Achtergrond

Hoe moet het verder met onze woonzorgcentra?

Christel Geerts, Patricia De Vriendt

Hoe kijken studenten en docenten gerontologie naar de toekomst van woonzorgcentra? Ze zien vooral kansen voor verandering.

ouderenzorg

© Unsplash / Tsuneya

Theorie en praktijk

De woonzorgcentra strijden al enkele maanden tegen het coronavirus. Het leed is er groot: naast de vele overleden bewoners, hakt ook het toenemend isolement er zwaar in.

‘Niemand wil dit nog eens meemaken.’

Niemand wil dit nog eens meemaken. De uitdaging om te bouwen aan een minder kwetsbare ouderenzorg is groot. Academici, zorgkoepels en experts gaven de laatste maanden in verschillende media hun kijk op de zaak. Maar hoe zien de medewerkers van woonzorgcentra zelf de toekomst?

Heel wat werkstudenten van de VUB-opleiding ‘Master of Science in management, zorg en beleid in de gerontologie’ zijn actief in de residentiële ouderenzorg. Zij staan mee in het oog van de storm. Ze wisselden tijdens en na de eerste golf in het kader van de opleiding ervaringen en overtuigingen uit. Deze verbinding tussen theorie en praktijk toont hoe medewerkers zelf kijken naar die nieuwe ouderenzorg.

Waardering voor zorgmedewerkers

We zijn trots op alle zorgverstrekkers die in de vuurlinie stonden. Het applaus was meer dan terecht. In de nasleep weerklinken luide kreten om de loonsvoorwaarden van dat personeel op te krikken. Niet alleen in ziekenhuizen, maar bijvoorbeeld ook in de zwaar geteisterde woonzorgcentra.

Maar dat is onvoldoende. We moeten het ook hebben over de kwaliteit van opleidingen, over kwalificaties, over arbeidsorganisatie, over de identiteit van de ouderenzorg en over onze kijk op mensen die ouder en zorgafhankelijk worden.

Geen mini-ziekenhuizen

Innovatieve ouderenzorg besteedt aandacht aan psychosociale zorg voor alle betrokkenen. Niet alleen bewoners krijgen het hard te verduren, maar ook medewerkers incasseren rake klappen. Want ook als het coronastof gaan liggen is, zal de veerkracht van onze helden op de proef gesteld worden.

Daarom stellen we vragen bij het pleidooi om woonzorgcentra om te vormen tot mini-ziekenhuizen. In woonzorgcentra moet het wonen primeren op een klinische aanpak. Het woonzorgdecreet geeft hiertoe een flinke aanzet.

Versterk wat al goed was

We moeten lessen trekken uit deze coronacrisis: veel moet anders en beter. Maar wat al goed liep, moet verdergezet worden.

Warme zorg op maat en activerende zorg leveren een cruciale bijdrage in de levenskwaliteit van oudere personen. Verschillende initiatieven rond kleinschalig wonen of het werken met kleine huiselijke leefgroepen in een grote geheel tonen de weg. Om er, naast de vele andere, maar twee te noemen: Woonzorgcentrum Floordam of Huis Perrekes. Die ontwikkeling mag niet teruggeschroefd worden.

Multidisciplinaire benadering

Een futureproof residentiële ouderenzorg blinkt uit in multidisciplinariteit. Een transdisciplinaire benadering zelfs, waarbij disciplines niet los van elkaar werken maar iedereen ook een deeltje van de andere zijn taak kan overnemen.

Een moderne ouderenzorg heeft professionals nodig die bereid zijn om over de grenzen van de eigen expertise heen te kijken. Zo’n professional kent niet enkel zijn eigen vakgebied maar vindt ook de weg in aanverwante disciplines.

‘Een futureproof residentiële ouderenzorg is multidisciplinair.’

Een student gerontologie schetst hoe de coronacrisis medewerkers stimuleerde om de eigen grenzen te overstijgen: “Deze crisis verruimde het takenpakket van elke medewerker. We zijn niet meer alleen verpleegkundige, zorgkundige of therapeut maar ook kapper, pedicure of expert in sociale media.”

Dit vraagt een enorme flexibiliteit van het personeel maar komt volgens deze student de verbondenheid ten goede. “Disciplines worden losgelaten, een stap in de richting van innovatieve arbeidsorganisatie. Sommige medewerkers stijgen boven zichzelf uit. Er komen competenties naar boven waarvan men geen weet had.”

Warm en activerend

De kern van warme zorg blijft eenvoudig maar krachtig: een gesprek, aandacht voor de persoon, investeren in betekenisvolle activiteiten. Daar ligt nog een groeimarge: psychologische zorg wordt nog steeds bekeken als iets bijkomstig, voor ‘als er tijd over is’. Aandacht voor het psychosociale in de ouderenzorg is geen overbodige luxe, maar essentieel.

Ouderenzorg moet ook activerend zijn. Daarom moet op de werkvloer meer ruimte komen voor bijvoorbeeld ergotherapeuten en kinesitherapeuten. En waarom moeten eenvoudige opdrachten, zoals zorgbehoevende mensen helpen bij het eten, voorbehouden worden voor mensen met een diploma? Slimme woonzorgcentra kiezen hier voor een sterke vrijwilligerswerking. Dat levert meer handen voor de zorg op.

Lichamelijk zorg

Komen medische en lichamelijke zorg dan in de schaduw te staan van deze warme en activerende zorg? In een transdiciplinaire zorg zijn er geen concurrerende perspectieven. Hier wordt met kennis van zaken ook gezorgd voor medische en ouderdomsgerelateerde aandoeningen.

‘De slagkracht van een woonzorgcentrum zit in hoe het zich laat omringen door uiteenlopende talenten, disciplines en expertises.’

Daarom moet niet iedereen die in een woonzorgcentrum werkt, viroloog of ziekenhuishygiënist zijn. Er moet vooral goede zorg gegeven worden, ingebed in een breed team dat op basis van gelijkwaardigheid samenwerkt. Botst dat team in crisistijden op haar medische grenzen, dan wordt externe ondersteuning door ziekenhuizen ingeschakeld.

Eigen organisatorisch model

Om zo’n kleinschalige warme zorg te realiseren, moet je vertrekken vanuit een eigen organisatorisch model. Kies je voor transdisciplinariteit, dan kies je voor netwerken en samenwerking. De slagkracht van een woonzorgcentrum zit in hoe het zich laat omringen door uiteenlopende talenten, disciplines en expertises die zich verbinden met elkaar.

Dat organisatorisch model stelt evidente opties in vraag en wijst de weg naar innovatieve ideeën.

Mantelzorgers en vrijwilligers

In het woonzorgcentrum werken multidisciplinaire teams die sterk gefocust zijn op het welzijn van de bewoners. Naast die sociale professionals staan mantelzorgers en vrijwilligers. Ze zijn cruciale schakels van kwaliteitsvolle ouderenzorg.

‘Vrijwilligers enkel inschakelen in de cafetaria, is een gemiste kans.’

Hen enkel inschakelen om de cafetaria open te houden, is een gemiste kans. Dit kan performanter, bijvoorbeeld door een sterke en doordachte samenwerking met zorgprofessionals. Met een open en frisse geest moet gekeken worden naar wie welke taken kan verrichten.

Clinical leaders

En wie schakelt vandaag van de microzorg op de werkvloer naar de beleidsaansturing van de directie? De hoofdverpleegkundige. Ook die evidentie stellen we in vraag: wie instaat voor de organisatie van de activerende en warme zorg moet niet noodzakelijk een verpleegkundige zijn.

We hebben ‘clinical leaders’ nodig: zorgverleners die met passie werken en hun kennis en expertise aanwenden om die persoonsgerichte zorg te bieden. Ook al hebben ze formeel geen leidinggevend mandaat, toch zijn ze een voorbeeld voor collega’s en voelen zich sterk verantwoordelijk voor de teamwerking en de bewoners. Ze doorbreken de grenzen van de eigen officiële functie en zijn diegenen die in tijden van crisis het voortouw nemen.

Tijd voor tehuisarts?

In het woonzorgcentrum kiest elke bewoner de eigen huisarts. Voor de coördinatie van de medische zorg, beschikt elke woonzorgcentrum op dit moment over een coördinerend en raadgevend arts (CRA). Tijdens de coronacrisis speelde die een belangrijke rol. Maar het verschil was groot: de ene CRA verzette bergen, de andere was quasi onzichtbaar.

De vraag is of zo’n CRA voldoende is. Is het Nederlands model van een vaste arts voor alle bewoners niet meer slagvaardig, zeker in het geval van een gezondheidscrisis?

Specialisten in het netwerk

En ook belangrijk: het woonzorgcentrum van de toekomst staat niet op zich maar werkt in een netwerk samen met andere woonzorgcentra. Dat zien we vandaag nog te weinig.

Dat netwerk kan specialisten onder de arm nemen, zoals een referentieverpleegkundige dementie of een intimiteitscoach. Zij zijn gespecialiseerd in een bepaald thema maar hebben voldoende voeling met de werkvloer. Ze zetten hun expertise niet enkel in voor één woonzorgcentrum, maar voor alle woonzorgcentra in het netwerk.

Brug naar de ziekenhuizen

En hoe bouw je een sterke brug tussen woonzorgcentra en ziekenhuizen? Kijk naar de coronacrisis: op diverse fronten was er een succesvolle uitwisseling van knowhow tussen ziekenhuizen en woonzorgcentra. Waarom zouden we deze samenwerkingen niet systematisch uitbouwen?

‘Hoe bouw je een sterke brug tussen woonzorgcentra en ziekenhuizen?’

Laat de mensen die dagelijks met ouderen werken en leven, vooral veel warme en persoonsgerichte zorg geven. Voorzie een systeem waarbij deze medewerkers voor specifieke vragen kunnen terugvallen op een gespecialiseerde bovenbouw en een structurele samenwerking met andere actoren. Op die manier hebben ze, niet alleen in uitzonderlijke tijden, een klankbord voor specifieke klinische en hygiënische maatregelen.

De ziekenhuizen toonden in deze corona-pandemie dat ze geoliede machines zijn. Laat ze dit in de toekomst niet enkel doen op basis van hun vrijwillig verantwoordelijkheidsgevoel maar waardeer hun tijd en inzet. Dit geeft inhoud aan de externe brugfunctie en benut de expertise van de interne verbindingsteams geriatrie.

Elke ervaring leidt tot nieuwe inzichten

We betalen een hoge prijs voor deze coronacrisis. Woonzorgcentra stonden in het oog van de storm. Er gebeurden fantastische maar ook dramatische dingen. Terwijl bevlogen medewerkers bejubeld werden als helden, kopten kranten dat woonzorgcentra sterfhuizen werden. Eén gerontoloog adviseerde bijzonder scherp: “Schaf rusthuizen af”.  Laat ons duidelijk zijn: daar is geen draagvlak voor.

‘In woonzorgcentra gebeurden fantastische maar ook dramatische dingen.’

Ook de studenten gerontologie die er middenin staan, ervaren die dubbelzinnigheid. Kunnen we ook duurzame verandering verwachten? Zullen jonge mensen kiezen voor een job in de zorg of houden ze die boot liever af?

“Bij aanvang van deze gezondheidscrisis was er een enorme solidariteit tussen alle medewerkers. Er heerste een gevoel van absoluut nodig te zijn. Samen strijden we voor leven en tegen dood. Als woonzorgcentra vroeger in het nieuws kwamen was het steeds negatief. Nu kregen we eindelijk applaus en erkenning. Maar wat als alles terug in zijn normale plooi valt? Als beheerders terug andere belangen vooropstellen? Wat als de adrenaline wegvalt?”

“Over de toekomst van onze ouderenzorg ben ik gematigd hoopvol. Mogelijk kunnen zelfs meer jonge mensen getriggerd worden om te kiezen voor een beroep in de zorgsector. Dat zou een enorme meevaller zijn.”

Gerontoloog aan het roer

De studenten ‘Master of Science in management, zorg en beleid in de gerontologie’ willen niet langs de zijlijn toekijken. Ze willen mee aan het roer staan van een warme en performante ouderenzorg.

Daarvoor zijn ze ook goed geplaatst: ze hebben een goed overzicht van wat ouder worden precies inhoudt. Ze kennen de opportuniteiten en noden van de vergrijzing en hebben ook zicht op de noden van het verzorgend personeel. Ze kunnen mee instaan voor een gecoördineerd beleid.

Een student druk die ambitie zo uit. “Ouderen zijn een complexe, heterogene groep die te vaak in een passieve rol geduwd wordt door de rest van de maatschappij. De rol van een gerontoloog lijkt mij dan ook heel duidelijk: gerontologen moeten ouderen uit deze passieve rol trekken. Gerontologen moeten werken aan het positieve beeld van ouderen, zodat ze als volwaardige deelnemers van de maatschappij worden gezien. Deze professionals moeten een stem geven aan ouderen, zodat hun complexer wordende noden en behoeften niet vergeten worden.”

Participatie

Eén student zet nog een stap verder in dat belang van participatie: daar ligt de hoeksteen van verandering.

“Waarom ouderen niet meer actief betrekken bij het beleid van hun huis? Geef hen verantwoordelijkheden. Laat hen participeren aan directietafel of in de raad van beheer. Laat hen mee beslissen over bepaalde budgetten. Geef hen bij sollicitatiegesprekken een adviserende rol. Ik ben ervan overtuigd, mocht men dit al langer doen, dat onze rusthuizen er anders zouden uitzien.”

De vakgroep Gerontologie, studenten en docenten, blijft op de barricaden staan voor een sterke ouderenzorg waar aandacht, warmte en activering hand in hand gaan. “We hopen dat deze coronacrisis kansen biedt om zo’n ouderenzorg verder waar te maken, gestut door talrijke betrokken en bekwame zorgmedewerkers”.

Reacties [10]

  • Ann vermoesen

    Wat de participatie van de ouderen betreft is er alvast de Vlaamse ouderenraad die de stem van de ouderen ook in dit thema verwoordt en dan ook een onmisbare partner kan zijn.

  • Ann vermoesen

    wat betreft de samenwerking tussen ziekenhuizen en woonzorgcentra, kunnen de ziekenhuizen ook leren van de woonzorgcentra (de zorg voor de totale mens). Bij een ziekenhuisopname worden de noden van de oudere te vaak gereduceerd tot het medische.

  • Ronald Stevens

    Uw artikel geeft fantastisch weer waar aan moet gewerkt worden.
    Ik merk wel over het algemeen dat u graag OVER ons praat en schrijft, maar veel minder respect heeft voor de mening van de mensen met zorgnood zelf.
    Vriendelijke groeten
    Ronald Stevens
    Persoon met een handicap, senior, laaggeschoold, maar wel (bestuurs) lid van verschillende verenigingen uit het middenveld

  • Myriam Dhulst

    Als seniorenconsulent kan ik mij helemaal vinden in deze benadering van de WZC’a. De vrijwilligers en mantelzorgers zijn vragende partij om terug ingeschakeld te worden en inderdaad niet alleen in de cafetaria. Dit moet toch veilig kunnen geregeld worden. Bewoners snakken naar een bezoekje, eens hun hart luchten tegen iemand die ze niet moeten sparen om geen verdriet te doen.
    Ik had ook zeer de indruk dat in heel deze coronatijd, de ouderen, met alle goede bedoelingen, buitenspel gezet zijn. Iedereen protesteert tegen de maatregelen, maar niet de ouderen. Sommigen hebben geen maanden meer om te wachten op betere tijden. Ze leven soms enkel nog voor hun geliefden , een deugddoende knuffel, een klein verzetje…Corona is gevaarlijk en kan je je leven kosten, maar eenzaamheid en verdriet ook… Waar kies je voor? Hopelijk beseffen beleidsmakers dat nu ook.
    Anderzijds… alle respect en dankbaarheid voor de WZC’a en thuiszorgdiensten.

  • Geert

    Boeiend artikel, eigenlijk weten we ondertussen allen wel hoe het zou moeten en kunnen. Zo moeilijk is dat ook niet, maar om verschillende redenen is het blijkbaar wel moeilijk om deze evidenties om te zetten in de praktijk. Er wordt nog zeer sterk gedacht vanuit de beroepsgroepen, wat ik in dit artikel eigenlijk ook zie gebeuren ;-) (de gerontologen). Wat houdt ons tegen om de ouderenzorg te organiseren en te realiseren zoals we ondertussen weten dat het zou ‘moeten’? Ik merk wel, gelukkig, in steeds meer wzc dat het de goede kant uitgaat. Alhoewel er zeker meer handen en hoofden beschikbaar mogen zijn om al die zorg, welzijn, zingeving …. te realiseren. Werken in de ouderenzorg vraagt naast een warm hart voor ouderen, veel kennis en kunde. Eigenlijk zouden juist de toppers van de verschillende beroepsgroepen moeten kiezen voor die residentiële ouderenzorg.

  • Katrien Varendonck

    In een teug gelezen, jullie artikel Was het maar waar, was het maar waar! Was dit maar realiseerbaar! Ik leef al 1p jaar let een schuldgevoel sinds mijn moeder in een wzc verblijft. Ik ken ondertussen het reilen en zeilen! Ikzelf werk in de thuisverpleging. Het kan echt anders! Het moet echt anders°

  • Els Deroover

    Deugddoend om in deze tijd ook te kunnen lezen dat er breed en tegelijkertijd diep op het leven in het rusthuis ingegaan wordt en daarbij vooral beschreven is hoe hier door mensen.uit de praktijk naar gekeken wordt. Overheid neem dit a.u.b ter harte!
    Een therapeut vanop de werkvloer die vooral de hoop blijft koesteren dat ook dit mogelijk is en tussentijds er in de kleine dagdagelijkse dingen tracht te zijn voor deze mensen die alle respect verdienen (vaak in hun kwetsbaarste periode)

  • Bernadette Van den Heuvel

    Betekenisvol artikel. Laat ons inderdaad samen door- en omdenken over de plaats van de residentiële ouderenzorg in het zorg- en welzijnslandschap. Met een belangrijke rode draad: het perspectief van de bewoner en de bescherming van haar/ zijn rechten en vrijheden.

  • Dirk Van Beveren

    Beste redactie,
    De aankomende generatie 65+ zal op een andere wijze zijn/haar derde levensfase anders willen invullen, ook op vlak van zorg.
    – Er zullen kleinschaliger woonvormen ontstaan.
    – Als gevolg van het invoeren van het systeem van ‘persoonlijk budget bij ouderen’ zullen er naast verdere uitbouw van de thuiszorgomkadering, ook woonvormen in eigen beheer ontstaan van gelijkgezinden die hun zorg inkopen. Een goede evolutie maar ik wil toch waarschuwen voor een ‘te vrije markt’ op dat vlak. Wie voldoende geld heeft, kan zich uitgebreide zorg kopen. Vraag is ook of kleinere woonvormen voldoende garanties bieden om alle diensten en hulpverlening ter beschikking te hebben.
    – Binnen de wzc is er nu al heel wat differentiatie: dagcentrum, kortverblijf, zorgflats,… Voor heel wat zorgbehoevende ouderen is een wzc een verademing: goede zorg, sociaal netwerk, veiligheid,..
    Mits aanpassingen (zelfstandige units) kan ook hier een omslag gemaakt worden.

    • Dekervel Luc

      Experten en vergaderen dat is wel nodig . Maar het belangrijkst is het veldwerk ( aanwezig zijn en beschikbaar zijn om de directe zorgen te ledigen ). De deuren opengooien, want een RVT moet een verlengde zijn van de familie en meer geintegreerd in het sociaal weefsel.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.