Verhaal

Ik had nooit vijf maanden mogen blijven

Onderzoeker blikt terug op opname psychiatrisch ziekenhuis

Nico Bogaerts

Elke Plovie is docent en onderzoeker sociaal werk aan de UCLL in Leuven. Twee jaar geleden viel ze uit met een burn-out. Er volgde een opname van vijf maanden. Vanuit haar onderzoek rond burgerschap en participatie blikt ze terug: “Ik kijk erg kritisch naar mijn opname maar er zijn ook mooie dingen gebeurd.”

herstelgericht werken

© ID / Julie Landrieu

herstelgericht werken

Elke Plovie © ID / Julie Landrieu

Plots zat ik in de psychiatrie

Iedereen rondom mij zag het gebeuren. Alleen ik niet. De dynamiek van elke dag heeft voor mij veel aantrekkingskracht. Ik zie overal mogelijkheden. Ik zat in een flow.

Tot ik tijdens een vorming rond groepsdynamica geen kennismakingsspel meer kende. Dat klopte niet. Ik kon ook geen mails meer lezen. Een aantal maanden thuis rusten bracht geen verandering.

Opname

Op een bepaald moment zag ik geen andere oplossing meer dan een opname. Ik dacht dat die me snel weer op de been zou krijgen. Mijn eerste opname was in het crisisinterventiecentrum. Vandaar ben ik naar een diagnose-afdeling gegaan.

“De eerste maanden gebeurde er niets.”

Het voorstel was om daar zes weken te verblijven. Daar kon ik mee leven. Die geplande zes weken werden er uiteindelijk achttien. Om te testen en een diagnose te krijgen.

Alleen gebeurde er de eerste maanden bijna niets. Samen met de andere patiënten ging ik knutselen, sporten of schilderen. Dat bracht rust, was met momenten heel fijn, hier en daar zelfs betekenisvol. Maar al te vaak voelde het aan als bezigheidstherapie in de wachtkamer van het testen. Het was een lange periode van wachten, zonder enig behandelplan. Het kost de samenleving veel geld om vijf maanden in een ziekenhuis te verblijven zonder dat er iets fundamenteels gebeurt. 

psychiatrie

Ik hield een dagboek bij. © ID / Julie Landrieu

Dagboek

Ik hield tijdens mijn ziek-zijn een dagboek bij. Ik moest dingen opschrijven. Schrijven helpt om mijn gedachten te ordenen. Ik ben iemand die veel nadenkt. In mijn hoofd gebeuren veel dingen tegelijk. Het dagboek was een houvast.

“Mijn dagboek was een houvast.”

Er staan veel observaties in het dagboek. Over wat ik voelde en over wat ik rondom mij zag gebeuren. Ik ben gewend om te observeren. Pas nu ben ik in staat om taal te geven aan deze observaties en ze te verbinden. 

Diagnose

Ik werk als onderzoeker rond kracht- en herstelgericht werken maar dat kwam niet aan bod. Integendeel, het medisch jargon heeft de bovenhand en er wordt vooral gekeken naar wat fout zit. Het is natuurlijk een diagnose-afdeling maar ik weet niet of ik het opnieuw zou doen. Ik vond het belastend om vijf maanden alleen maar te kijken naar wat ik niet meer kon.

“Het medisch jargon heeft de bovenhand.”

Uiteindelijk krijg je dan je diagnose. Het grote moment. Daarvoor was ik gekomen. Het zijn assistenten die de boodschap brengen. Toevallig was mijn vaste assistent die dag afwezig, dus was het iemand die ik nog nooit eerder zag. Die vrouw zei als opener: ‘We hebben je intelligentie getest. Ik kan je alvast zeggen dat daar niets mis mee is.’

Ik viel achterover. Ik maakte mij om veel zorgen, maar niet over mijn IQ. Toen had ik door dat ze geen idee had wie er tegenover haar zat. De rest van de diagnose heb ik amper nog gehoord. Later kreeg ik ze op papier mee. En kwam er nog een gesprek met de psycholoog. Hier had ik dus al die maanden op gewacht.

Zorgcontinuïteit

Je diagnose vernemen van iemand die je niet kent en niets over je weet, is niet meteen een pareltje van zorgcontinuïteit.

Die zorgcontinuïteit is een echt zorgenkind. Gedurende een opname heb je als patiënt onwaarschijnlijk veel gesprekken. Met de psychiater, met zijn assistenten, met de verpleegkundigen en allerhande therapeuten. Aan de afdeling is er ook een sociaal werker verbonden. Je doet nog een keer je verhaal. En bij de psycholoog nog een keer. Stap je over naar een andere afdeling of wordt er iemand vervangen, dan begint alles opnieuw.

“Zorgcontinuïteit is een echt zorgenkind.”

Uiteindelijk heb je je verhaal aan twintig mensen verteld, maar daar stopt het dan ook. Enkel de psychiatrisch verpleegkundige zorgt voor een rode draad, maar de beschikbare tijd is beperkt. De verdere opvolging of verbinding is te beperkt.

Doorheen het hele traject heb ik een vaste aanspreekfiguur gemist. Een verpleegkundige die het hele traject volgt. Die niet wegvalt als de opname voorbij is. Iemand die twee keer per week belt om te vragen hoe het gaat. Zo’n figuur had voor mij het verschil kunnen maken.

Geen traject, nog meer wachten

Na mijn diagnose werd ik niet verwezen naar een centrum voor geestelijke gezondheidszorg of een andere afdeling in het ziekenhuis. Dat laatste werd even overwogen, maar ik paste nergens in het juiste vakje. Omdat ook die diagnose niet in één vakje zat. Ik wilde houvast en duidelijkheid maar kreeg die niet. Ik was terug bij af.

“Er is geen sprake van een traject.”

Uiteindelijk schoven ze een lijst met privé-therapeuten naar voor. Die kosten veel geld, maandelijks tot 480 euro. Ik moest zelf bellen voor een afspraak, maar bij die therapeut kon ik pas terecht na drie maanden. Voor een kennismakingsgesprek. Bij een andere duurde het zelfs vier maanden. Opnieuw wachten.

Ondertussen ging ik wel aan het werk, zonder echte behandeling van een therapeut. Na meer dan een jaar in ziekteverlof, had ik nog altijd niet de juiste hulp. En terwijl ik wachtte op hulp, schreeuwde minister van Volksgezondheid Maggie De Block in de krant dat we allemaal zo snel als mogelijk terug aan de slag moeten. Tja.

psychiatrisch ziekenhuis

Ik kijk erg kritisch naar onze geestelijke gezondheidszorg. © ID / Julie Landrieu

Fenomenaal

Ik kijk erg kritisch naar onze geestelijke gezondheidszorg. Maar ik voeg er altijd aan toe dat er ook mooie dingen gebeurd zijn.

“Er zijn ook mooie dingen gebeurd.”

Dan gaat het over mensen die ik ontmoette, patiënten en professionals. Ik maakte er vrienden, allemaal mensen die aanwezig en nabij waren. Mensen waarmee het klikte. Zij hebben mijn herstel in de hand gewerkt. Zij zijn altijd blijven luisteren en mee nadenken. Op belangrijke momenten hebben die iets cruciaals gedaan.

Een verpleegster pakte soms mijn hand vast. Zeker als ik veel stress had. Ze keek me dan aan en zei: ‘Ik denk dat je in bad moet.’ En ze liet het bad vollopen. Zij voelde wat nodig was, doorbrak de afstand, zonder zich op te dringen. Dat is voor mij echte zorg.

Het zijn mensen die aan mijn kant stonden, die me aanvoelden en met me in overleg gingen. Eigenlijk deden ze de job zoals ze moet gedaan worden: van mens tot mens. En toch voelde dat fenomenaal aan. Misschien omdat het zo uitzonderlijk was?

Wij tegen zij

Waarom dat ‘gewone’ zo moeilijk is voor professionals? Ik vind het vreselijk om te zeggen maar sommige artsen en verpleegkundigen waren bang van ons. Ze durfden geen koffiedrinken als we met te veel rond de koffiemachine stonden. Alsof ze schrik hadden dat we iets zouden vragen.

Verpleegkundigen eten apart. Ze vergaderen met de deur toe. Ze zitten in de gang achter glas. Sommigen kunnen vanachter het glas toch verbinding maken. Maar anderen verschuilen zich erachter.

“Zorggevers zetten zich in een expertrol.”

Zorggevers eigenen zich soms een expertrol toe, zeker tegenover zorgvragers. Ik geef zorg, jij hebt zorg nodig. Het is bijna wij tegen zij.

Nochtans weten ze niet allemaal hoe het voelt. Ik had vaak het gevoel dat ik helemaal leeg was. Alle houvast is dan weg. Je weet niet meer wie je bent. En dan zegt zo’n verpleegkundige: ‘Ja Elke, je moet gewoon iets doen’. Maar gewoon iets doen, is niet gewoon. Dat lukt op dat moment niet. Zij begreep echt niet wat ik voelde. 

Regelneverij

Tijdens je opname mag je maar één avond in de week het avondeten skippen. Elke dag om zes uur ’s avonds aten we boterhammen. Je kan dus maar één keer per week met iemand afspreken om buiten het ziekenhuis te eten. Hoe onnozel is dat? Ik heb me daartegen verzet en nu is het veranderd. Dankzij de participatie van patiënten dus.

“Ik voelde me steeds verder vervreemden.”

Ik voelde hoe ik de verbinding met buiten verloor. De bezoekuren zijn totaal niet aangepast aan werkende volwassenen met kinderen. Familie en vrienden hebben het moeilijk om over de drempel van de psychiatrie te stappen. Er is ook weinig ruimte voor fijne activiteiten buiten het ziekenhuis.

Ik voelde me steeds verder vervreemden. Vervreemden van mijn drie kleine kinderen en mijn man, familie, vrienden en collega’s. Ik wist niet meer waar ze mee bezig waren. En als ze al kwamen, dan wilden ze vooral horen hoe het met mij ging. Terwijl ik snakte naar gewone verhalen over het gewone leven.

Vermaatschappelijking

Ook tijdens de schoolvakanties moest ik in het ziekenhuis blijven. Het was herfstvakantie, mijn kinderen waren in verlof en in het ziekenhuis gebeurde niets. Bijna alle therapeuten hadden vakantie. Ik zat daar dus te niksen maar mocht niet naar huis.

“Ik zat te niksen maar mocht niet naar huis.”

Op een ander moment mocht ik niet deelnemen aan een grote stratenloop omdat ik dan therapie zou missen. Toen die dag de therapie toch wegviel, ben ik maar alleen in het bos gaan lopen.

Het belang van vermaatschappelijking, van verbinding maken met ‘buiten’ moet je dus met een korrel zout nemen. Ik voelde dat hulpverleners op de rem gingen staan. Misschien primeerde de bezettingsgraad?

Nabijheid

Gelukkig zijn er ook sociale professionals die het systeem doorbreken. Zij hebben een andere basishouding, een andere manier van zijn.

“Er zijn sociale professionals die het systeem doorbreken.”

Zij maken het verschil. Dat heb ik op een positieve manier laten merken toen ik vertrok. Op mijn laatste dag schreef ik een brief voor de zorgverleners op mijn afdeling, over hoe mijn verblijf was geweest en hoe ze mij het meest ondersteund hebben op de momenten waarop ze zich gewoon als mens opstelden. Ik gaf aan een verpleegkundige een boekje over hoopverlening met de boodschap: ‘Jij doet dat echt, en laat het licht maar schijnen over de rest van de afdeling.’

Mijn psychiater heeft dat ook. Hij maakt verbinding en ruimte, is authentiek en weet wat het hersteldenken inhoudt. De eerste keer dat ik hem aan de telefoon had was er al een klik. Hij zal geen beslissing nemen in mijn plaats. Hij geeft zijn mening maar ik moet beslissen. En dat is moeilijk. Het zou gemakkelijker zijn als hij beslist. Maar zo werkt het niet. Hij zegt duidelijk: jouw beslissing is de juiste beslissing.

Netwerk

Ik begrijp dat het niet evident is om binnen zo’n afdeling netwerkgericht te werken. Door met het netwerk te werken, worden ook de onderlinge verschillen tussen patiënten groter. Wie heeft een netwerk? Wie niet? Wie krijgt veel bezoek? Hoe betrokken zijn je familie en vrienden? Dat ligt gevoelig.

herstelgericht werken

Sommige sociale professionals maken het verschil. © ID / Julie Landrieu

Toch moeten ziekenhuizen meer met het netwerk van een patiënt aan de slag. Tijdens en na een opname is dat netwerk uiterst belangrijk. Je moet daarop kunnen rekenen.

“Ze hebben mijn netwerk nooit in kaart gebracht.”

Tijdens mijn eerste opname, werd mijn man betrokken en zochten we samen naar oplossingen. In de maanden nadien had mijn echtgenoot enkel contact met de afdeling om te horen wat er mis was met mij.

Ze hebben mijn netwerk nooit in kaart gebracht of samen nagedacht wie iets kon betekenen voor mij. Die verantwoordelijkheid ligt volledig bij de patiënt. En ik doe beroep op mijn netwerk, maar het is telkens een gigantische stap die ik moet zetten. Het zou gemakkelijker zijn als men dat netwerk onder begeleiding zou activeren.

Minder mondig

Ze gaven kalmeermiddelen als snoepjes. Je wordt daar echt slecht van, maar sommige patiënten zegden daarover niets. We bleven vaak stil, over wat we voelden, hoe we het vonden op de afdeling, wat we nodig hadden. Maar zo verandert er ook niets.

“Ze gaven kalmeermiddelen als snoepjes.”

Mijn ervaringen met patiëntenparticipatie waren wisselend. In een teamoverleg beslissen de ‘experts’ wat er met jou gaat gebeuren. Je weet dat ze op zo’n moment met het hele team over jou aan het vergaderen zijn. En daar werd ik gewoon hypernerveus van. Omdat ik geen idee had wat ze over mij vertelden en wat ze voor mij zouden beslissen. Mijn stem als patiënt kreeg geen ruimte.

Ik werd in de rol van onwetende patiënt geplaatst terwijl de psycholoog en psychiater zich de rol van expert toebedeelden. Van een overlegmodel, waarbij beide partijen participeren, informatie uitwisselen en samen tot een beslissing komen, is nog lang geen sprake. Terwijl ik sterk geloof in het inbrengen van de ervaringkennis van patiënten, van bij het stellen van de diagnose tot het opstellen en uitvoeren van het behandelplan.

Op niveau van de afdeling en het ziekenhuisbeleid zag ik wel voorzichtige pogingen tot participatie. Maar je voelt dat niet iedereen overtuigd is van het belang daarvan. Het is zoeken om dit in de praktijk van elke dag waar te maken.

Cocon

Mijn verhaal is genuanceerd. De vijf maanden in opname vormden soms een warme, veilige cocon maar waren tegelijkertijd bron van frustratie en verdriet. Al die tijd zag ik een psychiatrie die worstelt: tussen afstand en nabijheid, tussen normaliseren en problematiseren, tussen vertrouwen geven en controle uitoefenen.

“Ik zag een psychiatrie die worstelt.”

Ik zag een psychiatrie die veel te traag in beweging komt als het gaat om het ruimte geven aan de stem van de patiënt, het herstelgericht werken en het betrekken van het netwerk. En een psychiatrie die psychische kwetsbaarheid louter als een individueel probleem benadert en niet kadert als een maatschappelijke kwestie.

Reacties [58]

  • Sonja

    Hallo Elke,
    5 maanden vrijwillig opgenomen, huwelijksmoeilijkheden maar bijzonder door de opvoeding van mijn ouders. Ik voelde mij een “alien” en de problemen lagen bij mij, toch? Verwachtte geen diagnose maar inzicht en ik voelde mij met niemand nog verbonden op 44 jaar.Geen achtergrond in de zorgsector. Ik was “doodsbang” van de psychiater en het hoofd van de verpleging. Alles was echt traaag en plantrekken in het begin want het behandelteam wist echt niet wie ik was in “emoties”! Ik was gefrustreerd maar gaf geen kick (kenmerkend ik). Ik bleef in de bubbel waar ik alleen bezig was met mijzelf in sport, spel en ontspanning en werd uitgedaagd in therapie en kreeg emotioneel verbinding met de andere patiënten net als ik in moeilijkheden. Niks werd mij opgedrongen. IK moest ACTIEF worden en veerkracht kweken en voelen. “IK” doen. Nu 8 jaar later zie ik aftasten, twijfel, zoeken en mislukken heel professioneel van hulpteam . Personeel te kort. Ik zag af Elke maar was goed voor…

  • Lien van Besien - Akua Aboronoma

    Lieve Elke,
    Je bent altijd heel helder, betrokken en intens-levend geweest. Ik bewonder dat enorm! Met zo veel dingen die op je pad komen, heb je al iets verrijkend geboetseerd. Ook nu weer. Je maakt van deze intensieve periode iets heel leerrijk en draagt dat uit. Ik weet zeker dat je met deze ervaring nog mooie dingen zal kunnen realiseren die onze samenleving verder helpen. Dank je wel daarvoor!

  • liever anoniem indien gepubliceerd

    Uiterst herkenbaar. Ik ben zelf 2 keer voortijdig weggegaan. Men raadde mij af om contact te houden met mijn huisarts, ik mocht in 6 maanden 2 dagen afwezig zijn. Dat betekende geen vakantie met partner, terwijl die zo broodnodig was.
    De regeltjes waren soms tot het absurde toe, er waren dagen van pure verveling omdat er niets gebeurde. Ik had er geen problemen mee dat het personeel dagen afwezig was, wel dat ik dan evengoed met met mijn vingers moest zitten draaien en echt zinvollere zaken kon doen. Voor mijn part in overleg.

    Ik zag hulpverleners kreunen onder het systeem. Dat was best pijnlijk. Ze stonden er zelf niet achter. Er was een duidelijke verschil tussen jongere (- 50) personeelsleden en oudere. Door oudere werd dikwijls naar ons gekeken alsof we ons verstand kwijt waren.

    Ik ben het geloof in psychiatrie als systeem totaal verloren. Meer nog, ik denk dat het gevaar groot is dat je vervreemd en afhankelijk wordt in plaats van weerbaarder te worden.

  • Dirk De Troy

    Net daarom studeer ik voor ervaringswerker GGZ en verslavingszorg aan UCLL CVO Heverlee!

  • Danny Van Reusel

    Elke,
    Petje af voor je moed en analyse. Het is altijd zo eenvoudig zulke dingen ‘wetenschappelijk’, anoniem over anderen te verwoorden, tot je er zelf middenin zit. Ik ben blij dat je deze ervaring wil uitdragen. Alleen op deze manier kan een steentje verlegd worden hé. Bedankt en groetjes !

  • Sofie

    Beste Elke,
    mijn felicitaties voor dit goede artikel. Ik kan me er perfect in vinden, maar heb het nog nooit zo mooi kunnen verwoorden. Zelf ben ik opgenomen geweest voor een eetstoornis op volwassen leeftijd. Fixatie op gewicht was 90% van de ‘therapie’, ik voelde me zo onbegrepen. Onlangs is een mede-patiënt gestorven, het kwetste me zo. Ze was in de tijd ‘buitengesmeten’ uit de therapie omdat ze rebelleerde (lees: ze kwam niet genoeg bij per week). Mij hebben ze om dezelfde reden willen ontslaan. Ik vind het allemaal heel absurd. Nu gaat het goed me mij, een langere opname was inderdaad tevens geen verbetering geweest voor de manier waarop men werkte. Het meest nuttig vond ik dat heel mijn omgeving mij nu serieus nam en ikzelf een wake-up call heb gekregen. (het was een vrijwillige opname)

  • Jan Devynck

    Herkenbaar maar sommige psycho-therapeutische centra werken wel op maat. Cfr St-Jozef kliniek Pittem. Hoe het zou moeten en ook mogelijk is☺ Een centrum wat op maat werkt van de noden van elke patiënt of cliënt individueel.

  • Luc deneffe

    “Al die tijd zag ik een psychiatrie die worstelt: tussen afstand en nabijheid, tussen normaliseren en problematiseren, tussen vertrouwen geven en controle uitoefenen.” Mag wellicht uitgebreid worden naar hulpverlening in het algemeen. Ook onderwijs. Of zou het over samenleven ook kunnen gaan ? Een wens dit zoeken nooit te stoppen..

  • silvia prins

    Beste Elke, wat een moedig verhaal. En triest om te horen dat het er nog steeds zo aan toe gaat in de psychiatrie, zo ver van wat mensen nodig hebben. Een beetje menselijkheid en warmte. Ik voel plaatsvervangende schaamte als psycholoog dat er nog steeds op deze manier, vanuit een afstandelijke exporthouding en met de diagnose als ‘heilige graal’, met mensen die het moeilijk hebben wordt omgegaan. Een warme groet, Silvia

  • Roos

    Helaas herkenbaar, deze ervaring, maar ik weet ook dat er anderen zijn, met andere ervaringen, uit andere settingen.
    Dé psychiatrie bestaat niet. Er is niet zoiets als 1 psychiatrisch hulpverleningsmodel; laat staan dat dat dan voor iedereen zou werken, spijts alle mogelijke accrediteringstrajecten en -toestanden.
    Wat écht werkt is de relatie tussen wie hulp komt zoeken en wie gemandateerd is daarin verantwoordelijkheid -zonder paternalisme- op te nemen, in gelijk welke discipline. Maar laat dat nu net een groot tekort zijn in de diverse opleidingen…
    Een warme oproep dus ook naar het onderwijs, de stageverantwoordelijken en het beleid om net die menselijke factor ook mee in kaart te brengen op het diploma. Dàt werkt!

  • Frans Vandenhoeck

    Na een zware operatie met complicaties werd ik op de Gasthuisberg uitgezwaaid door een persoon die ik voor het eerst zag en mijn dossier helemaal niet kende, maar wel het verder verloop met mij kwam bespreken.
    Beschamend

  • Leen

    Wat mooi en helder verwoord.
    Veel respect voor de openheid waarmee je dit doet Elke.
    Zooo nodig dat dit gebeurt.

  • Joze van Kooten Niekerk

    “Prachtig” artikel! Een zeer scherp inkijkje in de psychiatrie. Ook schokkend omdat ik dacht dat hier meer in veranderd was. Benieuwd naar andere positieve voorbeelden van ervaringsdeskundigen. Hoop dat beleidsmakers, directies, managers en professionals hier van kunnen leren en meer, veel meer aansluiten bij de vraag van de “patiënt” (liever een ander woord!)

  • Dirk Boeykens

    Ik werd 4 jaar geleden opgenomen op een afdeling voor cognitieve stoornissen en korsakof. Dit voor 10 maanden. En daarna 3 maanden dagopname.
    Dit wegens een drankverslaving. Ik heb het geluk gehad opgenomen te worden op een afdeling die heel herstelgericht werkt. Er werd echt rekening gehouden met vragen van cliënten. Zo vond ik dat er te weinig groepsgesprekken waren rond alcohol gebruik en de gevolgen daarvan op alle gebieden. Na dit besproken te hebben met de hoofdverpleegkundige, moet ik zeggen dat er 3 weken later een reeks van 8 sessies op het programma stonden, over wat doet alcohol met ons lichaam. Ik werk nu ook als ervaringswerker op mijn vroegere afdeling, en wordt overal bij betrokken. Dit alles kan natuurlijk niet zonder de volledige steun van de directie. Ik ben lid van WEP ( Werkgroep Ervaringsinzet en Participatie )
    en wij beseffen dat er nog veel werk te doen is. Maar ik denk toch wel dat er in Vlaanderen iets moois aan het groeien is binnen de GGZ.

  • Marleen Van Houdt

    Fijn deze ervaring te delen met de rest van de wereld. Hopelijk gaan hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg met deze getuigenis nadenken hoe alles beter zou kunnen.
    Zodat de hulpverlening efficiënter kan verlopen met inbreng van de hulpvrager en van zijn|haar netwerk of familie.

  • Katja

    Dit is echt heel mooi en duidelijk geschreven. Ik heb zelf hulp aangeboden als betrokken netwerk en deze is me geweigerd geweest. De betrokkenheid en nabijheid die er intrinsiek aanwezig is wordt op deze manier ook op een afstand gezet. Spijtig en pijnlijk. Je ziet de kloof groter worden en je mag niets doen. Ik hoop dat deze getuigenis en vele andere verhalen verandering en vertrouwen kunnen brengen.

  • Kiki

    Ikzelf heb ook alleen maar positieve ervaringen ivm mijn opname. Ik ben opgenomen voor alcoholverslaving, ben 6 maanden intern en 3 maanden op dagtherapie geweest. De dag was daar vrij goed gepland. We hadden elke dag sessies, van groeps- en face-to-face gesprekken, themasessies, ergotherapie,… Ik had een SUPERbegeleidster. Daar heb ik voor het eerst leren leven, ik ben daar “geboren”, daarvoor leefde ik voor anderen. Ik ben nu 4 jaar nuchter, ga nog regelmatig langs bij mijn begeleidster, doe getuigenissen, ga wekelijks naar AA. Dit is mijn nazorg, is mij van daar uit aangeboden en ik heb toegehapt. Medicatie werd besproken, wat en waarvoor, hoeveel… Ik vind het héél erg als ik sommige getuigenissen lees, dat het er zo slecht aan toe gaat… Je wordt tenslotte opgenomen om beter te worden, sterker in het leven te staan… Ik heb daar blijkbaar véél geluk mee gehad!!

  • Carlijn van Buren

    Heel herkenbaar! Heb er nog veel aan toe te voegen…ik heb er diverse opnames opzitten waar niets gebeurde en het een hels karwei was om überhaupt een psychiater of verpleegkundige te spreken, om maar niet te spreken over de staat van onderhoud en hygiëne op de afdeling.
    Maar erger nog, een vriendin van mij is ondertussen anderhalf jaar opgenomen in dezelfde instelling en nog steeds geen stap verder. Ze wordt niet behandeld, een behandelplan is er niet, ze willen dat ze naar huis gaat, maar dan weet ze zeker dat ze het niet gaat redden..combinatie van anorexia en depressie, in kliniek wordt anorexia niet behandeld omdat depressie voorop staat en opname in een eetstoorniskliniek kan niet omdat ze te depressief en suïcidaal is.
    Geen enkel perspectief en dat vind ik onmenselijk.
    Wat ik ook nog graag wil adresseren is de opvang na een opname. Die is er dus niet..dan word je na 2 maanden elektroshocks naar huis gestuurd (druk samengesteld gezin met 3 kinderen) en zoek het zelf maar uit

  • Angela

    Ik wilde opgenomen worden wegens angsten, maar kreeg maar ongeveer 14 dagen voor elkaar. Dat is de andere kant.

  • Roos Muylaert

    Ik kan er in komen dat mensen deze ervaring hebben. Ik heb het geluk gehad op een voor mij juiste psychiatrische afdeling terecht gekomen te zijn. Wekelijks drie gesprekken met mijn psycholoog, wekelijkse gesprekken met mijn volgverpleegkundige (en meer indien nodig) en dies meer. Die eerste periode dat er niets lijkt te gebeuren gebeurt er net zeer veel, jezelf leren kennen en het personeel dat jou moet leren kennen, eindelijk een beetje tot rust komen. Vaak zit er onder de eerste duidelijke symptomen een andere, verborgen oorzaak die pas na een tijd duidelijk wordt. Psychiatrie is een continue zoektocht, zowel voor de patiënt als voor de zorgverleners. Wat voor de ene werkt werkt niet noodzakelijk voor de andere. Hetzelfde voor die rare regeltjes. Een afdeling is een kleine gemeenschap waar geen twee patiënten dezelfde zijn. Psychiatrische hulp is vaak van lange adem omdat tijd net een cruciale factor is. ‘Het heeft zijn tijd nodig’. Ik ben de psychiatrie alvast bijzonder…

  • Inge L

    Ik zie mijn dochter van 18 zo hard vechten en toch zeggen ze daar dat ze het niet goed doet, ze belichten haar negatieve kanten… morgen heeft ze een evaluatie door groepsgenoten, het team en ze moet zelf een evaluatie maken, dan worden we uitgenodigd voor een gesprek… wij als ouder worden niet mee getrokken in de zorg, maar we krijgen er wel een mededeling van en that’s iT… ik zou haar zooo graag gewoon weer gelukkig naar huis willen laten komen…

  • christa leus

    dat was en mooi verhaal.
    ik zelf ben wel 13 keer opgenomen.
    maar ik maakte plezier met mijn radio in de onspannings ruimte en leerde de patienten ddansen en lachen.
    zei tegen iedereen neem u pillen ni aan om 9u maar ga ze vragen als je moe bent
    de verpleging zat veel achter gesloten deuren
    ben zelf opgenomen geweest in brugge aan de zee,maar na 3 weken wou ik terug naar mijn kinderen
    ik miste gewoon ne goeie babbel met iemand die echt luistert heb dan 3 jaar slachtofferhulp thuis gekregen
    ik heb me dan een maltyezer gekocht,die nu 10 jaar is en vanaf dan ben ik ni meer hervallen en ja ik praat veel met mijn hond.

  • LavieMamsElle

    Zo te lezen is er ontzettend weinig veranderd in de psychiatrie? Precies zoals in de film: platspuiten en weinig contacten. Wegblijven daar, volgens mij Kom je er slechter uit.

  • Peter

    Als of ik het zelf zou kunnen geschreven hebben, vooral naar die opvolging toe

  • Jaroszewski

    Herkenbaar! Mijn zoon M.D. is meermaals opgenomen door psychose ‘s. De laatste opname vond ik niet kunnen. Omdat ze hem al goed kenden. Bij de opnamen zei ik: hij zou een slaap medicatie moeten krijgen, dat zijn lichaam de nodige rust vind. Maar ze gaven hem de eerste week niks :-( Ze bleven hem observeren, zeiden ze. Dat was een kwelling voor hem! Ik vind dat ze meer naar de ouders en vrienden mochten luisteren. De psychiater die hem behandelde, gaf hem geen oogcontact; schreef alles op! En de tijd was om. Daar was hij niet gelukkig mee. Een psychiater moet hen een gevoel geven, dat hij hen echt kan helpen. Dit kan veel beter. Groep ’s therapie kan leuk zijn, maar men moet meer aan de persoon zelf werken. Voor een snellere genezing! De weekenden zou er ook begeleiding, en sport activiteiten moeten zijn. Thuis begeleiding , of afspraken zouden verplichtend moeten zijn. Zou een terug val veel minder zijn. Ook 3 maal per week vrijwilligers werk! Structuur is nodig!

  • Nathalie Renneboogh

    Wat je aankaart is ook het gebrek aan ‘zorg op maat’. Uiteindelijk is elke patiënt verschillend of het nu met een tumor of met een psychisch probleem is. Ik zou nooit opgenomen willen worden. Je wordt on hold gezet en er wordt veel te veel over je hoofd heen gepraat. Ambulante opvolging door een goede psychiater lijkt mij het meest optimale traject. Als dat niet zou lukken vrees ik voor mijn welzijn. Het is heel mooi dat jij er zo genuanceerd kunt op terug kijken. Straffe madame!

  • An

    Beste Elke
    Tijdens mijn studies verpleegkunde 30 jaar geleden, je leest het goed…. had ik net dezelfde ervaring toen ik op de psychiatrie mijn stage deed. Zeer weinig dialoog, laat staan overleg met patiënten… het overgrote deel van de patiënten liepen er als verdoofd
    bij door de kalmeerpillen…. verschrikkelijk vond ik dat! Bezoek was er weinig , laat staan dat een patiënt buiten mocht…. Jouw verhaal is dus zo herkenbaar, jammer genoeg na zo’n lange tijd is er helaas niets of weinig veranderd … uit jouw verhaal kunnen Mw De Block en heel veel “professionele” hulpverleners zeker iets leren!
    Ik hoop dat het ondertussen goed met je gaat! Lieve Grs An

  • Inez Carsauw

    Elke, ik heb met veel aandacht je verhaal gelezen. Het raakt me en brengt een analyse die ik al vaker heb gehoord. De mooie ervaringen, ontstaan vanuit verbinding en positieve stimulans zijn belangrijk en dienen als fundamenteel beschouwd te worden in de zorgbegeleiding. Ik wens je het allerbeste en dat je verhaal op grote schaal gehoor vindt om een groter bewustzijn te creëren van de werkelijke noden in de mentale gezondheidszorg.

  • Julie

    Mooi en eerlijk geschreven! En vooral knap dat je zoiets moeilijk weet/durft te gebruiken om zo een sterke en krachtige boodschap mee te geven. Hier Kunnen wij hulpverleners zeker iets van leren ( ik ben miss maar een kinder- en jeugdpsychiater, werkzaam op een k-dienst, maar herken zeker veel van wat u geschreven hebt ). Dank u zeer!

  • Ilse deschuytter

    Ik ben maar een gewoon iemand met een laag diploma en met een echtscheiding achter de rug zie maar 1 van mijn kinderen niet meer enzovoort ik schreeuw om hulp maar kan het niet betalen mijn terapeut in het largo begreep me niet het klikte niet het caw is goed maar ik heb de kracht niet altijd een team kwam een maand bij me thuis maar ik paste ook niet in 1 van hun oplossing na een maand stopt het ook dan maar gaan werken letterlijk gezegd geweest t’ nu een jaar geleden dus ik wil niet dat je er nog tijdens de werkuren met collega’s over spreekt …………..moet ik nog verder of stopt het hier heel herkenbaar die zorg moet en kan veel beter

  • Morgan De Bruyne

    Morgan | 15-09-2018
    Beste Elke Plovie,
    Je verhaal heeft me bijzonder getroffen.
    Ik zou dan ook iedereen aanraden om U verhaal in de groep te gooien.
    Ik ben er van overtuigt dat er ook mensen zijn die zonder opname er weer zelf bovenop geraken maar je moet je juiste persoon vinden waar je u verhaal tegen kan zeggen.
    Een luisterend oor doet veel voor een mens.
    Ikzelf heb geen diploma’s maar ik heb al heel veel mensen ( ook vrienden ) terug op het goede pad geholpen om dat ik goed kan luisteren en er vooral er kan zijn als ze u nodig hebben.
    Ooit hoop ik dat er Iemand naar mij toestapt en zegt jij bent de persoon die mij kan helpen zonder dat ik eerst de grote stap hoef te zetten naar de psychiatrie.

  • Sarah

    Volledig met je eens, ik heb een soortgelijke ervaring achter de rug, bij 2 opnames. Goed dat je dit onder de aandacht brengt!

  • Ann

    Hoi Elke,
    Ik heb je verhaal inmiddels in de groep gegooid. Op dit moment ligt het op de tafel bij onze hoofdgeneesheer, hoofdverpleegkundige, hoofd van de therapeuten en cluster-manager. Je verhaal zal dienen als voorbeeld voor ons toekomstig nieuw beleidsplan. Het balletje is aan het rollen….Zie jij het zitten om uitgenodigd te worden om te komen spreken op onze PAAZ? St. Vincentius, Antwerpen.
    Warme groeten,
    Ann.

  • Chantal

    Mooi en pijnlijk relaas van een vrouw die hulp vraagt omdat ze niet meer verder kan in het leven van elke dag. Herkenbaar verhaal van hoe de psychiatrie er niet in slaagt om een brugfiguur te zijn tussen thuisfront en familie enerzijds en steunfiguur voor hulpvrager (s) anderzijds. En inderdaad … je verwacht mededogen én professionaliteit …. verbinding ook. Er is nog veel werk. En die ‘engelen van mensen’ vind je overal. Je moet geluk hebben in het leven om die te ontmoeten want de psychiatrie én ziekenhuizen bieden geen garantie…… veel verloren kansen.

  • Stephan Claes

    Beste Elke,

    Je verhaal heeft me bijzonder getroffen. Ik ben psychiater en hoofd van de dienst Volwassenenpsychiatrie van UPC KULeuven, dus mee verantwoordelijk voor de werking van de afdelingen waar jij verbleef. Wat jij schrijft is een belangrijke wake-up call. We proberen een meer herstelgerichte benadering in te voeren, maar uw verhaal maakt duidelijk dat we er nog lang niet zijn.
    Ik ga uw verhaal intern bespreken met de collega’s die verantwoordelijk zijn voor onze afdelingen. Mocht u dat interesseren, ben ik heel graag bereid om met u een afspraak te maken om uw ervaringen uitgebreider te horen en te bespreken wat we kunnen doen om onze zorg in de goede richting te laten evolueren.
    In elk geval wil ik u erg danken voor deze bijdrage.

    Vriendelijke groet.

  • Ann Van Ingelghem

    Bij de cliënten die ambulant bij mij komen hoor ik dikwijls dezelfde verhalen als van jou. Soms krijgen ze dan nog foute diagnoses omdat er gewoon niet naar hen geluisterd werd. Vooral het veilige gevoel ontbreekt er dikwijls en dat is wat men zeker nodig heeft om te herstellen. Ook het gebrek om samen te werken en op zoek te gaan naar het netwerk van de patiënt is een veel voorkomend probleem. Waardoor het ook voor het thuisfront dikwijls heel moeilijk wordt. Ik hoop dat door jou schrijven er toch iets mag veranderen.

  • Van de Velde Johan

    Kan enkele van jou punten beamen, maar er zijn inderdaad veel te weinig gesprekken mogelijk met één enkel verpleegkundige die een constant aan spreek punt is en jou begeleid naar een voor jou specifieke behandeling van jou probleem. Mooi gebracht verhaal hoop dat dit aanleiding mag zijn om er van rechtswege een beter inzicht en verandering in te brengen ten voordele van patiënten en verpleegkundige.

  • mama

    Dankjewel, Elke, om je verhaal met ons te delen. Ik reageer als mama van een hoog-sensitief meerderjarig kind dat ook werd opgenomen voor therapie. Maar er werd niet écht geluisterd naar de persoonlijke noden. Je kind bij wijze van spreken als ‘één van de velen op een hoop’ zien behandeld worden’, doet pijn. Ik durf zeggen dat we ons kind net op tijd hebben kunnen redden … door het weg te halen uit die ‘opvang’. Ik geef wel toe dat er individuele ‘parels van mensen’ zijn die het verschil maken! Geef hen de kansen én de tijd, regeringsmensen, om mensen met ‘een psychische kwetsbaarheid/aandoening/ziekte’ zoals andere patiënten op een waardige wijze te kunnen verzorgen. En geef de patiënten zelf de tussenkomsten waar ze recht op hebben, zodat ze zich kunnen laten verzorgen zoals de mensen met een andere ziekte of aandoening, want ook dit is een schrijnend probleem. Enkel ervaringsdeskundigen en hun omgeving weten wat het écht is hiermee geconfronteerd te worden. We overleven…

  • Katje

    Ik ben verpleegkundige in de psychiatrie en helaas heb ik me de vraag ook al verschillende keren gesteld, van wat is nu eigenlijk de behandeling voor deze patiënt?! Het lijkt soms meer op naast de patiënt lopen dan met de patiënt werken, samen zoeken naar een oplossing, eentje die werkt voor die patiënt zelf! Ik ben werkzaam in de nacht en heb niet altijd zicht op wat er tijdens de dag gebeurd, maar ik merkte op mijn vorige werkplek, dat wanneer ik de nacht had, dat er verschillende patiënten bij mij kwamen om hun verhaal te doen! Dit werd eigenlijk niet goedgekeurd van ons hoofd, want de nacht was er niet om gesprekken mee aan te gaan, maar ik deed dit toch! Ik voelde dat die persoon dat op dat moment nodig had en dan maakte ik daar graag tijd voor vrij! Dit was volgens mij iets wat bij het traject tot beter worden hoorde en dit is iets wat veel te weinig gebeurd in de psychiatrie, het luisteren naar de patiënt zelf!!! Werken met de patiënt zelf!!! Helaas, hoop op verandering!

  • Stephani

    Heel herkenbaar. Ik ben tijdens een psychose opgenomen maar zo gauw het kon naar huis gegaan tegen alle adviezen in. Ik heb het ziekenhuis niet ervaren als een plek die goed voor mij was. Er werd niet geluisterd, pillen in je gestopt en ik voelde me er niet beter door, werd niet gezien als mens. Het was heerlijk om weer thuis te zijn en zelf de regie te nemen over mijn herstel. Binnen 6 maanden was ik weet volledig aan het werk in een nieuwe baan.

  • hilde

    Schitterend ! Vooral omdat het genuanceerd is: er loopt veel mis in PZ’s, maar Elke geeft ook de dingen aan die het verschil maken, en dat zijn inderdaad de momenten van authenthiek contact. De momenten dat de zorg’gever’ je benadert met ‘wie ben jij, en wat maakt het jou (nu) moeilijk in het leven ?’. Degenen die die ‘gewone kunst’ verstaan, herinner ik mij, zovele jaren later, nog altijd. — NB. Zou St.Hiëronymus (St-Niklaas) slagen in de benadering die ze schrijven in hun onthaalbrochure ? http://www.hieronymus.be/wp-content/uploads/2013/08/Informatiebrochure-Da-Capo-apr.pdf — Het klinkt toch alvast ànders: vertrekken vanuit de zelfsturende kracht die elke mens bezit.

  • De Milde Martine

    Heel herkenbaar
    Ze schreef de realiteit heb ook 3 maanden geweest

  • Eva

    Twee van mijn kinderen kregen een psychiatrische behandeling en jouw verhaal is ook voor mij erg herkenbaar. Als mama word je niet of nauwelijks betrokken bij de behandeling en ook niet gehoord over de impact van de ziekte van je kind op de rest van het gezin. Na de diagnose van ‘depressie’ in het ziekenhuis, werd mijn kind naar huis gestuurd met de boodschap dat langere behandeling nodig was maar er geen plek was. Een jaar later kreeg ik telefoon van dat ziekenhuis met de boodschap dat er nu wel een plekje was. Hoe we dat jaar doorgesparteld waren, vroeg niemand zich af.

  • Geert

    Heel herkenbaar, ik heb verschillende opnames meegemaakt van mijn ex-partner, en heb als echtgenoot niets gehoord over diagnose, behandelingsplan, prognose. Slechts één keer contact gehad met de behandelende psycholoog, nooit een gesprek met de psychiater over de onderliggende problematiek, over thuis en familiesituatie, over hoe ik als partner best kon meewerken aan herstel.
    Wel veel verplegend personeel dat echt begaan was, in een overigens betuttelend, kleinmakend kader. Ik kreeg het gevoel dat behandelaars zelf bang waren om zich met het verhaal en de pijn van hun patiënten in te laten.
    Heel moedige reactie ook van Ann hierboven. Ik wens je veel steun, want als je aan de boom schudt kan er wel eens een tak op je hoofd vallen.

  • Leentje

    toen dat ik 10 was ben ik ook naar zo’n ziekenhuis geweest heeft me echt geholpen zonder hen was dood voor dat ik mijn puberteit geraakte. ik ben daar ook gediagnoseert met depresie, autisme en adhd en was daar 8 maand ik heb er helemaal geen spijt van ben blij dat mijn ouders me daar naar hebben gestuurt. niet alle instellingen zijn slecht en soms kan je het zelf zonder hen niet redden. dus ik zou zeker mensen met depresie aanraden om daar hulp te zoeken

  • Marijke

    Wegblijven uit dit soort instellingen is aan te raden. Lees een inspirerend boek (vb. Als het leven een last is, spirituele omgang met depressie Anselm Grün, echt een aanrader), vermijd pillen, ga sporten, beweeg in open lucht, zoek de stilte en de rust van een abdij en blijf vooral weg van psychiaters en psychologen die alles problematiseren. Alleen jij kent jezelf het best en weet wat voor jou het beste is.

  • De Smet Philip

    Helaas ken dit ook. Mensen die in psychiatrie geleefd hebben, voelen zich nog steeds uitgesloten van de wereld. Terwijl het juist deze mensen zijn, die hulp nodig hebben. Hulp van buitenaf, begrip. Gisteren nog vergadering gehad, dat we meer moeten buiten komen met onze problemen. Maar sommigen kunnen beter opschrijven dan dit in woorden brengen.

    Maggie De Block zou zelf eens moeten opgenomen worden in psychiatrie en dan zal ze het wel ondervinden, hoe de patiënten dit beleven.

    Natuurlijk, ook actief bezig zijn met herstel. En proberen een beetje te sporten.
    Omdat ik hoogsensitief ben, loop ik soms mijn eigen grenzen voorbij. En dan is het natuurlijk te laat, en kom je weer in een depressie terecht.

  • Raf Degeest

    Onbegrijpelijk dat de juiste diagnose zo rijkelijk laat werd gesteld. Dat niemand de overduidelijke signalen kon lezen. Ik stel mij dan ook vragen hoe efficiënt ons gezondheidsbeleid werkt in het observeren, correct diagnosticeren en uiteindelijk degelijk begeleiden van de persoon.

  • Ann

    Ik werk als psychiatrisch verpleegkundige op een PAAZ, en dit verhaal is bij ons ” het leven zoals het is”. Zo herkenbaar!!! Ik ga dit verhaal in de groep gooien! (En met groep bedoel ik iedereen…)
    Ik mag hopen dat ik hoor bij de “hoopverleners” (mooi woord is dat!) die het verschil mogen maken, dat is tenslotte waarvoor ik het doe.
    Sinds een paar jaar waait er een nieuwe wind doorheen de psychiatrie. Het oude gedachtegoed – wij de “professionals” die het “weten”- wordt eindelijk (!!!!!) wat losgelaten. Maar voor veel ” professionals” betekent dit een verlies van identiteit. Als wij niet meer “de krakken” zijn die het weten? Wie zijn we dan nog wel? Dat maakt dat we ons kwetsbaar moeten durven opstellen. En dat is voor vele zorgverleners zeer moeilijk en beangstigend. Inderdaad een worsteling.
    Dankjewel Elke om je ervaring te delen! Bewonderingswaardig en moedig! Veel sterkte op je levenspad en maak vooral de juiste keuzes. ;-)
    Ann.

  • Danny Wildemeersch

    Dag Elke,

    Bedankt voor je verhaal. Dat is erg moedig van je. Je legt je eigen kwetsuren bloot voor de buitenwereld. Maar je maakt tezelfdertijd een scherpe analyse van je ervaringen met de zorgverlening. Ik hoop dat je bijdrage veel kan betekenen voor het verleggen van grenzen in de psychiatrische zorg. Veel sterkte nog.
    Danny Wildemeersch

  • Peter Demaegdt

    Dank je wel Elke om jouw ervaringen te delen met de “buiten”wereld. Wie houdt de regie is een belangrijke vraag die niet zomaar ingevuld kan worden door de “specialisten”.

    De stroom van een rivier veranderen gebeurt niet zomaar. Je hebt een grote steen gelegd en nu is het aan de anderen om hierin mee te gaan.

  • Sofie Vandenhaute

    Je verhaal is herkenbaar! Verandering in de psychiatrie is hoognodig. Er zijn geweldige verpleegkundige en psychiaters, jammer dat zij nog eilandjes zijn.
    Ik heb je verhaal met aandacht gelezen en ik hoop dat het een duidelijk signaal is om de gezondheidszorg toegankelijker te maken en wachtlijsten weg te werken.
    Het ga je goed!

  • GS

    Probeer dit verhaal actueel te houden, zodat er op termijn toch verandering en verbetering kan komen. Er is nog veel werk aan de winkel!

  • Do’

    Op vrijwillige basis binnengegaan met hun volle woord dat ik kon gaan wanneer ik wou, toch ook 3 weken aan het lijntje gehouden voordat ik definitief daar buigen was, het programma was puur bezigheidstherapie , therapie is zelf veel gezegd, zorgverlener waren wel heel vriendelijk buiten die enkelingen die zo vast houden aan het oud systeem, zoals je vermeld ik zorgdragen, jij zorgziek,,, met enigste oplossing anti-psychotica,,, zo komt men niet vooruit maar achteruit, spijtig, nochtans ik weet dat er wel zijn die er een bredere kijk op hebben en echt hun best doen,, Mischn wat meer steun van de overheid kan ook,wel helpen. Personeel, opleidingen…. nog veel werk aan die winkel,

  • ann bickel

    Omdat mijn zoon al vele jaren in psychiatrische ziekenhuizen verblijft heb ik er onrechtstreeks ook al veel ervaringen mee. Ik kan ik alleen maar bevestigen dat het er inderdaad zo aan toe gaat. Bedankt voor je verhaal. Het blijft voor de meeste mensen een onbekende wereld.

  • Sieg Pauwels

    Elke,

    Ik heb je verhaal in verschillende vormen mogen proeven. Het smaakt soms wrang, dan weer menselijk zoet. Het raakt in ieder geval keer op keer. Dit verhaal vertellen is het grootste cadeau dat je een sector en bij uitbreiding een samenleving kan geven. Het geeft een singuliere kijk en draagt bij gevolg iets oorspronkelijk en waar in zich. Het geeft de kans aan ons zorgverleners om hiermee iets te doen. Zolang we ons niet laten verdoven door de ogenschijnlijk onmetelijke kracht van theoretische modellen, de institutionele logheid van onze sectoren en andere mechanisme. Ontkoppel ons maar vaak genoeg van deze vervreemdende monsters.

    U weest Gegroet

  • Delaere Ann

    Schrok wel even toen ik dit las. Zelf ben ik ook psychiatrisch verpleegkundige.
    Steeds probeer ik de ander te behandelen niet zoals ik wil behandeld worden, maar zoals de ander wilt behandeld worden. Soms kan dit idd niet. Dan overleg ik steeds waarom niet…
    Op de werkvloer en daarbuiten ga ik steeds positief bekrachtigen op de vaardigheden dat de ander (nog) heeft. Herstelgericht werken wordt bij ons toch wel hoog in het vaandel gedragen!

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.