Verhaal

Corona in de jeugdpsychiatrie: ‘Dus ik mag die twee verdrietige meisjes niet even vastpakken?’

Tanja de Jong

Ik wens alle hulpverleners onuitputtelijke veerkracht. We hebben het nodig.’ In die bijdrage reageerde jeugdhulpverlener Tanja de Jong in januari op de besparingsplannen in zorg en welzijn. Vandaag herhaalt ze dezelfde boodschap, maar dan in een heel andere context.

jeugdpsychiatrie

© Unsplash / Anton

Geraakt

Ik kijk in de spiegel en zie mijn moeder. Een beetje kleiner en een beetje blonder.

‘Nooit zou ik werken in een ziekenhuis.’

Even word ik teruggeschoten in de tijd. Mijn moeder, een gepassioneerd verpleegkundige, vertelt aan de keukentafel over de avonturen op haar afdeling. “Baby vangen”, noemde ze het. Iedere dag waren er pijnlijke momenten maar vooral ook de wonderen des levens.

Onze fysieke gelijkenis wordt alleen maar duidelijker met de jaren. In mijn puberjaren wou ik op iedereen lijken, maar niet op haar. Vandaag ben ik geraakt als ik haar zie in mijn spiegelbeeld.

Nooit

Nooit zou ik werken in een ziekenhuis. Ik werk al enkele jaren in een ziekenhuis, op de kinder- en jeugdpsychiatrische afdeling van UPC Z.ORG KULeuven, Campus Gasthuisberg.

Nooit zou ik er een wit pak aantrekken. Wij zijn begeleiders, ook al zijn er ook verplegers onder ons. In onze gewone dagelijkse outfit gaan we met jongeren op avontuur, bakken we ook zandtaartjes met de kleuters, wandelen we in de velden en bossen of doen we wedstrijdjes in onze mooie binnentuin, de één op een step en de ander op zijn skeelers. Om dan nog maar te zwijgen over alle therapeutische sessie’s.

Maar nooit in witte pakken. Het past niet bij onze identiteit.

Afstand

Sinds enkele dagen trek ik wel een wit pak aan. In tijden van nood wordt een mens volgzamer. Want als de gezondheid van kinderen, collega’s en mezelf op het spel staan, dan doe ik niet langer rebels over kleuren en pakjes.

Vreemd dat afstand plots levensreddend kan zijn.

Teamoverleg gebeurt nu in grote ruimtes, met minstens één stoel tussen de collega’s. Sommigen moeten extra hard spreken. De intimiteit ebt weg. Vergaderingen met verwijzers zijn geannuleerd.

Verandering heeft impact

Oude structuren, gewoontes en regels vallen weg, nieuwe komen in de plaats. Het gebeurde geleidelijk. Twee weken geleden begon onze mailbox voller te raken door informatie van de overheid en onze eigen zorginstelling. De ene na de andere maatregel werd ingevoerd.

‘’s Avonds gelden er andere regels dan ’s morgens. Onze jongeren verdragen die onzekerheid en veranderingen moeilijk.’

Die stapsgewijze verandering heeft impact op de leefgroep. ’s Avonds gelden er andere regels dan ’s morgens. Onze jongeren verdragen die onzekerheid en veranderingen moeilijk. De ene gaat voor elk detail in discussie: “Want gisteren mocht ik wel…” De andere kruipt weg, sluit zich af. Een derde werkt het op zichzelf uit.

Corona is k*t

Verschillende jongeren zitten nu ‘veilig’ thuis. Andere kinderen blijven bij ons op de afdeling. Ze bleven achter en zijn verdrietig en boos. Op de wereld, op die k*t-corona, zoals ze het zelf zeggen.

Ook op ons zijn ze boos. Ze legen hun emmers vol miserie en ongeluk over onze hoofden. En dan moeten we therapeutisch en geduldig blijven. Veel begrip tonen, het opnieuw uitleggen, troosten, voorkomen dat ze buiten zichzelf raken en zichzelf verwonden.

Uit mijn sloffen

Geduld en begrip zijn eindig. Zaterdagochtend, na de zoveelste scene over wel of geen computer, schiet ik uit mijn sloffen. Twee meisjes lopen weg, naar buiten. Geschrokken, boos, verdrietig. We koelen tien minuten af en ik stap naar ze toe.

‘De tranen rollen over hun wangen. Zelf heb ik het ook even moeilijk.’

Ze zitten samen op de schommel. De tranen rollen hun over hun wangen. De mascara trekt zwarte strepen. Zelf heb ik het ook even moeilijk.

Samen in de miserie

Ik vertel de meisjes dat we samen in deze miserie zitten.

“Jij vraagt je af hoelang het gaat duren. Ik stel me dezelfde vraag. Jij kan geen weekendje naar je moeder. Ik moet mijn geplande reis annuleren. Jij maakt je zorgen over je zieke broer. Ik wacht op informatie over een familielid dat in het ziekenhuis ligt.”

“Maar we moeten doorzetten en elkaar blijven helpen. Het is voor iedereen moeilijk. Met zelfmedelijden schieten we niet veel op.”

After-coronatijd

De meisjes luisteren. Het blijft even stil.

Ze zijn bang voor after-coronatijd, vertellen ze me. Want dan komen de anderen jongeren terug naar de leefgroep. “Hoe gaat dat zijn? Worden wij uitgesloten omdat wij hier achterbleven? Zullen begeleiders nog naar ons omkijken of zijn ze ons intussen beu geworden? En zullen sommige jongeren er bij gebrek aan therapie niet erg aan toe zijn?”

Ik kan ze geen antwoord geven, maar ik hoor collega’s zich hetzelfde afvragen. De antwoorden zijn heel verschillend. De directeur van jeugdhulpvoorziening ‘de Wissel’ vertelde er hier al over en we zien het ook bij ons: de verrassende veerkracht van gezinnen. Maar we zien en horen ook dat anderen maar net boven water blijven. Om niet te verzuipen. Dat agressie of zwarte gedachten de bovenhand krijgen.

Videogesprekken

Daarom proberen we via nieuwe wegen contact te houden.

Teams werken via videogesprekken met gezinnen en kinderen die thuis zijn. Een werkvorm die we tot op heden niet in de vingers hadden, en soms vreemd aanvoelt.

Contact is zo’n wezenlijk onderdeel van ons werk. Collega’s vertellen dat de computer niet hun grote vriend is, maar voor hun jongeren springen ze over de eigen ongemakken en onzekerheden.

Contact-shift

We reorganiseren onze werking. Wie belt, mailt en videogesprekken doet, doet een contact-shift. De andere collega’s zijn beschikbaar voor de jongeren op de afdeling.

‘Fragiele huiden eens goed vastpakken, is mijn kerntaak.’

Die nieuwe communicatie brengt nieuwe uitdagingen. Het is niet zo simpel om via de telefoon een jonge tiener uit zijn bed te krijgen. En ouders hebben niet altijd de moed om specifieke therapeutische opdrachten met hun kinderen op te pakken. Het is voor iedereen een hectische tijd.

Ik pak ze toch even vast

Social distance is het adagio. Dus ik mag die twee meisjes in al hun verdriet niet even vastpakken? Mijn armen om hen heen slaan? Ik doe het toch.

Op dat moment is mijn hart sterker dan de regels. Fragiele huiden eens goed vastpakken, is mijn kerntaak.

Uiteraard heb ik ondertussen ook bedacht dat wij inmiddels zo’n tien dagen samenleven, onder hetzelfde dak. Dus we leven een beetje als leden van eenzelfde gezin. Dus zullen virologen die knuffel ongetwijfeld een beetje door de vingers zien.

Mijn man is ongerust

Als ik straks thuiskom, zal ik dan deze noodzakelijke uitschuiver vertellen aan mijn man?

Hij is ongerust. Ik hoest al een tijdje. Deze week was het aanleiding tot een echtelijk conflict. Met zijn armen gekruist stond hij voor me in de keuken. Hij eiste dat ik de dokter belde, ook al had ik geen koorts. Hij is bezorgd.

‘Mijn man eiste dat ik de dokter belde.’

Ik ook want ik ben niet onoverwinnelijk en kan ook ziek worden. We zijn allemaal een beetje bang, zoals de twee meisjes op de schommel.

Dikke pluim

Ik stap uit de auto en wandel naar de kliniek. Op het voetpad hebben kinderen tekeningen gemaakt. Met krijt staat geschreven: “Voor de zorg, merci” en “Dikke pluim” of “Goe bezig”.

Ik trek mijn witte pakje aan, doe mijn mondmasker op, ook al hoest ik bijna niet meer. Ik ben moe maar ook fier op wat we toch maar weer neerzetten. De nabijheid van collega’s is in deze dagen sterker dan ooit.

Claudia Shiffer en George Clooney

Ik stuur mijn moeder een foto van mezelf in nieuwe, witte outfit. Ik weet dat ze fier is.

‘Ik ben moe maar ook fier op wat toch maar weer neerzetten.’

Foto’s uitwisselen onder collega’s is hot. Allemaal stoer of elegant poserende Claudia Schiffers en Georges Clooney’s in witte jassen. Het levert zotte, mooie en grappige beelden op. We adviseren elkaar ook over maten, bijpassende onderkleding en schoenen. Zo gaan we om met onze nieuwe en hopelijk tijdelijke identiteit. Zo maken we deze moeilijke opdracht een beetje lichter.

Reacties [5]

  • Fatima

    Zo herkenbaar!
    Veel sterkte en kracht gewenst 💞

  • Karolijne Geldolf

    Zeer mooi beschreven en zo recht uit het hart !we zouden ook kunnen leren hoe we met woorden kunnen ‘ knuffelen’ en nabijheid criée n op een creatieve manier.Taal is momenteel het enige “wapen” dat we hebben.Het Socrates gesprek kan worden gehanteerd om kinderen hun angsten en frustratie ’s te laten ventileren en hen zo empoweren in dit Corona tijdperk.

  • Nathalie

    Zo herkenbaar, ook ik loop voor het eerst in een wit pakje 😷. Aan alle kinderen in de psychiatrie, hou vol er komt een eind aan wat we nu meemaken en dan kunnen we zo trots zijn op onszelf

  • Joke

    Bedankt om dit te delen.
    Bedankt om te blijven zorgen.
    Veel geduld en goede moed gewenst. Hopelijk vinden jullie als zorgers ook ergens steun

  • Auman

    Ontroert me ten diepste. Fragiele huiden even vastpakken. Nabijheid in tijden van corona. Proficiat aan al diegene die zorg dragen.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.