Achtergrond

‘Aan schijnparticipatie doen wij niet mee’

Geert Schuermans, Sofie Sas, Liselot Simillion

Massih Hutak is schrijver, columnist, rapper en docent. Maar bovenal is hij oprichter van ‘Verdedig Noord’, een bewonerscollectief dat in Amsterdam strijdt tegen sociale verdringing. In die rol benadrukt Hutak het belang van activisme, politiserend werken en echte participatie. Op 8 december geeft hij over zijn strijd een webinar voor SAM, steunpunt Mens en Samenleving en Sociaal.Net.

Dossier:  
Massih Hutak

© Tammy van Nerum / De Beeldunie

Gentrificatie

“Amsterdam-Noord is de mooiste wijk ter wereld”, lacht Massih Hutak. Aan alles zie je dat hij het stiekem meent. “Je komt er als je aan het Centraal Station het veerpont neemt om het IJ over te steken. Die rivier is een fysieke grens, maar er is ook een emotionele afstand met de rest van de stad. Tot voor kort beschouwden veel Amsterdammers het niet echt als een stukje Amsterdam. In Noord wilde je niet dood gevonden worden.”

In je boek, ‘Je hebt ons niet ontdekt. Wij waren hier altijd al’, leg je uit dat het beleid mensen vaak plaatste in Amsterdam-Noord.

“Inderdaad. Vorige eeuw was daar een zogenoemd ‘asodorp’ waar ‘ontoelaatbare’ gezinnen een heropvoeding moesten ondergaan.”

‘Met de verbetering van het patrimonium stijgen ook de prijzen. De meeste mensen zullen waarschijnlijk niet naar hun thuis terugkeren.’

“Toen in de jaren zeventig volkswijk de Jordaan gentrificeerde en de huizenprijzen er door het dak gingen, verhuisden de oorspronkelijke bewoners, de witte arbeidersklasse, naar Noord waar ze nog een woning konden betalen. In de jaren tachtig vonden Surinaamse Nederlanders en arbeidsmigranten uit Turkije en Marokko er hun thuis. En nog eens tien jaar later kregen oorlogsvluchtelingen uit Afghanistan, zoals mijn gezin, er een plek.”

Het klinkt als een plek waar bewoners het financieel niet breed hebben.

”Doordat het een vergeetput van ongewenste groepen was, heeft het beleid dit stadsdeel verwaarloosd. Maar het afgelopen decennium vindt er een grote inhaalbeweging aan investeringen plaats.”

Dat klinkt goed.

“Aan de ene kant wel. Je ziet eindelijk verbeteringen aan de openbare ruimte. Er worden parken en speeltuinen aangelegd. Alleen gaat dat gepaard met een beweging die veel oorspronkelijke bewoners verdringt. Sociale huurwoningen worden gerenoveerd, verkocht of afgebroken voor nieuwbouw. En de oorspronkelijke bewoners krijgen niet de garantie dat ze er kunnen blijven wonen.”

“Met de verbetering van het patrimonium worden de prijzen opgedreven wat ervoor zorgt dat de meeste mensen waarschijnlijk niet naar hun thuis zullen terugkeren. Bovendien treft deze gentrificatiegolf het karakter van Amsterdam-Noord in haar ziel.”

Wat bedoel je daarmee?

“Hoewel Noord het grootste stadsdeel is van Amsterdam, stond het bekend als een echt dorp. De socialistische architecten die de wijk ontwikkelden, hadden er alles aan gedaan om ontmoeting en zorg te bevorderen.”

‘De herontwikkeling van de wijk rukt het sociaal weefsel uit elkaar.’

“Hun financiële problemen zorgde ervoor dat mensen op elkaar aangewezen waren. Ik wil armoede absoluut niet romantiseren, maar de banden tussen bewoners waren er heel sterk. Alleen zie je dat de herontwikkeling dat sociaal weefsel uit elkaar rukt. De nieuwe woningbouw is generiek en de kapitaalkrachtige, witte nieuwkomers vormen een homogene groep. Vroeger bestond Noord uit een aantal kleurrijke, dynamische buurten, terwijl alles nu veel eenzijdiger is. De segregatie is schokkend.”

Gentrificatie is niet eigen aan Amsterdam-Noord. Het fenomeen speelt zich overal ter wereld af.

“Het is inderdaad steeds hetzelfde. Wijken worden achtergesteld en verwaarloosd. De prijs van de grond en het vastgoed keldert. Dan verkoopt het beleid de wijk uit aan particuliere ondernemers en beleggers die via hun investeringen enorme winsten boeken. Telkens gaat dat ten koste van de sociale structuren en de oorspronkelijke bewoners.”

Voor je boek reisde je naar Brooklyn, Berlijn, Barcelona, Brussel… Waarom vind je het belangrijk om te tonen dat het niet louter om een lokale kwestie gaat?

“Ik zat nog op school toen ik mijn buurt zag veranderen. Eerst vond ik het wel vet, dat ze een filmmuseum bouwden in onze wijk. Maar dan zag ik langzamerhand de negatieve kanten. Daar was ik verontwaardigd over.”

‘Waar gentrificatie optreedt zijn bewoners arm en heel vaak van kleur.’

“Mijn achtergrond is hiphop. Daarin hoor je gelijkaardige verhalen. Van Hef die het over Hoogvliet heeft, zijn wijk in Rotterdam, tot Jay Z die rapt over de Marcy Projects in Brooklyn. Ik wou er meer van weten. Waarom gebeurt het precies op die plekken? Wat hebben ze gemeen? Wat zijn de verschillen?”

Gentrificatie

“Ik zat nog op school toen ik mijn buurt zag veranderen. Eerst vond ik het wel vet, dat ze een filmmuseum bouwden in onze wijk. Maar dan zag ik langzamerhand de negatieve kanten.”

© Unsplash / Stephan Hinni

Wat is het belangrijkste dat je uit je reizen geleerd hebt?

“Wat me opviel was dat al deze wijken op elkaar lijken. Ook de bewoners lijken op elkaar: wereldwijd zijn de burgers van die wijken arm en heel vaak van kleur.”

“Misschien is het daarom dat we ons, eveneens overal ter wereld, heel snel neerleggen bij deze sociale verdringing. We denken dat dit nu eenmaal is hoe de markt werkt en dat je daar niets aan kan doen. We kennen aan één van de meest geconstrueerde zaken in onze samenleving – ‘de markt’ – een soort natuurwerking toe. Maar dat klopt niet. Het is beleid.”

‘Gentrificatie is geen natuurfenomeen.’

“Gentrificatie is geen natuurfenomeen. Het is een politiek die kiest voor onvoorwaardelijke winst en groei ten koste van alles en iedereen. Voor de duidelijkheid: we vragen niet om een gunst of liefdadigheid. We eisen onze basale mensenrechten op, zoals het recht op een huis, een thuis en op het wonen in de stad. Dat wordt door overheden, gemeenten, corporaties en ontwikkelaars structureel geschonden. Hoezo mag dat?”

Het maakt je boos.

“Tot iemand me leerde dat dit geen natuurwet was, ben ik opgegroeid met de gedachte dat als je eruitziet zoals ik, het normaal is dat je leven rot is en je sneller sterft. Je levenskwaliteit is substantieel lager omdat de luchtkwaliteit van je wijk slechter is, omdat de scholen in je buurt niet goed zijn, omdat je huis niet geïsoleerd is.”

‘Als je het slim inzet, is woede één van de sterkste bronnen tot verandering.’

“Natuurlijk maakt het me boos nu ik, jaren later zie dat het een maatschappelijke keuze is. Maar boos zijn is niet slecht. Je moet boos blijven. Als je het slim inzet, is je woede één van de sterkste bronnen tot verandering.

Hoe dan?

“We moeten mensen informeren om hen nadien te organiseren en mobiliseren. Hiphop is hiervoor mijn instrument. Maar om te informeren moet je eerst zelf kennis verwerven. Je moet je wijk en haar geschiedenis in de vingers hebben. Dat hoeft trouwens niet alleen via academische kennis. Als rapper geloof ik ook in het belang van orale geschiedenis. Wat is er mond tot mond doorverteld? Dat is net zoveel waard als de stedenbouwkundige geschiedenis.”

“Als het goed gaat ontdek je trouwens al snel de link tussen beide vormen van kennis. Dan hoor je eerst van de oudere bewoners hoe de wijk vroeger was ingericht, later lees je dan in boeken waarom die socialistische architecten net die keuzes maakten.”

In je boek schrijf je: “Ik ben geen architect, ik ben geen stadsgeograaf, maar ik ben wel een deskundige”.

“Ik beschrijf wat ik op straat zie. Dan krijg ik wel eens reactie van ambtenaren met de vraag om een kop koffie te komen drinken. Ik drink geen koffie maar ging er vroeger toch heen. Ik had zelfs hoge verwachtingen van die ontmoetingen, maar die werden zelden ingelost. Negen keer van de tien keer was het eenrichtingsverkeer.”

‘Bewoners van een wijk zijn het meest deskundig over die wijk.’

“Er werd mij een college gegeven over wat ik allemaal niet begreep. De insteek was steeds: ‘Massih, wij gaan jou nu even uitleggen hoe het echt zit.’ Eigenlijk namen ze me niet serieus. Voor hen was wat ik wist door in de wijk te wonen, geen echte kennis. Het was een particuliere ervaring.”

“Nochtans ben ik ervan overtuigd dat bewoners van een wijk het meest deskundig zijn over die wijk. Het wordt tijd dat wij als bewoners ons realiseren dat hetgeen wij denken kennis is en hetgeen wij voelen ervaring.”

Maar die deskundigheid wordt niet erkend?

“Nee, helemaal niet. Op gespreksavonden merk ik dat. Daar heb je academici en professionals. De bewoners zijn de restcategorie die, omdat het moet, ook hun zegje mogen doen. Ons bewonerscollectief houden we heel bewust laagdrempelig en informeel. Iedereen moet mee kunnen doen. Maar dat maakt ons niet minder onderlegd. Wij zijn de onbetaalde professionals. ”

‘De machtsbalans is niet in evenwicht. Ambtenaren en projectontwikkelaars hebben meer middelen dan wijkbewoners.’

“Daarom is het belangrijk dat we onze deskundigheid claimen. Als we dat niet doen, beschouwen ze ons nooit als evenwaardige partner.”

In een van je columns schreef je dat je niet in participatie gelooft, maar wel in ‘partnercipatie’.

“Ondanks alle participatietrajecten, merk je dat er tegen de wil van bewoners allerlei schadelijk beleid doorheen geduwd wordt. Dat komt omdat de machtsbalans niet in evenwicht is. Ambtenaren en projectontwikkelaars hebben meer middelen. Dat maakt dat zij de langste adem hebben.”

“Het verschil zit dus in gelijkwaardigheid. Partners in een partnercipatie vertrekken vanuit gelijke startposities. Ik weet dat dit nooit helemaal zo zal zijn, maar we moeten er wel naar streven.”

Hoe doe je dat?

“Door af en toe nee te zeggen. Een tijdje terug hebben we het participatieproces met ons stadsdeel stilgelegd. De bevoegde wethouderEen wethouder is vergelijkbaar met een schepen in België.[/voetnoo]had een democratiseringstraject uitgestippeld, alleen legde dat traject ons allerlei voorwaarden op waar we nooit mee hadden ingestemd.”

‘Voor ons is participatie niet enkel mee praten of mee luisteren, maar ook mee beslissen. Aan schijnparticipatie doen wij niet mee.’

“We zijn dan even gestopt met praten en hebben zelf een participatieprotocol opgesteld dat bepaalde waaruit echte participatie volgens ons bestaat. We willen vanuit gelijke informatieposities vertrekken. Als we worden uitgenodigd, moeten we van bij de start evenveel weten als de ambtenaren. Dat kan bijvoorbeeld door ons inzage te geven in alle stukken, ook in de begroting.”

“Voor ons is participatie niet enkel mee praten of mee luisteren, maar ook mee beslissen. Als dat niet kan, is het schijnparticipatie en daar doen wij niet aan mee.”

Massih Hutak

“Een goede sociaal werker is per definitie een activist. Sociaal werkers moeten mee naar boven schoppen. Als jij dat niet wilt doen, zit je niet op de juiste plek.”

© Tammy van Nerum / De Beeldunie

Hoe zie jij de rol van het professionele sociaal werk hierin?

“Sociaal werkers zijn een cruciale speler in een echt participatief proces. Zij vormen de connectie tussen de formele en de informele sociale netwerken. Dat doen ze door die laatste van informatie te voorzien, en de eerste er mee van te overtuigen dat wij een deskundige en dus evenwaardige partner zijn.”

Gebeurt dat voldoende?

“Hier en daar moet de houding die naar liefdadigheid neigt er nog uit, maar wij hebben rondom ons toch een aantal zeer goede sociaal werkers.”

‘Een sociaal werker moet toch altijd aan de kant van mensen in een kwetsbare positie staan?’

“Professionals die ons bij de voorbereiding van een overleg documenten doorspeelden, die wij nog niet gekregen hadden. Die ons vertelden wie er mee aan tafel zou zitten. Die er soms zelfs voor zorgden dat wij uitgenodigd werden of voor ons spreektijd bedongen. Of beter nog, die ons vroegen: ‘Wat kunnen wij ik voor jullie doen’?”

Dat betekent dat sociaal werkers niet neutraal zijn?

“Nee natuurlijk niet. Een sociaal werker moet toch altijd aan de kant van mensen in een kwetsbare positie staan?”

“Ik vergelijk participatie altijd met een weegschaal. Eén kant slaat door omdat er een enorm gewicht van geld en macht ligt. Aan de andere kant liggen de bewoners, het machteloos pluimpje. De sociaal werker moet minstens proberen om dat onevenwicht in balans te brengen.”

Maar dan noemt de buitenwereld je al snel een activist.

“Dat is een semantisch trucje. Door activisme een negatieve connotatie te geven, kan je je eigen verantwoordelijkheid ontduiken. Maar een goede sociaal werker is per definitie een activist. Het zit in de taakomschrijving. Je ziet ergens onrecht en hebt de taak om daar actie tegen te ondernemen. Sociaal werkers zijn er om mee naar boven te schoppen. Als jij dat niet wilt doen, zit je niet op de juiste plek.”

Moet dan elke sociaal werker met een protestbord staan zwaaien?

“Mensen denken bij activisme vaak alleen aan schreeuwen en betogen. Maar je kunt ook binnen je werk en leefwereld de tanker proberen te keren. De kern is dat je eerst via een kritische houding onrecht erkent en dat je dan je verantwoordelijkheid neemt door te handelen en gelijkwaardigheid te realiseren.”

‘Een goede sociaal werker is per definitie een activist.’

Zie je sociaal werkers die hun verantwoordelijkheid daar niet opnemen?

“Als ze door de stad gefinancierd worden, bestaat er wel eens een spanningsveld. Maar tegelijk zie ik bij de jonge generatie veel sociaal werkers die hun rol terug begrijpen, en hun collega’s erop aanspreken als zij op een culpabiliserende manier praten over mensen in een kwetsbare positie.”

Ondertussen is de politiek meer mee in jullie verhaal. Van waar plots dat begrip?

“Ik heb altijd een soort van gezond wantrouwen richting mensen met macht, dus ik vraag me dat ook af.”

“Weet je wat erin zit voor hen? Dat wij op deze manier minder zeiken. Politici en ambtenaren vinden ons gewoon heel lastig. Terwijl ik denk, dit is toch gewoon hoe wij in Amsterdam met elkaar praten? Daarom klopt Amsterdam ook met hiphop voor mij. Het is gewoon een hele directe manier van communiceren.”

Maar dat zeiken doen jullie dus doelbewust?

“Natuurlijk. We maken ons zichtbaar, zoeken de media op. Want er is één ding waar politici bang voor zijn, en dat is slechte public relations. Daarom gebruiken we maximaal de ruimte die we hebben. Omdat de machtsverhoudingen zo scheef zitten, kunnen wij het ons veroorloven om er met het gestrekt been in te gaan.”

‘We zijn boos, maar je houdt het niet vol als je alleen op woede teert.’

“Er wordt ons vaak verweten dat we boos zijn, en we zijn ook boos.  Maar je houdt het niet vol als je alleen op woede teert. In ons werk staat liefde centraal. Mensen vertellen hoe ze van Amsterdam-Noord houden. In de dromen over de wijk van oude en nieuwe bewoners zit impliciet de kritiek op het beleid vervat.”

gentrificatie

“Nieuwe bewoners nodigen we uit in ons buurthuis. Ze komen dan altijd heel zenuwachtig binnen omdat ze denken hier een stelletje extremisten te treffen. Een paar uur later gaan ze met een brede smile weer weg omdat er hier zoveel liefde, kennis, energie en gezelligheid heerst.”

© Unsplash / Micaela Parente

Jullie bereiken die nieuwe bewoners dus wel. Hoe doe je dat?

“Door vooral niet te bescheiden te zijn. Hoogopgeleide nieuwkomers hebben, met de beste bedoelingen, vaak last van het reddersyndroom. Ze denken het al snel beter te weten. Ze vinden het een leuke wijk, maar dan starten ze zonder ons te horen een petitie voor een speeltuin of buurtfeest.”

“Op dat ogenblik zeggen wij: ‘Doe eerst maar effe rustig aan.’ Hoe meer bevoorrecht je bent, hoe meer dienend je houding moet zijn.”

Wat bedoel je daarmee?

“Wij zijn op de eerste plaats gastvrij: ‘Welkom in de Noordside’. Dat is oprecht. Maar wanneer iemand je welkom heet, betekent dat dat iemand hier voor jou was.”

‘Nieuwe bewoners zijn geen slechte mensen.’

“Hou dus rekening met ons. Verhoud je tot ons. Ga bewust om met waar jij je boodschappen doet: in de mega-supermarkt of in de lokale buurtwinkel. Waar jij je kinderen op school stuurt: in de methodeschool aan de andere kant van de stad, of in de buurtschool met de gekleurde kinderen. Probeer de bestaande sociale structuren te respecteren in plaats van ze te ontwrichten.”

Dat is een persoonlijk appél.

”Ja, en vaak wordt dat eerst als een persoonlijke aanval gezien, misschien ook wel omdat ik het nogal scherp formuleer. De reactie is dan: ‘Maar ik ben toch helemaal geen slecht persoon?’

“Mensen individualiseren systeemproblemen. Maar ik heb het over een systeem en benoem daar de symptomen van. Nieuwe bewoners zijn dus geen slechte mensen. Maar ze zijn wel onderdeel van een systemisch probleem. Het goede is dat ze een keuze hebben: ze kunnen deel van het probleem blijven, of deel van de oplossing worden.”

Hoe overtuig je hen om deel van de oplossing te worden?

“Opnieuw, met gastvrijheid: we nodigen hen uit in ons buurthuis. Ze komen dan altijd heel zenuwachtig binnen omdat ze denken hier een stelletje extremisten te treffen. Een paar uur later gaan ze met een brede smile weer weg omdat er hier zoveel liefde, kennis, energie en gezelligheid heerst.”

“Wij hebben het goed gedaan als zij vertrekken met de vraag: wat kunnen we voor jullie doen? Want zij hebben vaak de middelen en de netwerken die wij ontbreken. Voor de duidelijkheid: wij hebben genoeg doorgestudeerde mensen in onze groep en kennis is niet alleen uit te drukken in diploma’s. Maar het beleid werkt nu eenmaal beter in het voordeel van de goedverdienende, academisch opgeleide, vaak witte, nieuwkomer.”

Maar dat moet soms toch tot conflict zorgen binnen het bewonerscollectief?

“De strategie van diegenen met macht bestaat er net in dat wij zouden denken dat we elkaars tegenstanders zijn. Maar op ons kernteam heb je alle lagen van Noord aan tafel. Dat geeft soms wel grappige momenten. Dan zit daar een nieuwe Noorderling die emotioneel doet over de kap van één boom. Versta me niet verkeerd: elke gezonde boom die geveld wordt is er één te veel. Maar die man zit dan naast een oude Noorderling die zijn boodschappen niet meer kan betalen…”

‘We steken bewust veel tijd in politiserende gesprekken.’

“Op die momenten moet je naar kruispunten zoeken, een brede invulling van biodiversiteit bijvoorbeeld. Dan kan je het hebben over hoe biodiversiteit uit de natuur verdwijnt, maar ook uit de steden omdat gentrificatie ervoor zorgt dat er in wijken enkel nog homogene groepen overblijven. We steken bewust veel tijd in dat soort politiserende gesprekken.”

“Ik kan de mooiste, meest romantische verhalen over Noord vertellen. En die zijn allemaal waar. Tegelijk is de segregatie hier groot, misschien wel het grootste van heel de stad. Dat merken we bijvoorbeeld bij verkiezingen. In de resultaten zie je de extreme verschillen en weinig daartussen.”

In Nederland moet je niet naar de stembus. Wat betekent dat voor een kwetsbare buurt zoals Amsterdam-Noord?

“Bijna 60 procent van de stemgerechtigde Amsterdammers gaat niet naar de stembus. Dat geeft de staat van de stad aan. Maar vind je het gek, als de politiek al decennia niet doet wat mensen verwachten?”

Wat verwachten mensen dan?

“Niet veel. Het absolute minimum eigenlijk: dat politici grondrechten als grondrechten zien, niet als een gunst. Een kwaliteitsvol, betaalbaar dak boven je hoofd is geen luxe. Het is de basis.”

‘Minstens 50 procent van de woningen zou sociale huisvesting moeten zijn.’

“Maar dat wil wel zeggen dat beleidsmakers de moed moeten hebben om de woningmarkt reguleren. Terug naar de volkshuisvesting dus. Minstens 50 procent van de woningen zou sociale huisvesting moeten zijn.”

“Als je erover nadenkt is het gek dat we zo veel moeten betalen voor basisvoorzieningen als energie, water of een dak boven het hoofd. Eigenlijk zouden we alle publieke voorzieningen opnieuw moeten collectiviseren. Alleen heeft veertig jaar neoliberalisme ons verleerd om die realiteit te zien voor wat ze is.

Wat zeg je tegen mensen die niet gaan stemmen omdat de politiek toch niets voor hen doet?

“Dat is een moeilijke vraag. Ik weet het ook niet meer altijd. Behalve dan dat als je niet stemt, je zeker verloren hebt. Maar het is lastig.”

“Het leven van mensen is echt zwaar, en wordt door het beleid enkel zwaarder gemaakt. Bovendien betekent nu stemmen niet dat er nu een resultaat ligt. Daarom veroordeel ik mensen niet die politiek afgehaakt hebben, ik kijk liever naar waar er bij hen wel energie zit. Vaak bestaat die erin om kleine dingen te doen voor hun directe omgeving. Op die brandstof teert ons bewonerscollectief en dat maakt me trots. In mijn lichaam is geen plaats voor cynisme.”

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Jij hebt ons niet ontdekt

Wij waren hier altijd al

Massih Hutak

Uitgeverij Pluim | 2020 | 232 pMeer info