Vier misverstanden over voorzieningen voor personen met een handicap

Negatieve framing overschaduwt positieve vernieuwing

Sinds 2017 kent de sector ondersteuning voor personen met een handicap de persoonsvolgende financiering (PVF), een belangrijke hefboom voor ondersteuning op maat. Personen met een handicap hebben nu hun eigen budget in handen en zo meer regie over hun leven. De vergunde zorgaanbieders lagen mee aan de basis van dit financieringssysteem. Hun aanbod was en is divers om zorg op maat mogelijk te maken. Toch staat het residentiële luik binnen hun aanbod onder druk. Hoog tijd om komaf te maken met enkele misverstanden.

handicap
© 123rf

Voorzieningen zijn niet meer van deze tijd

Verafgelegen en ommuurd. Als een soort van versterkte burcht waar mensen met een handicap worden weggestopt. Wereldvreemd en ouderwets. Als het over residentiële opvang gaat, leven nog steeds bepaalde clichés. Maar die beelden staan haaks op de realiteit: voorzieningen werken midden in de samenleving en doen veel inspanningen om personen met een zorgvraag een hogere levenskwaliteit te bieden. Dat engagement werd verankerd in een code van goede praktijk.

“Alle combinaties van ondersteuning zijn mogelijk.”

Persoonsvolgende financiering maakt het mogelijk om zeer soepel in te spelen op de vraag van mensen. Praktische of psychosociale ondersteuning thuis, enkele dagen dagopvang, voltijdse gespecialiseerde zorg … Alle vormen en combinaties van ondersteuning zijn mogelijk, ook combinaties met het reguliere zorgaanbod of persoonlijke assistentie.

Toch dreigt wie voor residentiële zorg kiest – omdat dat het best aansluit bij zijn ondersteuningsnood – te worden opgezadeld met een schuldgevoel. Het lijkt not done. Dat ervaart ook Nancy Grymonprez. Haar zoon Emile (27) woont in een voorziening.

Nancy Grymonprez: “Mijn eerste idee bij een voorziening was: kan ik nu echt mijn eigen kind niet opvoeden? Maar het was niet meer leefbaar. Een vriendin die met volwassenen met een beperking werkte, liet me inzien dat ik me niet schuldig hoefde te voelen, dat Emile zelfs baat kon hebben bij een voorziening. Twintig jaar later kan ik zeggen dat dat effectief zo is. Hij is gelukkig en zou anders nooit zo ver hebben gestaan als nu. Hij is er veel zelfstandiger geworden, wordt er uitgedaagd om dingen te proberen. Thuis zegt hij veel sneller dat hij iets niet kan, laat hij zich makkelijker dienen.”

“Ik heb nooit aan de begeleiding getwijfeld.”

“Als ik nu hoor vertellen over opvang door het gezin, door familie en vrienden, denk ik: dat is voor mij niet realistisch. Mijn ma is 76, zij kan dat niet meer aan. Mijn andere zoon en mijn vrienden werken fulltime. Emile staat ook niet te trappelen om zomaar bij om het even wie te gaan logeren.”

“In de voorziening kennen ze mijn zoon, weten ze wat hij nodig heeft. Hoe zou ik dat als leek allemaal zelf moeten gaan uitzoeken? Ik dank de begeleiders op mijn blote knieën voor alles wat ze al voor mij en mijn zoon hebben betekend. Mocht ik er al die tijd alleen voor hebben gestaan, zou het veel moeilijker zijn geweest. Al heb ik als moeder wel moeten leren dat een team mijn kind mee opvoedde. Dat was niet makkelijk, maar ik heb nooit aan de begeleiding getwijfeld.”

Voorzieningen dragen niet bij aan inclusie

Opvang door de eigen familie of het eigen netwerk. Als het over inclusie gaat, lijkt dat het summum te zijn. Maar ook voorzieningen streven ernaar om hun gebruikers actief te laten deelnemen aan de samenleving en sluiten daarvoor steeds creatievere partnerschappen. Veel ambulante ondersteuning waar mensen nu via persoonsvolgende financiering een beroep op doen, groeide zelfs in de schoot van residentiële opvang.

Begeleider Tim Van Onckelen helpt de bewoners van voorziening De Vijver integreren in het buurthuis: “Onze voorziening in Deurne bevindt zich midden in een woonwijk, maar toch merkten we dat de drempel om de buurtbewoners tot bij ons te krijgen hoog was. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een manier om zelf meer naar buiten te treden. Zo kwamen we uiteindelijk terecht bij buurthuis Dinamo van Samenlevingsopbouw Antwerpen.”

“Dat ocharme-gevoel is nergens voor nodig.”

“Onze cliënten haken in op het aanbod van het buurthuis zoals iedere bezoeker dat doet. Dat lukt goed. Het buurthuis bevindt zich in een heel diverse wijk. Niemand kijkt nog op als er eens iemand binnenkomt die wat meer opvalt. De grote meerwaarde is dat onze bewoners hun netwerk verbreden. Een van hen helpt bijvoorbeeld wekelijks mee in de keuken. Zo heeft iedereen hem intussen leren kennen en dat zorgt ervoor dat hij ook al eens op sleeptouw wordt genomen naar een andere activiteit.”

“Ik merk dat er bij onze bewoners ondanks de schroom – de voorziening was tot nu toe hun enige thuishaven – een grote wil is om deel te nemen. De eerste keer dat ze langskomen, probeer ik aanwezig te zijn. Maar het is ook weer niet de bedoeling dat ik hen te veel bij de hand neem. Ze moeten net de kans krijgen om even geen cliënt te zijn, eens een andere rol aan te nemen, bijvoorbeeld die van vrijwilliger. Dat geeft een boost aan hun zelfvertrouwen.”

“Ook de mensen in het buurthuis reageren positief. In het begin moest ik hen zelfs wat temperen, waren ze te zorgzaam. Mensen hebben nog vaak een ocharme-gevoel, maar dat is nergens voor nodig.”

Voorzieningen houden geen rekening met de wensen van cliënten

Vroeger was het de voorziening die bepaalde welke ondersteuning iemand kreeg. Maar die manier van werken is allang vervlogen tijd. Ondersteuning is een middel om de levenskwaliteit van de gebruikers te verhogen. Dat kan alleen als er goed naar hen en hun context wordt geluisterd. Voorzieningen werken meer dan ooit gedifferentieerd en vraaggestuurd.

Samen met een werkgroep organiseert Veronique Minsart in voorziening De Lovie ‘de Perspectiefnamiddagen’ voor en met personen met een handicap en hun netwerk. Nele Glorie is een enthousiaste deelnemer, haar broer woont in de voorziening.

“Voorzieningen werken meer dan ooit vraaggestuurd.”

Veronique Minsart: “Onze Perspectiefnamiddagen zijn een rechtstreeks gevolg van de beleidsnota van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen. We wilden wat daarin stond – personen met een handicap krijgen een volwaardige plaats in de maatschappij – omzetten in de praktijk. De meeste mensen die wij ondersteunen, hebben een matige tot diep verstandelijke handicap. We voelden aan dat we hun familie meer moesten betrekken. We wilden de noden en wensen voor de toekomst leren kennen, zodat we erop konden inspelen.”

“Een van de belangrijkste zaken die naar boven kwamen, was de nood aan rechtstreeks contact met onze verschillende locaties voor woonondersteuning. Vroeger gingen alle telefoontjes via het onthaal. We hebben geïnvesteerd in de uitbreiding van de telefooncentrale zodat het nu wel rechtstreeks kan. Ook naar familiedagen, waarop families en begeleiders elkaar konden ontmoeten in de leefgroepen, was vraag.”

Nele Glorie: “Het gaat er vooral om betrokken te zijn, te weten wat er in het leven van je familielid gebeurt. Ik wil ook kunnen groeien in de zorg voor mijn broer. Nu nemen mijn ouders daar nog het voortouw in, maar op een dag zal het mijn verantwoordelijkheid worden. Op dat moment wil ik al stevig in mijn schoenen staan en weten wat er mogelijk is of bij wie ik terechtkan.”

Veronique: “De kijk op ondersteuning is helemaal veranderd: we ondersteunen naast de persoon zelf ook zijn familie en context. We proberen de samenwerking volop te verstevigen. In een aantal woningen zijn we op vraag van families al met een besloten Facebookpagina en blogs gestart. We stellen het woonpark ook vaker open voor activiteiten.”

“Het is een gedeelde verantwoordelijkheid.”

Nele: “Het is een gedeelde verantwoordelijkheid, het moet niet allemaal vanuit de voorziening komen. Ook als familie moet je initiatief durven te nemen. Een goed contact is sowieso onmisbaar, alleen zo kan je het vertrouwen geven aan iemand anders om voor jouw familielid te zorgen.”

Voorzieningen zijn duur en niet efficiënt

Het valt niet te ontkennen dat voorzieningen zich dankzij de aanbodfinanciering in een bevoorrechte situatie bevonden. Nu brengen de gebruikers de middelen mee en beslissen zij samen met de voorzieningen hoe ze die zullen inzetten. Dat is een hele systeemswitch.

Toch blijft de idee bestaan dat voorzieningen het geld naar zich toe trekken: het zou vooral naar hen gaan en niet genoeg naar de mensen. Die framing is onterecht.

Bovenop de persoonsvolgende budgetten die dienen voor de directe zorg en ondersteuning ontvangen voorzieningen overheadkosten: 21,18% bovenop de zorggebonden budgetten. Krijgt een voorziening 100 euro, dan gaat 82,50 euro daarvan naar de directe zorg voor mensen en 17,50 euro naar overhead. Dat bedrag is niet overdreven: daarmee betalen voorzieningen de medewerkers die nodig zijn om de organisatie te runnen. Denk aan de directie en administratie. Overheadkosten worden eveneens gebruikt voor werkingsmiddelen zoals computers en burelen.

“Voorzieningen proberen de kosten te drukken.”

Uiteraard moeten voorzieningen zo zuinig en efficiënt mogelijk met die kosten omspringen. Daarom proberen ze via schaalvergroting en efficiëntiewinst de kosten te drukken. Dat is ook nodig, aangezien de bewoners zelf hun woon- en leefkosten moeten betalen. Betaalbaarheid voor de cliënten is kortom ook een zorg voor de voorzieningen.

Eric Avonts is directeur van Rotonde vzw: “Door de persoonsvolgende financiering hebben we niet alleen de hele architectuur van onze onderneming moeten aanpassen, we worden ook geconfronteerd met een zeker ondernemingsrisico. Toch blijf ik positief naar deze ommekeer kijken. Bij de Rotonde vzw hebben we in de jaren vóór de persoonsvolgende financiering al heel goed gekeken naar hoe we met die systeemswitch konden omgaan. We hebben nauwgezet onderzocht welk aanbod we nog konden blijven voorzien en welke zaken we beter konden uitbesteden omdat ze in de nieuwe context te duur zouden worden voor de gebruikers.”

“We zijn ook op zoek gegaan naar zaken die we eventueel samen met collega’s konden aanbieden om tot een correcte prijszetting te kunnen komen. Ik denk dat er in de toekomst om die reden nog meer netwerken en fusies zullen ontstaan. Daar kunnen de gebruikers alleen maar baat bij hebben.”

“Laten we geen waardeoordeel vellen over vormen van zorg.”

De kern van de persoonsvolgende financiering is zorg op maat. Laten we dus geen waardeoordeel vellen over welke zorgvorm het best aansluit bij iemands ondersteuningsnood. Dat het de levenskwaliteit van de persoon in kwestie ten goede komt, is het enige waar het uiteindelijk om draait.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen