Opinie

We helpen graag mensen (als ze binnen ons plaatje passen)

Lieke Van den Heuvel

Jonge collega’s laten soms een frisse wind waaien door de organisatie. Ze stellen onbevangen vragen en leggen de vinger op de wonde. Zo ook deze bachelorstudent sociaal werk.

sociale professional

© Unsplash / Vonecia Carswell

Droom

Ik droomde over hoe ik als sociaal werker mensen zou helpen, hen zou begeleiden en een luisterend oor zou bieden. Niet alleen voor ‘mijn cliënt’ maar voor zijn gezin. En niet enkel voor één aspect in zijn leven maar voor heel zijn verhaal. We zouden samen aan de slag gaan rond alles wat voor hem belangrijk is. Ik zou er vooral onvoorwaardelijk zijn.

Ik deed stage en ontwaakte uit mijn droom.

Verstarde hulpverlening

Want hoe centraal zetten we onze cliënten? Mijn prille inschatting: dat valt best tegen. Eerst moeten cliënten voldoen aan heel wat kenmerken. Ze moeten aansluiten bij de problematieken die wij denken aan te kunnen. En ze moeten het stappenplan volgen dat wij in onze vingers hebben. Enkel dan stropen we onze mouwen op om hen te helpen.

‘Ik zag indrukwekkend veel grenzen.’

Ik zag het gebeuren op mijn stageplaats, een dienst die gezinsbegeleiding aanbiedt. Iedereen deed er zijn uiterste best om voor kwetsbare gezinnen het verschil te maken. Ik zag er fantastische dingen. Maar ik zag ook indrukwekkend veel grenzen opduiken.

Bij voorkeur wordt gewerkt met gezinnen waarvan de ouders niet gescheiden zijn, met kinderen van 0 tot 18 jaar. De begeleiding wordt enkel opgestart bij crisissituaties waar er voldoende veiligheid is om open te communiceren. Ouders moeten kunnen reflecteren over zichzelf en hun gezinssituatie. Bij begeleiding wordt er steeds gegrepen naar dezelfde methodiek en een vast stappenplan.

We willen graag mensen helpen. Maar dan moeten ze wel binnen ons organisatorisch plaatje passen.

Vanuit de leefwereld

Toch zijn we ambitieus. De sociaalwerkconferentie 2018 stelde dat sterk sociaal werk dichtbij de leefwereld van cliënten moet staan.

‘Ik dacht dat het de bedoeling was om vanuit de cliënt te werken.’

The day after. Sommige sociaal werkers moeten hun cliënten de boodschap brengen dat ze na vijf gesprekken weer op eigen kracht verder zullen moeten. Of erger nog: ze stellen vast dat een cliënt niet past binnen het aanbod en adviseren om elders aan te kloppen.

Is dat nabij zijn? Ik dacht dat het de bedoeling was om vanuit de leefwereld van de cliënt te werken, niet vanuit het sjabloon van de organisatie, de eigen vertrouwde expertise of het gekende specialisme.

Terreur van het goede

Dat sluit aan bij een ander inzicht dat ik verwierf tijdens mijn opleiding. In het boek ‘Filosoferen in het sociaal werk’ vertelt de filosoof Levinas dat organisaties nooit het laatste woord kunnen hebben. Goede organisaties zijn belangrijk om energie af te stemmen en efficiënter en kwaliteitsvoller te werken. Maar door hun objectief, afstandelijk en anoniem karakter lopen organisaties ook het gevaar meer geweld te plegen dan ze willen vermijden.

Organisaties die zichzelf niet bevragen, worden totalitair omdat ze regels en procedures ontwikkelen die vanuit goede intenties zijn gegroeid, maar niet meer recht doen aan de concrete andere die op mijn weg komt.

Dit noemt Levinas ‘de terreur van het goede’. Wanneer we de mate waarin we de cliënt kunnen helpen, laten afhangen van onze organisatie gaan we voorbij aan het appel van de cliënt. Die weerloze en kwetsbare mens doet nochtans beroep op de verantwoordelijkheid van de sociaal werker.

Discretionaire ruimte

Daarom moet de persoon van de sociaal werker op de voorgrond treden. Hij valt niet samen met zijn organisatie en de regels en structuren die daar gelden. Dankzij de discretionaire ruimte kan hij die finetunen, plooien of doorbreken.

Die relatie wordt wel eens voorgesteld als een donut. Beleid en regels vormen de ring, de discretionaire ruimte is de leegte in het centrum van de ring. Het ene bestaat maar dankzij het andere. Discretionaire ruimte bestaat niet zonder beleid en regels die haar omvang beperken.Dworkin, R.M., 1977. Is Law a System of Rules? In R.M. Dworkin (ed.), The Philosophy of Law, New York, Oxford University Press.

‘De persoon van de sociaal werker moet op de voorgrond treden.’

Deze metafoor wordt gebruikt om te verduidelijken dat de discretionaire ruimte in de praktijk weinig benut wordt. “We constateerden dat de ruimte in de donut is dichtgeregend met organisatie- en gedragsregels. De complexe praktijk brengt veel professionals ertoe regels als rugdekking te gebruiken.”Kruiter, A.J., e.a. (2008), De rotonde van Hamed: Maatwerk voor mensen met meerdere problemen, Woerden, Sterprint grafische partners.

De discretionaire ruimte gebruiken en maatwerk leveren, legt veel verantwoordelijkheid bij de hulpverlener. Wil hij authentiek en nabij zijn, dan zal hij die ruimte moeten benutten. Regels lijken een geautoriseerde uitweg. Toch is het een kans om even afstand te nemen van de verwachtingen van de organisatie en de cliënt echt op de eerste plaats te zetten.

Presentie

Ook Andries Baart stelt in zijn presentiebenadering dat alles draait om een goede en nabije relatie. De sociaal werker moet er zijn voor zijn cliënt. Dat omvat veel meer dan het wegpoetsen van zijn problemen. Sociaal werk gaat over de waardigheid van de ander, over erkenning geven zodat de ander voluit van tel is, over niemand ooit afschrijven, over een soort voorzichtige traagheid die ruimte geeft aan wat zich niet maken of afdwingen laat.

Vanuit deze optiek is ook presentie een belangrijke manier van werken. Het helpt om dichterbij een sociaal werk te komen waar de cliënt zoveel nood aan heeft. Dichterbij de droom die ik ooit had.

Reacties [5]

  • mileen janssens

    Goede analyse! Het zijn echter niet de organisaties die zichzelf niet bevragen, of die geweld uitoefenen. een organisatie is geen persoon, maar bestaat uit mensen. Die verhouden zich – volgens groepsprincipes – tot het beleid dat hen opdrachten geeft, tot elkaar (de collega’s) en tot de mensen die we geacht worden te helpen. Het zijn de mensen (wij dus) die kunnen beslissen om bijvoorbeeld – zoals ik weet dat ergens in Vlaanderen gebeurde – de directie uit te nodigen op een vergadering waar ook de (psychiatrische) patiënten aanwezig zijn – (een vergadering waar mèt de patiënten en niet over hen wordt gesproken over organisatorische zaken die hen aanbelangen). Men legde de directie de bezwaren voor, en de effecten die bepaalde beslissingen op hen zelf hadden… Dit schudt de verhoudingen een beetje. Het adagio is dat een organisatie die aan “zichzelf” (sorry voor – op mijn beurt – het animisme) wordt overgelaten per definitie ziek wordt. en dus dag in dag uit moet “bewaakt” worden

  • Stef Joos

    erg herkenbaar… Tegen deze tendensen fulmineer ik al jaren.

    De nadruk op resultaat en het “meetbare” heeft erg vaak het gevolg dat alleen nog cliënten geïncludeerd worden waarmee resultaten te behalen vallen op basis van gestandaardiseerde protocollen.

    Hierdoor blijven de kwetsbaarste cliënten in de kou staan samen met die hulpverleners die nog echt “vanuit de cliënt en zijn zorgnood durven denken”.

    Stef Joos

  • Jan Ghijselen

    Je ziet het helaas vaker. De subsidiegever draait al jaren het kraantje dichter en dichter, er ligt steeds meer nadruk op meetbare resultaten. Gevolg: onvoldoende aanbod, te korte begeleidingen en afromen (neem de “gemakkelijke” cliënten, dan halen we onze cijfers.
    Daarbij komt een totaal gebrek aan middelen voor omkadering, vorming, training en opleiding. Ik maakte zelf meerdere projectoproepen mee waarbij de subsidiegever enkel contacturen subsidieerde. Cliëntoverleg, opleidingsuren, sociaal overleg… allemaal niet subsidieerbaar. Zo krijg je een verarmd maatschappelijk werk dat gebruikers en begeleiders frustreert.
    De overheid heeft er een handje van weg, zeker in Welzijn, om de tekorten te “verbloemen”. Middelen nodig voor omkadering of opleiding? De neo-liberale oplossing ligt al klaar: sociaal ondernemerschap! Zielig, krenterig beleid, de naam onwaardig.
    Dat wij als organisaties daarin meestappen is dikwijls goed bedoeld. Maar, don’t blame the victim: de overheid is schuldig

  • Frederick De Gryse

    Een helder en confronterend standpunt over de ‘professionals uit de sociale sector’. Gelukkig maar zijn er nog de vrijwilligersorganisaties die in de schaduw wèl onvoorwaardelijk en inclusief willen assisteren.

  • Femke den Hollander

    Moedig geschreven, Lieke.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.