All we hear is Radio Ga Ga

Wat het sociaal werk kan leren van Joris en Dominique

Voor het derde jaar op rij is er op Canvas ‘Radio Gaga’. Presentatoren Joris Hessels en Dominique Van Malder doorkruisen Vlaanderen met hun tot radiozender omgebouwde caravan. Gasten krijgen de kans om voor iemand een lied aan te vragen. Volgens Pascal Debruyne kan het sociaal werk er veel van leren.

radio gaga
© ID/ Francois De Heel

Hyperlokaal radiokanaal

In de aflevering van vorige week rijden Joris en Dominique, met hun traditionele plaagstoot jeugdinstelling De Markt in Mol binnen.

“Radio Gaga veegt elk afstandelijkheid weg.”

‘Jouw hyperlokaal radiokanaal’, schelt door de kleine radio’s. De openingszin dat “anonimiteit gewaarborgd is”, beperkt zich tot schemerige gezichten. Wat volgt veegt elke anoniem aanvoelende afstandelijkheid weg.

Verhalen van gasten met een crimineel track record (“nen overval, mè wa vrienden”) of getekende levens door een zware thuissituatie ontvouwen zich. Vaak zijn beide scenario’s verbonden. Gasten die over de schreef gaan hebben een rugzak die loodzwaar weegt.

Gekend recept

Het gekende recept van Joris Hessels en Dominique Van Malder: rust en ruimte voor wie achter de micro zit, terwijl ze zichzelf quasi wegcijferen als sturende figuren. En hoe meer zij door hun opstelling verdwijnen op de achtergrond, hoe meer mensen in hun alledaagse menselijkheid verschijnen.

“Dit is geen human interst spektakel.”

Ondanks de hartverscheurende verhalen, is het geen kleffe emo-TV. Dit is geen human interest-spektakel. De ander is niet die radicale antipode van jezelf. Kortom: ook jij had in de caravan kunnen zitten om een plaat aan te vragen…

Elk bezoek begint met alledaagse vragen: “Hoe gaat het? Waar droom je van? Zeg eens, met wie hebben we te maken?” En er is ook altijd dat ene zinnetje dat sowieso universeel werkt: “Welk liedje wil jij? Wat hoor je graag?” De grenzen tussen ‘zij’ en ‘wij’ vervagen.

Mol

Ook in Mol, waar Radio Gaga de gemeenschapsinstelling De Markt openbreekt, al van bij de eerste jongere: “Het is Joris en Doempie. Meneer is niet thuis. Wat vindt ge van onze caravan?” “T’is ne schone caravan, meneer…euh…Joris.”

De overval neemt slechts twee zinnen in beslag. Wat volgt zijn menselijk falen en gemis. De blauwe plekken en littekens die we allemaal kennen, maar die meestal in kleinere porties worden opgediend. Wat ver van ons bed lijkt, wordt opeens een spiegel.

Gaga in de les

Radio Gaga is uitmuntende televisie vanuit een diepgaande relationele benadering. Mensen krijgen vanuit de eigen leefwereld een stem en gezicht.

“Waarom gebruiken docenten Radio Gaga in hun lessen?”

Tijd, rust, ruimte en laagdrempelige banale alledaagsheid zijn de recepten waardoor mensen in vertrouwen het boek van hun leven openen. Bescherming en vertrouwen ontvouwen zich in een caravan.

Met die recepten is het niet vreemd dat docenten sociaal werk Radio Gaga quasi vast programmeren in hun lessen. En toch. Waarom vinden we dat zo normaal? Waarom leert deze televisie ons sociaal werkers iets? Wat is dat ‘iets’ dan? En waarom ontbreekt dat in ons eigen verhaal, in ons alledaagse doen?

Kern

Dat is het punt waar mijn verbazing optreedt. Is dat wat ontbreekt, niet net de kern van sociaal werk?

“Wat Radio Gaga doet, is de kern van sociaal werk.”

Wat Radio Gaga doet, is kwetsbare mensen zichtbaar en hoorbaar maken. Ze maken dat persoonlijk verhaal letterlijk publiek, verspreid via radiogolven en uitgezonden op TV.

Dat unieke is het feit dat ze de bestaande orde doorbreken. Youssef en Delfien zijn geen criminele jongeren meer, noch minderjarige problematische opvoedingssituaties na een indicatiestelling. Die orde wordt doorbroken. Wat verschijnt is een gelijke die herkenbaar wordt.

Normaal

Wat deze tv-makers op de meest banale manier in praktijk omzetten, doet me denken aan wat de politiek filosoof Jacques Rancière met een moeilijke term ‘the distribution of the sensible’ noemt.

Mensen krijgen volgens Rancière een plaats, positie en rol door een set van expliciete en impliciete regels in de samenleving. Die regels zijn met macht bezet. Mensen krijgen een specifieke plaats en positie toebedeeld, waardoor ze meteen ook hun plaats leren kennen.

“Zelfs in de meest inclusieve praktijk ligt een vorm van exclusie.”

Rancière noemt het ‘de politieorde’, gebaseerd op rollen en posities die we als normaal beschouwen. Die genormaliseerd orde, ordent datgene wat zichtbaar en onzichtbaar is, wat hoorbaar en niet hoorbaar is.

De mensen die hier aan de microfoon komen, horen of zien we niet vaak, behalve door de dominante classificaties van de jeugdhulp, orthopedagogische adviezen van het centrum voor leerlingenbegeleiding of het oordeel van de jeugdrechtbank. Hun mens zijn en hun capaciteit om de wereld mee vorm te geven, is letterlijk onhoorbaar en onzichtbaar. Wat ze kunnen zeggen of wat onttrokken is aan het oor, ligt vast. Zelfs in de meest inclusieve praktijk ligt een vorm van exclusie. Precies door die machtspraktijk van rollen en maatschappelijke posities die men burgers toebedeeld.

Het politieke

Tegenover die politieorde, zet Rancière het ‘politieke’. Dat is het doorbreken van vastbepaalde normaal aanvoelende posities, rollen en plaatsen.

“Radio Gaga is politiek.”

Om terug af te dalen naar het hyperlokaal radiokanaal. Wat Joris Hessels en Dominque Van Malder doen in hun praktijk is politiek. Ze geven een gezicht en stem aan kwetsbare burgers die normaal onzichtbaar en onhoorbaar zijn.

Diegenen die nog geen deel waren van wat we als gelijkheid beschouwen, dringen door in de bestaande orde. Precies dat ‘iets’ is zo confronterend. Niet die ander die zo verschillend is, maar die gelijke die opeens een spiegel vormt voor de geijkte machtsposities, opinies en beeldvorming.

Subjectificatie heet dat met een duur woord uit de koker van Rancière. Het veld met vaste categorieën, rollen en toebedeelde posities ziet er opeens anders uit. Het systeem zelf wordt in vraag gesteld.

Marginale praktijken

Hoe zit het met dat ‘politieke’ in het sociaal werk? Ik vrees dat het politiserend werken behoorlijk marginaal geworden is.

“Politiserend werken gebeurt enkel nog in de marge.”

Niet dat een doorleefde politiserende praxis vanuit de alledaagse leefwereld is verdwenen, er zijn in Vlaanderen nog zeer sterke werkingen. Wel gebeurt dit politiserend werken enkel nog in de marge van het sociaal werk.

Het zijn de werkingen waar dit soort werk de regel is die we vandaag de dag selecteren voor sociale innovatieprijzen. Denk aan de Ruimtevaart in Leuven of Villa Voortman in Gent. Of we vinden een nieuw woord uit – kwartiermaken – voor iets wat doodnormaal is. Of het zijn armoedewerkingen voor jongeren waar iedereen het over heeft: Recht-Op Jongeren en Jong Gent in Actie.

Misschien is het tijd om onze zelfkritiek terug scherp te stellen. Wat deze twee fantastische tv-makers doen, is in het sociaal werk een marginale praktijk geworden. “All we hear is Radio Ga Ga”, zong Freddie Mercury lang geleden. Dit wordt langzaamaan een pijnlijke waarheid.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen