Boek

‘Je kan niet ongestraft kinderen kleineren’

Bruno Vanobbergen

Het is een publiek geheim dat Bruno Vanobbergen een hart heeft voor jongeren. Hij is vader van drie kinderen, pedagoog, voormalig kinderrechtencommissaris en nu één van de grote bazen van Opgroeien. In zijn nieuw boek ‘Het kind. (G)een handleiding’ schrijft Vanobbergen over het opvoeden van kinderen: “Het is een oefening in een mooier mens worden.” Sociaal.Net knipte en plakte een voorproevertje bij elkaar.

Bruno Vanobbergen

De punker met het brommertje

Ik koos ervoor om dit boek te openen met een verrassende titel voor het eerste hoofdstuk: ‘De punker met het brommertje’. Die keuze heeft, zoals vaak in het leven, met toeval te maken.

‘Opvoeding gaat over het leren omgaan met het onvoorspelbare.’

Het was juni en het zomerde. De open ramen in de woonkamer zorgden voor verfrissing terwijl ik een berg examens verbeterde. Op Radio 1 nam een tv-maker in een lang interview afscheid.

Of hij ook kinderen had? Neen, die had hij niet. Zijn vrouw en hij hadden er lang over nagedacht, maar finaal beslist om de stap niet te zetten. Het was vooral angst geweest die hun beslissing had gestuurd. Angst voor het grote onbekende. Angst ook voor de confrontatie met de ergste van hun nachtmerries. “Ik zou niet hebben kunnen leven met de idee dat op een dag mijn zestienjarige zoon als punker op zijn brommertje van bij ons thuis vertrok.”

Van slag

Ik was van slag door deze woorden. Ze klinken veroordelend en hebben iets elitairs in zich, maar eigenlijk raken ze het hart van wat opvoeding is. Kinderen worden geboren en op dat ogenblik weet niemand wie of wat dat kind is. Het is een grote onbekende die je stap voor stap zal moeten leren lezen om te ontdekken hoe je je tegenover je kind kan verhouden.

Opvoeding gaat in wezen over het leren omgaan met dat grote onbekende, met het onvoorspelbare. Je kent het begin van de tocht, maar waar de tocht je naartoe leidt, is moeilijk op voorhand vast te leggen.

Die tocht wordt gekenmerkt door verschillende invalshoeken, doelen, hindernissen en uitdagingen. In dit stuk licht ik er eentje uit: het begrip integriteit als belangrijke kapstok om een beter inzicht te krijgen in hoe we naar kinderen kijken en hoe we ons tegenover kinderen verhouden.

Vreemd woord

Integriteit is een vreemd woord. We gebruiken het vaak, maar bijna altijd meteen in zijn betekenis dat we de integriteit van kinderen moeten beschermen. De Belgische Grondwet is hierover zeer duidelijk: het is de opdracht van de overheid om de fysieke, psychische, morele en seksuele integriteit van kinderen te beschermen.

Voorbeelden van de aantasting van de integriteit van kinderen zijn: pesten, racisme, seksueel grensoverschrijdend gedrag en andere vormen van agressie. Het is uiteraard belangrijk om kinderen tegen deze daden te beschermen. Vaak hebben ze een levenslange impact op mensen.

Eigen comfortzone creëren

Integriteit kan niet los gezien worden van identiteit en hangt samen met het gevoel van een unieke persoon te zijn met een eigen levenssfeer. Integriteit wordt ook gedefinieerd als het recht op onaantastbaarheid, het recht van de mens om niet geschonden of gekwetst te worden.

‘Integriteit kan niet los gezien worden van identiteit.’

Het gaat om het recht van een individu, maar het vraagt tegelijk een duidelijke actieve houding van de omgeving. Onze integriteit is er dankzij de interactie met de mensen om ons heen. De integriteit van het kind verwijst naar een bepaalde grens, een grens die kinderen zelf trekken en daarmee aangeven of ze iets als veilig dan wel als onveilig ervaren.

Het gaat om datgene wat kinderen voor zichzelf willen beschermen en waarbij een mogelijke blootstelling als bedreigend en gevaarlijk kan overkomen. De fysieke en psychische integriteit van kinderen verwijst naar het proces waarin kinderen voor zichzelf een comfortzone kunnen creëren waarin hun hele zijn zich op een veilige manier tegenover hun omgeving kan verhouden.

Kinderen lijnen zichzelf af. En ze tekenen deze lijnen ook anders uit naargelang de omgeving waarin ze zich bevinden.

De afstand wordt groter

Mijn zoon Isaac is tien. Wanneer ik hem ’s ochtends naar school breng, merk ik dat hij steeds vaker voorop begint te lopen naarmate we de schoolpoort naderen. De kus en de knuffel ruimen plaats voor wat vluchtig gezwaai. Het is dezelfde Isaac die het heerlijk vindt om op zondagavond samen onder een dekentje naar alle doelpunten van het voorbije weekend te kijken.

‘De kus aan school ruimt plaats voor vluchtig gezwaai.’

Het voorbeeld van Isaac is een onschuldig voorbeeld, uit het dagelijkse leven gegrepen en daarom voor veel ouders vermoedelijk herkenbaar.

Sluipende kwetsingsprocessen

Om nog beter te pakken te krijgen wat we onder integriteit begrijpen, is het interessant om een zicht te krijgen op die situaties waarin de integriteit van kinderen in gevaar is of soms zelfs gewoonweg geen ruimte tot ontwikkeling krijgt.

Naima Charkaoui, auteur van het boek ‘Racisme. Over wonden en veerkracht’, toont dit op een zeer overtuigende wijze voor wat racisme betreft. Charkaoui verwijst naar sluipende processen die maken dat mensen gekwetst worden door racisme.

Schietschijf en lelijke eendje

Een eerste metafoor die ze gebruikt is die van de ‘schietschijf ’, verwijzend naar ervaringen van geweld. Op een schietschijf zijn weinig of geen plekken echt veilig. Elk moment kan een aanval je richting uitkomen. De openbare ruimte voelt zo onveilig als een schietschijf. Net zoals bijvoorbeeld de school, een plek die niet vrij is van racistisch en ander geweld. Dat zorgt voor een permanent gevoel van stress en onrust, wat maakt dat het quasi onmogelijk is om de grenzen van de persoonlijke integriteit te bewaken.

Een tweede interessante metafoor is die van het ‘lelijke eendje’. Mensen hebben de behoefte om ergens bij te horen. Ze willen zich verbonden voelen met andere mensen en zich door hen aanvaard weten. Ze willen kunnen meedoen, ze willen een eerlijke kans krijgen. Bij het lelijke eendje is aan deze behoefte niet voldaan. Het wordt uitgelachen, uitgescholden, uitgesloten, en zo steeds meer uit de groep geduwd.

Kleine beulen

Schrijfster Rachida Aziz beschrijft dit in haar boek ‘Niemand zal hier slapen vannacht’ op een heel confronterende wijze.

“Je had het beste rapport van de hele school, hoorde je. Je werd op het podium geroepen. Applaus, zei de directeur en de kinderhanden gingen obligaat op elkaar. Niemand meende het. Verdwaasd stond je recht en als een robot stapte je tussen de rijen stoelen en beklom je de vier treden. Je keek naar de zaal, naar de emotieloze gezichten van je kleine beulen die nog altijd aan het applaudisseren waren.”

‘Wil dan echt niemand met haar dansen?’

“Als beloning mag je het bal openen, zei de directeur. Maar je kon het bal niet openen want geen enkele jongen had je uitgevraagd. Wie wil met haar dansen, hoorde je de directeur vragen. De zin weerkaatste tegen de muren. De echo viel neer in het midden van de zaal tussen de tientallen lichamen die bewegingsloos toekeken. Geen enkele vinger ging de lucht in. Je medeleerlingen klemden hun armen dicht tegen hun lichaam. ‘Wil dan echt niemand met haar dansen?’”

Integriteit en macht

Het voorbeeld van Rachida Aziz toont aan dat integriteit niet losstaat van macht. De kijk van leerkrachten op de integriteit van leerlingen hangt samen met de mate waarin ze naar jongeren kijken als mensen met mogelijkheden, noden en verlangens, en dan met de mate waarin ze het belangrijk vinden om daarmee rekening te houden.

Ik herinner me Lies, zeventien en in het laatste jaar van haar humaniora. Lies had een zware motorische beperking. Deze weerhield er haar niet van een enthousiaste en energieke jongere te zijn. Tot de school besliste dat Lies niet mee kon op eindejaarsreis. De leerkrachten zagen het niet zitten om haar te begeleiden.

Lies zat in zak en as. Haar mama stelde voor om mee te gaan. Ze gingen al jaren met Lies op reis, dus ze wou – zonder zich op te dringen – haar dochter en zo ook de leerkrachten wel helpen. Maar het mocht niet baten. De klas vertrok zonder Lies. Lies was zo ontgoocheld dat ze niet langer naar school wou. Ze behaalde haar diploma via de centrale examencommissie.

kind

© Unsplash / Anna Earl

Recht van het kind

We zien hoe de ruimte tot integriteit vaak door de volwassene aan het kind gegeven wordt: het kind bouwt zijn persoonlijke levenssfeer zo op bij gratie van de volwassene. Als we echter het kind als mens willen respecteren, is dat geen wenselijk vertrekpunt. Integriteit moet als een recht van het kind beschouwd worden omdat kinderen evenveel mens zijn als wij, volwassenen.

‘Integriteit is een recht van het kind omdat kinderen evenveel mens zijn als wij, volwassenen.’

Klein zijn, jong zijn, nog in volle ontwikkeling zijn, dat mogen geen redenen zijn om de integriteit van een kind niet te respecteren. Wat je voor jezelf niet zou verdragen, doe je ook kinderen niet aan.

Ik haal mijn zoon Mozes af van de speelpleinwerking. Hij zit nog maar net in de auto of hij begint te huilen. Tijdens een van de spelletjes in de loop van de namiddag was zijn broek heel vuil geworden. Een van de begeleidsters had hem een nieuwe broek aangedaan, maar deed dat in aanwezigheid van alle andere kinderen. “Iedereen heeft mij in mijn onderbroek zien staan.”

’s Anderendaags spreken we hierover met de betrokken begeleidster. Ze gaf aan dat ze zelf aangevoeld had dat dit geen goede zet was geweest, maar het kwaad was geschied vooraleer ze het goed en wel besefte.

Echte ontmoeting

Zeker wanneer het om kleine kinderen gaat, handelen we nog veel te vaak alsof hun persoonlijke levenssfeer er simpelweg niet is of er niet toe doet. Dat is een groot misverstand. De ruimte tot persoonlijke integriteit van het kind kan geen keuze zijn. Het is niet iets dat we als volwassene even opzij kunnen schuiven.

‘We moeten inzicht verwerven in de leefwereld van kinderen.’

Het is eerder omgekeerd. De integriteit van het kind bepaalt in grote mate ons handelen. Dat betekent dat we tijd moeten nemen om kinderen te leren lezen, om inzicht te verwerven in hun leefwereld, hun ervaringen en hun perspectieven. Het is de enige manier om tot echte ontmoeting te komen.

Houvast bieden

In ‘Hoe houd je van een kind’, schrijft de Poolse pedagoog Korczak: “De ziel van een kind is even gecompliceerd als die van ons, vol vergelijkbare tegenstellingen, en zij worstelt net zo met het eeuwig tragische: ik wil wel, maar ik kan het niet; ik weet hoe het moet, maar het lukt me niet. Een opvoeder, die niet ‘erin stopt’ maar ‘eruit haalt’, die niet trekt maar houvast biedt, niet dicteert maar vormt, niet eist maar vraagt, beleeft samen met het kind veel bezielende ogenblikken.”

Slagen we daar niet in, dan verwordt onze relatie met het kind tot een van valse schijn. Het kind kan op zo’n moment niet anders dan uit de relatie treden. En het heeft gelijk. Je kan niet ongestraft kinderen kleineren, voor schut zetten, negeren of ‘domkop’ noemen. Ook al is het subtiel, of meen je te handelen uit ‘bestwil’ voor het kind.

‘Soms kan een kind niet anders dan uit de relatie treden. En het heeft gelijk.’

Korczak is hierover duidelijk: “Het kind heeft een geweten, maar de stem ervan zwijgt bij het onbeduidende, dagelijkse gekibbel. In plaats daarvan komt een verborgen afkeer op tegen de despotische en derhalve onrechtvaardige macht der sterken, die zich niet hoeven te verantwoorden omdat ze sterk zijn. (…) Door de ervaring van enkele misplaatste vragen, van ongepaste grapjes, van verraden geheimen en onvoorzichtige bekentenissen, leert het kind zich tegenover volwassenen te gedragen als tegenover getemde, maar gevaarlijke dieren, die nooit helemaal te vertrouwen zijn.”

Geweld in opvoeding

Het gemak waarmee we kinderen soms in hun integriteit kwetsen, zien we ook in de manier waarop sommigen kijken naar het gebruik van geweld in opvoeding.

Er zijn nog steeds te veel mensen die vasthouden aan het adagio ‘wie niet horen wil, moet voelen’. En dus vinden ze dat het gebruik van geweld in opvoeding legitiem is. Ik daag elk van hen uit om een gesprek te voeren met de kinderen en jongeren die quasi dagelijks met intentioneel geweld geconfronteerd worden.

‘Er zijn nog steeds te veel mensen die vinden dat het gebruik van geweld in opvoeding legitiem is.’

Of het nu gaat om fysiek geweld dan wel om systematisch vernederen, de impact van geweld is groot en duurt vaak een leven lang. De discussie hierover is in onze contreien jammer genoeg verprutst door het gebruik van de term ‘pedagogische tik’. Die heeft ervoor gezorgd dat het pleidooi om geen geweld te gebruiken in opvoeding grotendeels als een banale en zelfs belachelijke discussie wordt weggezet.

Flagrante schending

Het gaat hier echt niet om die ene tik tegen de pamper op het ogenblik dat je peuter dreigt haar vingers te verbranden (al ben ik ervan overtuigd dat ook op zo’n moment de tik meer te maken heeft met een wat onbeholpen paniekreactie dan dat we echt geloven dat deze tik het verschil gaat maken).

Het gaat me vooral om die vormen van systematisch geweld tegen kinderen, een geweld dat iedere keer opnieuw een flagrante schending is van het recht van het kind op integriteit. Zowel in Vlaanderen als in Nederland zijn nog steeds te veel kinderen en jongeren slachtoffer van geweld.

Getuige daarvan onder meer de jaarverslagen van de Vlaamse Vertrouwenscentra Kindermishandeling. De meest recente Nationale Prevalentiestudie Mishandeling in Nederland toont aan dat er in 2017 naar schatting tussen de negentigduizend en de honderdzevenentwintigduizend kinderen met een of meerdere vormen van mishandeling te maken hebben gehad.

Tolga

Geweld als brutale aantasting van de integriteit van kinderen en jongeren vinden we trouwens niet alleen in opvoeding terug. Het is voor veel kinderen en jongeren met een migratieachtergrond de realiteit wanneer ze zich bewegen in de publieke ruimte.

De onderstaande getuigenis uit ‘Luistert. Een manifest voor het welzijn van Gentse jongeren’, een publicatie van vzw Jong, illustreert dit op een bijzonder pijnlijke manier.

“Er was overlaatst een razzia in het Keizerspark. Er was ontzettend veel politie. Alle aanwezige jongeren moesten op een rij staan. Ze lieten een politiehond ruiken aan ons. Bij één jongen, Tolga, hij is nog maar nieuw in de wijk, begon de hond te blaffen. Hij werd door enkele agenten apart genomen naar een plaats naast het jeugdhuis. Hij moest er al zijn kleren uitdoen. Sh*t maat, volledig naakt stond hij daar. Ze hebben niets gevonden bij hem. Vernederd, boos en beschaamd is de jongen weggegaan. Hij is sindsdien niet meer in het park geweest.”

Je zal Tolga maar zijn. Je zal de vader en de moeder van Tolga maar zijn.

Reacties [4]

  • Maddy Greven

    Een prachtig stuk. Het verwoordt werkelijk alles. Zowel het “ouders leren worden” als de ouders die mee moeten groeien in hun rol. Wegens tijdsgebrek diagonaal gelezen.. straks geconcentreerd…

  • Johan Roels

    (Vervolg
    Kortom, wendbaar en weerbaar worden is onze opgave. Verwonderlijk is dat kinderen van nature ‘wendbaar en weerbaar’ zijn en dat ze door opvoeding die gave verliezen. Dus moeten volwassenen dringend weer kinderen worden, zodat ze hun kinderen kunnen laten ‘wendbaar en weerbaar’ zijn. Als positieve spin-off zullen de volwassenen terug zelf ‘wendbaar en weerbaar’ zijn. Volgens mij is dit de enige manier om in onze VUCA-wereld blijvend gelukkig te zijn, samen met onze kleinkinderen. Voor mijn kinderen het ik ooit een serie columns geschreven ‘blijf wakker’ dat ik onlangs samenbundelde tot een onuitgegeven boek ‘Word Wakker’, dat wel nooit gepubliceerd zal worden, want we blijven, zoals ik onlangs van Hannah Arendt leerde, toch zo graag slaapwandelaars.
    Creatively,
    Johan

  • Johan Roel

    Mooi stuk over wat zin geeft aan het leven: kinderen… en over de opdracht die we t.o.v. hen hebben. Ik heb het al gans m’n leven vreemd geworden dat ik opgeleid werd tot ingenieur en geen enkel diploma nodig had om vader te worden. Ik werd op geen enkele formele manier voorbereid om die levenstaak op mij te nemen. Wat ik leerde was door ‘af te kijken’ hoe m’n vader met ons omsprong. Ook hij was opvoeder, weliswaar in de schaduw van ons moeder. Heel zelden diende hij in te grijpen. Ook Simon Carmiggelt/Wim Sonneveld gaven ooit een treffende definitie van een opvoeder: “Trouwens, wat is een opvoeder? Een opvoeder is een stakker die in het duister tast.” ‘Opvoeding gaat over het leren omgaan met het onvoorspelbare.’ Stelt u terecht. En daar wringt voor mij het schoentje. We hebben nooit leren omgaan met het onzekere. Zekerheid was waar we naar streefden. Eindelijk is het duidelijk geworden dat zekerheid (zoals veiligheid) een illusie van een vorig paradigma is.
    Creatively,
    Johan

  • Heidi Degerickx

    Mooi pleidooi en herkenbaar helaas. Ook kinderen uit gezinnen in armoede kennen vaak de (constante) bedreiging van de publieke ruimte zoals op school. Change is happening maar nog werk aan de winkel. Blij dat Bruno deze pedagogiek onder woorden brengt, voor velen. Kan elke moeder of vader,…mens inspireren want iedereen interageert met kinderen.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.