Verhaal

Sociaal werkers verenigt u!

Nederlandse beroepsvereniging aan het woord

Nico Bogaerts

Of het sociaal werk nood heeft aan een beroepsvereniging is in Vlaanderen een sluimerend debat. Nederland kent al lange tijd een beroepsvereniging van maatschappelijk werkers. Zopas kreeg deze beweging een nieuwe naam: ‘Beroepsvereniging van professionals in sociaal werk’ (BPSW). Wij spraken met directeur Lies Schilder.

Lies Schilder

Lies Schilder © Felix Ireland

Lies Schilder

Lies Schilder © Felix Ireland

Wat doet jullie vereniging?

Onze belangrijkste doelstelling is het verenigen van professionals in het sociaal werk. We proberen de individuele vakbekwaamheid van leden op peil te houden en te vergroten. We ontwikkelen daarvoor standaarden, een beroepscode en beroepsprofiel en organiseren tuchtrecht. Daarnaast vinden we het belangrijk om het beroep van sociaal werker te ontwikkelen. Het sociaal werk moet op de kaart staan, we moeten ervoor zorgen dat de politiek ons hoort. We moeten een stem hebben die kan wegen op dossiers die het sociaal werk aangaan.

Vroeger hadden jullie leden het diploma ‘maatschappelijk werk’. Sinds kort spreken jullie over professionals in het sociaal werk. Vanwaar deze verbreding?

In de praktijk waren er al meer groepen lid dan alleen maatschappelijk werkers, ook sociaal pedagogische hulpverleners en jeugdzorgwerkers sloten zich aan. In onze nieuw goedgekeurde statuten staat dat we een ledenvereniging zijn voor professionals in het sociaal werk. Dat lijkt me correcter en sluit beter aan bij de actualiteit.

Over de precieze aanmeldingsvoorwaarden is nog discussie.

Klopt. Het lidmaatschap was tot nu toe verbonden aan het al dan niet hebben van het juiste diploma, minimaal een HBO-opleiding van een Hogere Sociaal Agogische Opleiding.In Vlaanderen te vergelijken met een Bacheloropleiding.De vraag is nu of we niet ook moeten kijken naar de functie die iemand uitvoert. Kan bijvoorbeeld een verpleegkundige die een sociale functie heeft lid worden? Het precieze statuut van een sociale professional maakt niet uit. Zowel mensen met een contract als zelfstandigen zijn welkom. Men moet zelfs geen werk hebben. Ook schoolverlaters kunnen aansluiten.

‘Sociaal werkers komen te weinig voor zichzelf op.’

Hoeveel leden tellen jullie?

We hebben nu 3.500 leden. Hoeveel sociale professionals er in Nederland zijn? Dat is een moeilijke vraag. In elk geval zijn er flink meer sociale professionals actief dan dat wij leden hebben. Sociaal werkers zijn uit zichzelf niet geneigd zich te organiseren terwijl dat wel nodig is.

Waarom verenigen sociaal werkers zich niet?

Dat is een goede vraag. Sociaal werkers zijn erg dienstverlenend, wat een mooie eigenschap is. Ze zijn geneigd om iedereen ter wille te zijn. Als de werkgever iets vraagt, doet de werker het. Als de cliënt het vraagt, dan gebeurt het zeker. De cliënt gaat boven alles. Maar het behartigen van hun eigen belang schiet er bij in. Sociaal werkers komen te weinig voor zichzelf op. Er is nog een tweede reden. Sociaal werkers zijn geen vrij beroep zoals advocaten of artsen. Het zijn organisatieprofessionals, van bij de start van het beroep waren sociaal werkers verbonden aan organisaties en overheden. Gezondheidswerkers hebben zich veel onafhankelijker kunnen ontwikkelen wat maakt dat zij zich ook sneller verenigd hebben.

Niet toevallig is er in Vlaanderen wel een beroepsgroep van maatschappelijk werkers in de ziekenhuizen.

Dat bevestigt mijn hypothese. Algemeen sociaal werkers hebben veel minder de drang om zich te verenigen. Zelfs nu ze onder druk staan van bezuinigingen en nieuwe wetgeving gebeurt het niet.

Het lidmaatschap van de vereniging is niet goedkoop. Misschien speelt dat ook een rol?

Individuele leden betalen elk jaar 199 euro. Maar er zijn kortingen voor studenten, jonge professionals en leden van eenzelfde werkgever die in groep aansluiten. We werken zonder subsidies. We krijgen enkel geld voor onze rol in een aantal landelijke programma’s, vooral in de jeugdwet.

Die nieuwe landelijke jeugdwet is voor de beroepsvereniging een belangrijk thema.

Die jeugdwet mikt op een verdere professionalisering van de jeugdhulpverlening. Een belangrijk element in de jeugdwet is de verplichte registratie van jeugdzorgwerkers. Om de wetgeving te ondersteunen is het belangrijk om een stevige, verenigde beroepsgroep van jeugdzorgwerkers te hebben. Daar zetten wij intensief op in.

Jeugdzorgwerkers hebben een soort van keurmerk in Nederland?

Een element uit de jeugdwet is dat de werkgever het werk verantwoord moet toedelen. En dat betekent dat werkgevers het werk enkel kunnen toedelen aan professionals die geregistreerd zijn, bijvoorbeeld als jeugdzorgwerker of gedragswetenschapper. Deze moeten zich bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) inschrijven. Dit is een onafhankelijk register dat is opgericht door de beroepsverenigingen. Wij hebben samen met anderen de criteria bepaald voor de registratie.

Aan dit register is een tuchtcollege gekoppeld.

Iedereen die een klacht heeft over een jeudgzorgwerker kan bij het register klacht indienen. Daar wordt bekeken of de klacht ontvankelijk is. Een ontvankelijke klacht komt voor het tuchtcollege. Daarin zitten zowel beroepsinhoudelijke mensen als juristen. Het doel van dit tuchtrecht ligt niet in het elkaar beschermen tegen buitenaf. Integendeel. Het zegt meer iets over de kwaliteit waar je als professional voor staat, en de beroepscode waaraan je je wilt en nu ook volgens de wet moet houden. Je verantwoordt je werk hiermee naar de buitenwereld. Dat is belangrijk voor de bescherming van de positie van cliënten.

Wat zijn de sancties?

Voor jeugdzorgwerkers bestaat de kans dat ze uit het beroepsregister worden geschrapt. Ze kunnen dan niet meer actief zijn als jeugdzorgwerker. Voor sociaal agogen en maatschappelijk werkers oganiseren wij als beroepsvereniging zelf een gelijkaardig tuchtcollege. De ergste sanctie is dan dat je uit de beroepsvereniging kan uitgesloten worden.

Gebruikersorganisaties of cliëntenorganisaties zijn niet betrokken.

Toch wel. Die zitten bij de SKJ in de adviesraad, samen met de werkgevers en de betrokken opleidingen.

De Vlaamse professor sociaal werk Koen Hermans is een groot pleitbezorger van een beroepsvereniging voor sociaal werkers. Hij zegt wel dat ‘een beroepsgroep geen defensief verhaal mag worden. Je moet de deur openzetten, liefst in samenwerking met gebruikersorganisaties.’ Doen jullie dat?  

We komen als beroepsvereniging op voor cliëntrechten, maar veelal indirect. Het doel van de vereniging is ook het doel van sociaal werk. Burgers tot hun recht laten komen. Dat is internationaal de missie van sociaal werk. Wij doen dat door te focussen op de kwaliteit van de sociale professionals. Via hun ga je immers die opdracht realiseren. Maar daar gaan we wellicht de gebruikersorganisaties nog meer bij betrekken.

‘De beroepsinhoud primeert op de sociaal-economische belangen.’

Wat is het verschil met een vakbond?

Bij ons primeert de beroepsinhoud op de sociaal-economische belangen. Al hebben we daar zijdelings wel oog voor. Zo hebben we nu een contract met een verzekeraar waar leden kunnen op intekenen voor bijstand bij juridische procedures. Maar dat is maar een beperkt luik van onze werking. Wij focussen vooral op de belangen en de kwaliteit van het beroep.

Hoe pakken jullie die structurele poot aan?

We lobbyen heel veel. We hebben ons de afgelopen tijd in de kijker kunnen werken waardoor we mee aan tafel zitten bij landelijke programma’s zoals de ontwikkelingen rond de jeudgzorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Het maakt dat je korte lijnen hebt met landelijke politieke partijen en de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn, Veiligheid en Justitie. Bij belangrijke dossiers gaan we mensen benaderen, werken we samen met andere beroepsverenigingen en sturen we een position paper uit.

Zoals gezegd is er in Vlaanderen geen algemene beroepsvereniging voor sociaal werkers. Wel wordt er geprobeerd om naar Brits voorbeeld een Sociaal Werk Actie Netwerk (SWAN) uit de grond te stampen. Deze groep sociaal werkers zijn links en maatschappijkritisch, schuiven het cliëntperspectief erg naar voor en steunen de strijd tegen de besparingen.

Dat doet me denken aan de jaren zeventig. Ze zijn meer dan wij verbonden met actiegroepen. Tegenover de bezuinigingen in Nederland hebben wij ook een fors standpunt ingenomen. Die waren en zijn een slechte zaak. Alleen heb je daar als beroepsvereniging weinig vat op. Met Vlaanderen zijn er nog geen structurele contacten, al krijgen we wel een pak vragen uit jullie contreien en bezinnen we ons dit jaar op het toelaten van Vlamingen.

Waar hoop je binnen vijf jaar te staan met de BPSW?

Dan hoop ik dat ons ledenaantal tenminste verdubbeld is. Ik wil het aantal leden substantieel zien stijgen. Dat is essentieel om van betekenis te kunnen zijn. Ik hoop ook dat we als vereniging nog meer dan nu een stem zijn in het politiek debat, bij het beleid en op de werkvloer. Het moet vanzelfsprekend zijn dat je als professional in sociaal werk lid bent van de vereniging. Dat zou geweldig zijn.

Reacties [2]

  • sylvia

    Als sociaal werker in het wijkgezondheidscentrum de Ridderbuurt te Leuven ben ik al jaren op zoek naar een manier om meer te kunnen wegen op het (lokaal) welzijnsbeleid. Het is wel opvallend dat ik de noodzaak hiervan meer voel sinds ik in de gezondheidssector werk (de hypothese wordt nogmaals bevestigd). Mijn collega’s artsen, kinesisten, verpleegkundigen zijn lid van een eigen beroepsvereniging. Enkel wij , sociaal werkers, zijn nergens in verenigd. Het belang hiervan is nochtans zeer groot. Op dit moment worden er belangrijke beslissingen genomen voor onze doelgroep en voor de wijze waarop wij ons werk mogen organiseren. De vermaatschappelijking van de zorg biedt veel mogelijkheden, maar evenveel bezorgdheden.

    Sociaal werkers nemen het woord niet meer. Voorheen spraken de coördinatoren voor ons, de nieuwe trend is de cliënten te laten spreken. Het zou een belangrijke meerwaarde zijn om aan de beleidstafel van art. 107, de integrale jeugdhulp, het M decreet, de veranderingen binnen de ocmw’s… een gedragen voorstel vanuit onze professionele ervaringen te laten horen.

    Belangrijke voorwaarden zijn dat we het meer oneens durven zijn. Loslaten dat we pas een visie naar voren kunnen schuiven als iedereen akkoord is. Durven tijd steken in bijeenkomsten en niet te denken dat dit ten koste van je cliënten is. Die mentaliteitswijziging zal nodig zijn om ons te verenigen.

    Ik vind het belangrijk dat een beroepsvereniging openstaat voor iedereen die met sociaal werk bezig is én voor gebruikers. Ik zie het meer als een politiek instrument dan een bescherming van het beroep.

  • Hans Grymonprez

    Het is interessant om, zoals onderzoek van Idit Weis-Gall suggereert, dat de steun voor de welvaartsstaat bij sociaal werkers hun eigen sociale positie reflecteert eerder dan hun professionele opdracht. Voorts stelt deze auteur dat hun matige steun in contrast staat met hun zwakke houding en positionering tegenover afbraak van de welvaartsstaat. Ik vermoed dat dit in Vlaanderen ook zo is. Mijn inziens hebben actienetwerken, vakbonden en sociale bewegingen een grotere actieradius en mobilisatiepotentieel dan een beroepsvereniging. Akkoord dat de belangen en de kwaliteit van het beroep belangrijk zijn maar enkel in het licht van een duidelijk debat waar dat beroep voor staat en dit ook vertaalt in dito acties en stellingnames in concrete maatschappelijke en politieke dossiers die de belangen van de beroepsgroep overstijgen.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.