Daklozen in schijnbaar rijk Leuven

Waarom zet de stad niet in op Housing First?

Schijn bedriegt. Ook in middenklassestad Leuven zijn er dak- en thuislozen. Toch is er geen stedelijk actieplan.

Daklozen Leuven
Flickr © Hühnerauge

Zwaar onderschat

Al heel mijn leven woon ik in het centrum van Leuven, een bloeiende stad waar veel gezinnen, studenten, bierliefhebbers, jongeren en ouderen een plek vinden. Ik ben, zoals de meerderheid van mijn vrienden, opgegroeid in een warm middenklasse gezin. Ik heb mogen studeren en verderstuderen in deze bruisende studentenstad.

“Mijn beeld over Leuven veranderde tijdens mijn opleiding.”

Ik heb een geweldige jeugd gehad in Leuven en woon er nog steeds ontzettend graag. Toch is mijn beeld over de stad tijdens mijn opleiding sociaal werk veranderd. Toen ik het thema voor mijn eindwerk moest kiezen, was er de optie ‘dak- en thuisloosheid in Leuven’. Doordat ik hier nooit eerder had bij stilgestaan, werd mijn nieuwsgierigheid geprikkeld.

De vraag om een masterproef uit te werken rond dak- en thuisloosheid in Leuven kwam van Centrum Algemeen Welzijnswerk Oost-Brabant (CAW). Ik ging bij hen op gesprek en al snel werd duidelijk dat ik deze problematiek in mijn stad zwaar had onderschat.

Verbazing en verbijstering

Tijdens mijn onderzoek ging mijn nieuwsgierigheid over in verbazing en verbijstering. In mijn masterproef probeerde ik een beeld te schetsen over wat dak- en thuisloosheid betekent in Leuven. En op welke manier dakloosheid efficiënter en effectiever bestreden kan worden.Raymaekers, A. (2017), Dak- en thuisloosheid in Leuven. Gebaseerd op het advies van de Vlaamse Woonraad: ‘Dak- en thuisloosheid in Vlaanderen: pistes voor een meer woongericht beleid’, Masterthesis, Leuven, KULeuven, faculteit sociale wetenschappen.

“De stedelijke beleidsvoerders willen niet mee.”

Het advies van de Vlaamse Woonraad over dak- en thuisloosheid in Vlaanderen vormde de start van dit onderzoek. Volgens de Woonraad moet gestreefd worden naar een betere samenwerking tussen de woon- en welzijnssector. Ook pleiten ze voor de realisatie van meer alternatieve woonprojecten, zoals Housing First.Bogaerts, N. (2016), ‘Housing First werkt’, Sociaal.Net, 10 februari 2016.

CAW Oost-Brabant wil graag starten met Housing First in Leuven. Alleen willen de stedelijke beleidsvoerders niet mee. Ook andere Leuvense welzijnsorganisaties zetten zich in om dak- en thuislozen een plek te geven, maar botsen steeds op grenzen. Ik bracht de grenzen in kaart en onderzocht instrumenten en mogelijkheden voor een meer preventief en woongericht beleid.

Schijn bedriegt

Al snel bleek dat een globaal beeld over het aantal dak- en thuislozen in de stad ontbreekt. Een respondent gaf aan dat Leuven vals clean is. Schijn bedriegt, want dak- en thuislozen leven verdoken in de stad. Ze verblijven in leegstaande garageboxen of panden, op straat zoals in het stadspark, in zeer ontoereikende of onstabiele huisvesting.

Zo vond een wandelaar eind 2016 bij toeval een overleden dakloze in een garagebox in het centrum van Leuven. Het slachtoffer overleed begin dat jaar, maar hij bleef al die tijd onopgemerkt. Een week eerder ontstond brand in een andere garagebox waar een dakloze lag te slapen. Hij werd met verwondingen naar het ziekenhuis gebracht.

“Dak- en thuislozen leven verdoken.”

In 2016 waren er minstens honderd dak- en thuislozen in Leuven aanwezig. Dat blijkt uit cijfers van de winteropvang, het CAW, het OCMW, het project aanklampende zorg en RISO Vlaams-Brabant.

Vermoedelijk ligt dit aantal nog hoger, zoals ook een outreachwerker bevestigt aan de hand van zijn telling. Organisaties tellen namelijk enkel die dak- en thuislozen die zij via hun organisatie bereiken. Mensen die geen weg naar de hulpverlening vinden, kennen ze niet en worden dus niet geteld.

Mijn eerste aanbeveling voor de stad is dus om een monitoringssysteem uit te werken om het aantal dak- en thuislozen zo correct mogelijk in kaart te brengen.

Duurste centrumstad

De meest kwetsbaren in Leuven hebben het bijzonder moeilijk om een betaalbare en kwaliteitsvolle woning te vinden. Leuven is de duurste centrumstad in Vlaanderen om te wonen. Verschillende factoren zorgen voor een hoge druk op de woningmarkt. Het gemiddelde netto belastbaar inkomen van de Leuvenaars is hoog in vergelijking met de andere Vlaamse centrumsteden.

“Studenten zorgen voor extra druk op de woningmarkt.”

Door de universiteit, het ziekenhuis Gasthuisberg, AB InBev, Imec en de nabijheid van Brussel is de werkgelegenheids- en diplomagraad hoog. Daarnaast zorgen de vele studenten voor extra druk op de woningmarkt.

De private woningmarkt heeft daarenboven te maken met huisjesmelkerij en discriminatie. Veel mensen van omliggende gevangenissen en psychiatrische instellingen komen na hun verblijf naar Leuven. Ook het aantal vluchtelingen op zoek naar een woning is sterk toegenomen.

Wachtlijsten

Wachtlijsten voor een sociale huurwoning zijn enorm lang. Gemiddeld wachten Leuvenaars bij de sociale huisvestingsmaatschappij Dijledal zes jaar op een woning. In 2016 stonden 2.642 mensen op de wachtlijst. 569 bewoners wachten op een verhuis of renovatie van hun woning.Dijledal. (2016), Werkingsverslag 2015, Leuven: Dijledal.

Dijledal werkt met een chronologische wachtlijst waarbij de wachtende ‘opklimt’ doorheen de jaren. Vele bevoorrechte getuigen wijzen erop dat er bij de toewijzing onvoldoende rekening gehouden wordt met de meest kwetsbaren.

“Zes jaar wachten op sociale woning.”

Het Sociaal Verhuurkantoor (SVK) dat woningen op de privémarkt huurt en verhuurt aan kwetsbare groepen, werkt met een gewogen wachtlijst. Zij geven zo voorrang aan mensen met de grootste kwetsbaarheid. Dak- en thuislozen staan bij het SVK dus bovenaan de lijst voor een woning.

Het huuraanbod van het SVK is echter te beperkt en er komen maar weinig nieuwe woningen bij. Om dit aanbod te vergroten zullen alle betrokken partners moeten samenwerken. In een ideaal plaatje kunnen stad en provincie zorgen voor extra middelen. Het CAW en de geestelijke gezondheidszorg zouden dan een belangrijke rol kunnen opnemen rond woonbegeleiding.

Huisjesmelkerij

Ondanks het feit dat een stadsbestuur weinig impact heeft op het spel van vraag en aanbod op de private woningmarkt, neemt het stadsbestuur wel maatregelen tegen huisjesmelkerij. Zo voert de stad een streng beleid rond studentenkoten en zetten ze in op het heractiveren van leegstaande panden.

De stad ondersteunt ook initiatieven zoals het Woonanker waar kwetsbare bewoners samen met vrijwilligers op zoek gaan naar een woning. Maar het Woonanker wordt regelmatig geconfronteerd met discriminatie, voornamelijk van immokantoren. Medewerkers van het Woonanker merken dat het ontzettend moeilijk is om (langdurige) dak- en thuislozen aan een duurzame woning te helpen. Voor de allerkwetsbaren blijft een oplossing vaak uit.

“Voor allerkwetsbaren blijft oplossing vaak uit.”

Actoren uit zowel de sociale als private huisvestingsmarkt geven aan de welzijnssector te missen voor de begeleiding van kwetsbare bewoners. Langs de andere kant zeggen welzijnsorganisaties dat zij betaalbare en kwaliteitsvolle woningen mankeren. De Vlaamse Woonraad pleit voor een betere samenwerking tussen de beleidsdomeinen wonen en welzijn. Ook in Leuven hebben wonen en welzijn elkaar nodig, maar tegelijk bemoeilijken ze elkaar.

Outreach

Het stedelijk beleid rond dak- en thuisloosheid is vooral een bevoegdheid van het OCMW. Door het toekennen van uitkeringen en leefloon, en het verlenen van maatschappelijke dienstverlening, speelt het OCMW een cruciale rol in het bestrijden van dak- en thuisloosheid en bij de preventie tegen uithuiszetting.

“Het belang van laagdrempelige buurtcentra is niet te onderschatten.”

Naast het OCMW is de aanwezigheid van andere actoren cruciaal. Zo is het belang van laagdrempelige buurtcentra niet te onderschatten. Zij bereiken vaak mensen die andere voorzieningen niet zien. Ook zijn respondenten over het algemeen zeer positief over de effecten van het project aanklampende zorg, waarbij outreachend gewerkt wordt met dak- en thuislozen met een psychische- of verslavingsproblematiek.Bogaerts, N. (2017), ‘Waarom blijven we dingen doen die niet werken’, Sociaal.Net, 21 september 2017.

Ook de outreachwerking van het CAW is zeer nuttig. Op dit moment neemt één medewerker deze taak op zich. Hij kent vele dak- en thuislozen en heeft een goed zicht op de situatie in de stad, maar uitbreiding hier is zeker wenselijk.

Voorwaardelijke regels

Ondanks al deze spelers is de aanpak van dak- en thuisloosheid in Leuven voor verbetering vatbaar. Uit mijn onderzoek blijkt dat verschillende voorzieningen veel voorwaarden koppelen aan het recht op wonen.

Voor ze recht krijgen op opvang met bijhorende begeleiding moeten mensen bijvoorbeeld eerst van hun verslaving af geraken, Nederlands spreken, ze mogen psychisch niet te zwak zijn of ze moeten legaal in het land verblijven.

Zelfs de winteropvang hanteert voorwaardelijke regels. Een persoon kan vijf nachten op rij in de Leuvense winteropvang slapen, maar dan mag hij drie nachten niet binnen, ook niet als er bedden vrij zijn.

“Winteropvang is echt allerlaatste optie.”

De reden hiervoor is dat de stad en het OCMW niet willen dat mensen afhankelijk worden van de winteropvang. Ze willen dat daklozen actief blijven zoeken naar een woning. Bezoekers van de winteropvang waren met verstomming geslagen bij het horen van dit argument: “Die hebben nog nooit een nacht op straat geslapen, die dat zeggen. De winteropvang is echt de allerlaatste optie.”

Continuïteit

Een andere uitdaging in Leuven blijft het realiseren van zorgcontinuïteit. Een ex-dakloze geeft aan dat hij ‘blij’ was toen hij in de gevangenis belandde. Daar kreeg hij terug hulp. Wanneer hij de gevangenis mocht verlaten, stond hij weer op straat.

Ook de jeugdhulp kampt met dit probleem. Jongeren missen na hun 21ste een vertrouwenspersoon die hen blijft opvolgen. Het aanbod is versnipperd. Dak- en thuislozen jongvolwassenen worden van dienst naar dienst doorverwezen. Ze moeten steeds vertrouwelijke informatie delen met onbekenden, die niet altijd de tools hebben om met deze complexe problematiek om te gaan.

Goud waard

Eigenlijk heeft Leuven de mogelijkheid om te streven naar een stad zonder dak- en thuisloosheid. De werking van het SVK, de outreachwerking en het project aanklampende zorg, de expertise bij de medewerkers in de winteropvang en de verschillende buurtcentra zijn goud waard.

Alle betrokkenen moeten dringend de handen in elkaar slaan zodat wat al goed is, versterkt wordt. Ze moeten van een doorverwijzingscultuur een samenwerkingscultuur maken.

“In Leuven ontbreekt een actieplan.”

Wat in Leuven momenteel ontbreekt is een stedelijk actieplan. Dat is nochtans een van de voorwaarden van de Vlaamse Woonraad voor een meer efficiënt en effectiever beleid tegen dak- en thuisloosheid.

Housing First

De Vlaamse Woonraad ziet ook een oplossing in alternatieve woonprojecten. Uit zowel nationaal als internationaal onderzoek blijkt dat de methodiek Housing First zeer positieve resultaten boekt. In België lopen sinds 2013 acht proefprojecten. Uit een evaluatie bleek dat 90% van de Housing First-bewoners na twee jaar nog steeds gehuisvest is.Housing First Belgium (2016), Housing First in België: het werkt! Resultaten en uitnodiging voor een snelle beëindiging van dakloosheid.Dit tegenover 48% in het klassieke opvangsysteem. Ik vraag mij af waarom deze methodiek geen plek krijgt in onze stad.

Housing First ontstond in de jaren ‘90 in New York. Het biedt een individuele woonst en langdurige begeleiding aan mensen die lang dakloos zijn en kampen met verslavings- en of psychiatrische problemen.

“Housing First werkt.”

De huidige hulpverlening vertrekt vaak vanuit een hoge voorwaardelijkheid. Housing First schuift dit aan de kant en hanteert in de plaats acht basisprincipes: huisvesting is een basisrecht, de hulpverlening vertrekt vanuit een respectvolle en open houding, de bewoner kan rekenen op begeleiding voor zolang hij deze nodig acht, zowel het huurcontract als de begeleiding zijn van onbepaalde duur, de huisvesting van Housing First mag niet geconcentreerd zijn in één gebouw of buurt, huisvesting en hulpverlening moeten gescheiden blijven, de begeleiding verloopt via multidisciplinaire teams, de keuzevrijheid wordt op zo veel mogelijk vlakken gegarandeerd, Housing First steunt op een herstelgerichte benadering, de focus ligt op het welzijn van de bewoner en tot slot wordt van het principe van ‘harm reduction’ uitgegaan.Demaerschalk, E. (2014), ‘Huisvesting als mensenrecht: Housing first en de rest komt later’, in Lescrauwaet, D. en Cools, B., Een thuis voor meer dan een dag: mythes, feiten en verhalen over thuisloosheid, Leuven, LannooCampus, 301-317.

Samenwerkingsmodel

Op Sociaal.Net verschenen de voorbije jaren verschillende artikels over Housing First. Zowat alle auteurs dringen bij het beleid aan om deze methodiek te ondersteunen. Toch blijft de steun vanuit deze hoek grotendeels uit.

Alle respondenten die vertrouwd waren met Housing First, zijn bereid om deze methodiek toe te passen in Leuven. Ook al is er geen eenduidigheid over welke actor de trekkersrol op zich neemt, liggen alle mogelijkheden open voor een project. Er moet geen nieuwe organisatie worden opgericht, alle expertise die nodig is voor Housing First is aanwezig.

“Alle expertise voor Housing First is aanwezig.”

De stad en de betrokken actoren moeten nu de handen in elkaar slaan om een gedragen samenwerkingsmodel uit te werken, waarbij het recht op wonen gegarandeerd is voor alle Leuvenaars. Zo kan samen gestreefd worden naar een stad zonder dak- en thuislozen.

Mijnheer de burgemeester

Tot slot wil ik het woord richten tot de burgemeester van Leuven.

Mijnheer Tobback. Ik pleit voor Housing First in onze stad en ik denk uit de grond van mijn hart dat u dit ook moet doen. Ik ben 23 jaar, u bent 23 jaar burgemeester van Leuven. U hebt veel goede dingen gedaan, maar als u straks de fakkel doorgeeft, ga ik toch ook teleurgesteld zijn.

Laat mij u herinneren als een burgemeester met lef en een warm hart. Durf gaan voor een omvattend plan om dak- en thuisloosheid in uw stad ten gronde aan te pakken en geef hierin Housing First een belangrijke plaats.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen