Filosoferen in sociaal werk

De kracht van het niet-weten in de agogische praktijk

Daniël Janssens, Jonathan Lambaerts, Wim Wouters en Aleidis Devillé

Antwerpen - Apeldoorn, Garant, 2017, 291 p

Wat heeft de filosofie te bieden aan het sociaal werk? Alvast dat de sociaal werker zich bewust wordt van zijn opvattingen en kritisch kijkt naar zichzelf en de samenleving. Een boek om over na te denken.

Metafoor

De filosoof is als een clown. De meester van de verwondering. Niets is wat het lijkt. De meester van het niet-kunnen en het niet-kennen, die door zijn onkunde het optreden van de andere circusartiesten relativeert. Hij is de meester van het spiegelen. Het publiek herkent zich in hem.

Met deze metafoor leggen de auteurs meteen de eigenheid van de filosofie bloot. Ze  tonen aan waarom de filosofie van waarde kan zijn voor de sociaal werker. Die handelt steevast vanuit bepaalde opvattingen en vooronderstellingen over de maatschappij en de problemen die zich stellen.

“De sociaal werk wordt geacht in vraag te stellen.”

Het behoort tot zijn takenpakket om zich hier bewust van te worden. De sociaal werker moet een kritische houding aannemen ten opzichte van zogenoemde zekerheden. Hij wordt geacht in vraag te stellen, aldus de auteurs.

Stromingen

Het boek neemt je mee op een trip doorheen verschillende denkers en stromingen. Hoe kijken zij naar kennis, naar de mens an sich en in relatie tot de ander en de maatschappij? Wat is hun visie op het goede en hoe kunnen ze het goede doen?

Het boek biedt met momenten pittig leesvoer, waar je goed je hoofd moet bij houden. Al is dat niet zozeer aan de auteurs te wijten, maar wel aan de filosofieën die besproken worden. In eerste instantie bekroop me het gevoel van ‘een oefening droogzwemmen’. Uiteindelijk bleek niets minder waar.

“Wat je gelooft, heeft een ongelofelijke impact.”

Wat je vooronderstelt, waaruit je vertrekt, wat je gelooft over de mens en de maatschappij, het heeft wel degelijk een ongelofelijke impact op hoe je handelt. De voorbeelden en casussen uit het boek, gekoppeld aan de verschillende theorieën, maken dit heel concreet en tastbaar.

Aan de slag

Naast overzicht reikt het boek ook handvatten aan om aan de slag te gaan. Het schetst een beeld van de filosofische methode: hoe de sociaal werker filosofeert in zijn agogische praktijk. Een schematische weergave bij het begin van het hoofdstuk geeft aan welke stappen er gezet worden.

Later in het boek stelt men de ethische cirkels voor. Dat is een leidraad om in ethische conflictsituaties de juiste vragen te stellen en de verschillende argumenten weer te geven. Dat het bruikbare materie is om in het dagelijks leven mee aan de slag te gaan, blijkt uit de beschreven voorbeelden.

Appel

Wat me persoonlijk opnieuw erg is bijgebleven, is de insteek van Levinas. De ander roept mij op tot verantwoordelijkheid. Hij doet onvoorwaardelijk appel op mij. Dit is in mijn dagelijks werk met mensen met een verstandelijke beperking heel tast- en voelbaar.

“Zelfreflectie is een kernopdracht in mijn werk.”

En dat is eigenlijk ook wat het boek voor mij doet. Het doet appel op mij om blijvend na te denken, om wat zo zeker lijkt in vraag te stellen. Het moedigt ook anderen aan om dit te doen. Want ik ga ervan uit – en dat mag in vraag gesteld worden – dat zelfreflectie een kernopdracht is in mijn werk.

Voor wie dit  gelooft, is dit boek een aanrader. Voor wie dit niet gelooft, misschien nog meer. Stevige kost, dat wel.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen