Verhaal

Straatverpleging: ‘Ik sta ervan te kijken hoeveel zorg je op straat kan toedienen’

Lisa Develtere

Ivo Todts werd in 2017 de eerste straatverpleegkundige in Hasselt. Begin dit jaar kreeg hij met Ilvie Awouters een extra collega. De twee verpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis schuimen de straten af om mensen die het moeilijk hebben de nodige medische hulp te geven.

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Wat moet ik me voorstellen bij straatverpleging?

Ivo: “We zijn aanwezig op straat en geven verpleegkundige hulp aan iedereen die dat nodig heeft. Maar we richten ons vooral op mensen zonder stabiele thuissituatie en mensen die omwille van sociale isolatie niet tot bij de dokter of in het ziekenhuis geraken. Na onze eerste zorg proberen we de weg te wijzen naar de reguliere hulpverlening.”

Hoe weten jullie deze mensen te vinden?

Ilvie: “Ik doe deze job sinds januari. Het duurde even voor ik de mensen die dakloos zijn leerde kennen. Je kan het ook niet altijd zien. Er is bijvoorbeeld iemand die altijd een kostuum draagt. Als passant zou je nooit vermoeden dat hij dakloos is.”

‘We krijgen de hele tijd meldingen: ‘Hier zit iemand waar het niet goed mee gaat, kan je eens komen?’’

Ivo: “De meeste mensen kennen ons ondertussen. Op onze badge en rugzak is bovendien zichtbaar een rood kruis aangebracht. Mensen spreken ons de hele tijd aan: ‘Ik heb wat last van mijn voeten, wil je er eens naar kijken?’ De meeste cliënten hebben onze gsm-nummers. Ze weten dat ze ons altijd mogen contacteren als er iets is.”

“Ook straathoekwerkers, sociaal werkers, ziekenhuizen, politie en stadswachters weten dat we er zijn. We krijgen de hele tijd meldingen: ‘Hier zit iemand waar het niet goed mee gaat, kan je eens komen?’ Ik ben dan ook blij dat Ilvie het team kwam versterken. Nu kunnen we meer continuïteit bieden.”

Wat doe je als je zo’n oproep krijgt?

Ivo: “We helpen meteen. Ik probeer aan de telefoon al een eerste inschatting te maken: wat is er aan de hand? Dan ga ik erop af en zoek ik contact. We stuiten zelden op weerstand.”

Ilvie: “Je voelt dat dat anders is dan bij bijvoorbeeld sociaal werkers van het OCMW of politie. Zij ondervinden wel veel weerstand. Omdat wij een medische insteek hebben, zien mensen ons anders. We bieden ook meteen hulp, zonder dat mensen hun verhaal moeten doen of verantwoording moeten afleggen.”

Verzorg je iedereen ter plaatse?

Ivo: “Dat hangt af van wat er aan de hand is. Het gaat meestal om wonden, maar daklozen hebben vaak problemen aan de voeten: kloven, ingegroeide teennagels. Dat lijken kleine dingen, maar ze kunnen de mobiliteit van mensen ernstig beperken. Daarnaast komen we alles tegen: longproblemen, gebroken benen maar vooral veel psychische problemen.”

‘Ik sta ervan te kijken hoeveel zorg je op straat kan toedienen.’

Ilvie: “Indien het ernstig is, gaan we naar spoed. Maar ik sta ervan te kijken hoeveel zorg je op straat kan toedienen. We zijn verpleegkundigen, geen dokters. Er zit dus geen medicatie in onze rugzak, maar bijvoorbeeld wel ontstekingsremmende zalf.”

Ivo: “Dat is echt een wondermiddel. Voor ik dit werk deed, had ik geen idee voor hoeveel situaties zo’n ontstekingsremmende zalf oplossingen biedt. Ik heb mensen gezien die met grote vuurrode abcessen zaten, maar die het vertikten om naar het ziekenhuis te gaan. Wat doe je dan? Dan leg ik er een dikke klodder zalf op en zeg: ‘Morgen wil ik je terugzien. Als het dan niet minder rood is, zal je toch naar het ziekenhuis moeten.’”

Waarom willen veel mensen niet naar het ziekenhuis?

Ivo: “We merken wel afkeer van spoeddiensten. Vaak door negatieve ervaringen. Mensen werden terug op straat gezet of niet ernstig genomen. Dat is ook de reden dat we zo veel zorg op straat toedienen.”

Ilvie: “Ze hebben soms het gevoel dat de hulpverlening gefaald heeft. Maar wanneer het te ernstig is, verwijzen we altijd door. We gaan ons boekje niet te buiten. Bovendien zien we het als een belangrijk taak om de brug te maken met de reguliere hulpverlening.”

‘We merken afkeer van spoeddiensten.’

Ivo: “Soms gaan we mee tot aan het ziekenhuis om zeker te zijn dat het opgevolgd wordt. Zeker als het dringend is. Een man kwam bijvoorbeeld naar mij met een ontsteking van aan zijn tenen tot bovenaan zijn been. Ik heb toen meteen gezegd: ‘Kom, spring in mijn auto, we gaan nú naar spoed!’”

Ilvie Awouters

Ilvie: “We bieden meteen hulp, zonder dat mensen hun verhaal moeten doen of verantwoording moeten afleggen.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Jullie brachten het al aan. Op straat leven ook met mensen met een psychische kwetsbaarheid.

Ivo: “Veel dak- en thuislozen worstelen met verslaving, vaak in combinatie met psychiatrische problemen. Soms is het ook de oorzaak van hun dakloosheid. Het luik geestelijke gezondheidszorg is dus een belangrijk stuk van ons werk. We zijn niet toevallig psychiatrisch verpleegkundigen.”

‘Welzijnspartners kunnen het psychische aspect vaak moeilijk inschatten.’

“Welzijnspartners kunnen dat psychische aspect vaak moeilijk inschatten, dus trommelen ze ons op. Een sociaal werker vroeg me bijvoorbeeld onlangs om raad. Een man had om hulp gevraagd omdat zijn zoon volgens hem onterecht geïnterneerd was. Ik heb contact opgenomen met het ziekenhuis om te achterhalen in welk traject die jongen zit en hoe we de situatie moeten plaatsen.”

Ilvie: “Zo’n vragen krijgen we wel vaker. Gisteren belandde een jonge vrouw met een mentale beperking op straat. Ze is 25 en woonde bij haar ouders. Er waren spanningen en de bom was gebarsten. De betrokken sociaal werker zocht een woonoplossing, maar vermoedde dat er meer aan de hand was. En dat klopte. De jonge vrouw had psychische hulp nodig. Ze is nu opgenomen.”

Samenwerking met andere welzijnsspelers lijkt een belangrijk deel van jullie succes.

Ivo: “Sterker nog, nauw contact met partners binnen en buiten het stadsbestuur zit in ons DNA: het project is een samenwerking tussen de stad Hasselt, het Wit-Gele Kruis Limburg, het Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs (VAD) en Zorggroep ZIN, het vroegere Centrum voor Alcohol- en andere Drugsproblemen (CAD).”

Het Wit-Gele Kruis doet normaal thuisverpleging en thuishulp. Toch zetten jullie in op straatverpleging?

Ivo: “Dit project past in onze visie. We bieden inderdaad zorg thuis, in de eigen vertrouwde omgeving, maar wat als die omgeving de straat wordt? Iedereen heeft recht op goede zorg, ook wie op straat leeft.”

‘Als een andere stad ons morgen vraagt of we een straatverpleegkundige kunnen afleveren, kunnen we daar ja op zeggen.’

“Binnen het Wit-Gele Kruis hebben we straatverpleging een vaste plek gegeven. Als een andere stad ons morgen vraagt om een straatverpleegkundige af te leveren, dan kunnen we daar ja op zeggen. Misschien niet voor de dag erna, maar we zullen wel zo snel mogelijk een plan van opstart uitwerken met de betrokken stad. We hopen dat die vraag zal komen, want ook elders zijn de noden hoog.”

Dak- en thuisloosheid associeer je spontaan met Brussel of Antwerpen, niet met een stad als Hasselt.

Ivo: “Uit een telling eind vorig jaar bleek dat er in Hasselt ruim 200 dak- en thuislozen zijn. Bijna dagelijks zie ik nieuwe mensen bijkomen. Ze komen van overal. Een paar weken geleden belandde hier een man die jarenlang in Parijs op straat leefde. Hij was naar Nederland gereisd, maar kreeg daar het advies: ‘Je bent Belg, ga maar naar Hasselt, want daar zorgen ze goed voor je.’”

‘De laatste twee maanden zien we een explosie.’

Ilvie: “Toen ik startte in januari was het vrij rustig, maar de laatste twee maanden zien we een explosie. We zien ook steeds meer vrouwen en jonge mensen van begin de twintig. Die jongeren blijven vaak onder de radar, omdat ze de ene keer bij de ene persoon logeren en dan weer ergens anders.”

Ivo Todts en Ilvie Awouters

Ivo: “Er moet meer uniformiteit zijn bij iedereen die zich bezighoudt met de doelgroep. Na vier jaar merk ik een goede evolutie, maar we zijn er nog niet.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Niet alle vragen die jullie krijgen zijn medische vragen. Hoe pakken jullie die aan?

Ivo: “Wij werken voor het Wit-Gele Kruis, maar maken deel uit van het team dak- en thuisloosheid van het OCMW Hasselt. Daar zitten vier sociaal werkers die zich hierop toeleggen. Met hen werken we intensief samen.”

“Vroeger moest telkens bekeken worden welke dienst een hulpvraag zou opnemen. Daar was een hele administratieve rompslomp aan verbonden. Nu is het één telefoontje en de trein is vertrokken. Alles kan heel snel gaan. Dat is een grote verbetering.”

De stad heeft dus oog voor de problematiek?

Ivo: “Ja, zeker. De administratie luistert als we signaleren dat dingen mislopen. Maar ook vanuit de politiek voelen we waardering voor wat we doen. Samen streven we één doel na: voor dak- en thuislozen zorgen. Voor politici is het vaak ook overlastbestrijding, maar als je goed voor de doelgroep zorgt, volgt dat automatisch.”

Met goed voor hen te zorgen, pak je de oorzaak van dak- en thuisloosheid nog niet aan.

Ivo: “Dat klopt zeker en daar moet ook werk van gemaakt worden. Maar Hasselt zal altijd daklozen hebben. En voor hen moeten we altijd zo goed mogelijk zorgen.”

‘Hasselt zal altijd daklozen hebben.’

“Daarnet kwam ik een wijkagent tegen in Café Anoniem. Dat is onze belangrijkste uitvalsbasis. Die sprak me spontaan aan over een aantal mensen. Dat is waar we naartoe moeten. Er moet meer uniformiteit zijn bij iedereen die zich bezighoudt met de doelgroep. Na vier jaar in de Hasseltse straten merk ik zeker een goede evolutie, maar we zijn er nog niet.”

Ivo Todts

Ivo over de eerste lockdown: “Ik heb me als hulpverlener nog nooit zo alleen gevoeld als toen. Ik was de enige op straat. Alle organisaties sprongen plots op de kar van thuiswerk.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Waar loopt het nog mis?

Ivo: “Het mag allemaal wat eenvoudiger. Zo belde ik onlangs naar de noodopvang om iemand aan te melden. Er was plaats, maar volgens de procedure moest iemand van het OCMW de aanmelding doen. De procedure is inmiddels aangepast, waardoor aanmelden via ons nu veel vlotter kan verlopen.”

‘Met bewindvoerders merken we vaker problemen.’

Ilvie: “Waar ik vaak tegen aanloop is het onbegrip van mensen die niet psychiatrisch geschoold zijn, maar wel betrokken zijn, zoals bewindvoerders. Bij een patiënt met een alcoholprobleem die graag een tv wil, zegt de bewindvoerder nee, want hij vindt dat de man in opname moet. Terwijl wij net vinden dat hij de laatste tijd grote stappen heeft gezet: hij drinkt nog wel, maar een pak minder en hij heeft een woning. Zonder dat hij kennis heeft over verslaving, heeft de bewindvoerder toch veel macht over de persoon.”

Ivo: “Met bewindvoerders merken we wel vaker problemen. We krijgen al weken vragen over een dakloze dame waar mensen zich zorgen over maken. Elke woonoplossing die we voorstellen, wijst haar bewindvoerder af. Eigenlijk oordeelt die bewindvoerder dat die vrouw geen dak boven het hoofd hoeft. Er is nu wel licht aan het einde van de tunnel, maar ik word daar heel kwaad van.”

Kaarten jullie dit soort pijnpunten ook aan?

Ivo: “Ja, we signaleren zaken die mislopen aan de dak- en thuislozencoördinator van het OCMW. Die neemt alle info mee naar het betrokken beleid. En altijd volgt er wel overleg of terugkoppeling. We worden ook vaak uitgenodigd door partners op overleg of om te brainstormen. We merken dat er steeds iets gedaan wordt met wat we aandragen. Er wordt naar ons geluisterd.”

Had de coronacrisis een impact op jullie werking?

Ivo: “De eerste golf was waanzinnig druk. Ik heb me als hulpverlener nog nooit zo alleen gevoeld als toen. Tijdens de eerste lockdown was ik de enige op straat. Alle organisaties sprongen plots op de kar van thuiswerk. De deuren van veel sociale diensten waren potdicht. Mensen moesten via de telefoon of computer contact nemen, niet evident voor iemand die dakloos is.”

‘Tijdens de eerste lockdown was ik de enige op straat.’

“Tegelijk waren er een pak meer mensen op straat. Veel mensen die we kenden en waar we ons normaal geen zorgen over maakten omdat ze altijd wel ergens konden slapen. Maar dat lukte nu niet meer. Mensen hadden plots schrik om iemand in huis te halen. Sommige psychiatrische opnames werden ook abrupt beëindigd.”

“Ik was heel blij dat twee stagiairs me zijn komen helpen. Samen hebben we compartimenten gebouwd in de nachtopvang. Dagelijks screenden we de dak- en thuislozen op corona en sensibiliseerden we over hygiënemaatregelen. Ilvie is in die periode ook mee komen helpen. Gelukkig is naar onze signalen geluisterd en stonden we er in de tweede lockdown niet meer zo alleen voor.”

Wat motiveert jullie persoonlijk om dit werk te doen?

Ilvie: “De noden zijn zo enorm hoog, nog veel hoger dan ik vooraf gedacht had. Je krijgt veel vertrouwen van de mensen, mensen die vaak het vertrouwen in andere hulpverlening kwijt zijn. Je merkt dat je heel grote stappen kan zetten. Dat is heel motiverend.”

Ivo: “Ik haal er elke dag weer voldoening uit. Het is een doelgroep die vaak uitgespuwd wordt door de samenleving. Je voelt dat je echt verschil maakt in mensen hun leven. Je merkt dat aan hoe ze je op straat begroeten, maar ze benoemen het ook. Ook de mensen in ons netwerk bevestigen: ‘Dit is wat we misten in Hasselt. Dit mag niet stoppen.’”

Reacties [1]

  • Rik verthe

    Weet heb meer dan jaar op straat geleefd en spoed en ziekenhuis en hoe rapper daklozen buiten hoe liever

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.