Verhaal

De aanslagen in Brussel zinderen na: ‘Ik schipper tussen nuance en roepen’

Lies Verhoeven

Lies Verhoeven werkt en woont in Brussel. Drie jaar na datum blijven de aanslagen in de hoofdstad nazinderen: ‘Ik schipper tussen nuance en roepen.’

22 maart Brussel

© ID / Sander de Wilde

Mooie gast

Je laat me niet los, mijn ‘beau gosse’. We leerden elkaar kennen tijdens een uitstap naar zee. Je bent niet de typische mooi-boy, maar in je ogen zie ik veel kwetsbaarheid.

‘Je bent geen typische spring-in-het-veld.’

De bijna logische afstand tussen jou en mij, een blanke Belgische vrouw, verdween al snel door mijn stomme moppen over zwemmen in de zee. Nostalgisch vertelde je over hoe je in Palestina kon lopen of fietsen naar zee. Dat het je favoriete bezigheid was, zwemmen in zee.

Het was veel later dat je zus eraan toevoegde dat het eigenlijk niet mocht. “Door de oorlog mogen wij niet overal komen. We mogen niet naar de zee.” Je broer zei niet veel later dat je niet meer kan zwemmen. “Hij kreeg een scherp ding, zoiets als een pijl, door zijn been. Nu kan hij niet meer sporten zoals vroeger.”

Grappig

Ondanks je beperkte taal ben je grappig. Geen typische spring-in-het-veld, maar je maakt grapjes met mensen die tijd nemen om te luisteren.

In Oostende was je de oudste van de groep. Zorgzaam voor de jonkies. De schotelvod waarmee ik de tafel wil afvegen, neem je spontaan uit mijn handen. Enkele minuten later doe je hetzelfde met het vuilblik. “Ik ga doen voor jou, mevrouw.”

Je houdt van de rust van de zee. De volgende dag heb je hetzelfde goede humeur. Met je ingetogen glimlach verras je ons met je kookkunsten. “Dat je ook eens bij mij thuis mag komen koken en kuisen,” lach ik.

Dank u

Na twee dagen bedank je me uitvoerig in het echt, nadien nog eens extra via Facebook en Instagram.

Je dankbaarheid staat niet in verhouding met wat ik je kon bieden: twee dagen met lowbudgetactiviteiten en beperkte conversaties.

‘Je had mijn kleine broer kunnen zijn.’

Terwijl ik door je jongensfoto’s scrol, bedenk ik dat je in een ander leven mijn kleine broer zou kunnen zijn. We zouden elkaar plagen en beschermen.

Smalltalk

Het is op de metro dat een ander beeld van jou mij kippenvel geeft. Wat smalltalk met je oude leerkracht. Ik hoor dat je twee jaar terug bijna naar je thuisland werd gestuurd. Je leerkracht is duidelijk: “Het is de enige jongen waar ik ooit schrik van heb gehad.”

Verschillende vechtpartijen. Bedreigingen aan het adres van leerkrachten. De preventieambtenaar adviseerde “Terugsturen wegens geradicaliseerd”. De verhalen die ik erbij kreeg, laten mij niet meer los. Was jij echt zo anders, twee jaar geleden?

‘Wat is er mis met een jongen die zich optrekt aan zijn geloof?’

Je bent een moslim en fier als je je ketting met dolkje en Arabisch geschrift laat zien. Ik vond het mooi en daardoor blonk je bijna zo fel als het juweel zelf. Maar wat is er mis met een jongen die zich optrekt aan zijn geloof?

Schietkraam

Je kan goed schieten, dat zag ik aan het schietkraam. Het was heel duidelijk dat je weet wat wapens zijn. Met gemak beschrijf je verschillende wapens. Je voegt er aan toe dat je één van de jongste uit je land was die ze kon gebruiken.

Aan het schietkraam hielp je vooral de kleintjes. Je hielp hen met mikken zodat ze veel punten konden halen. En dus een grotere prijs kregen.

‘Je bent opgegroeid met geweld in je land.’

Je bent opgegroeid met geweld in je land. En de blauwe plekken van je kleine broer zeggen me dat je ook bent opgegroeid met geweld in je eigen kleine wereld. Ik ben niet moedig genoeg om zelfs maar vijf minuten stil te staan en mij in te leven in jouw negentienjarige leven.

Huivering

En toch, ik huiver als ik hoor hoe je een fles stuksloeg en je leerkracht ermee bedreigde. Ik weet niet wat er met je gebeurd is, maar ik weet dat jij niet meer dezelfde bent.

Even machteloos dan toen denk ik. Even kwetsbaar en gekwetst waarschijnlijk. Maar misschien een andere manier gevonden om het uit te drukken? Of een andere manier gevonden om het te onderdrukken?

Brussel

De zinloze aanslagen van 22 maart moesten ons wakker schudden, maar er lijkt niks veranderd. De lijst van slachtoffers is veel langer dan het namenlijstje op een monument. Het probleem is veel groter dan een paar mannen met een bom.

‘Het probleem is groter dan mannen met een bom.’

Ik vind het steeds moeilijker om me te positionenren. Ik ben het grondig beu, die polarisatie. Het wordt steeds meer een verhaal van wij tegen zij, van links tegen rechts, van iedereen tegen iedereen. Nuance en context bestaan niet meer. Je bent of een linkse rat of een racist. Je wordt gepakt op woorden die je zelf niet hebt gedacht, op een hoop gesmeten met onbekenden uit ‘dezelfde’ hoek.

Ik wil net heel graag naar die grijze zone kijken, die wit met zwart verbindt. De vijftig tinten grijs mogen voor mij veel dominanter aanwezig zijn. Wat we doen en zeggen heeft gevolgen. Hoe we het zeggen heeft gevolgen. Ook op manieren waar we ons niet bewust van zijn. Ook voor de generaties na ons.

Luider roepen

Toch wil ik ook luider roepen.

Ik wil niet weten waarom iemand vuile praat verkoopt over mijn moslimvrienden. Ik wil niet naar de andere kant kijken wanneer mijn zwarte vrienden systematisch minder kans krijgen op een huis of werk. Ik wil niet empathisch zijn met de man die mijn Brusselse vrienden opblies in de metro. Ik wil niet rustig afwachten terwijl de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt.

Ik wil ze allemaal een dikke middenvinger geven en roepen : “Hoe is dit nu mogelijk?!”

Schipperen

Ik schipper. Ik schipper tussen nuance en roepen. Ik zoek naar wat ik moet uitleggen, kaderen, beargumenteren of wat ik net van de daken moet schreeuwen.

“Forget & remember” wordt in het metrostation van Maalbeek geprojecteerd, al van lang voor de aanslagen. Ik wou dat we deze geëscaleerde pagina konden omslagen. Vergeten. Of beter: dat het nooit was gebeurd.

We konden dan samen een nieuw verhaal vertellen. Dat dat kan, leer ik elke dag van mijn jonge nieuwkomers en hun prachtige lach. Ik kom thuis en mail mijn beau gosse: “Salam, alles ok?”

Reacties [1]

  • Tanguy

    Eerst de nuance zoeken, jawel, en dan de kracht vinden om genuanceerd in een gebroken wereld te staan. Over Albert Camus las ik laatst hoe hij, na de oorlog, zijn blad ‘Combat’ uiteindelijk voor bekeken hield : zijn standpunten werden bij nadere beschouwing tegenstrijdig, zijn stem “sprak” niet meer. Met lede ogen zag hij aan hoe dingen weer in hun oude plooi vielen.
    Dat is wat ik hier ook lees en herken… verhalen kunnen de wereld niet redden, ze kunnen ons misschien wel verlossen uit onze dilemma’s. Bedankt, Lies, voor jouw verhaal!

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.