Achtergrond

‘Zolang je in de psychiatrie braaf bent, sluiten ze je niet op’

Evi Verbeke, Stijn Vanheule, Joachim Cauwe, Femke Truijens, Brenda Froyen

De geestelijke gezondheidszorg grijpt vaak naar dwang. Gedwongen opnames nemen toe. Isolatie, fixatie en verplichte medicatie floreren. Hoe ervaren patiënten dat?

dwang

© Unsplash / Saneej Kallingal

Harde en zachte dwang

Het begrip ‘dwang’ laat zich niet makkelijk aflijnen. Er zijn harde vormen van dwang zoals fixatie en isolatie. Maar die vormen slechts het topje van de ijsberg.

‘Elke patiënt ervaart dwang anders.’

Want er zijn er ook zachte vormen van dwang. Sommige patiënten worden onder druk gezet om hun medicatie te nemen, krijgen plots geen frisdrank meer of mogen ’s avonds niet buiten omdat ze te laat op therapie waren. Ook die ingrepen ervaren patiënten als dwang, al zijn hulpverleners zich daar niet altijd van bewust.

Individuele verschillen

De meeste ervaringsdeskundigen staan negatief tegenover dwang. Toch zijn er ook mensen die getuigen dat een gedwongen opname net rust bracht of een afzondering voor veiligheid zorgde.

Om die verschillen beter te begrijpen, interviewden we twaalf ex-patiënten die verschillende opnames kenden. We vroegen ze hoe ze dwang ervaarden tijdens hun opname in de psychiatrie en lieten hen daarover zo open en spontaan mogelijk spreken.We analyseerden de interviews met de ‘interpretatieve fenomenologische analyse’. Deze methode geeft inzicht in hoe mensen dingen ervaren. De wetenschappelijke bijdrage van dit onderzoek gaat verder in op de data-analyse.

Gestraft voor wie je bent

Dwang is een proces dat zich afspeelt in de relatie tussen patiënten en hulpverleners. Om ervaringen rond dwang beter te begrijpen, moeten we dat proces onder de loep nemen.

Dwang ontstaat vanuit een dynamiek waarin hulpverleners mensen eenzijdig als patiënt benaderen en al het gedrag vanuit die noemer interpreteren. ‘Graag zingen’ of ‘druk zijn’ worden een vorm van manie. Veel mensen ervaren dat als kwetsend: wie ze zijn, wordt bestempeld als een symptoom. Ze worden gestraft voor wie ze zijn.

“Ze riepen me op het matje en zeiden: ‘Je bent te druk’. Ik vroeg: ‘Maar wat als ik zo ben?’. ‘Nee’, zeiden ze, ‘we hebben besloten dat je niet naar huis mag dit weekend.’ Zodra je in de psychiatrie zit, wordt je hele gedrag gezien als een stuk van je ziekte.”

Patiënten versus hulpverleners

En als mensen kritiek uiten over dwang, krijgen ze als antwoord dat hun kritische ingesteldheid een onderdeel is van hun ziekte. Bijvoorbeeld dat het een symptoom is van borderline (manipulatief zijn) of van psychose (gebrek aan realiteitszin). Terecht merken enkele bevraagde ex-patiënten op dat het dan knap lastig is om dwang in vraag te stellen.

Die dynamiek zet hulpverleners tegenover patiënten. Patiënten moeten strakke regels volgen, hulpverleners niet. Patiënten moeten de planning volgen die opgesteld werd door hulpverleners. Patiënten eten op andere plaatsen dan hulpverleners.

‘Een mens is altijd meer dan een patiënt.’

“Patiënten en personeelsleden hebben aparte toiletten. Ik kan daar niet bij: is mijn urine van een andere kwaliteit dan die van de begeleiders? Patiënten zijn geen mensen maar objecten die ze behandelen als ziektes.”

De meeste ex-patiënten staan ook stil bij het feit dat hun keuzevrijheid plots stevig beperkt werd. Vaarwel alcohol drinken in het weekend of zelf beslissen wanneer je gaat slapen. Die afhankelijkheid geeft mensen het gevoel dat ze als kinderen behandeld worden.

“Ik voelde mij als een kind in een kostschool. Je kan niets zelf beslissen, tot in het absurde toe. Soms zelfs niet of je choco of kaas op je boterham wil. Dat komt nog eens bovenop je ziekte.”

Enge focus op patiënt

Dat geeft patiënten het gevoel dat hulpverleners voorbijgaan aan hun persoon. Een mens is altijd meer dan een patiënt. Je bent bijvoorbeeld ook volwassene, muzikant of moeder. Maar juist die rollen raken ondergesneeuwd door de enge focus op patiënt. In die context floreren ervaringen van dwang.

Zo kregen verschillende mensen plots geen beslissingsrecht meer over hun kinderen of moesten ze stoppen met borstvoeding. Hun ouderrol moest wijken voor hun identiteit als patiënt: “Als ik een postpartum psychose heb, dan is het toch duidelijk dat het moederschap iets betekent? En dan ga je dat van mij afnemen? Dat snap ik niet. Samen met mijn kinderen, ontneem je mijn moederschap en mijn identiteit.”

Dit proces noemen we ‘desubjectivering’: mensen zijn enkel nog patiënt. Dat ondermijnt stilaan hun zelfgevoel. Voor wie al twijfelt aan zichzelf, is dit des te moeilijker. Denk aan iemand die onzeker is over zijn kwaliteiten als ouder omdat hij depressief is. Mensen rekenen op hulpverlening om dat aan te pakken. Maar dat gebeurt niet: rollen die voor elke mens belangrijk zijn, worden verder ondermijnd.

Iedereen blaast

In deze dynamiek lopen ook hulpverleners zichzelf voorbij. Bij dwang passen ze strikt protocollen en regels toe, in plaats van te investeren in de relatie met de patiënt. Ze voeren uit omdat het zo voorgeschreven werd.

“Ik breng je naar isolatie want het protocol zegt dat dit moet.” “Jij mag niet buiten eten als de zon schijnt want de regel zegt dat we allemaal binnen eten.”

Die houding zorgt er volgens verschillende deelnemers voor dat zij hulpverleners als minder menselijk ervaren. Soms worden protocollen ingeschakeld terwijl dat helemaal niet nodig is. “Als je buitenging moest je sowieso blazen, iedereen. Ook als je geen verslaving had. Ik vond dat heel vreemd omdat ik nooit een verslavingsprobleem had. Maar iedereen moest dat standaard doen.”

Hulpverleners zijn dan nog enkel uitvoerders van een techniek in plaats van een mens in een interactie.

Beter luisteren

Vaak beslissen hulpverleners waarover patiënten al dan niet mogen praten. Ze negeren zaken die patiënten belangrijk vinden zoals hun verleden, de inhoud van hun psychose of traumatische gebeurtenissen. Niet hun authentiek verhaal telt, wel de theorieën over hersenschade, behandelingen en protocollen.

‘Er zouden meer gewone gesprekken moeten zijn.’

“Nu zit de verpleging in een bokaal en patiënten lopen maar rond en moeten naar therapie. Er zouden meer gewone gesprekken moeten zijn. Dan zou het wederzijds vertrouwen groter zijn.”

Hulpverleners willen graag begrijpen, maar vergeten daarbij te luisteren. “Als ik over mijn trauma’s praat, is dat van de hak op de tak. Dan merken ze op: ‘Ik kan je niet volgen, neem een stap terug en zeg één iets’. Maar dan klap ik dicht. Als ik gestructureerd moet vertellen, dan is het ingeoefend. Dat lukt me niet. Je moet niet alles snappen van mij, want als je alles wil snappen dan moet ik alles uitleggen en dat wil ik niet.”

Oorverdovende stiltes

Ook in moeilijke situaties blijft communicatie het sleutelwoord. Toch heerst nog te vaak oorverdovende stilte.

Vijf ex-patiënten werden opgenomen tijdens een psychose. Hun opname op een gesloten afdeling interpreteerden ze binnen de context van hun waan, precies omdat ze geen informatie kregen. Zo zag iemand isolatie als een bevestiging dat ze gekidnapt was. Dwang zonder communicatie kan ervoor zorgen dat wanen, hallucinaties en angsten sterker worden.

“Ik dacht dat ik een geheim agent was die een maffianetwerk zou ontmaskeren. In die beleving komt men plots met een spuit af. Omdat ik in die psychose zat, dacht ik dat ze mij zouden doodspuiten omdat ik op de hoogte was van maffiapraktijken. Dat was heel beangstigend.”

Blijven communiceren

De mensen die aan deze studie deelnamen, begrijpen dat het moeilijk is om tijdens een crisis of waanbeleving met hen in communicatie te blijven. Toch moeten ook dan hulpverleners blijven zoeken naar manieren om in gesprek te blijven, hoe ‘gek’ mensen ook overkomen.

Een ex-patiënte was bijvoorbeeld in haar waan geobsedeerd door tuinmannen en stal hun materiaal. Tijdens de eerste opname moest ze hiervoor in isolatie. In een ander ziekenhuis reageerde personeel op een manier die niet dwangmatig aanvoelde. “Ik zette de boel weer op stelten, maar toen zeiden ze: ‘Komaan, word rustig, we begrijpen dat’. Dan heb ik zelfs met de directeur mogen babbelen en kwam ik inderdaad snel tot rust.”

Aapjesgedrag

Patiënten zoeken zelf strategieën om hulp te krijgen en dwang te vermijden. Ze houden zich bijvoorbeeld rustig of zijn meegaand. Verschillende mensen spreken niet over hun symptomen. Iemand spreekt over ‘aapjesgedrag’ als overlevingsmechanisme: niet te gek doen maar ook niet te normaal zijn.

Een deelnemer kreeg nauwelijks te maken met dwang en zei daarover: “Zolang je braaf bent, sluiten ze je niet op. Maar zodra je protesteert, heb je een probleem.”

Volgens iemand anders is dat de reden waarom klachten soms erger worden in de psychiatrie. De samenleving legt mensen een enorme druk op om ‘normaal’ te zijn. De psychiatrie versterkt dat. “We zijn mensen die een beetje afwijken van het systeem, die vragen hebben bij het systeem. En dan willen ze ons terug in de pas doen lopen. Ze zeggen: ‘Je moeten je aanpassen’. Maar het is juist omdat je vragen hebt bij het systeem dat je een psychose ontwikkelt.”

Als mens benaderd

Mensen vertellen ook dat het anders kan. Ze vinden uiteindelijk hulp die niet dwangmatig aanvoelt en helpt in hun herstel. Zij getuigen steeds over het belang van de band die ze opbouwden met een of meerder hulpverleners. Cruciaal daarin was om als mens te worden benaderd.

‘De hulpverleners die mij als mens benaderden, hebben me het best geholpen.”

“Als ik tijdens mijn opname het gevoel had dat begeleiders in mij geloofden, dan geloofde ik ook meer in mezelf. Had ik daarentegen het gevoel dat ik gewoon in de pas moest lopen en regeltjes volgen, dan voelde ik mij een object. De hulpverleners die mij als mens benaderden, hebben me het best geholpen.”

In zulke relaties smelt de ervaren dwang weg. Een patiënt staat bijvoorbeeld kritisch tegenover medicatie en verzet zich tegen inname. Maar zodra hij hierover in gesprek kan gaan met een arts die hij vertrouwt, ebt de ervaren dwang weg.

Patiënten begrijpen dan ook beter dat ze soms een stukje autonomie moeten afstaan gezien de last die sommige symptomen veroorzaken voor de leefgemeenschap. “Hulpverleners schatten patiënten vaak slecht in omdat er te weinig contact is. Als ze meer met het individu werken, dan wordt die inschatting juister. Dan ontstaat er een beter evenwicht tussen het inperken van vrijheid en het beschermen van veiligheid.”

Dwang ontstaat in een relatie tussen mensen

Een strakke afbakening van dwang is niet mogelijk. Dezelfde regels zijn voor de ene desastreus, voor de andere ondersteunend. Eenzelfde persoon kan op één afdeling de gesprekken over medicatie als een machtsspel ervaren en op een andere plaats als een hulp om een psychose te overwinnen.

‘Dezelfde regels zijn voor de ene desastreus, voor de andere ondersteunend.’

Dit onderzoek helpt om dat verschil te begrijpen: dwang is niet zomaar een interventie, maar is vooral iets dat ontstaat in een specifieke relatie tussen hulpverleners en patiënten. In zo’n relatie worden mensen op een rigide manier als patiënt benaderd. Hulpverleners zijn dan vooral bezig zijn met strikt toepassen van protocollen. Ze investeren te weinig in interactie waardoor het contact gebroken raakt en mensen moeten conformeren met de patiëntenrol.

Dwang gaat over patiënten die geen ruimte krijgen voor de beleving van andere sociale rollen en complexe subjectiviteit.

Een kwestie van ethiek

Door die eigenschappen om te keren, krijg je meteen ook zicht op ‘goede zorg’. Die gaat over investeren in relaties en het benaderen van mensen als mens. Als we dwang willen verminderen in de psychiatrie moeten we inzetten op deze dynamiek, eerder dan regeltjes of technieken bij te schaven.

Als we dwang in de psychiatrie willen verminderen, moeten we de onderliggende machtsdynamiek aanpakken. Dit kan bijvoorbeeld door mensen een actieve stem te geven in hun behandeling en een horizontaal georiënteerde werking uit te bouwen. Plaatsen in Vlaanderen die een succesvolle vermindering tonen in isolaties en regels deden dit door de visie van de afdeling te veranderen in plaats van uitsluitend te investeren in technieken of meer personeel.

Dat vergt een cultuuromslag in de psychiatrie: een andere manier van kijken naar patiënten en naar wat goede hulpverlening is. Geen kwestie van techniek, maar van ethiek.

Reacties [6]

  • Sigmund Martens

    Hallo, zelf heb ik ervaring met meerdere opnames in verschillende psychiatrische centra. De éne opname al succesvoller dan de andere. Ook heb ik twee jaar gewerkt als ervaringswerker, nadat ik al 5 jaar opnamevrij was. Geen enkel verhaal is zwart/wit, zo ook niet van het ‘verplegend personeel’. Ik heb ervaringen gehad met ‘machtsgeile verpleging’ maar ook met mensen met een hart voor verpleging, je voelt het verschil direct. De éne spreekt tegen je als patiënt, de andere spreekt met je als mens. Wel had ik heel dikwijls het gevoel dat er meer ‘over’ mij werd gepraat, dan wel ‘met’ mij, hoewel ik me het meest geholpen voelde wanneer een begeleider mét mij praatte, van mens tot mens.
    Vele hulpverleners bedoelen het in mijn (positieve) ogen ook wel goed en ik begrijp ook heel goed dat sommigen op ‘hun tandvlees’ zitten. Voor een land dat één van de hoogste zelfmoordcijfers in
    Europa kent, is het schrijnend dat amper 7% van de gezondheidsportefeuille naar de GGZ gaat.

  • Johny Vandersmissen

    Dit artikel klopt volledig. Spijtig dat de waarheid kwetst. Als men die men spendeert aan briefings zou spenderen aan de cliënten zou men verder staan. Toen mijn PB uitviel wegens zwangerschapsverlof , heb ik nooit een ander gekregen. Blijkbaar op papier wel maar niet in realiteit. Dit is geen job van 9 tot 5. Dus mensen die daar willen werken kunnen zich beter onthouden.

  • Madeleine Van den storm

    Mijn dochter verblijf nu 11jaar in een pschichiatrie. Nu pas mag ze naar een anderen.zij is verdikt.door medicatie. Een pilletje meer of minder.dan zijn ze braaf de patiënten. Ik zou veel kunnen vertellen hou de wereld in mekaar steekt.grts hou jullie goed.

  • Tom Van den Abeele

    Ik werk nu 4 jaar als ervaringswerker en dit vind ik nu weer een heel eenzijdig en ook zo negatief geladen artikel. Ik ben zelf lid van de werkgroep agressiebeheersing en ook van de werkgroep dwang. Hier komen medewerkers samen om na te denken en acties op te zetten om het aantal isolaties te doen dalen. Ik ben daar aanwezig om het patiëntenperspectief te vertegenwoordigen. Er is een afdeling waar men de isolatiecel vervangen heeft door een prikkelarme studio met rooming in. Toch een positieve evolutie. Ik ben zelf niet psychosegevoelig maar de opmerking: “Maar het is juist omdat je vragen hebt bij het systeem dat je een psychose ontwikkelt” vind ik zeer opmerkelijk en bizar. Mijn mening is dat alles altijd beter kan en voor verbetering vatbaar is. Als ervaringswerker wil ik weg van de klaagmuur. Volgens mij moeten we een positief en aantrekkelijk verhaal brengen zodat iedereen zin heeft om investeren in herstelgerichte zorg in de GGZ.

    • Evi Verbeke

      Beste Tom, bedankt voor je reactie.
      Toch even nuanceren: we gaan er in het artikel ook op in dat iedere deelnemer ook positieve ontmoetingen kende. Het kan inderdaad dus anders, dat geven we hier ook weer.
      We willen vooral waarschuwen voor een bepaalde dynamiek, die niet alleen met isolaties te maken heeft. De quote over psychose ontwikkelen is inderdaad geen algemene waarheid, maar een opmerking van 1 individu die we interviewden. Je hebt helemaal gelijk dat dit niet telt voor iedereen.

      Helemaal akkoord dat we moeten gaan naar een positief verhaal waar zowel hulpverleners als mensen in opname beter van worden :)

  • Marleen Auman

    Schrijnend en oproep om patiënten als mensen te benaderen. 2jr terug op Hersteldagen in De Vooruit hoorde ik dhr Willy Van Damme over het verhaal vab Lieve, zijn dochter…en de kracht van eigen hart cirkels…zo een mooie methodiek om patiënt en zijn context menswaardig te benaderen.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.