Achtergrond

Buurtnetwerk in Antwerpse wijk werpt vruchten af in crisistijd

Roos Steens, Peter Raeymaeckers, Felix Van Roost

In de Antwerpse wijk Het Kiel werd de laatste jaren hard gewerkt aan een stevig buurtnetwerk van onder meer sociale organisaties, jeugdwerkers, leerkrachten, politie en sportinstructeurs. Dat netwerk werpt in deze coronacrisis haar vruchten af.

kiel nieuwe autoriteit

© Unsplash / UN Covid-19 Response

Gedeelde focus

Het Kiel is een kwetsbare buurt in Antwerpen, maar tegelijk een buurt waar sterk in werd geïnvesteerd. Er werden projecten als  Wijkwerking op Maat en Area2020 uitgerold. Zij zetten in op leefbaarheid in de wijk en kwalitatieve schooluitstroom. Organisaties als Kras vzw en het cultureel ontmoetingscentrum De Nova (met onder andere vzw Recht-Op, Buurtsport en Samenlevingsopbouw Antwerpen Stad) maken hier al jaren het verschil.

Enkele jaren geleden groeide het besef dat er heel wat projecten waren om het leven in de buurt te verbeteren, maar dat ze voornamelijk los van elkaar bestonden. Veel initiatieven startten vanuit één insteek: veiligheid, onderwijs, leefbaarheid, sport. Toch was er een sterk verlangen naar een en-enverhaal. Naar meer onderlinge verbinding. Naar een gedeelde focus.

Nieuwe Autoriteit als kapstok

Het fundament voor een brede samenwerking vonden we in ‘Nieuwe Autoriteit’. Jeugdzorg Emmaüs paste dit model van de Israëlische hoogleraar psychologie Haim Omer toen al een tiental jaar succesvol toe.

‘Eerder dan macht, staat kracht centraal.

Nieuwe Autoriteit verzet zich tegen geweld of destructief gedrag. De focus ligt op de-escalatie. Het model introduceert een nieuwe invulling van autoriteit: eerder dan macht, staat kracht centraal. De kracht zit in het bouwen van een netwerk en het maken van verbindingen.

“It takes a village to raise a child”, is dan ook een van de slagzinnen van Nieuwe Autoriteit. Steeds wordt gezocht naar het creëren van een gedeelde waakzame zorg.Van Holen, F., Vanderfaeillie, J. en Colson, B. (2019), Geweldloos verzet. Bespiegelingen vanuit theorie, onderzoek en praktijk, Brussel, VUB Press.Vroeger werd het model vooral binnen opvoedingssituaties toegepast. Vandaag zien we dat het steeds meer op buurtniveau wordt gehanteerd, zoals in Nederland en Israël.

Meer dan 120 mensen getraind

Met steun van de Stad Antwerpen kregen sinds het najaar van 2017 meer dan 120 lokale werkers een training in Nieuwe Autoriteit: leerkrachten, onthaalmedewerkers van de bibliotheek, buurtwerkers, politie, jeugdwerkers, sportinstructeurs, stadstoezichters…

Tijdens maandelijkse bijeenkomsten sluit een actief netwerk van een negentigtal lokale professionals flexibel aan bij maandelijkse bijeenkomsten. Soms zijn ze met vijfentwintig, soms met zes.

Op die bijeenkomsten bespreken ze concrete problemen in de buurt, zoals zwerfvuil in de straten, overlast in de bibliotheek of jongeren die zich onveilig voelen wanneer ze terugwandelen vanuit hun sportclub. We zoeken naar concrete oplossingen. Telkens zetten we de bril van Nieuwe Autoriteit op: gezamenlijkheid, verbinding en de-escalatie vormen de rode draad.

Lunchpauze in de bib

Die out-of-the-boxoplossingen blinken uit in hun eenvoud. Om de overlast in de lokale bibliotheek aan te pakken, besloten leerkrachten, jeugdwerkers en sportinstructeurs uit de buurt hun lunchpauze te houden in de bibliotheek.

Ze konden een praatje slaan met de mensen aan de balie en tegelijk verbinding maken met de jongeren die hier overlast veroorzaken. De medewerkers van de bibliotheek voelden zich ondersteund en gesterkt in hun taak.

‘De out-of-the-boxoplossingen blinken uit in hun eenvoud.’

En de jongeren die overlast veroorzaakten, merkten dat er een heel netwerk bezorgd is om hen en de problemen in de buurt ter harte neemt. Intussen is de situatie zodanig verbeterd dat er tijdens de vorige examenperiode in de bibliotheek werd gewerkt met stilteruimtes. Dat was voordien onmogelijk.

Namen, gezichten en telefoonnummers

In het lopende onderzoek van de academische werkplaats van Jeugdzorg Emmaüs en de master Sociaal Werk van de UA, geven deelnemers aan hoe het project hun sociaal kapitaal vergrootte. “Ondertussen weet ik wie ik moet bellen bij een bepaalde vraag”, klinkt het.

‘Ik heb het gevoel dat we er niet alleen voor staan.’

Deelnemers vertellen dat ze nu niet alleen meer organisaties kennen, maar ook de mensen binnen deze organisaties en hun rechtstreeks telefoonnummer. Hierdoor voelen ze zich gesterkt in hun job. “Ik heb het gevoel dat we er niet alleen voor staan. Dat helpt. Je voelt je minder kwetsbaar.”

Ook groeide hun hoop voor de buurt: “Op één of andere manier doet dit project mij hopen dat het hier toch goedkomt. Of dat we hier iets kunnen doen bewegen.”

Meetbare resultaten en mandaten

Tegelijkertijd worstelen de deelnemers wel met de ‘kleinheid’ van de resultaten. Maken we nu echt het verschil in de buurt? En kunnen we aantonen dat ons project waardevol is? Er is geen meetbaar eindproduct. “Ik kan niet zeggen dat er 100 kilo minder afval is of dat er 33 procent minder gedeald wordt op ’t Kiel. Ik heb daar geen cijfers van.”

‘Ik kan niet zeggen dat er 33 procent minder gedeald wordt. Ik heb daar geen cijfers van.’

Daarnaast leeft het project op het engagement van de deelnemers. Zo wordt verwacht om buiten de lijntjes te kleuren, om meer te doen dan wat strikt genomen jouw taak is. Deelnemers vertellen dat ze soms worstelen met het mandaat dat ze krijgen van hun organisatie. En nemen ze deel tijdens hun werkuren of in hun vrije tijd? “Vanuit mijn functieomschrijving, zou mijn baas kunnen zeggen: ‘Wat doe jij daar? Je hebt maar een half uur pauze, maar bent drie kwartier weggeweest!’”

Schakelen tijdens corona

Net toen de gesprekken liepen over hoe we het project structureel kunnen verankeren en een nieuwe stadsmarinier werd aangesteld, brak de coronacrisis uit. Critici opperden al snel: “Bewijs nu maar eens wat heel dat netwerkje waard is.”

‘Bewijs nu maar eens wat heel dat netwerkje waard is.’

Al in de eerste week van de quarantaine werd een online bevraging uitgestuurd naar het hele netwerk van lokale professionals met onder andere vragen als “Hoe gaat het met jou?” en “Hoe gaat het met jouw dienst? Is deze open, gesloten of is er een gewijzigde dienstregeling?” De bevraging polste ook naar de noden en hoe het netwerk die kan ondersteunen. Tegelijkertijd spraken we iedereen aan: “Wij hebben jou nodig!”

De focus in Nieuwe Autoriteit ligt immers nadrukkelijk op actie. Wat kunnen we zelf doen om een situatie beter te maken? Tegelijkertijd worden er vanuit de stadsmarinier ook signalen gebundeld voor het beleid: Wat is de nood in hun wijk?

Zeven taskforces

Op basis van de resultaten van deze bevraging richtten we in de tweede week van de lockdown zeven taskforces op: communicatie, gezondheid, armoede, ontspanning, onderwijs, overlast en wonen.

De leden van het netwerk werden persoonlijk aangesproken om de trekker te worden van zo’n taskforce of om hieraan deel te nemen. Ruim zeventig professionals nemen momenteel deel aan de taskforces, sommigen onder hen zijn betrokken bij meer dan één taskforce. Nog steeds komt elke taskforce wekelijks samen om noden te bespreken en samen tot actie over te gaan. Tegelijk nemen de trekkers ook deel aan een wekelijkse stuurgroep om de initiatieven op elkaar af te stemmen en met elkaar te verbinden.

‘Vanuit de taskforces ontstonden acties om de gevolgen van de coronacrisis voor de buurt in te dijken.’

Vanuit de taskforces ontstonden kleinere en grotere acties om de gevolgen van de coronacrisis voor de buurt in te dijken. Denk bijvoorbeeld aan de serenades bij woonzorgcentra en dienstencentra om hulpbehoevende bewoners een hart onder de riem te steken. Of een flyer met een overzicht van psychosociale, medische en praktische hulp in de buurt. Ook initiatieven van de partners afzonderlijk worden in de taskforces gedeeld. Zo werd door Kras vzw meer dan 180 spelpakketten per week verdeeld voor kinderen in de buurt.

Hoe gaat het met jou?

Helemaal volgens de geest van Nieuwe Autoriteit zijn in deze moeilijke tijd sociale professionals en vrijwilligers meer aanwezig en nabij.

Een actie die eruit springt, is het team van twintig vrijwilligers dat in drie kwetsbare straten in de wijk huis aan huis ging. “Hoe gaat het met jou?”, was de eerste vraag die de vrijwilligers stelden. En ook: “Kunnen wij jou met iets helpen?”. De vrijwilligers bereikten 60 procent van de bewoners van deze straten. We waren zeer blij met de babbels die daaruit ontstonden.

‘Kunnen wij jou met iets helpen?’

De bewoners stelden tijdens de eerste week 25 concrete vragen. Het ging om mensen die door hun financiële reserves zitten en niet weten hoe het verder moet. Of om buurtbewoners die geen smartphone of laptop in huis hebben en niet van alle hulpinitiatieven op dit vlak op de hoogte zijn. Of om nieuwkomers die geen job of sociaal vangnet hebben. De vrijwilligers brachten al deze mensen in contact met professionals bij bijvoorbeeld het OCMW of CAW die deze vragen ter harte nemen.

Bijtanken in de intervisie

De maandelijkse intervisie werd in deze crisistijd omgevormd tot een wekelijkse online vergadering. Het is het uitgelezen moment geworden om te zorgen voor de zorgverleners.

Deelnemers doen niet mee vanuit hun functie, maar als mens. Ze vertellen hoe de coronacrisis hen persoonlijk raakt, waar ze tegenaan lopen. Of ze een goede dag hebben of een slechte. Ze zoeken wat ze voor elkaar kunnen betekenen.

‘De intervisie is het moment geworden om te zorgen voor de zorgverleners.’

Deelnemers vertellen ons dat ze hier wekelijks wat kunnen bijtanken en dat dat broodnodig is. Ondanks het online medium is de nabijheid hoog en durven mensen zich kwetsbaar op te stellen.

Spaanse Griep

De snelheid, flexibiliteit en reikwijdte waarmee op deze gezondheidscrisis werd gereageerd in de buurt Kiel is bijzonder. Hoewel dit nog voorwerp is van het lopende onderzoek, kunnen we vanuit de literatuur nu al veronderstellen dat het reeds bestaande netwerk en de verbinding tussen de partners een belangrijke hefboom is geweest.

Rao en Greve, twee Noorse onderzoekers, onderzochten bijvoorbeeld hoe gemeenschappen reageerden op de Spaanse Griep.Rao, H. and Greve, H. (2017), ‘Disasters and Community Resilience: Spanish Flu and the Formation of Retail Cooperatives in Norway’, Academy of Management Journal, 61.Zij onderscheiden drie belangrijke factoren die mee bepalen of een gemeenschap al dan niet in actie schiet: het aantal aanwezige sociale organisaties, de verbindingen tussen deze organisaties en het wederzijds vertrouwen. Net op die drie factoren zetten we tijdens de afgelopen jaren in het Kiel stevig in.

Investering in lokale sociale organisaties

Op basis van onze ervaringen op het Kiel zijn we ervan overtuigd dat deze drie factoren ook de sleutel zijn om de gevolgen van de coronacrisis in kwetsbare buurten in te dijken.

Zo is er een investering nodig in lokale sociale organisaties die in kwetsbare buurten al voor de coronacrisis het verschil maakten. Zij kennen de kwetsbare groepen en pijnpunten in hun buurt en willen niets liever dan doen wat nodig is.

‘Lokale organisaties hebben ondersteuning nodig om de initiatieven van de coronaperiode vol te houden en verder uit te bouwen.’

Op het Kiel merken we bij het langzaam herstarten van de reguliere werkingen echter dat agenda’s snel terug vollopen. Het wordt minder vanzelfsprekend om snel, aanklampend en out of the box te handelen. Lokale organisaties hebben ondersteuning nodig om de initiatieven van de coronaperiode vol te houden en verder uit te bouwen.

Daarnaast is het belangrijk de lokale netwerken worden ondersteund, geëngageerd en geïntensifieerd. De samenwerking op het Kiel leert ons dat het belangrijk is om te starten van wat er al is en het wiel niet opnieuw te willen uitvinden.

Tot slot draait het niet alleen om organisaties en structuren maar ook om wederzijds vertrouwen. Formele en informele afstemmingsruimte voorzien tussen lokale sociale partners en een goede zorg en ondersteuning voor de frontliniewerkers zijn onontbeerlijk.

Reacties [1]

  • mileen janssens

    chique!

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.