Achtergrond

Vrijwilligers kunnen woonprobleem van vluchtelingen niet alleen oplossen

Lore Robeyns, Louise D'Eer, Dirk Geldof

Erkende vluchtelingen vinden moeilijk een woning. Veel vrijwilligers helpen hen daarbij. Toch stuiten die vrijwilligers op grenzen, leert onderzoek. Ze hebben meer ondersteuning nodig.

woonbegeleiding vluchtelingen

© Unsplash / Toa Heftiba

Wooncrisis

Woononderzoek wijst al jaren op de groeiende krapte op de woningmarkt in Vlaanderen, zeker voor kwetsbare huurders.

Volgens Joy Verstichele van het Vlaams Huurdersplatform heerst er een chronische wooncrisis in Vlaanderen. Vooral het onderste segment van de huurmarkt wordt getroffen door deze crisis: de vraag naar betaalbare huurwoningen is veel groter dan het aanbod. Ondanks extra investeringen in sociale woningen, blijven de wachtlijsten historisch lang.

Deze wooncrisis maakt het vinden van een woning voor erkende vluchtelingen extra moeilijk. In tegenstelling tot verschillende andere Europese landen, ligt in België de verantwoordelijkheid voor het vinden van een woning bij de erkende vluchteling zelf.

‘Zonder woonplaats is het moeilijk om te werken.’

Wie erkend wordt en een verblijfsstatuut ontvangt, heeft twee tot vier maanden tijd om de asielopvang te verlaten en een woning te vinden. Heb je binnen deze termijn geen woning, dan is er de daklozenopvang, of voor wie geluk heeft een tijdelijk verblijf in een noodwoning.

Dit zorgt voor onzekere woonsituaties bij vluchtelingen, wat vaak het integratieproces doet stoppen. Zonder degelijke, stabiele en betaalbare huisvesting is het moeilijk om te werken of werk te zoeken, je te concentreren op een studie of een lokaal netwerk uit te bouwen.

Geëngageerde vrijwilligers

Voor wie werkt met erkende vluchtelingen is het al lang duidelijk dat wonen een grote uitdaging is.

Bij hun zoektocht naar een woning worden vluchtelingen vaak begeleid door hulpverleners van opvangcentra, OCMW’s of een centrum algemeen welzijnswerk (CAW). Alleen is het aanbod aan ondersteuning te beperkt. Zelfs extra middelen in 2016-2017 aan de CAW’s, konden de grote vraag naar woonondersteuning van vluchtelingen niet opvangen.

Daar waar de noden hoog zijn en professionele hulp beperkt of afwezig is, wordt het engagement van burgers zichtbaar. In ons onderzoek identificeerden we zo’n tachtig vrijwilligersinitiatieven in Vlaanderen en Brussel, die woonondersteuning aan erkende vluchtelingen bieden.Van zestig initiatieven zijn de gegevens, in overstemming met de GDPR-regelgeving, opgenomen in een sociale kaart. Je kan deze raadplegen in het onderzoeksrapport.

Een grote verscheidenheid

De variatie tussen deze werkingen is groot, zowel naar organisatiestructuur, aanbod, werking als bereik. Het gaat zowel om vrijwilligers die zich verenigd hebben in een vzw of feitelijke vereniging, als vrijwilligers verbonden aan een bredere organisatie zoals een CAW, OCMW, Lokaal Opvang Initiatief of opvangcentrum.

Nogal wat ‘woonclubs’ gaan samen met vluchtelingen op zoek naar woningen. Sommigen doen dit door te werken met opendeurmomenten, waar vrijwilligers samen met vluchtelingen online zoeken naar huurwoningen en voor hen bellen naar verhuurders. Anderen gaan mee naar een afspraak met een verhuurder.

Ook buddywerkingen komen vaak voor: zowel buddy’s die gekoppeld worden aan een vluchteling om een woning te zoeken, als buddy’s die na het vinden van een woning de persoon of het gezin ondersteunen op verschillende domeinen.

Woonondersteuning wordt door al deze initiatieven erg divers ingevuld. We konden in het onderzoek 28 bouwstenen of vormen van hulp onderscheiden, waarbij duidelijk werd dat initiatieven zelf beslissen welke bouwstenen zij wel of niet in hun werking opnemen.

Vaak gaat het om een combinatie van ondersteuning bij het zoeken naar een woning (websites afstruinen, bellen naar verhuurders, meegaan op huisbezoeken), ondersteuning bij de huur (in orde brengen van huurcontract en -waarborg, aanvragen huursubsidie) en ondersteuning na het vinden van een woning (helpen met verhuizen, verzamelen van huisraad, wegwijs maken in de stad of gemeente).

Structurele problemen

Vrijwilligers worden in hun werking geconfronteerd met de drempels die vluchtelingen ervaren, zoals discriminatie en het tekort aan betaalbare woningen.

‘Toeleiden naar een krappe woonmarkt, is niet evident.’

Toeleiden naar een te krappe woonmarkt, is niet evident. Het maakt dat sommige initiatieven creatief aan de slag gaan om zelf vernieuwende woonoplossingen te zoeken. Zo groeide bijvoorbeeld de Brugse vzw Huizen van Vrede uit tot een vrijwilligersgroep die zelf woningen is gaan huren, om ze vervolgens onder te verhuren aan vluchtelingen. Zo proberen ze “de impasse op de huisvestingsmarkt te doorbreken voor erkende vluchtelingen en hen te ondersteunen bij hun integratie in de samenleving”.

Aan de verhuurders garanderen zij een stipte betaling van de huur (ook bij leegstand), onderhoud van de woning, regeling van de huurwaarborg… De vluchteling-huurder wordt ondersteund door een vrijwilliger die helpt met administratie en het wegwijs maken in de regio.

Samenhuizen

Een andere strategie vinden we bij Orbit vzw. Zij zetten met hun project ‘Woning gezocht, buren gevonden’ in op het tekort aan betaalbare woningen, door burgers te helpen die een deel van hun woning willen verhuren. Ze begeleiden hen bij het indienen van de Melding Tijdelijk Wonen. Zo wordt extra woonruimte gecreëerd.

Deze vorm van samenhuizen is een manier om vluchtelingen te ondersteunen bij hun integratietraject, en voor de bewoners een manier om vluchtelingen beter te leren kennen.

De Gentse vzw BioTope ontwikkelde dan weer een model om in een nieuw cohousingproject een van de gebouwde units zelf te financieren. Wanneer de bouwwerkzaamheden zijn afgerond, wordt de unit verhuurd aan een vluchtelingengezin.

Schaduwzijde

Het engagement en de creativiteit van deze vrijwilligers, heeft ook een schaduwzijde. In ons onderzoek geven vrijwilligers massaal aan dat ze overbevraagd zijn.

‘Vrijwilligers zijn overbevraagd.’

Ze werken noodgedwongen met wachtlijsten en prioriteiten, en moeten hierin soms harde keuzes maken. Een initiatiefneemster getuigt: “We hebben een wachtlijst en er staan ook mensen in moeilijke situaties op, en dat is hartverscheurend. Maar ik weet dat als ik de vrijwilligers overbevraag, mensen stoppen.”

De moeilijkheid om mannen, vrouwen en kinderen die dakloos zijn of dreigen te worden weg te sturen, maakt het een uitdaging om als vrijwilliger je grenzen te bewaken. Want hoe geef je aan dat je even rust wil, terwijl er mensen in precaire woonomstandigheden op de wachtlijst staan? Zelfzorg en ondersteuning van de andere vrijwilligers zijn belangrijk. Wanneer er niet voldoende vrijwilligers zijn om de taak even over te nemen, zijn dit moeilijke keuzes.

Een vrijwilliger getuigde over dit dilemma: “Er is de ruimte om te zeggen: ‘Het zit mij te hoog, iemand moet overnemen.’ Maar ik vrees dat er niemand kan overnemen. En dan is het moeilijk om die grens aan te geven. Ik heb soms echt wel het gevoel dat ik er qua woningen zoeken alleen voor sta. Ik kan dat niet meer bolwerken. Ik heb nu gezegd dat ik even geen permanenties meer doe en geen nieuwe mensen meer bijneem. Want het gaat niet meer, het is te veel. Ik krijg thuis problemen, vrienden klagen dat ze mij niet meer zien…”

Kluwen aan regels

Veel van de bevraagde vrijwilligers wijzen ook op het kluwen aan regels waar ze tegen aanlopen. Wie creatieve woonconcepten wil opstarten, botst op regelgeving, verspreid over verschillende beleidsdomeinen en -bevoegdheden.

‘Vluchtelingen vragen veel administratieve ondersteuning.’

Vluchtelingen vragen ook veel administratieve ondersteuning, die zelfs voor Belgische vrijwilligers soms een uitdaging is. Als vrijwilliger op zoek gaan naar informatie of antwoorden, betekent soms van de ene dienst doorverwezen worden naar de andere. Een vrijwilliger getuigt: “Ik denk dat we heel wat onnodige energie moeten steken in administratieve zaken, tegenstrijdigheden en de verschillende interpretaties van eenzelfde situatie door verschillende OCMW’s.”

Helpdesks, toolkits, infolijnen en vormingen voor vrijwilligers bleken bij verschillende vrijwilligers niet bekend. Wie ze wel kende, was er vaak wel positief over.

Ondersteuning

Vrijwilligers die zich engageren bij een professionele organisatie hebben minder nood aan ondersteuning dan zij die actief zijn in initiatieven die enkel draaien op vrijwilligers. Vrijwilligers die zich samen met professionals inzetten, kunnen bij moeilijke vragen vluchtelingen doorverwijzen naar deze hulpverleners. Een vrijwilligerscoördinator ondersteunt hen ook in het afbakenen van hun engagement.

‘Vrijwilligers moeten hun hart luchten.’

Deze vrijwilligers dragen ook niet de verantwoordelijkheid om de werking gezond te houden. Wie zich verenigd heeft in een vzw of feitelijke vereniging, moet zelf zoeken naar financiële middelen en nieuwe vrijwilligers. Dit zijn taken die best wat energie vragen.

Niet bij de pakken blijven zitten

Vrijwilligers blijven echter niet bij de pakken zitten. Verschillende van de bevraagde vrijwilligers zoeken oplossingen voor deze uitdagingen. Zo gaan vrijwilligers die niet verbonden zijn aan een organisatie, soms zelf een expertisenetwerk uitbouwen. Door gericht vrijwilligers aan te trekken met kennis over vreemdelingenrecht of wonen, hebben ze iemand die ze moeilijke vragen kunnen voorleggen.

Ook het investeren in goede lokale samenwerkingen met bijvoorbeeld het OCMW, gemeente of CAW, maakt het gemakkelijker om vragen te stellen of bepaalde vragen door te verwijzen. Een vrijwilliger bevestigt: “OCMW is enorm belangrijk voor ons. Wij hebben een heel goede samenwerking, ook voor huursubsidies. Wij hebben daar eigenlijk nooit problemen mee. Ze gaan altijd tot het uiterste om te helpen.”

Maar niet alleen de vrijwilligers zelf gaan op zoek naar oplossingen. In sommige regio’s erkennen de lokale besturen het belang van de vrijwilligers, en wordt er ingezet op omkadering. Een sterk voorbeeld hiervan is de TaskForce Vluchtelingen van de stad Gent.

Een vrijwilliger getuigt: Bij ons in Gent heb je de TaskForce, dat is een soort van coördinatie. Als je een vraag hebt, om het even op welk vlak, kan je die stellen. Binnen de 24 uur wordt die doorverwezen naar de juiste persoon. Dat gaat van voedselpakketten tot juridische zaken. Dus dat is wel een heel goede zaak. (…) Die TaskForce Vluchtelingen heeft prachtwerk gedaan, en doet dit nog altijd.

Wat nu?

Vrijwilligers nemen een erg waardevol engagement op in de ondersteuning van vluchtelingen. Maar ook zij hebben nood aan enige vorm van begeleiding en ondersteuning. Provinciale of regionale platformen, naar het model van de taskforces, zijn een eerste belangrijk aanspreekpunt voor de vele vragen.

‘Een vrijwilliger moet vrijwilliger blijven.’

Er is ook meer ondersteuning nodig om vzw’s of feitelijke verenigingen levensvatbaar te houden. Een betere bekendmaking van bestaande tools en helpdesks, aangevuld met toegankelijke vormingen voor vrijwilligers, zijn belangrijk.

Het is echter even belangrijk om voldoende in te zetten op professionele ondersteuning door hulpverleners. Het engagement van vrijwilligers is mooi en belangeloos. Maar de druk op hun schouders is vaak te groot. Vrijwilliger en hulpverlener kunnen elkaar versterken, en samen zorgen voor een goede omkadering en ondersteuning bij de integratie van vluchtelingen.

Een vrijwilliger moet een vrijwilliger blijven. Steunen op vrijwilligers mag geen oplossing zijn om te besparen in de sociale sector.

Woonnoden blijven

De nood aan woonondersteuning voor erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden zal ook de volgende jaren urgent blijven.

‘Elk jaar moeten 10.000 tot 15.000 vluchtelingen een woning vinden.’

Jaarlijks doen in ons land zowat 20.000 tot 25.000 mensen een beroep op internationale bescherming. Zonder grote veranderingen in het aantal asielaanvragen betekent dit dat in heel België elk jaar zowat 10.000 tot 15.000 erkende vluchtelingen een woning moeten vinden.

Het is onmogelijk beleidsaanbevelingen rond woonondersteuning door vrijwilligers te geven zonder de situatie op de huisvestingsmarkt mee in beschouwing te nemen. De beste en belangrijkste ondersteuning voor vluchtelingen is een groter aanbod aan betaalbare en kwalitatieve woningen.

Pas wanneer aan deze voorwaarde is voldaan, is het verantwoord om als overheid meer mensen te stimuleren om zich als vrijwilliger te engageren voor woonondersteuning van vluchtelingen. Zelforganisatie is immers geen excuus voor een terugtrekkende overheid, is de heldere conclusie van het boek ‘Sociaal schaduwwerk. Over informele spelers in het welzijnslandschap’.Bogaerts, N. (2019) ‘Zelforganisatie is geen excuus voor een terugtrekkende overheid’, Sociaal.Net, 30 januari 2019.

Een draaiboek

Maar ondertussen appelleren de humanitaire en woonnoden van vluchtelingen vele burgers om zich in te zetten. De noden zijn er en het belang van hun inzet is duidelijk.

De samenleving heeft ook nood aan hun engagement, aanvullend op maar soms ook noodgedwongen in de plaats van de overheid. Daarom hebben we de resultaten van ons onderzoek vertaald naar een draaiboek voor vrijwilligersinitiatieven, al dan niet verbonden aan professionele organisaties.

Het draaiboek biedt inspiratie, zowel voor wie een initiatief wil opstarten, als voor wie een bestaand initiatief wil bijsturen of evalueren. Het draaiboek geeft zicht op wat er al bestaat aan initiatieven voor woonondersteuning aan vluchtelingen. Het brengt inspirerende praktijken in beeld. Reflectievragen wijzen de weg om het huidige engagement aan te scherpen, uit te breiden of te verdiepen, of om gericht initiatieven te kunnen starten.

Reacties [3]

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

vluchtelingen

Vluchteling zkt. woning

Draaiboek voor wie werkt aan woonondersteuning voor vluchtelingen

Louise D’Eer, Lore Robeyns en Dirk Geldof

Brussel | Odisee Kenniscentrum Gezinswetenschappen | 2019Meer info