Verhaal

Jeugdhulp in coronatijd: ‘We mogen meer vertrouwen hebben in wat mensen kunnen’

Lisa Develtere

Door de maatregelen tegen het coronavirus moesten organisaties in de jeugdhulp hun werking op enkele dagen tijd heruitvinden. Sociaal.Net vroeg Luc Deneffe, directeur van De Wissel, hoe zij dit aanpakken: “Het is ongelooflijk hoe vlot medewerkers zich aanpassen.”

corona jeugdhulp

© Unsplash / Visuals

Wat betekenen de coronamaatregelen voor De Wissel?

“We hebben de verschillende werkingen op heel korte tijd moeten heruitvinden. De communicatie van het Agentschap Opgroeien was duidelijk, de vertaling naar onze werkingen was niet zo eenvoudig. Hoe kunnen we er voor jongeren en gezinnen blijven zijn? Dat was de vraag die ons bezighield.”

‘We laten niemand vallen, we stoppen geen begeleiding.’

“Die vraag zit eigenlijk in onze natuur. Een belangrijke werking is de tijdelijke residentiële opvang voor adolescente meisjes. De meisjes die bij ons komen, hebben dikwijls een lange hulpverleningsgeschiedenis achter de rug. Wij willen de laatste plek zijn voor ze terug naar huis gaan of zelfstandig gaan wonen. Wij gaan een begeleiding nooit stoppen. We focussen ons op: ‘Wat is er nodig om die begeleiding verder te zetten?’”

“En dat doen we nu ook. We laten niemand vallen, we stoppen geen begeleiding, we blijven aanklampend werken. Alleen doen we dat nu in een andere vorm.”

Welke aanpassingen zijn er in de residentiële opvang?

“Bezoek krijgen is niet langer mogelijk. Trajecten om geleidelijk aan terug naar huis te gaan, door bijvoorbeeld eerst een weekend en dan meerdere dagen naar huis te gaan, worden stopgezet. Samen met de jongeren, ouders, jeugdrechter en consulent hebben we bekeken wat de beste plek is voor een jongere: thuis of bij ons?”

“In theorie is het dus de bedoeling dat jongeren die nu versneld naar huis gaan daar ook blijven. Maar als een jongere terug aan onze deur staat omdat het thuis niet lukt, hebben we een opvangplicht. Dat is bij twee jongeren al effectief gebeurd.”

Hoe reageren de jongeren die bij jullie verblijven op de situatie?

“Adolescentie is loskomen van waar je bent en nu hou je hen letterlijk binnen, of dat nu thuis is of in de residentie. Dat is dus moeilijk. Sommigen kunnen het binnenblijven niet strikt aan. Maar hen opsluiten werkt ook niet. Ik merk wel dat het inzicht groeit over de ernst van de situatie. ”

Hoe vangen jullie die weerstand tegen de opgelegde maatregelen op?

“We blijven het waarom van de regels uitleggen. Het is de samenleving, de overheid die dat oplegt en daarom vraagt de begeleiding dit soort inspanning van hen. Door het zo te verbreden, gaat het niet om één begeleider die zegt dat iets niet mag. Anderzijds is er ook mildheid. We begrijpen dat het niet eenvoudig is.”

‘Ik merk dat het inzicht groeit over de ernst van de situatie.’

“We proberen pragmatisch om te gaan met de gerechtvaardigde rigiditeit. Geven we lucht of maken we hier een punt van? Dat zijn overwegingen om het leefbaar te houden. Het is belangrijk dat jongeren eigenaar zijn van bepaalde beslissingen. Als we een beetje budget over hebben, laten we hen beslissen: een film kopen of pizza’s bestellen?”

“Ook het geplande kamp in de paasvakantie kan niet doorgaan. In de kring kwamen de jongeren zelf met een alternatief voorstel: een grote wandeling in de buurt en dan in de tuin kamperen en marshmallows roosteren boven een kampvuur. Ook al is de situatie ellendig voor hen, op dit moment zijn ze meer samen dan ooit.”

Hoe volgen jullie de jongeren op die versneld naar huis gingen?

“De begeleider neemt ’s ochtends en ’s avonds contact op om te polsen hoe het gaat. De ene doet dat telefonisch, de andere via Messenger. Ze stellen dan enkele vragen.”

Kan je op die manier een jongere goed opvolgen?

“Zo goed als het momenteel kan. Dit is uiteraard niet de manier waarop we de jongeren willen opvolgen. We vinden het net belangrijk om samen met de jongeren en hun ouders rond de keukentafel te zitten bij hen thuis. Maar de jongeren appreciëren het digitale of telefonisch contact dat we nu nemen wel.”

“Al werkt dat niet voor iedereen goed. Er zijn een aantal die de telefoon niet opnemen en waarover we ons zorgen maken. Maar ondertussen kregen we bericht van het Agentschap Opgroeien dat we in zo’n gevallen toch op huisbezoek mogen gaan. Drie begeleiders hebben dat al gedaan.”

‘Er zijn gezinnen waar je van staat te kijken hoe goed het loopt.’

“Maar er zijn ook gezinnen waar je van staat te kijken hoe goed loopt. Bijvoorbeeld ouders die ons zelf contacteren om ons te informeren over de situatie of die vragen stellen. Zelfs bij gezinnen waarvan het kind slechts enkele weken geleden niet eens naar huis mocht.”

“Deze crisis dwong ons om risico’s te nemen. Om soms sneller te gaan dan je anders zou doen. En daar komen positieve dingen uit voort. Als organisatie en samenleving zeg je eigenlijk tegen de ouders: ‘Help ons.’ En zij nemen die kans en die verantwoordelijkheid. Waar wij het als hulpverleners even niet zagen en dat ook durfden zeggen. En hen misschien zo wel echt opnieuw uitnodigen om ouder te zijn.”

Hebben jullie zicht op hoe deze, vaak kwetsbare, gezinnen omgaan met de lockdown?

“Wat ons opvalt is dat een aantal gezinnen de maatregelen niet goed begrijpen. Sommige jongeren blijven contact hebben met mensen buiten het gezin, omdat ze daar nood aan hebben. Evengoed zijn er gezinnen die alles te strikt opvolgen. Zij sluiten zich op. Zo ver moet je nu ook niet gaan.”

“Daarom brengen we dit onderwerp in ons contact met jongeren en ouders expliciet ter sprake. We polsen hoe zij zich organiseren en verduidelijken de coronaregels. Zo zie je, we moeten onze aanpak permanent aanpassen.”

Jullie werken mee aan het Overkop-huis in Tienen. Daar lopen jongeren normaal gewoon binnen en buiten. Dat huis is nu dicht.

“We communiceren nu via sociale media. Elke dag houden we een onlinecafé: een groepschat via Instagram en Messenger, waaraan iedereen kan meedoen. De jongeren waar we ons zorgen over maken, spreken we zelf aan. Daarnaast gaan onze ateliers gewoon door, maar dan virtueel. Zo hebben jongeren vorige week een rapnummer gemaakt over corona.” 

Hoe coördineren jullie de ganse werking in deze coronatijden?

“We hebben een coronacel opgericht die zich enkel bezighoudt met wat de crisis betekent voor de organisatie en onze mensen. Er komt massaal veel informatie op ons af van de minister, het Agentschap Opgroeien, de werkgeversorganisatie. We proberen dat te filteren, maken een concrete vertaling voor onze organisatie en die laten we doorsijpelen naar medewerkers.”

‘We hebben een plan om de residentiële begeleiding te garanderen.’

“We hebben ook een plan klaarliggen om de residentiële begeleiding te garanderen als medewerkers ziek worden. Stapsgewijs kunnen we collega’s van de staf en andere werkingen daar inzetten. Het feit dat er een plan is, is een geruststelling voor medewerkers. Ik voelde dat dat nodig was.”

Blijven alle medewerkers aan de slag?

“Het was eerst even onduidelijk of we door het stilvallen van bepaalde werkingen medewerkers op economische werkloosheid moesten zetten. Maar de minister heeft snel duidelijk gemaakt dat er geen werkingsmiddelen wegvallen.”

‘Iedereen die kan, werkt van thuis.’

“We zijn ook nagegaan wie van de medewerkers tot een risicogroep behoort. Zij blijven nu thuis. Afhankelijk van hun gezondheid en de job werken ze ook van thuis uit. Voor medewerkers die shiften draaien in de residenties is thuiswerk uiteraard geen optie. Maar iedereen die kan, werkt thuis: gezinsbegeleiders, contextbegeleiders, stafleden en afdelingsverantwoordelijken.”

Is thuiswerk iets compleet nieuw voor jullie?

“Dat kon wel in sommige functies, maar het gebeurde niet op de schaal van vandaag. Ik vind het ongelooflijk hoe snel het gelukt is. En het werkt echt goed. We gebruiken ‘Teams’, een tool om digitaal te vergaderen. Daar was vroeger weerstand tegen, maar nu gebruikt elke werking dat dagelijks.”

Medewerkers passen zich dus goed aan?

“Ja. Evident was dat niet. Iedereen organiseert zich anders en dat moet je toelaten. Veel medewerkers hebben ook een gezin met jonge kinderen. Is dat gemakkelijk? Neen, het is een zoeken. Maar het is ongelooflijk hoe vlot iedereen zich aanpast. Mijn mond valt soms open. Ik ben ontzettend fier op onze mensen. Ze zijn heel creatief. Iedereen zoekt mee naar manieren om de job te kunnen blijven doen. Het is indrukwekkend.”

“Collega’s zijn er ook voor elkaar. Ze wisselen tips uit over hun aanpak. Bijvoorbeeld hoe ze jongeren die nu thuis zijn opvolgen en welke vragen ze hen stellen als ze telefoneren.”

‘Mijn mond valt soms open. Ik ben ontzettend fier op onze mensen.’

“Een thuiswerker moet een planning hebben, dat is belangrijk. Verantwoordelijken bellen daarom twee keer per dag met de begeleiders. Eerst om te vragen wat ze van plan zijn die dag en dan later om te vragen of het gelukt is of waar ze vastlopen. Dat is geen controle. In deze omstandigheden is er geen haar aan mijn hoofd dat eraan denkt om medewerkers te controleren. We moeten kunnen leven met imperfectie.”

“Naarmate de tijd vordert zal vereenzaming misschien toeslaan bij de thuiswerkers. Daarom is het goed dat verantwoordelijken en collega’s onder elkaar individueel contact blijven houden.”

In een residentie komen veel mensen samen. Zijn medewerkers bang voor besmetting met het virus?

“Er zijn veel dingen die goed lopen, maar een zekere angst blijft. De jongeren hebben af en toe lucht nodig. Als je hen dat niet geeft, dan lopen ze weg. Er is momenteel niet veel te beleven buiten, dus ze komen wel terug. En we zijn blij als ze terugkomen, maar er is ook wel ongerustheid.”

“Andere jongeren die zich wel strikt aan de regels houden, zijn bang voor besmetting, maar zijn ook boos. Ze vragen sancties. Begeleiders doen een grondige bevraging: Waar zijn ze geweest? Met wie hadden ze contact? Maar zekerheid geeft zo’n bevraging nooit.”

‘De partners van begeleiders stellen zich soms vragen.’

“De partners van begeleiders stellen zich soms meer vragen. Thuis volgen ze strikt de regels, maar de begeleider werkt in een omgeving met veel mensen. ‘Die meisjes zitten niet vast, dus ze kunnen van alles binnenbrengen’, klinkt het. Er ontstaat spanning tussen de begeleider en zijn thuiscontext. Dat vormt wel een uitdaging.”

Zie je de ongerustheid van in het begin afnemen?

“Die angst gaat op en neer. Het was in het begin zeker niet meer dan nu. De druk van de thuisomgeving is bijvoorbeeld nieuw. Maar het is goed dat dit uitgesproken wordt.”

“Het is ons ook gelukt om hygiënische middelen te verzamelen. We hebben zelfgemaakte mondmaskers in voorraad. Nu is de vraag of we permanent mondmaskers moeten dragen. Het kan het veiligheidsgevoel vergroten, maar het is voor een stuk valse veiligheid. Als iedereen met mondmaskers rondloopt, kan dat de normaliteit voor de meisjes nog meer verstoren. Het kan wel het thuisfront geruststellen. Daar zijn we nog niet uit.”

Het cliché zegt dat elke crisis ook kansen biedt.

“We leren nu werken met een aantal tools die er al jaren waren, maar die we nu gedwongen gebruiken. Die zijn niet zaligmakend, maar verhogen wel de efficiëntie van bijvoorbeeld vergaderingen. Dat mag in de toekomst zeker blijven. Zodat je meer tijd hebt om bezig zijn met de relatie met de jongeren en gezinnen.”

“Al ons extern overleg valt nu weg. De valkuil vandaag is dat we alles wat al bestaat gewoon laten lopen, maar dan online. Dat mogen we niet doen. Laten we de rust die we daardoor creëren ook gebruiken om even in vraag te stellen of dat wel allemaal nodig is.”

“We zien tegelijk een grote betrokkenheid van partners, vrijwilligers, de leden van de raad van bestuur. Zij doen allerhande concrete voorstellen om te helpen. Zo veel zelfs dat het moeilijk is om al dat vrijwillig aanbod te stroomlijnen. We moeten iemand aanduiden die vraag en aanbod matcht.”

Zal deze crisis ons ook iets leren?

“Ik denk dat we als mens, als organisatie en als samenleving wat kunnen meenemen uit deze crisis. Wanneer je het waarom goed uitlegt, de mensen dus au sérieux neemt, dan is een wezenlijke gedragsverandering mogelijk.”

“En dan specifiek voor ons in de hulpverlening: we zijn zorgers, dat is een talent. Wat daarmee samenhangt is dat je niet wil dat iets misloopt. Uit schrik voor de worstcasescenario’s ga je risico’s uit de weg. Je hebt niet altijd oog voor de kansen die er liggen. En toch was onze angst niet gerechtvaardigd. Het lukt daar thuis.”

“Misschien dat dat nog de grootste les zal zijn: we mogen meer vertrouwen hebben in wat mensen kunnen en dus vanuit vertrouwen vertrekken. Daar sta ik nu echt van te kijken.”

“Maar het blijft een crisis. Ik besef maar al te goed dat er vandaag in een aantal kwetsbare gezinnen slechte dingen gebeuren. Daar moeten we aandacht voor hebben. We moeten het onderste uit de kan halen om er voor deze mensen te blijven zijn.”

Reacties [3]

  • Baert annemieke

    Spijtig dat niet alle instanties open staan om met de ouders te praten. Deze week nog te horen gekregen dat wij ouders en de 4 andere van het gezin bijzaak zijn.
    Er is de afgelopen 3 maanden nog geen enkele keer een goed gesprek geweest. De 2 kinderen die door weg te lopen in een instelling zitten, kunnen hun pubergedrag ten volle uitleven situaties vandaag heb ik iets nodig, dus ik praat met ma. Morgen ik heb geen zin. Wispelturig in geconecteerd via sociale media. Nu wel, nu niet meer. Dit gedrag is nu 3maanden bezig naar de andere 6 van het gezin. Het gezin is hierdoor uit elkaar door 2 fronten.
    Nu met Corona is het nog moeilijker. Er is nog steeds geen concrete oorzaak voor hun weglopen en alles wat wij aan feiten aangeven wordt genegeerd. Dit knaagt en vreet ons op. Hoe kunnen we dit terug in goede banen krijgen. Reeds hulp van bemiddeling, psychologe voor de 6 thuis, maar nog steeds zonder resultaat.
    Nog steeds blijven wemet zes in een strijd wil ik ,nee het is genoeg.

  • luc claessens

    Ook voor Jeugdzorg Emmaus Antwerpen zeer herkenbaar. Het mooi om vast te stellen dat medewerkers en teams zeer wendbaar zijn. De hele corona-situatie maakt het voor niemand makkelijk. Maar het is ontroerend om de creativiteit en goodwill te ervaren van zovele medewerkers, het grote engagement om er samen voor te blijven gaan. Ook als het straks echt spannend wordt om de continuïteit van werking te garanderen, er ligt een plan klaar én samen vinden we een oplossing.

  • Lex Vorsselmans

    Heel herkenbaar!
    Deze moeten we zeker opvolgen: misschien is nog de grootste les dat we nog meer vanuit vertrouwen moeten durven vertrekken, in jongeren, in hun gezin, in collega’s, in vrijwilligers…
    En ook: hadden/hebben we al die vergaderingen wel zo nodig zoals ze waren. Wat kunnen we blijven doen met online tools, met telewerk, …?
    En zeker te koesteren: de enorme veerkracht van zoveel mensen!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.