Verhaal

‘In die kale isoleercel verloor ik mijn laatste restje waardigheid’

Thomas Detombe

Een jonge vrouw getuigt over haar ervaring met afzondering en dwang in de psychiatrie. “Het gebrek aan nabijheid was verschrikkelijk. Ik ging dood vanbinnen.”

Gedwongen Opname

© ID/ Sien Verstraeten

Sirene zorgt voor paniek

Laura De Houwer (26) twijfelde lang of ze haar verhaal publiek zou maken. Ze wil geen individuele hulpverleners met de vinger wijzen. Er speelde ook angst dat mensen haar niet zouden geloven. Uiteindelijk schreef ze alles neer in een boek. ‘Ik moest braaf zijn’ verschijnt op 18 maart.

‘Tijdens de eerste lockdown raakte ik geïsoleerd.’

Elk van de veertig hoofdstukken beschrijft een dag van haar gedwongen opname in de psychiatrie. Een traumatiserende periode waarvan ze nu, acht maanden later, nog steeds herstelt. “Als ik een ambulance hoor, krimp ik in elkaar”, begint ze. “Iets alledaags als een sirene kan zomaar een paniekaanval uitlokken.”

In veel opzichten is Laura een jonge vrouw die droomt van doorsnee dingen: een lieve partner, kinderen, betekenisvol zijn voor andere mensen. Ze heeft een psychische kwetsbaarheid, dat wel. Maar daarin is ze lang niet de enige. En er is altijd hulp, toch?

Vertel eens over je kwetsbaarheid.

“Als tiener kreeg ik te maken met pesterijen en worstelde ik met depressies. Op mijn veertiende werd ik een maand opgenomen in de psychiatrie. Dat hielp me niet vooruit. Uiteindelijk raakte ik op eigen houtje opnieuw boven water. Ik leerde m’n man kennen en een tijdlang liep alles goed.”

Anderhalf jaar geleden beslisten we om samen voor een kindje te gaan. Dat ging minder vlot dan gehoopt. Een fertiliteitstraject bracht geen directe verlossing. Het was voldoende om een nieuwe depressie uit te lokken. Ik meed professionele hulp. Waarom zou de geestelijke gezondheidszorg me nu wel kunnen helpen?”

“Achteraf beschouwd was dat geen goed idee. Mijn problemen escaleerden. Na een zelfmoordpoging zocht ik alsnog een psychiater en een psycholoog op. Er volgde een diagnose: borderline. Therapie en medicatie hielpen me er stilaan bovenop. Maar toen kwamen corona en de eerste lockdown.”

Wat gebeurde er?

“Alle dragende structuren vielen weg. Mijn jobs in de horeca werden stopgezet. De lessen in het kader van mijn opleiding gezinswetenschappen verliepen plots online. En ook het contact met de hulpverlening leed onder die eerste lockdown. Ik raakte geïsoleerd en werd opnieuw depressief.”

‘Ik kwam geboeid aan op een gesloten psychiatrische afdeling.’

“Er volgde een nieuwe zelfmoordpoging. Toen de ambulance arriveerde, weigerde ik eerst om mee te gaan. Maar er waren vier agenten bij. Na wat geduw en getrek zat ik toch in de ziekenwagen.”

“Op de spoedafdeling kwam een psychiater kort met me praten. Hij vroeg wat ik het liefste wilde. Ik vertelde hem dat ik graag thuis wilde gaan slapen bij mijn man. Op dat moment was ik rustig. Op de vraag of ik de volgende dag een nieuwe poging zou ondernemen, antwoordde ik niet. Het bleek onrustwekkend genoeg om een procedure voor gedwongen opname te starten. Twee uur later zat ik in een isoleercel.”

Een isoleercel?

“Blijkbaar is dat de standaardprocedure in het weekend en ’s nachts. Ik kwam geboeid aan op een gesloten psychiatrische afdeling. Een zestal verpleegkundigen, enkele beveiligingsmensen en de politie wachtten me op. Ze hadden een kort blauw shortje in de hand.”

“Ik gaf aan dat ik me niet voor ieders ogen wilde omkleden en vertelde dat ik een isoleercel onnodig vond. Ik was toen al enkele uren bedaard, de grote crisis was voorbij. Mijn oproep vond geen gehoor.”

‘De deur van de kale cel met alleen een stalen wc en bed ging op slot.’

“Na een korte discussie drukten ze me tegen het bed en kleedden me hardhandig uit. De deur van de kale cel met alleen een stalen wc en bed ging op slot. Een halfuurtje later kwam de psychiater van wacht even kijken. Ik vroeg hoelang ik in de cel moest blijven maar ze kon er geen termijn op kleven.”

“De volgende ochtend mocht ik naar een gewone kamer. Ik vertelde tegen de psychiater en psycholoog op de afdeling dat ik me wilde laten helpen, maar dan ambulant of via dagbehandeling. Dat leek me een constructief aanbod. Ik besefte dat ik een probleem had maar de oplossing lag wat mij betreft niet in een verplichte opname of isoleercel. Niels, mijn man, dacht er ook zo over.”

Gedwongen opname

“Je voelt je compleet machteloos, overgeleverd aan de agenda van anderen.”

© ID/ Sien Verstraeten

Vier dagen later besliste de vrederechter om je veertig dagen gedwongen op te nemen.

“Dat maakte me enorm overstuur. Vier dagen lang had er amper iemand naar me omgekeken. En nu besliste een vrederechter plots om me veertig dagen te houden? De logica leek te zijn: je ondernam een zelfmoordpoging dus je plaats is hier. Maar thuis kon ik steunen op mijn man, familie en mijn psycholoog. Die hulpbronnen werden voor bijna anderhalve maand opgeschort.”

‘Vier dagen lang had er amper iemand naar me omgekeken. En nu besliste een vrederechter plots om me veertig dagen te houden?’

“Kort na het vonnis ontving ik een brief op mijn kamer. Daarin stond dat ik tijdens de zitting van de vrederechter een eigen advocaat of m’n persoonlijke psychiater kon inschakelen. Nu had een pro deo advocaat me verdedigd. Waarom kwam ik dat pas nu te weten? Mijn psychiater kent me goed. Zij had kunnen vertellen dat het veilig was om naar huis te gaan.”

“Na het verdict wist iedereen op de afdeling hoe moeilijk ik het had. Toch deed niemand de moeite om even mijn kamer binnen te lopen. Dat gebrek aan nabijheid voelde vreselijk. Dit was niet de manier waarop ik die veertig dagen kon of wilde doorbrengen.”

“Later die avond ontsnapte ik. Ik ging thuis slapen, bij mijn man. Pas de ochtend erop stond de politie aan onze voordeur. Het versterkte mijn overtuiging dat ik evengoed thuis kon herstellen. Hoe veilig is een gesloten afdeling als ze je verdwijning pas uren later opmerken?”

Ging je vrijwillig terug mee naar de afdeling?

“Ja, ik wilde geen scene maken. De politie beloofde mij bovendien een gesprek met de afdeling. Nu zouden ze eindelijk naar me luisteren, dacht ik. Bij aankomst vloog ik echter direct in de isoleercel.”

‘Ze bonden me aan handen, voeten en buik vast op het bed.’

“Dat is de standaardprocedure bij een ontsnapping. Ik probeerde te onderhandelen en vertelde hoe traumatiserend ik die eerste nacht in de cel vond. Een gewone kamer was prima voor mij. Eigenlijk hoopte ik dat iemand me zou vragen waarom ik precies ontsnapt was. Toen enkele hulpverleners stappen in mijn richting deden, spurtte ik in paniek weg.”

“Ze sleurden me terug en bonden me aan handen, voeten en buik vast op het bed. Een vijfpuntfixatie heet zoiets. 26 uur bleef ik zo vastgebonden. Daarna lieten ze me stelselmatig vrijer maar moest ik wel nog vier dagen in de isoleercel blijven.”

Had je het gevoel dat je toen een gevaar voor jezelf of anderen betekende?

“Neen. Achteraf las ik in mijn dossier dat ik toen geen suïcidale gedachten meer had, ook niet tijdens de ontsnapping. Waarom dan toch zo drastisch ingrijpen? Het voelde als een straf. Ik durf op te komen voor mezelf. Misschien was de afzondering een antwoord op die mondigheid.”

Hoe beleefde je die vier dagen in de cel?

“Je voelt je compleet machteloos, overgeleverd aan de agenda van anderen. Ik heb gesmeekt om me los te maken. Instinctief wil je terugvechten, maar dat helpt je geen meter vooruit.”

“Niemand kon me vertellen hoelang het zou duren. Ik wist niet of ik naar het toilet zou kunnen. Ze negeerden mijn vraag om Niels te verwittigen of een advocaat te spreken. Dat gebrek aan perspectief weegt zwaar.”

‘Geen nabijheid, schijnbaar totale onverschilligheid.’

“Isoleercellen noemen ze soms ook ‘intensieve prikkelarme kamers’. Prikkelarm klopt enigszins, maar intensief? Op vier dagen tijd kwam één verpleger kort een praatje maken. Alle overige tijd was ik alleen met m’n gedachten en mocht ik niets doen. Je wordt helemaal aan je lot overgelaten.”

“Tijdens die eerste 26 uur trok ik op een bepaald moment het laken op bed rond m’n hals. Dat was meer een schreeuw om aandacht dan een echte zelfmoordpoging. Door iets te doen wat niet mocht, zou er wel iemand naar me toe komen, redeneerde ik. Alles was beter dan urenlang alleen vastgebonden in die cel te liggen.”

“Twee hulpverleners kwamen inderdaad binnen en trokken het laken van me af. ‘Dan maar geen laken meer’, zei een van hen laconiek. Daarna ging de deur opnieuw dicht. Dat was het dan. Geen nabijheid, geen begrip of gesprek, schijnbaar totale onverschilligheid.”

Kon je het aangeven als je iets nodig had?

“In de inspectieverslagen van het ziekenhuis staat dat er elke dertig minuten toezicht zou moeten zijn. Maar als ik op de oproepknop duwde, duurde het soms uren voor er iemand kwam kijken.”

‘Waren die riemen mijn verdiende loon?’

“Mijn man en ik probeerden in die periode nog steeds zwanger te raken. Op het moment van opsluiting was ik enkele weken over tijd. Gefixeerd op het bed kreeg ik op een bepaald moment hevige buikpijn. Ik kermde van de pijn. Pas na drie uur kwam er iemand kijken of ik oké was. Al die tijd was ik doodsbang dat er iets ernstig aan de hand was.”

“Later die avond en nacht wilde ik naar het toilet, desnoods aan handen en voeten geboeid. Dat mocht niet, regels zijn regels. Een bedpan zag ik niet zitten dus plaste ik mezelf uiteindelijk onder. “Halfnaakt, zonder beschermend laken en liggend in mijn urine verloor ik m’n laatste restje waardigheid. Ik begon te geloven dat die kille kamer en riemen m’n verdiende loon waren. Vanbinnen ging ik dood.”

Gedwongen opname

“Als die periode van gedwongen opname bedoeld was om me te helpen, heeft ze over de hele lijn gefaald.”

© ID/ Sien Verstraeten

Isolatie en fixatie maakten het voor jou dus erger?

“Ik durfde niets meer te delen over mezelf, uit schrik dat ze me opnieuw zouden isoleren of vastbinden. Toen ik naar een gewone kamer mocht, verkeerde ik een soort overlevingsmodus. Zolang er mensen op de gang liepen, hield ik mezelf wakker. Wat als ze me weer vastbinden tijdens mijn slaap?”

“Wat ook niet hielp was dat men soms botweg dreigde met de isoleercel. ‘Als je het uithangt, vlieg je er weer in!’, zeiden ze. Zo leer je vooral om ‘braaf’ te zijn, en in de pas te lopen. Dat droegen ze me ook letterlijk op: ‘Het is beter voor jezelf als je braaf bent.’

De isoleercel is een oplossing voor de angsten van de hulpverlener, maar gaat voorbij aan die van de patiënt, schreef Brenda Froyen in haar boek Uitgedokterd (2016). Ze is zelf ook vertrouwd met dwang.

“Dagenlang op een bed liggen zonder therapie of begeleiding leek inderdaad vooral rust te brengen voor het personeel. Maar verdienen mensen op hun meest kwetsbare moment geen aangepaste hulp? De zieken in een kooi steken, dat is toch iets middeleeuws?”

‘De zieken in een kooi steken, dat is toch iets middeleeuws?’

“Als die periode van gedwongen opname bedoeld was om me te helpen, heeft ze over de hele lijn gefaald. Waarom was er geen gesprek mogelijk over het trauma, over hoe pijnlijk die ervaring in de cel voor me was? Pas toen ik naar huis mocht, kon ik therapeutisch aan de slag.”

Zou het kunnen dat je gewoon brute pech hebt gehad en dat andere ziekenhuizen hier anders mee aan de slag gaan?

“Ik verwijs hier graag naar NADA: een nieuw netwerk dat alternatieven suggereert voor dwang en afzondering in de geestelijke gezondheidszorg. Midden januari lanceerde NADA, met steun van patiëntenvereniging UilenSpiegel vzw, een oproep om traumatische ervaringen rond dwang in de psychiatrie te delen. Op vijf dagen tijd liepen er zestien getuigenissen binnen.”

“Dat zijn mensen die in therapie moesten voor hun behandeling, ouders die hun kind verloren aan zelfmoord na een gedwongen opname, enzovoort. Echt schrijnende verhalen. En wat opvalt: de verhalen van mensen die dertig jaar geleden hetzelfde ondergingen, verschillen nauwelijks van recentere getuigenissen.”

“In theorie moeten dwangmaatregelen een laatste redmiddel zijn, alleen te gebruiken bij gebrek aan andere opties en als er acuut gevaar dreigt. Tijdens mijn opname bleken de acht isoleercellen bijna altijd volzet. Dan is het geen uitzonderingsmaatregel meer.”

Wie is verantwoordelijk?

“Hulpverleners proberen overeind te blijven in een zee van regels. Die zijn opgesteld vanuit een fundamenteel wantrouwen, op maat van wat er fout kan lopen. In die dwangbuis van protocollen is humane zorg op maat geen evidentie.”

‘Hulpverleners proberen overeind te blijven in een zee van regels.’

“Ik vind dat mensen tenminste een kans verdienen. Geef iemand sneller stukjes vrijheid terug en evalueer wat er gebeurt. Ik begrijp de angst van hulpverleners. Je zal maar de pech hebben om aangevallen te worden met het potlood dat je zonet uitdeelde. Maar soms richten procedures meer kwaad dan goed aan.”

“In de isoleercel moest ik mijn trouwring uitdoen. Het was de laatste link met mijn man op dat moment. Staat het gevaar op dat moment in verhouding tot de impact van die maatregel?”

Hoe kan het anders?

“Ik pleit voor een verbod op vijfpuntfixatie en de isoleercel in hun huidige vorm. Alleen zo moedig je ziekenhuizen voldoende aan om te investeren in menswaardige alternatieven. Er bestaan voldoende conflicthanteringsmodellen.”

“Wat telt is dat je altijd in gesprek blijft met iemand, altijd. Zet desnoods vrijwilligers in die iemand in nood gezelschap kunnen houden in de isoleercel.”

“In het psychiatrische ziekenhuis in Diest zijn er afzonderingsappartementen waar familieleden mee mogen inwonen. Dat had kunnen werken voor mij. Het PZ Bethaniënhuis in Zoersel zet in op afzonderingskamers, comfort rooms of een verblijf op de eigen kamer. Daarbij streeft men continu naar geborgenheid voor de patiënt en probeert men de noden in te schatten. Heeft iemand nood aan contact of net niet?”

“Noorwegen verbood dan weer afzonderingsmaatregelen voor kinderen en jongeren. Soms scheidt men jongeren van de groep maar men laat hen nooit alleen.”

“In eigen land denkt men momenteel na over een intensievere begeleiding met meer hulpverleners waardoor de opnameduur sterk verkort. Zo’n modellen juich ik toe. Zelf had ik positieve ervaringen met mobiele zorgteams die je thuis opzoeken. In je eigen omgeving herstellen lukt beter.”

Je verhaal is geen reclame voor de psychiatrie. Het kan de drempel om hulp te zoeken verhogen.

“Misschien, maar dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Het probleem is niet dat mensen zoals ik durven spreken over hun ervaring, het probleem is dat dwang te snel en disproportioneel ingezet wordt. Dit gebeurt vanuit een fundamenteel wantrouwen en een gebrek aan creativiteit of geld voor alternatieven.

Ben je nog teruggekeerd naar het ziekenhuis waar je opgenomen was?

“Ja, dat was niet gemakkelijk. Na uitgebreid mailverkeer tussen mezelf, de directie en de ombudsdienst werd ik uitgenodigd voor een gesprek. Ik sprak met de directeur, hoofdarts, afdelingspsychiater en hoofdverpleegkundige. Er hing een ietwat ongemakkelijke sfeer, maar ik kon wel mijn verhaal doen en verbeterpunten aanbrengen. Ik begrijp hun realiteit nu ook beter.”

‘Ik had een gesprek met het ziekenhuis. Er hing een ietwat ongemakkelijke sfeer, maar ik kon wel mijn verhaal doen en verbeterpunten aanbrengen.’

“Er leeft veel angst onder hulpverleners. Ze vinden het enorm moeilijk om mensen op de gesloten afdeling juist in te schatten. Dat verwondert me ook niet. In zo’n repressieve setting klappen de meeste patiënten dicht. Als je geen hoogte krijgt van iemand, is vertrouwen geven moeilijk natuurlijk. Maar vertrouwen werkt in twee richtingen. Hoe kan je verwachten dat mensen zich veilig voelen als de dreiging van fixatie en isolement constant om de hoek loert?”

Hoe gaat het vandaag met je?

“Wat ik meemaakte was vreselijk, maar het gaf me ook een doel. Met mijn verhaal en boek wil ik het gebruik van dwang opnieuw op de agenda krijgen. Dat mag wel, acht jaar na de getuigenis van Brenda Froyen lijkt er nog niet zo veel veranderd.”

“Binnenkort start ik zelf als hulpverlener. Heel graag wil ik kinderen en jongeren bijstaan tijdens crisismomenten. Ik miste zelf een luisterend oor op het moment dat ik er het meest nood aan had. Dat kan en moet anders. Voor wie het even niet meer ziet zitten, wil ik een lichtpuntje zijn.”

Reacties [13]

  • Miranda

    “We zetten in op fixatie-arme zorg”
    Zijn er nog klinieken waar dit toegepast wordt? Dat verbaast me oprecht. Het is hopeloos ouderwets in een wereld waar zelfs klinieken zijn zonder separeercellen.

    Als je voor het eerst opgesloten wordt in een separeercel, kan deze NOOIT prikkelarm zijn. Dat is echt een vreemde illusie van het personeel.

    Verder werk ik al een tijd als ervaringsdeskundige. Ik ben slechts zelden iemand tegengekomen voor wie de (eenzame) opsluiting niet min of meer traumatisch was. Men benoemt vaak dat herstel niet in de kliniek plaats vindt, maar later thuis.

    Er is wat aan te doen, maar vrij raken van separaties is heel erg moeilijk. Bij ggz breburg lukt het ze. Zolang separeren wel nodig geacht wordt, is de uitvoering te verbeteren. Aandacht, empathie, open staan voor het verhaal van de cliënt, ook na de separatie. Laat vooral dat verhaaltje los dat het voor iemands eigen bestwil was. Het wordt uitsluitend toegepast uit machteloosheid (en dat moet helaas soms)

  • Patricia

    Amai vele die de isoleercel traumatiserend vinden. Ik dacht dat ik de enige was die het daar zo moeilijk mee had.
    Ik ben als 17 jarige in de isoleercel gestopt. Daar moest een man me fixeren met handen en voeten. Nadien moest mijn bh uit. Dat hoorde zo. Ik mocht enkel een onderbroek en T-shirt aanhouden. En dan lag ik daar met die camera’s op mij gericht terwijl je gefixeerd half naakt daar moet liggen. Als je op 5 punten wordt vastgebonden kan je toch geen zelfmoord plegen met je bh? Dit ging volgens mij om pure vernedering.
    Op de opname afdeling werd je gedumpt tot wanneer er na maanden een plaatje vrijkomt om dan door te schuiven naar een therapie afdeling. Maar na 1,5 maand was ik het wachten beu en stapte ik op.
    Vier jaar later kreeg ik een angststoornis door een ongeluk. Ik heb nu eigenlijk intensieve therapie nodig maar ik durf de psychiatrie niet meer in. Daarom loop ik nu al 15 jaar met mijn angst rond. Via ambulante therapie lukt het niet.

  • Indra

    Beste, ik vind het enorm eng om dit te lezen. Ik werk ondertussen al meer dan 10 jaar in de psychiatrie en kom regelmatig in contact met isolatie maatregelen.. Ik kan met de hand op het hart zeggen dat mijn collega’s en ik er altijd alles aan doen om dit te voorkomen, menswaardige oplossingen zoeken, in gesprek gaan zoveel als mogelijk, medicatie opties bekijken,.. Ondanks al dit is een isolatie soms niet te vermijden. Ook dit proberen we zo snel mogelijk terug af te bouwen, versoepelen,.. Samen met de patiënt te kijken wat is veilig voor beide partijen en waar heb je nood aan. Ik hoop dan ook dat mijn voormalige patiënten geen trauma’s hebben overgehouden zoals ik hier lees.. Graag wil ik je veel stekte in dit proces toewensen en hoop ik dat als ex patiënten van ‘bij ons’ dit toch voelen ze dit zo veel en zo luid mogelijk melden opdat we hieraan kunnen werken. Dit gezegd zijnde geloof ik erin dat een ‘prikkelbare ruimte’ voor beide partijen rust kan geven.. Mvg

  • Perry Vanmaasakker

    Eindelijk, het valt me wel op dat ik dit nu pas lees naar aanleiding van het artikel over betere zorg, nou ik ben 61 jaar loop al 24 jaar in de psychiatrie rond en heb jaren geleden te horen gekregen dat ik Manisch Depressief nu heet het een bipolaire stoornis ook zo belachelijk precies hetzelfde maar ineens een STOORNIS, fijn staat goed op je CV.
    Ik ben 15 jaar geleden ook in een isoleercel beland en niet omdat ik suïcidaal was maar omdat ik hysterisch deed.
    Jaren daarna heb ik geprobeerd om mijn medisch dossier op te vragen, omdat ik bewijs wilde hebben om een alsnog een klacht indienen.
    Nooit iets vernomen.
    Er gaat veel te veel geld naar de zorg gewoon door slecht personeel, ik heb heel veel behandelaren en psychiaters gehad, uiteindelijk zijn er van 24 jaar 2 casemanagers 1 psychiater en een woonbegeleidster waar ik uiteindelijk veel aan heb.
    Maar het is te triest voor woorden wat er zich allemaal afspeelt op PAAZ en oa andere psychiatrische afdelingen GGZE Eindhoven.

    • N.C. Theunissen

      Ook op de PAAZ waar ik zat gebeurde dit, en dat was van 2017-2019

  • nathalie vermeulen

    Dit verhaal zet mij aan om het UZ Gent, de Paaz afdeling daar eens te laten aanpakken, vooral de “arts” die mij 2x zonder respect aanpakte en mij ook in de isolatiecel liet opsluiten!! Terwijl ik enkel weigerde om urine te geven omdat ik ongesteld was.
    Het is er middeleeuws, eng, een plaats waar je trauma’s opdoet en nog maar zelfmoord zou willen plegen zolang je er weg kan zijn.
    Ik was 2x onschuldig waarvan de eerste keer een psychose was door veel kruiden om te vermageren door elkaar te nemen, ondertussen te drinken heel belangrijk was een siroop met pseudo efidrine die hier de doorslag gaf tot een psychose maar dit deed er niet toe. Mensen zijn geen wilde beesten die je in het donker met een wc en camera die daarop was gericht, opsluit, naakt met een lang kleed aan en een dun dekentje van dezelfde stof! De muren waren in iets vinylachtig net als het deken en kleed in het donkergroen. De matras was ook bekleed met dat vinylachtig iets.
    Het was er ijzig koud! Dank u Paaz UZ!!

  • Marith

    Als ik het zo lees is er nog niet veel veranderd in de laatste 40 jaar… schrijnend om dit te moeten constateren. Er zijn veel meer verhalen zoals dit waarbij een opame heel traumatisch was. Mensonwaardig…het toont de tunnelvisie aan van psychiaters en hulpverleners tov psychiatrische patiënten en het machtsmisbruik. Mensen zoals Dirk De Wachter en Paul Verhaeghe zijn lichpunten, pioniers in deze. Hopelijk komt er met hen een kentering in de zienswijze en de manier van omgaan met mensen in psychische nood.

  • Saelen Viviane

    Ik heb ook in de psychiatrie gewerkt, in Bethaniënhuis, in 1980 tot 1982… inderdaad heel belangrijk: het in vraag stellen van de isolatiekamer met vastleggen in bed (naakt)… geeft meer afstand dan ooit; en schrijnend voor de cliënt, ik hoop dat er inderdaad ruimte is of komt tot creëren van ‘nabijheid’. Een heel moedig verhaal, en voor de begeleiders een zware realiteit… vertrek van jezelf, wil ik ook zo benaderd worden? dan men zo roept tegen mij, … ik werk nu al 41 jaar bij mensen met mentale handicap, sommigen komen ook uit psychiatrie, en benadering uit pure menselijkheid brengt vaak betere contacten mee (eventueel met duidelijke afspraken, programma-aanbod, of zelfs beperkt aanbod, gestructureerd,…) Ijver voor menselijkheid binnen de mogelijkheden, is mijn ervaring, hoe beperkt dit soms ook is, groeten Viv Saelen

    • Perry Vanmaasakker

      Nou dan vraag ik me af waarom je dan niet hebt ingegrepen, dan had je pas een statement gehad.
      Al die flauwekul van hadden we maar, daar is bijna uiteindelijk helemaal geen moer aangedaan, ga maar eens praten met slachtoffers en nabestaanden die het mee hebben gemaakt.

  • Klok

    Hoe vaak kan je “als ziekenhuis” beweren dat jullie momenteel volop inzetten op fixatie-arme zorg?

    Overigens ben ik van mening dat vzw’s die een miljoenenomzet draaien, die opgaan in kapitaalclusters en het grootste deel van het GGZ-budget binnenrijven, artsen op de afdelingen de eindverantwoordelijkheid geven terwijl die enkel binnen hun uren aanwezig zijn, constructies zijn die 19de eeuws aandoen.

    • Perry Vanmaasakker

      Helemaal gelijk

  • Lut Wouters,Willy Vandamme

    Beste Laura,
    Wij zijn zeer ontroerd en onder de indruk dat ook jij dit hebt meegemaakt in de isoleercel. We vinden het heel moedig van jou om je verhaal naar buiten te brengen. Voor ons is het heel herkenbaar. Onze jongste dochter Lieve maakte het zelfde mee in 2014. ’12 dagen isolatie waarvan 5 dagen fixatie.’ze verloor haar waardigheid en stapte uiteindelijk uit het leven. Ze inspireerde ons om de Open hart cirkels te starten Het kan helemaal anders verlopen,met de vzw Re Member organiseren wij samen met anderen ,nu open hart cirkels om de kwetsbaarheid die je voelt en grote invloed heeft op je geliefden bespreekbaar te maken.
    Een liefdevol luisterend oor doet wonderen..
    Graag contacteren we je om eens te zoomen

  • LieverAnoniem

    Spijtig genoeg herken ik bijna alles wat hier staat geschreven.
    Ik ben nog altijd heel kwaad dat ik eens 2weken in een isoleercel zat omdat de dokter in verlof was.
    De vervangdokter wou niet in zijn plaats beslissen of ik er uit mocht.
    Er kwam nooit iemand binnen voor een gesprek,enkel voor het brengen van eten,zelfs dat werd soms vergeten!
    Ik deed soms ook alsof ik mijzelf iets zou aandoen,gewoon om iemand te zien. Dan wurmde ik mij in een blinde hoek waar de camera mij niet kon zien en werd ik ook keer op keer gefixeerd..omdat ik iemand wilde zien.
    Of wat dacht je van isolatie in de zomer met vloerverwarming,alles luchtdicht.Of de radio word een hele dag aangezet ook al wil je dit niet.
    Je hebt 0 controle wat er met je gebeurt en kan niemamand contacteren zelfs geen advocaat.

    Elke psychiatrie zou zich de vraag moeten stellen,..stel dat men hier een gezond mens opneemt,..blijft deze dan gezond,..en zoniet hoe moet iemand die al ziek is er dan beter van worden.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ik moest braaf zijn

Veertig dagen opname in de psychiatrie

Laura De Houwer

Antwerpen | Witsand Uitgevers | 2021 | Het boek verschijnt op 18 maart 2021Meer info