Supersamenwerker

De supersamenwerker

Broodnodige correctie op het neoliberale mensbeeld

Dirk Van Duppen, Johan Hoebeke

Berchem, EPO, 2016, 343 p

Ons mens- en maatschappijbeeld wordt tegenwoordig te sterk gedomineerd door neoliberale opvattingen. Concreet door het individualistische denken over de ‘homo economicus’. De auteurs van ‘De supersamenwerker’ bieden een correctie op dit beeld.

Homo economicus

De ‘homo economicus’ is het sterke individu dat op rationele wijze en in zijn eentje zijn boontjes weet te doppen. En dat heel het leven door een economisch-commerciële bril bekijkt.

Volgens de auteurs hebben recentelijke bevindingen uit diverse takken van de wetenschap echter een ander beeld naar voren gebracht, namelijk van een mens die in feite veel altruïstischer of socialer denkt en handelt dan de neoliberale ideologie ons wil doen geloven.

“Onze aanleg voor altruïsme is groter dan die voor egoïsme.”

Met andere woorden: onze potentiële aanleg voor altruïsme is groter dan die voor egoïsme. Om die stelling te illustreren, laten de auteurs een hele processie aan wetenschappelijke bevindingen de revue passeren. Ze bespreken heel wat literatuur, onder meer over noties als altruïsme en empathie. Maar het lijkt erop dat de auteurs zelf verder willen gaan dan deze benaderingen.

Neurowetenschappen

Het boek biedt een overzicht van een reeks wetenschappelijke disciplines die gewezen hebben op de sterke neiging tot samenwerking en solidariteit in de menselijke aard. Zo noemen zij de ontwikkeling van de neurowetenschappen in de voorbije twintig jaar stormachtig.

Dankzij de hersenscan hebben we onder meer een beter beeld gekregen van spiegelneuronen, neuronen die niet alleen ‘vuren’ wanneer men zelf een actie uitvoert, maar ook wanneer men iemand anders die actie ziet doen. Een ander neurologisch aspect van menselijk relaties betreft de rol van oxytocine of het knuffelhormoon.

“Het boek bespreekt de oorsprong van solidariteit.”

Ook de input vanuit de evolutionaire experimentele psychologie komt aan bod. Kinderen leren van anderen dankzij hun sociaal functioneren. Sociale vaardigheden en sociale intelligentie komen bij heel jonge kinderen universeel voor, vrijwel onafhankelijk van de culturele omgeving. Meer specifieke vaardigheden zoals het gebruik van symbolen zijn wel meer cultuurafhankelijk.

De auteurs bespreken de evolutionaire oorsprong van solidariteit: het groeiend inzicht dat de mens in zijn evolutie op een bepaald moment wel moest samenwerken, al was het maar om de mammoet de baas te kunnen.

Primitieve samenlevingen

De paleoantropologie zou ons onder meer bijgebracht hebben dat “samenlevingen met een grote tolerantie tegenover diversiteit in cultuur en religies de grootste innovaties realiseerden”. De auteurs gaan onder meer in op het egalitaire karakter van primitieve samenlevingen.

Ook bespreken ze uitvoerig inzichten uit maatschappijwetenschappen zoals sociologie en economie over ongelijkheid. Het boek ‘The spirit level’ beschrijft bijvoorbeeld hoe samenlevingen met een hoge graad van ongelijkheid geconfronteerd worden met veel sterkere sociale problemen.

“Een hogere ongelijkheid gaat gepaard met sociale problemen.”

In tegenstelling tot wat het neoliberale waardenpatroon wil, zou ongelijkheid dus geen stimulator van menselijke daadkracht vormen. Zo zou een hogere ongelijkheid gepaard gaan met een lagere psychologische en fysieke gezondheid, meer wantrouwen, meer tienerzwangerschappen en meer geweld.

Sociaal-darwinisme

Het tweede deel van het boek gaat over de geschiedenis van onze neiging tot samenwerking. De auteurs behandelen onder meer hoe die neiging niet hoeft te botsen met inzichten uit de evolutietheorie van Darwin. Altruïsme valt te rijmen met natuurlijke selectie, er zijn immers zoveel domeinen waarop de mens moet samenwerken.

Het darwinisme is op dat vlak, historisch maar zeker ook in een huidige neoliberale context, teveel verstoord door de impact van het sociaal-darwinisme. Die visie, uitgewerkt door onder meer Herbert Spencer, legde sterk eenzijdig de nadruk op individualistische strijdelementen, een recht van de sterkste.

Het hoeft niet te verbazen dat die visie populair is in neoliberale middens. Maar de auteurs wijzen er terecht op dat dit een erg eenzijdige en incorrecte interpretatie van de evolutietheorie is.

“Het boek is er één met een stelling.”

‘De supersamenwerker’ is natuurlijk niet opgevat als een handboek sociaal werk. Praktische tips over hoe de sociaal werker dit mensbeeld kan toepassen, zal je er niet vinden. Tevens is niet altijd duidelijk wat nu precies de innovatieve, recente wetenschappelijke inzichten zijn.

Sommigen zouden zich mogelijk afvragen of de auteurs hun wensen niet wat veel voor werkelijkheid nemen. Beiden hebben uitgesproken linkse ideologische affiliaties. Het boek is er één met een stelling. En zelfs met een missie. 

Blikvernauwing?

Met wat kwade wil zou je kunnen zeggen dat zo’n missie per definitie een soort blikvernauwing inhoudt. Je kan je afvragen of resultaten die in een andere richting wijzen, evenzeer aan bod komen? Af en toe formuleren de auteurs hun interpretatie ook wat eigenaardig. Zo biedt de voorstelling van maatschappijen van jagers-verzamelaars als ‘egalitair’ een weinig moderne visie op gelijkheid.

“Er passeren een veelheid aan disciplines de revue.”

Toch mag men met die kritieken niet te ver gaan. Tegen een mogelijke betichting van eenzijdigheid zijn er talloze tegenargumenten. Ten eerste hebben heel wat, vaak toonaangevende auteurs zoals Sennet, recent geschreven in termen van een sterker wordend besef van de rol van elementen zoals altruïsme en empathie.

Vooraan in het boek nemen ze positieve recensies van academische stemmen over hun boek op. Maar sterker dan zulke ‘autoriteitsargumenten’, is de veelheid aan disciplines die ze de revue laten passeren.

Counteren

Wetenschappelijk onderzoek, dat vanuit sterk verschillende vertrekpunten tot enigszins gelijklopende conclusies komen. Conclusies die vanuit talloze hoeken de eenzijdigheid van de homo economicus scherp in vraag lijken te stellen. Méér dan dat is het eigenlijk niet, maar tegelijk betekent dat momenteel zoveel. Daarin schuilt uiteindelijk de waarde van dit boek: het counteren van de eenzijdigheid van het neoliberale mensbeeld, dat louter kijkt naar het individu en naar economische motieven.

“Velen herkennen het neoliberale mensbeeld niet als radicaal.”

Die enge visie op mens en samenleving heeft zich ondertussen zo diep genesteld in zowat alle lagen van samenleving en psychologie, dat velen dat denken niet meer als een radicale ideologie herkennen.

Het mens- en maatschappijbeeld dat dit boek daar tegenover stelt, is veel rijker en grondiger gedocumenteerd. Het werk houdt er duidelijk een missie op na, maar die is zo rijk geïllustreerd dat het lezen van dit boek niet enkel als een broodnodige correctie maar vooral als een verademing aanvoelt.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen