Verhaal

‘Kinder- en jeugdpsychiaters zijn opvoedingsondersteuners’

Edgard Eeckman

Annik Lampo was een beroepsleven lang kinder- en jeugdpsychiater bij UZ Brussel. Ze vertelt over sterke kinderen en creatieve ouders. Maar maakt zich ook zorgen. “Te vaak zijn jongeren het kind van de rekening.”

Annik Lampo

© UZ Brussel / Lies Willaert

Kinderen en ouders

Naast elk kind staan er ouders. Die hebben een belangrijke taak en verantwoordelijkheid. Tijdens consultaties zie ik ze op grenzen botsen. Ze twijfelen of ze wel bekwaam zijn om hun kinderen op te voeden. Ze komen op consultatie omdat hun koppig kind niet in de autostoel wil, een woedebui krijgt, met ruzie als gevolg. Natuurlijk check ik of dat kind geen achterliggende medische problematiek heeft waardoor het niet voor rede vatbaar is. Maar meestal hebben de ouders vooral pedagogische adviezen nodig. We zoeken dan samen wat ze kunnen doen.

‘Ouders moeten het anker zijn van de adolescent, niet het stuurwiel.’

Het is belangrijk dat ouders inzien dat ze een deel van het probleem zijn en dus ook deel van de oplossing. Kinderen blokkeren op een ‘neen’ omdat hun ouders het moeilijk hebben om ‘neen’ te zeggen. Als hulpverlener die boodschap overbrengen zonder meteen te spreken over schuld, vraagt soms veel en lange gesprekken. Dan nog horen ouders soms liever een ‘kinddiagnose’. Consulteren is een relatie opbouwen waarbij de responsabilisering van iedereen, ouders én kind, belangrijk is.

Geweldloos verzet

Ouders moeten tegen hun kind durven zeggen: “Zo moet het nu even, omdat wij weten dat het beter is voor jou”. Ze moeten het anker zijn van de adolescent, niet het stuurwiel. Dan kunnen jongeren uitgroeien tot zelfstandige, sterke volwassenen die respect hebben voor de ander.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Als dienst kinder- en jeugdpsychiatrie proberen we daar tijdens consultaties en opnameperiodes het goede voorbeeld te geven. Dat vraagt een gezonde mix van engagement, competenties en visie. Onze dienst ademt de principes uit van geweldloos verzet of nieuwe autoriteit.

Professor Haim Omer legde vanuit de universiteit van Tel Aviv de basis van dat kader. Voor hem is ouderschap een vorm van leiderschap. Hoe kan je vandaag leidinggeven en toch niet autoritair zijn? Om die vraag te beantwoorden vond hij inspiratie bij historische leiders zoals Gandhi of Martin Luther King. Zij verlegden sociaal-politieke grenzen vanuit gezag en respect, niet met wapens of geweld.

Ook ouders en opvoeders moeten voldoende kracht en zelfcontrole hebben om steeds opnieuw een respectvolle relatie met kinderen uit te bouwen. Kinder- en jeugdpsychiaters zijn dus onvermijdelijk opvoedingsondersteuners.

Ondergewaardeerde kennis

Helaas blijft die expertise in de geneeskunde ondergewaardeerd. Zo is communicatie een hoeksteen in de opleiding van kinder- en jeugdpsychiatrie: vragen stellen tot patiënten hun pakje durven afgeven om er dan vervolgens samen mee aan de slag te gaan. Daarom zet je nooit je intelligentie boven de kunst om te communiceren. Je mag zoveel weten als je wil, als je het niet kan overbrengen, verkoop je lucht. Dat is basiskennis voor alle artsen en hulpverleners.

‘Zet uw intelligentie nooit boven uw kunst om te communiceren.’

Geneeskunde is praten met mensen en eerlijk durven zijn. Communicatie is in de psychiatrie essentieel: ‘Quality is a science, service is an art.’ Ik weet niet meer wie dit zei, maar het is zo juist. En wat overal geldt, geldt ook in de geneeskunde: mensen flippen doorgaans niet op wat je zegt, maar op hoe je het zegt. Natuurlijk is er altijd voorzichtigheid nodig en is niet iedereen klaar voor een zeer directe communicatie.

Terug naar de eigen stiel

Ik vraag me af of zorg- en gezondheidsbeleid in de juiste richting evolueert. De aandacht gaat naar kwantiteit en prestaties. Kwaliteit en diepgang van de zorgrelatie verdwijnen naar de achtergrond. Het cijferfetisjme zal alleen maar sterker worden. Je moet altijd maar optimaliseren, maar op een bepaald moment optimaliseer je vooral de cijfers.

Zo’n efficiëntiegeneeskunde is niet altijd in het belang van de patiënt. In psychiatrie en kinderpsychiatrie is het ronduit gevaarlijk, want resultaten bereik je er vaak pas op langere termijn. Een succes is enkel mogelijk als alle betrokken partijen samenwerken.

Ik herinner me ouders met een zeer angstige zoon van tien jaar die niet wilde slapen. Het ganse gezin leed eronder, niemand sliep nog. Die problemen sleepten jaren aan. Onze adviezen werden niet opgevolgd, het resultaat bleef uit. Facturen bleven onbetaald omdat de jongen nog steeds niet sliep. In de kinder- en jeugdpsychiatrie kan je weinig als de ouders en de leefcontext niet meewerken.

Annik Lampo

“Efficiëntiegeneeskunde is niet altijd in het belang van de patiënt.”

© UZ Brussel / Lies Willaert

Maatschappelijk engagement als rode draad

We leven in een wereld waar de ene kant rijk is en de andere kant arm. Een tijdje geleden stapte ik voorbij het Maximiliaanpark in Brussel. Het regende pijpenstelen, en het park lag vol vluchtelingen, gezinnen, jonge mensen, ook kinderen. Ze probeerden te schuilen. Ernaast, in datzelfde park, zijn er stallen waar paarden en pony’s droog staan. Ik dacht: welke journalist brengt eens dat schrijnende beeld?

‘We hebben het moeilijk om elkaars perspectief te zien.’

Om die kloof tussen rijk en arm te overbruggen is er maar één oplossing: herverdeling. Maar we zijn bang om minder te hebben. Daar ligt een belangrijk probleem van migratie. We denken dat wij door de komst van vluchtelingen minder gaan hebben, maar we hebben hier zoveel. Kunnen wij er echt niet voor zorgen dat deze mensen droog liggen, zich kunnen wassen, naar het toilet kunnen gaan? Hen in hun waardigheid respecteren?

We hebben het moeilijk om elkaars perspectief te zien. Diversiteit is zoals het klimaat: het besef moet groeien dat het een probleem wordt voor iedereen als we niet meer ons best doen. Dat betekent niet dat je met iedereen moet overeenkomen, maar wel dat je voor iedereen de ruimte moet laten. Wantrouwen brengt ons nergens.

In de schaduw

Psychiaters staan middenin de samenleving. Ze pikken heel wat signalen op over waar het goed of minder goed gaat. Sommigen getuigen daarover in de media. Ik juich dat toe zolang de complexiteit en nuance van ons werk overeind blijft. Dat is niet evident want je moet je expertise plooien naar het vluchtige en oppervlakkige DNA van media. Als je over de grenzen van polarisering op zoek gaat naar nuance, ben je niet interessant. Wat je vertelt, moet spectaculair zijn.

Dat strookt niet met het belang van de patiënt. Die heeft nood aan tijd, geduld, nuance en relativering. Daarom kies ik om in de schaduw te werken en weg te blijven van media. Maar alle respect voor collega’s die voor de camera’s toch een authentiek verhaal kunnen vertellen.

‘Als je op zoek gaat naar nuance, ben je niet interessant.’

Het enige waarin je zwart-wit moet zijn, is als een kind in gevaar is, ernstig mishandeld, verwaarloosd, en de ouders niet veranderen. Dan moet het kind beschermd worden en dat gebeurt ook. Maar dat hoeft niet in de krant te komen.

Dubbel gevoel

Ik sluit een boeiende loopbaan af met een dubbel gevoel. Ik ben blij voor wat was en trots over wat ik achterlaat. Ik ben mijn patiënten ook dankbaar. Ik heb veel van hen geleerd. Als experts buigen we ons over het lijden van de ander. We geven inzichten en ondersteuning. In die gesprekken refereer je zelden naar jezelf. Maar wanneer patiënten vertellen over hun lijden worden ze ook spiegels die je confronteren met jezelf.

Tegelijkertijd kijk ik ongerust naar de toekomst en mijn leven dat ik moet herorganiseren. Die ongerustheid bevestigt hoe belangrijk het is om plaats te maken voor jonge mensen.

Reacties [1]

  • Paul

    “Het enige waarin je zwart-wit moet zijn, is als een kind in gevaar is, ernstig mishandeld, verwaarloosd, en de ouders niet veranderen. Dan moet het kind beschermd worden en dat gebeurt ook. Maar dat hoeft niet in de krant te komen.”

    Behalve natuurlijk als een kind in gevaar is – IN #jeugdzorg. Dan wordt er niets gedaan.

    Walter Vandereycken, Jordy, Eline Pans/Didgar, de reportages overal over de gemeenschapsinstellingen, dakloosheid (“uitstroomproblematiek”), misdaden (Farid le Fou was door jeugdzorg opgevoed, wist je dat ?), “vuile isoleercellen zonder tijdsaanduiding”.

    Iedereen weet wat voor reputatie jeugdzorg en jongerenwelzijn hebben, en “afgrijselijk” is gewoon te zwak een woord om het te beschrijven. Er IS geen jeugdbescherming in Vlaanderen. Kinderen worden afgepakt, zonder goede reden, en zijn niet veilig in de zorg.

    Hoe je zo’n organisatie bescherming kan noemen, dat snapt niemand

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.