelijke overplaatsingen in crisissituaties in afwachting van de meest wenselijke opvang. Of nog als kinderpsychiatrische hulp is maar al te vaak een wensdroom is, terwijl vroegdedectie van wezenlijk belang is voor een verdere positieve ontwikkeling.

  • Paul Jando

    Wat je vooral in dit verhaal ziet is hoe blind hulpverleners zijn. In dit verhaal valt enorm op in hoe verschillend het is van het perspectief van kinderen, en van ouders. Die zien het OCJ/VK helemaal anders dan wat hier verteld wordt. Die zien OCJ/VK als vijand. Geen woord daarover.

    Wat moet hier dan over gezegd worden? Zijn hulpverleners blind voor clienten? Of wordt er gewoon gelogen?

    En hoe breek je de impasse? Wie heeft gelijk? Wel: wat gebeurd er met kinderen die “geholpen” worden door deze mensen? Dakloosheid. Sociale uitsluiting. Volwassen psychiatrie. Duidelijk is de kant van ouders en kinderen dus terecht, of minstens belangrijker voor de ontwikkeling van kinderen dan de kant van hulpverleners

    Situaties waarin vastgesteld wordt dat het de jeugdzorg zelf is die schade aanricht worden hier doodgezwegen, alsof dat niet bestaat.

    Als iemand zegt dat jeugdzorg de vijand is van kinderen, en je kijkt naar het resultaat ervan, hoe kan je dan anders zeggen dan dat ze gelijk hebben?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.