Achtergrond

‘We moeten kinderarmoede aanpakken’

Lisa Develtere

Na 26 mei krijgen we een nieuwe Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Wat als Bart Somers, Open VLD-lijsttrekker voor het Vlaams Parlement in Antwerpen en burgemeester van Mechelen, het wordt?

Bart Somers

© Aikon producties

Wat is voor jou de topprioriteit op vlak van zorg en welzijn in Vlaanderen?

“Ik zie twee issues. Om te beginnen de problematiek van de wachtlijsten. Die zijn nog altijd te lang, zeker in de ouderen- en gehandicaptenzorg. We moeten ze wegwerken of toch zo veel mogelijk proberen inkorten. Daarnaast moeten we kinderarmoede aanpakken. Als je kijkt naar de cijfers, zie je dat die gevoelig gestegen is. Al vormt mijn eigen stad een uitzondering op de regel. In Mechelen is de kinderarmoede relatief stabiel gebleven. Het beleid kan op dit vlak een verschil maken.”

Hoe kan je kinderarmoede aanpakken?

“Armoede is complex. Er is niet één ultieme oplossing. Ik geloof heel sterk dat een inkomen uit arbeid voor een gezin heel belangrijk is. Je moet een aanklampend beleid voeren. Dat vraagt een heel andere aanpak van je sociaal werkers, die intensief, langdurig en samen met de betrokkenen holistisch te werk gaan om mensen uit armoede te krijgen.”

‘Je moet een aanklampend beleid voeren.’

“Je moet werken op de verschillende facetten die mensen in armoede tegenkomen. Namelijk de bureaucratie, het schaamtegevoel, het gebrek aan werk, slechte huisvesting, pedagogische vaardigheden, de brede gezondheidssituatie, noem maar op. In Mechelen deden we dit met het GO-team van het Sociaal Huis.”

Zijn lokale besturen belangrijk in de aanpak van kinderarmoede?

“Zij zijn cruciaal. Je staat er het dichtste bij de mensen. Als je gezinsarmoede wil aanpakken, moet je naar het concrete gezin gaan. De bestaande structuren zijn soms niet flexibel genoeg. Afwijken van de platgereden paden, kan het gemakkelijkst via het lokaal bestuur. Dan overwin je de starheid en de verkokering die bestaat op het terrein.”

“Lokale besturen moeten het centrale aanspreekpunt en regisseur worden in de armoedeproblematiek. Regisseur omdat je veel partners aan tafel moet krijgen: scholen, welzijnswerk, arbeidsmarkt, gezondheidssector. Verder is er ook een financieel luik aan gekoppeld. Dan heb ik het over uitkeringen en leefloon, maar ook zorgen voor loon uit werk. Mensen terug aansluiting laten vinden bij de samenleving en de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld met tussenkomst van de sociale economie.”

‘Generatiearmoede is geen fataliteit.’

“Zo kan je mensen uit armoede halen, ook structureel. Generatiearmoede is geen fataliteit, het kan overwonnen worden. De periode van economische hoogconjunctuur die we nu meemaken is een unieke kans om mensen die anders moeilijk een plaats vinden op de arbeidsmarkt, een plaats te geven. Vaak gaat het om mensen die misschien niet altijd in het reguliere arbeidscircuit kunnen functioneren. Dan moet je maatwerk leveren. Daar ligt een opdracht voor het lokaal bestuur. En de Vlaamse overheid kan dat aansturen.”

Jo Vandeurzen installeerde persoonsvolgende financiering in de gehandicaptenzorg. Moet dit uitgebreid worden naar andere sectoren?

“Ik vind het een goed systeem dat heel emancipatorisch werkt. Het vraagt een omslag in ons denken, dus daar bestaat wat angst en terughoudendheid over. Het betekent een verschuiving van macht naar de mensen.”

“Er zijn nog enkele kinderziektes, maar we moeten dit pad verder bewandelen. Ook in de ouderenzorg kan je daar mee experimenteren. Mensen willen langer zelfstandig blijven. En dat kan gelukkig ook. We zullen alsmaar meer maatwerk moeten bieden. Dat kan je enkel goed managen als je mensen de mogelijkheid en de vrijheid geeft om eigen keuzes te maken over hun zorg.”

De samenleving wordt snel superdivers. We merken dat zorg en welzijn niet op hetzelfde tempo volgt.

“Onze samenleving verkleurt snel, je ziet dat zeker in de steden. Om te beginnen moeten we maken dat de diversiteit ook aanwezig is in de zorgverlening. Vandaag worden gelukkig al bepaalde zorgtaken, zoals verpleging, bovengemiddeld ingevuld door mensen met migratieroots.”

‘We moeten de segregatie doorbreken.’

“Daarnaast denk ik dat je instellingen en mensen moet trainen op cultuursensitiviteit. Op hoe ze mensen met een andere achtergrond welkom kunnen doen voelen. Als je werkt met mensen, moet je hun gevoeligheden kennen. Dat wil niet zeggen dat je elke eis moet inwilligen, maar je moet wel inzicht hebben in hoe je cliënten naar bepaalde dingen kijken. Dat kan alleen maar de dienstverlening verbeteren.”

“Tot slot moeten we, ook in de rest van de samenleving, de segregatie doorbreken. Meer met elkaar in plaats van naast elkaar leven. Zonder dat we concessies doen, of dingen die indruisen tegen onze grondwaarden. Dat is een uitdaging. Absoluut. Maar diversiteit is niet iets waar we angst voor moeten hebben. We mogen niet van alles een groot ideologisch strijdpunt maken. We moeten net zorgen dat we diversiteit op een normale manier beleven.”

De komende jaren zijn veel nieuwe mensen nodig in zorg en welzijn. Hoe kan je die jobs aantrekkelijker maken?

“Deze vraag hoor je in veel sectoren. Er is geen probleem meer van gebrek aan werk, maar van vacatures die niet ingevuld raken. Volgens mij kan je daar een aantal dingen aan doen. Om te beginnen moet je kijken hoe je de jobs minder zwaar kan maken. Een van de gemakkelijkste manieren is om te snoeien in de administratieve overlast.”

“We hebben dat gedaan bij ons GO-team. De sociaal werkers waren herleid tot een soort loketbedienden. Ze waren meer bezig met het invullen en controleren van formulieren dan met mensen daadwerkelijk te helpen. We hebben dat opgelost en de job generalistischer ingevuld, meer hands-on. Je ziet onmiddellijk dat die sociaal werkers openbloeien. Ze zijn bezig met mensen. Daarom kozen ze ook voor die job.”

‘Snoei in de administratieve overlast.’

“We moeten ook meer mensen toeleiden naar de arbeidsmarkt. Mensen opleiden of herscholen voor jobs in de welzijnssector. Zo kan je bijvoorbeeld vijftigplussers heroriënteren in plaats van ze met brugpensioen naar huis te sturen. Er zijn ook wel wat taken die kunnen opgenomen worden door mensen die vandaag nog kiezen om zich niet op de arbeidsmarkt te begeven. Denk bijvoorbeeld aan vrouwen met migratieroots, waar de inactiviteitsgraad vandaag hoog is. Het zou een win-win kunnen zijn: het gezin heeft een groter inkomen en de welzijnssector krijgt de instroom aan mensen die ze nodig heeft.”

“Bovendien zijn er een aantal zorgtaken, bijvoorbeeld in woonzorgcentra, die door minder hooggekwalificeerde mensen kunnen ingevuld worden. Mensen in een woonzorgcentrum vervelen zich vaak. Ze willen gewoon met iemand praten of iets samen doen. Dat is toch zinvol werk.”

Hoe kan je de switch maken naar meer preventieve hulpverlening die bijvoorbeeld in gezinnen ingrijpt voor de crisis?

“We hebben heel veel structuren en organisaties die snel in contact komen met jonge gezinnen. Bijvoorbeeld Kind en Gezin, onthaalouders, scholen, CAW’s, CLB’s en CGG’s. Als er zich daar situaties voordoen die problematisch zijn of kunnen worden, denk ik dat we sneller een hulpaanbod moeten doen. Je kan opvoedingsondersteuning via de Huizen van het Kind op een laagdrempelige manier binnenbrengen in gezinnen.”

‘We mogen niet te paternalistisch worden.’

“We moeten ook goed nadenken over wat beroepsgeheim voor hulpverleners betekent. Je moet niet in alle omstandigheden alles verzwijgen. We hebben de Family Justice Centers gecreëerd om welzijn, politie en justitie te laten samenwerken om bij zwaardere verontrusting in te grijpen in gezinnen. Het is belangrijk dat we dat doen. We mogen natuurlijk niet te paternalistisch worden en elke situatie overdreven problematiseren. Toch moeten we een nauwe band houden en goed het overzicht bewaren.”

Want beter voorkomen dan genezen?

“Absoluut. De maatschappelijke kost is ook veel lager. In Mechelen willen we het aantal kinderen die in kansarmoede geboren wordt halveren. Ambitieus, maar we gaan de hele stad mobiliseren. We moeten eigenlijk de kansarmoede in een gezin al oplossen voor een kind geboren is. Dat vraagt vroegdetectie, vertrouwen, netwerken, aanspreekbaarheid. En het wendbaar aanpakken van problemen zoals huisvesting, werkloosheid of de gezondheidssituatie.”

“Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld kinderen met psychische problemen. We zijn er voorstander van dat kinderen, en ook ouderen, bij psychische aandoeningen een terugbetaling van de psycholoog krijgen. Maar je kan ook preventief veel doen, zoals via de school kinderen beter leren omgaan met stresssituaties. Het curatieve traject is altijd zwaarder dan het preventieve.”

Hoe bewaak je de betaalbaarheid van zorg en welzijn?

“We willen de wachtlijsten wegwerken, zeker in de ouderenzorg en voor mensen met een beperking. Dat vraagt evident om extra financiële inspanningen. Sommige partijen beloven dat ze alle wachtlijsten tegen het einde van de volgende legislatuur zullen wegwerken. Maar laten we eerlijk zijn: dat is heel moeilijk. Er duiken ook steeds nieuwe noden op. Maar daar verder op inzetten is absoluut noodzakelijk.”

‘Er zijn veel efficiëntiewinsten te boeken.’

“Daarnaast zijn er veel efficiëntiewinsten te boeken. Bijvoorbeeld door de administratieve overlast aan te pakken. Het eHealth platform voor het delen van medische gegevens is een voorbeeld. We moeten nieuwe methodes durven inzetten die eenzelfde resultaat behalen met minder middelen. Denk bijvoorbeeld aan online hulpverlening of groepssessies. Wat kinderarmoede betreft, geloof ik dat je veel kan doen door de bestaande middelen op een andere manier in te zetten. Door betere samenwerking en resultaatsgerichter te werken.”

Hoe kijk je naar alternatieve financieringsmechanismen, zoals sociale-impactobligaties?

 “Als liberaal sta ik daar positief tegenover. Wij stellen als partij de cliënt centraal. We laten ons dus niet meeslepen in ideologische, soms zelfs dogmatische discussies over wie de initiatiefnemer moet zijn. Sommige partijen zitten gevangen in discussies over structuren. Of het nu om de publieke of de private sector gaat of het middenveld: wie de zorg organiseert, is voor ons ondergeschikt aan het resultaat.”

“Hetzelfde geldt over waar de middelen vandaan komen. Komt het van de belastingbetaler, of kan het met privaat geld? Halen we het op met sociale-impactobligaties? We kijken daar met een open geest naar. Wat een overheid moet doen, is de kwaliteit bewaken.”

Reacties [2]

  • leus

    Verwonder mij dat u de belangrijkste oplosssing , die u in handen had niet gebruikt,hebt nl de kinderbijslag voor die gezinnen drastich te verhogen
    anderzijds geen verwondering, want radicaal kiezen en dus verdelen tvv armen past niet in een beleid dat voor ieder wil goedoe,
    zie mijn artikel Kinderarmoede onaanvaardbaar, waar ik pleit om dit volledig via het fiscale systeem te regelen iov twee systemen nl kinderbijslag en fiscale,aftrek. Met,systeem van belastingskrediet is dit zeerneenboudig te regelen

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.