Verhaal

‘Zo goed als alle cliënten die ik begeleidde hebben nog een woonst’

Ludo Serrien

Elke week dreigen in Vlaanderen 230 huishoudens hun woning te verliezen. 30 procent wordt ook effectief het huis uitgezet. Sociaal werker Jelle Janssens (CAW Oost-Brabant) toont hoe je dit kan vermijden met preventieve woonbegeleiding: “Volharden is de boodschap.”

Preventieve woonbegeleiding

© ID / Sien Verstraeten

Uit huis en thuisloos

Vijfentwintig jaar geleden stelden armoedebewegingen en -onderzoekers vast dat we weinig wisten over uithuiszettingen in België. Bij gebrek aan kennis is het dan moeilijk om een antwoord te formuleren op dit traumatiserend gebeuren. Anno 2021 weten we nog altijd niet veel meer.de Decker, P. (2018), ‘Uithuiszettingen zitten nog steeds in het verborgene’, Sociaal.Net, 20 augustus 2018.

‘Wij proberen te voorkomen dat mensen uit hun huis gezet worden.’

We weten enkel dat er in ons land elk jaar zo’n 12.000 vorderingen tot uithuiszetting zijn. Elke week dreigen 230 huishoudens door een uitspraak van de vrederechter hun woning te verliezen. Bij ongeveer 30 procent leidt het tot een effectieve uithuiszetting. Inzake uithuiszetting in verhouding tot de bevolking staat België op een bedenkelijke derde plaats in Europa.

Wat er gebeurt met mensen die hun huis verliezen, is ook niet echt geweten. Sommigen vinden zelf een nieuw huis. Soms belanden mensen op straat. Anderen – elk jaar meer dan 2.000 mannen en vrouwen – worden opgevangen door de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW).

Voorkomen is beter dan genezen

Een van de strategieën om dak- en thuisloosheid te voorkomen is preventieve woonbegeleiding. Dat is een individuele begeleiding op maat, die vermijdt dat mensen op straat komen te staan. De methodiek werd door de CAW’s ontwikkeld, eerst binnen de sociale huisvesting en later ook voor huurders op de private woonmarkt.

Jelle Janssens is zo’n preventieve woonbegeleider. Hij werkt voor CAW Oost-Brabant en helpt zowel mensen die huren op de private woonmarkt als sociale huurders. In een vorige job werkte Jelle als groepsbegeleider in een opvangcentrum voor thuisloze jongeren.

Janssens ziet een duidelijke link tussen uithuiszetting en dak- en thuisloosheid: “In de thuislozenzorg hoor je vaak het verhaal dat mensen er terecht gekomen zijn na een uithuiszetting. Soms meerdere keren. Wij proberen dat te voorkomen.”

Waardoor verliezen mensen hun woonst?

“Meer en meer verhuurders zetten een huurcontract stop omdat ze het huis of appartement willen renoveren. Maar veel huurders hebben het ook moeilijk om de huur te betalen, en soms geraken bewoners hun huis kwijt door de manier waarop ze wonen.”

‘Verzamelwoede is een onderschat probleem’

Hoarding of dwangmatige verzamelwoede is een onderschat probleem. Als een eigenaar ziet dat een appartement helemaal is volgestouwd, is de kans groot dat hij de huur wil beëindigen. De mensen die ik begeleid zijn meestal extreem sociaal geïsoleerd. Bij negen op tien cliënten is er een onderliggende psychische kwetsbaarheid, zoals een depressie of verslaving.”

“Het zijn vaak iets oudere mensen die al jaren vereenzaamd zijn, geen enkele structuur meer hebben en de leegte opvullen met verzamelen. Ze hebben de kracht niet om hun woonsituatie in orde te brengen. Ze zoeken meestal ook geen hulp.”

Wat geeft bij eigenaars de doorslag om zo iemand uit huis te zetten?

“De meeste eigenaars waarmee we samenwerken kennen hun huurders. Ze zijn in eerste instantie bezorgd. Ze willen meestal niet dat de huurder op straat komt te staan, maar ze slaan wat in paniek als ze de woonsituatie zien. Ze geven ons gelukkig de tijd om iets aan de situatie te doen.”

‘Het zijn vaak iets oudere mensen die al jaren vereenzaamd zijn.’

“Het wordt moelijker wanneer de bewoner ons niet binnen laat. Dan raakt het geduld bij sommige eigenaars op, waardoor ze naar de vrederechter stappen.”

Hoarding

“Hoarding of dwangmatige verzamelwoede is een onderschat probleem.”

© ID / Patrick De Roo

Jullie willen vermijden dat mensen thuisloos worden. Hoe bereik je de groep huurders die daarvoor het grootste risico heeft?

“Meestal start onze begeleiding door een klacht bij de Dienst Wonen van de stad Leuven. Zij starten een huisvestingsonderzoek. Dat kan er toe leiden dat een eigenaar verbeteringen moet aanbrengen aan de elektriciteit of moet ingrijpen tegen vocht, maar meestal gaat het over problemen met huurders. Daarnaast krijgen we vaak signalen van verontrusting vanuit diensten zoals poetshulp, seniorenagenten, het CAW-onthaal of het Woonanker, een specifiek aanspreekpunt voor mensen met woonproblemen.”

“Maar er is zeker een groep huurders die we niet bereiken, omdat ze eenzaam zijn en niemand een signaal opvangt over hun precaire woonsituatie.”

De cliënt zelf stelt meestal geen hulpvraag?

“Dat gebeurt zelden. Wij kloppen bij de mensen aan op vraag van de eigenaar of diensten die ons een probleemsituatie melden.”

Hoe gaat dat concreet in z’n werk?

“Eerst stuurt de Dienst Wonen een brief naar de bewoner. Nadien bellen wij aan, samen met een medewerker van de stadsdienst. Na signalen uit de zorgsector, bellen we alleen aan. Is de bewoner niet thuis of doet hij niet open, dan steken we een brief of naamkaartje in de bus. Dat helpt meestal om respons te krijgen.”

‘Ik kom zeker niet aandraven met een klacht’

“Ik presenteer me duidelijk als hulpverlener van het CAW, met de vraag of ik met iets kan helpen. Ik kom zeker niet aandraven met een klacht. De bewoner kan best zelf formuleren wat er aan de hand is. De meesten beseffen ook dat er iets boven hun hoofd hangt.”

“Ik zeg ook heel duidelijk dat ik niet onder een hoedje speel met de eigenaar of met de huisvestingsmaatschappij. Ik bied ook aan om bij hen te bemiddelen.”

Hoe zwaar weegt een uithuiszetting als stok achter de deur?

“Een mogelijke verklaring tot onbewoonbaarheid is zeker een stok achter de deur. Het helpt om iets in beweging te krijgen. Maar het kan mensen ook verlammen, wanneer ze zich onmachtig voelen.”

Wat jullie doen is een vorm van bemoeizorg. Krijg je nooit reacties tegen dat bemoeien?

“Die zijn er zeker. Maar het komt erop aan om duidelijk te maken waarom we aankloppen. We nemen het wantrouwen weg door samen aspecten van de woonsituatie te bekijken. En onze begeleiding is vaak heel praktisch. Iets dat stuk is vervangen we. Ik heb ook al veel samen met cliënten opgeruimd.”

Preventieve Woonbegeleiding

“Om in preventieve woonbegeleiding iets te bereiken, moet je volharden in bemoeizorg.”

© ID / Sien Verstraeten

Los je verzamelwoede op door samen op te ruimen?

“Totaal niet. Dat verzamelen is voor velen een denkwijze, soms zelfs een obsessie. Je verandert dat niet zomaar. Maar het helpt als we samen filteren: Wat heb je nodig? Wat moet je zeker bijhouden? Wat kan je weggooien? Vooral ouderen willen alles bijhouden omdat het ooit nog wel eens van pas kan komen. Dat zit soms zo vast in hun hoofd.”

“Er zijn naturlijk gradaties maar zo’n opruimproces kan een jaar duren. Als mensen ook hun etensresten en afval laten rondslingeren, is het probleem wel groter. Dan is het een zaak van hygiëne.”

Kan je een uithuiszetting vermijden als mensen onvoldoende inkomen hebben om de huishuur te betalen?

“Dat is uiteraard een groot probleem. Heel wat cliënten leven van een uitkering, en die zijn veelal laag. En uiteraard proberen we systemen zoals huursubsidies te benutten, maar daar zijn vaak voorwaarden aan verbonden.”

“Als het draait om schulden en huurachterstal betrekken we van meet af aan het OCMW. We stellen dan samen een budgetplan op. Soms kan ik een huiseigenaar ook overtuigen om de indexering niet toe te passen, maar vaker kan ik niet anders dan de cliënt helpen om een meer betaalbare woonst te vinden. Vaak is dat dan buiten de regio Leuven met z’n hoge huurprijzen.”

Wat vind je uitdagend aan deze vorm van woonbegeleiding?

“Om een uithuiszetting te voorkomen, moeten we vaak vechten tegen deadlines. Als de uithuiszetting al een feit is, moet ik alles op alles zetten om een nieuw huis te vinden.”

“Het belangrijkste verschil met een ‘gewone’ woonbegeleiding is dat wij geen hulppakket hebben waar de cliënt vrijwillig en gemotiveerd instapt. De problemen van onze cliënten zijn vaak complex. Dat dwingt ons om meer op maat te werken.”

Is eenzaamheid een belangrijk issue?

“Een sociaal netwerk activeren is een belangrijk punt in de begeleiding. Ik zoek naar aansluiting bij een buurtcentrum, een lotgenotengroep zoals Uilenspiegel of vrijwilligers van Welzijnsschakels. Soms probeer ik opnieuw contact te leggen met familie.”

‘Een sociaal netwerk activeren is een belangrijk punt.’

“Maar het hoeft niet altijd een sociale omgeving te zijn die mensen ondersteunt. Even belangrijk is in te spelen op interesses en ambities bij cliënten, met bijvoorbeeld het volgen van een creatieve opleiding of een passend vrijwilligerswerk.”

Maakt de coronacrisis het begeleiden extra moeilijk?

“Tijdens de eerste lockdown deden we geen huisbezoeken meer. Nadien zijn we dat wel blijven doen, zeker in crisissituaties. Met andere cliënten houden we frequent telefonisch contact, maar samen iets doen zit er dan niet in. Corona heeft hoe dan ook een grote impact. Veel werd on hold gezet, en als je terug bij mensen komt merk je dat veel van het eerder geleverde werk teniet is gedaan.”

Boeken jullie vaak succes?

“Enkele verhalen duiken onmiddellijk bij me op. Een anderstalige man, bijna pensioengerechtigd, was al vier keer dakloos geweest. Hij was ook gekend in het outreach netwerk. Meestal kwam hij langs op het onthaal, het Woonanker of het OCMW met meerdere brieven over schulden, administratie, reclame. Hij bleef daarop vastlopen en op de deurwaarders die zich geregeld aandienden.”

‘Corona heeft een impact. Als je terug bij mensen komt, merk je dat veel van het geleverde werk teniet is gedaan.’

“Het OCMW vond dat het aanduiden van een bewindvoerder de enige oplossing was, maar de man bleef dat weigeren. Ik trok mijn stoute schoenen aan en ging samen met hem tot bij de vrederechter. Die sprak hem toe in zijn moedertaal en kon hem overtuigen. Hij heeft nu een goed contact met zijn bewindvoerder en is niet opnieuw dakloos geworden. De dreiging om de huur op te zeggen is weggevallen. “

Volharden is de boodschap.

“Om in preventieve woonbegeleiding iets te bereiken, moet je inderdaad volharden in bemoeizorg.”

“Een man op leeftijd. In heel zijn huis stapels tot aan het platfond, er bleef alleen een smalle doorgang over. De kinderen van de inmiddels overleden huiseigenaar waren op die woonsituatie uitgekomen. Heel voorzichtig en stapsgewijs ben ik samen met de man beginnen opruimen, zonder te forceren. De kinderen van de vroegere huiseigenaar wilden graag verkopen waardoor mijn cliënt vier maanden later op straat zou komen. Maar door enkele maanden samen op te ruimen, werkten we geleidelijk aan een ander perspectief. Nu heeft hij een andere woning en stelt het al bij al goed.”

“Ik ben er zeker van dat zonder mijn interventies deze twee mannen op straat of in een opvangcentrum waren terechtgekomen. Ik houd nog regelmatig contact met hen. Zij kunnen ook altijd opnieuw op mij een beroep doen. Dat is een vorm van nazorg. Zo goed als alle cliënten die ik begeleidde hebben nog een woonst. Hout vasthouden.”

Zijn er cliënten waarbij het niet lukt?

“Als het fout afloopt, is het omdat het niet gelukt is om vertrouwen te wekken. Als cliënten zeggen dat ze bepaalde zaken in orde hebben gebracht en dat blijkt niet te kloppen, dan kom je onvermijdelijk in moeilijke papieren bij de eigenaar. Dat vertrouwen en een goede samenwerkingsrelatie is essentieel.”

Er is in Vlaanderen een wooncrisis. Op de private huurmarkt zijn heel wat huisjesmelkers actief, ook in Leuven. Hoe kijken jullie daar naar?

“Slachtoffers van huisjesmelkers kloppen met hun klachten meestal aan bij het CAW-onthaal, de Huurdersbond of het OCMW. Als blijkt dat de eigenaar niet wettelijk in orde is, dan kan de lokale overheid optreden. De stad Leuven doet dat ook. Probleem is wel dat dit vaak leidt tot een verklaring van onbewoonbaarheid, waardoor de huurders toch op straat komen te staan en er alleen nog opvang of een tijdelijke noodwoning rest.”

Preventieve woonbegeleiding zonder stevig lokaal sociaal beleid is moeilijk.

“De lokale overheid is van cruciaal belang. De lokale Dienst Wonen is een centraal aanmeldingspunt voor problemen met de huur of de woonsituatie. Een huisvestingsonderzoek helpt om de woningkwaliteit en andere problemen aan te kaarten. Dit is soms een stok achter de deur om tegen een volgende controle resultaten te boeken. De verslagen geven een houvast voor alle partijen.”

“De woondienst is ook een vast aanspreekpunt voor die situaties waarin we botsen op ernstige overtredingen tegen de Vlaamse wooncode. Onze preventieve woonbegeleiding wordt overigens gefinancierd door de lokale overheid. Zonder de steun van de stad en het netwerk met andere diensten, zou ik als sociaal werker niet de hefbomen hebben om tot concrete oplossingen te komen.”

Reacties [3]

  • Gaby Jennes

    Erg veel waardering voor wat je doet! Dat is de weg te gaan en sterk sociaal werk! Veel is natuurlijk ook afhankelijk van het lokaal beleid, anders lukt het wellicht niet.

  • Rosina

    Prachtig Jelle,

    dat is echt sociaal werk, al doende tussen en met de mensen, begripvol, respectvol, geduldig.
    Chapeau en bedankt!

    Rosina.

  • Annelies Van de Mierop

    Zeer mooi artikel Jelle!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.