Opinie

‘Vlaanderen mag woonzorgcenta niet in de steek laten’

Naiké Costa

Na het applaus is het tijd voor boter bij de vis. De loon- en arbeidsvoorwaarden van zorgmedewerkers moeten beter. De federale regering zette al belangrijke stappen, nu is het aan de Vlaamse regering om te investeren. Dat zegt Naiké Costa, directeur van een woonzorgcentrum in Assenede.

© ID / Mine Dalemans

Meer handen aan het bed

Op 7 juli 2020 bereikte de federale regering, in overleg met vakbonden en werkgevers, een sociaal akkoord voor de zorgsector. Margot Cloet van Zorgnet-Icuro sprak op Twitter van een “historisch akkoord” voor de gezondheidszorg. En dat klopt. Het is een bijzonder mooi akkoord.

‘Een groot deel van de zorgmedewerkers blijft in de kou staan.’

Veel mensen in de zorgsector gaan erop vooruit. Er komt een loonsopslag van 2 tot 8 procent en er is oog voor een goede balans tussen werk en privé. De federale overheid trekt ook 100 miljoen euro uit voor betere arbeidsomstandigheden, waarbij men focust op stabiele uurroosters en verpleegkundigen de mogelijkheid geeft om drie weken na elkaar verlof te nemen.

Daarnaast is er via het zorgpersoneelfonds geld voor 4.000 extra jobs. Meer handen aan het bed betekent minder werkdruk. De overheid investeert ook 40 miljoen euro in opleidingen, onder andere om zorgkundigen om te scholen naar verpleegkundigen. Ook voor mensen buiten de zorg worden er meer mogelijkheden gecreëerd om een zorgopleiding te volgen. Zo hoopt men het tekort aan zorgmedewerkers weg te werken. Anno 2020 blijft de uitstroom uit het zorgberoep immers nog altijd groter dan de instroom.

Woonzorgcentra in de kou

Een mooi akkoord dus. Applaus voor de onderhandelaars. En toch wringt het.

Het sociaal akkoord gaat enkel op voor zorgmedewerkers in de ziekenhuizen, een federale bevoegdheid. De 130.000 zorgmedewerkers uit door Vlaanderen gesubsidieerde zorgvoorzieningen, zoals de woonzorgcentra, jeugdhulp en gehandicaptenzorg vallen uit de boot.

Als directeur van een woonzorgcentrum heb ik het daar moeilijk mee. Want wat met mijn medewerkers? Ook zij werken hard. Ook zij verdienen betere loon- en arbeidsvoorwaarden. Ook zij hebben recht op meer handen aan het bed.

Door de coronacrisis stond de ouderenzorg wekenlang in de schijnwerpers. Iedereen was het er plots mee eens: jullie hebben keihard gewerkt en verdienen beter. Maar dat verdienden we al veel langer. Ook voor de komst van COVID-19 stonden de woonzorgcentra al aan de zijlijn. Deze crisis zet de nood aan investeringen extra in de verf.

Hoog zorgprofiel

De zorg in onze woonzorgcentra wordt alsmaar complexer. Bewoners zijn vaak erg kwetsbaar. Mensen komen pas naar ons als de alternatieven van mantelzorg en thuiszorg zijn uitgeput. Dat maakt dat veel bewoners een hoog zorgprofiel hebben, en dus ook meer personeelsinzet vragen.

‘De zorg in onze woonzorgcentra wordt alsmaar complexer.’

Alleen is de personeelsnorm niet meegegroeid met het zorgprofiel. Om goede zorgkwaliteit te kunnen leveren, moeten er dus meer handen aan het bed komen.

Om hierop in te spelen, kondigde de Vlaamse regering al aan dat ze voor bewoners met een zwaar zorgprofiel extra middelen zou inzetten. Concreet gaat dit over zowat 20 miljoen euro, goed voor 340 extra werkkrachten. Mooi, maar laten we niet vergeten dat er in Vlaanderen en Brussel zowat 800 woonzorgcentra zijn…

Vergrijzingsgolf

De voorbije jaren investeerde de Vlaamse overheid ook veel geld in extra opvangplaatsen. Hierdoor zijn de wachtlijsten gekrompen, en op sommige plaatsen zelfs weggewerkt.

Maar er komt een volgende vergrijzingsgolf op ons af. Tegen 2030 – dat is binnen tien jaar – komen er ruim 40.000 85-plussers bij. Waar gaan al die mensen wonen? De overheid zal opnieuw moeten investeren in bijkomende plaatsen. Of gaan we terug naar de tijd met de ellenlange wachtlijsten?

‘Zolang de ouderenzorg negatief gepercipieerd wordt, zal het moeilijk zijn om nieuwe medewerkers aan te trekken.’

Om al deze zorgbehoevende bewoners te ondersteunen, moet de ouderenzorg medewerkers kunnen aantrekken. Maar hoe overtuig je iemand om een job in een woonzorgcentrum te ambiëren of te behouden?

Naast geld voor extra plaatsen, betere infrastructuur en meer personeelsomkadering moeten we ook werk maken van de beeldvorming van de ouderenzorg. En dat is niet eenvoudig in deze tijd. Nog meer dan voor de coronacrisis, pakt de media uit met negatieve verhalen en getuigenissen. Kritiek geven mag, maar het evenwicht is zoek.

En zolang de ouderenzorg negatief gepercipieerd wordt, zal het moeilijk zijn om nieuwe medewerkers aan te trekken.

Het beroep moet aantrekkelijker

Kortom: het beroep van medewerker in de ouderenzorg moeten we aantrekkelijker maken. Cruciaal daarbij zijn correcte loon- en arbeidsvoorwaarden. Voorwaarden die dezelfde zijn als in de ziekenhuizen. Want nu krijgt een verpleegkundige die werkt in een ziekenhuis een hoger loon en betere arbeidsvoorwaarden dan de verpleegkundige die koos voor een job in de ouderenzorg. Het werkt oneerlijke concurrentie en discriminatie in de hand.

‘Maak het beroep van medewerker in ouderenzorg aantrekkelijker.’

Dat is de realiteit in dit land. Vandaar mijn wrevel bij het federale sociaal akkoord. Of beter bij het tekort aan een Vlaams sociaal akkoord.

Vlaanderen mag de woonzorgcentra niet in de steek laten. En moet daarom snel werk maken van een eigen sociaal akkoord. Dit zou een waardering betekenen voor onze zorgmedewerkers, want dat verdienen ze.

Op 8 juli startte het overleg. Er werd een onderhandelaar aangeduid, de taken werden verdeeld, een kalender werd afgesproken. Er weerklonk een startschot. Nu nog de eindmeet halen.

Reacties [6]

  • Emmelen Liza

    wij zijn ingeschreven in het rusthuis in Riemst voor de kienen namiddag de donderdag en voor de breien namiddag de dinsdag en ierdere maand H .Mis en andere feesten en nu dat de corona tijden is dat allemaal weg gevallen nu.

    Emmelen .liza.

  • JuR

    De extrinsieke waardering is één kant van de medaille.
    Meer handen aan een bed is geen garantie voor betere zorg. Althans toch niet zo lineair als dit hier gesteld wordt.
    Streven naar een hoogste kwaliteit van zorg werkt contaproductief op de midden en lange termijn. Dat dit goed bedoelde zorg is twijfel ik niet aan hoor. Het is echter die goedbedoelde zorg die zorgt voor een aangeleerde afhankelijkheid/hulpeloosheid. Dan heb je inderdaad steeds meer een zorgverlener nodig.
    Deze gelegenheid aanwenden om onze visie op gezondheid in vraag te stellen? Waarbij we zorgen dat de bewoner zijn eigen gebruiken en gewoontes zoveel mogelijk behoudt, waarbij autonomie en eigen regie de basis zijn en gestimuleerd worden. Oog hebben voor ‘wat kan iemand nog wel’ (positieve gezondheid), veiligheid & vrijheid, leefwereld vergroten, maatschappelijke betrokkenheid, het ervaren van gerichte ondersteuning en verminderen administratieve
    lasten staan hierin o.a. centraal. Het werk anders organiseren…..

    • Geert

      Beste JuR, kent u de bewoners die momenteel in de wzc verblijven? We willen niet liever dan te kijken naar wat iemand nog wel kan (positieve gezondheid zoals dat zo mooi wordt genoemd). Meer handen is geen garantie voor betere zorg, maar is wel een minimale vereiste. De handen moeten er wel zijn hé om die zorg te geven of om iemand te helpen met wat hij/zij nog kan doen. Iemand iets zelf laten doen of stimuleren om positief te kijken naar de zorg en gezondheid: dat vraagt evenveel personeel zo niet meer. Ik denk dat je moet werken in deze setting omdat te kunnen begrijpen? Momenteel zijn er echt te weinig handen om goede zorg te garanderen voor de huidige populatie in de wzc. Laten we dus zorgen voor voldoende handen en hoofden, laten we zorgen voor een interprofessioneel team dat niet enkel focust op hygiënische zorgen, laten we onze bewoners ondersteunen in wat ze wel nog kunnen doen. Maar zoals al gezegd, dat levert zeker geen tijdswinst op. Integendeel.

  • Veerle Van Vlierberghe

    Een goede en terechte bijdrage over de verloning van personeel in WZC. Laten we hier ook de thuiszorg niet vergeten, ook zij zitten niet mee in het federale akkoord over betere arbeidsvoorwaarden. Ik hoop dat de thuiszorg, samen met de WZC stevig uitgebouwd en onderbouwd kan worden, zodat de mensen die thuis kunnen (en willen) blijven wonen, dit op een kwalitatieve manier kunnen doen. Want inderdaad, in de tweede vergrijzingsgolf is het niet realistisch dat iedereen naar een WZC gaat, en met een sterke thuiszorg hoeft dit ook niet. Tenslotte pleit ik voor een vlotte overgang van thuis naar WZC, waarbij het WZC ruimte heeft voor overleg met thuiszorg, en zoveel mogelijk de thuissituatie kan benaderen (kleinschalig, genormaliseerd): mensen staan op en gaan slapen wanneer zij dat wensen, er ligt een brood op tafel ipv voorverpakte boterhammen, er is vast en voldoende personeel bij een bepaald aantal mensen, mantelzorgers blijven betrokken… Enfin, een mens mag dromen nietwaar.

    • JuR

      Volgens mij zijn er al stappen gezet om te zorgen voor een dergelijke vormen van ketensamenwerking. Zonde dat deze initiatieven het nieuws niet halen. Waar je je op focus groeit tenslotte.
      Als netwerk samen-werken met andere stakeholders in de regio om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken, waarbij de wensen en behoeften van de bewoners het vertrekpunt zijn. Samenwerking met andere partijen blijvend vormgeven is dan essentieel. “Samenwerken in de regio” staat dan centraal met doelmatigheid en zinnige zorg als basis. Een regioteam/voorziening die bij wijze van “partner in het ouder worden” zal fungeren.
      IN plaats van “wat kan ik voor u doen?”, zoals het gebruikelijke “service-model”, stellen we dan de vraag “waar staan we NU en waar gaan we SAMEN naartoe?”
      Samen in een netwerk of zoals het afrikaanse gezegde gaat.
      “you need a village to raise a child”

  • Essel Nancy

    Beste directeur,
    ik geef je volledig gelijk en hoop dat de regering snel volgt om hieraan iets te doen. Er werd en wordt keihard gewerkt in de 3 opgesomde sectoren en zoals u duidelijk aangaf is de verloning niet navenant. Ik werk als verpleegkundige. Op een bepaald moment (jaar 2000) ging ik van psychiatrie naar een WZC, mijn loon kelderen bruto, toen nog in BF, 10000,- naar beneden. Hoewel ik dit wel graag deed, ben ik snel overgestapt naar een andere job. En zo zullen er nog zijn. Waarom is het werk van iemand in een WZC minder waard dan dat zelfde werk in een ziekenhuis? Zoals je aangaf is de zorg ook in een WZC complexer geworden.
    Laat ons hopen dat elke zorgsector gewaardeerd wordt op gelijke basis.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.