Verhaal

‘Als hulpverleners allemaal supermensen moeten zijn, dan is hulpverlening niet van deze wereld’

Peter Goris

Te Gek!? wil het taboe rond psychische kwetsbaarheid slopen. Als vlotte en creatieve duizendpoot trekt Jasmine Mezzofonte mee aan de kar van verschillende campagnes. Ze getuigt ook open over haar eigen moeilijk parcours: “Iedereen moet anders kijken naar imperfecties en struikelmomenten.”

© ID / Sien Verstraeten

Deze van oorsprong Siciliaanse twintiger is dol op pasta en studeerde in 2017 af als ergotherapeut. Dat was niet allemaal rozengeur en maneschijn, want Jasmine worstelde met angstproblemen.

‘Mijn weg naar herstel was lang. Ik heb zowat alle hulpverleningsvormen geprobeerd.’

Samen met collega’s, trekt ze vandaag met de Infomobiel langs scholen om haar verhaal te vertellen, legt ze contacten met bekende Vlamingen of zet ze een tentoonstelling over verslaving op touw.

Had je vijf jaar geleden durven dromen om hier te staan?

“Mijn weg naar herstel was moeilijk en lang. Ik heb zowat alle hulpverleningsvormen geprobeerd, maar eigenlijk ging het alleen maar bergaf. Op een bepaald moment was een residentiële opname dichtbij. Ik meldde me aan en belandde op een wachtlijst. Pas zes maanden later kon ik opgenomen worden, maar na een eerste bezoek aan de afdeling hield ik de boot af. Ik had een individuele aanpak nodig en die vond ik er niet.”

“Mijn kwetsbaarheid kan nog altijd de kop opsteken, maar ik heb het beter onder controle. Voor mij is vooral belangrijk dat ik vandaag goed functioneer ondanks of, beter, dankzij mijn kwetsbaarheid.”

Was er een kantelmoment?

“Dat moment zie ik zelf heel helder. Ik zat diep, levensbedreigend zelfs. Mijn moeder, mijn toenmalige vriend en een vriendin deden me inzien dat ik me moest herpakken, anders zou het te laat zijn. Ze hadden dat al eerder gedaan, maar zonder succes. Nu voelde ik zelf dat ik echt op was. Op dat moment vond ik de kracht en de motivatie om te vechten tegen mijn angsten.”

“Vooral mijn moeder voelde dat er iets grondig mis was en staakte haar steun en begrip nooit. Je moet ook geluk hebben: sommige mensen toonden veel minder begrip en vonden dat ik me aanstelde. Vandaag kan ik dat beter begrijpen: deelgenoot worden van zo’n ingrijpend kwetsbaarheidsproces is niet evident, ook niet voor ouders, broers of zussen.”

Leverden professionele hulpverleners geen bijdrage aan jouw herstel?

“In Vlaanderen vond ik helaas geen antwoorden. Maar ik gaf niet op en kwam in Nederland terecht, mijn laatste hoop. Daar werd ik enorm goed geholpen met een specifieke ambulante aanpak voor mijn angstprobleem.”

‘Een relatie ontstaat tussen twee mensen, niet tussen een expert en een patiënt met een defect.’

“Dat was niet alleen een kwestie van de juiste methodieken en technieken. Het had ook alles te maken met de houding van de therapeuten, de fameuze ‘klik’: ik voelde vooral betrokkenheid en nabijheid. Ze vertelden ook over hun eigen familie of de dagelijkse hindernissen waar zij tegenaan lopen. Hier ervaarde ik het zelf: een relatie ontstaat tussen twee mensen, niet tussen een expert en een patiënt met een defect.”

Dat klinkt toch vanzelfsprekend?

“Doorheen mijn opleiding ergotherapie zag ik heel andere dingen. Als kwetsbare jonge vrouw belandde ik in een opleiding waar nauwelijks ruimte was voor de eigen problemen. De focus stond volledig op de te behandelen patiënt, niet op de gevoelens, zorgen en imperfecties van hulpverleners in spe.”

“Daardoor kreeg ik het idee dat hulpverleners perfecte wezens moeten zijn. En dat ik zelf dus nooit tot de groep van goede therapeuten zou behoren en een goede hulpverlener kon worden. Enkele docenten zeiden me dat ook: ‘Als je niet goed voor jezelf kan zorgen, kan je zeker niet voor anderen zorgen’.”

Misschien was dat op dat moment ook zo?

“Het was de eerste keer dat ik het label kreeg van psychisch kwetsbaar. Ik was volgens sommigen heel anders dan mijn medestudenten en dat was bijzonder confronterend. Ook het gebrek aan perspectief waarmee het gezegd werd, was hard.”

‘Hoe kon ik mijn kwetsbaarheid inzetten als een meerwaarde?’

“Maar er zat ook een deel waarheid in hun boodschap. Op een bepaald moment was ik te ver weggezakt om een goede hulpverlener te kunnen zijn. Mijn herstelproces moest nog starten.”

Hoe geraakte je uit het dal?

“Ik spartelde richting mijn diploma, onder andere dankzij docenten die wel de juiste woorden vonden om me te motiveren. Zodra ik dat papier in handen had, dacht ik hard na over hoe ik mezelf zag als hulpverlener. Hoe kon ik een eigen positie veroveren? Hoe kon ik mijn kwetsbaarheid inzetten als een meerwaarde?”

Wat was je antwoord?

“Die periode van rust en reflectie bevestigde mijn overtuiging dat er in de hulpverlening een constructiefout zit. Als hulpverleners allemaal supermensen moeten zijn, dan is hulpverlening niet van deze wereld.”

“Werkzame hulpverlening staat of valt met de vertrouwensband. Cliënten bouwen die vooral op vanuit de ervaring dat ook hun hulpverleners mensen zijn. Terecht vragen jongeren in de jeugdhulp zich af hoe ze zo’n vertrouwensrelatie kunnen ontwikkelen als ze niet weten welke mens achter die hulpverlener schuilt.”

Ook hulpverleners tonen dus best hun mankementen. Sommigen gaan dit bedreigend vinden.

“Wat je als hulpverlener deelt of niet deelt met een cliënt, is een persoonlijke keuze. Je kan zo’n keuze niet afdwingen en iedereen heeft recht op privacy.”

‘Een hulpverlener die telkens 100 procent geabsorbeerd wordt door het leed van zijn cliënt, houdt deze job niet lang vol.’

“In een bescheiden bevraging zocht ik uit hoe hulpverleners dat zelf ervaren. En daaruit bleek vooral hoe moeilijk die evenwichtsoefening is. Een hulpverlener die telkens 100 procent geabsorbeerd wordt door het leed van zijn cliënt, houdt deze job niet lang vol. Het is belangrijk dat je je eigen herstelproces een plaats hebt gegeven. En deel je als professional eigen kwetsbaarheden, dan moet je ook hier grenzen bewaken. Je moet goed weten wat je wil delen met wie en waarom. Dat proces vergt veel inzicht en maturiteit.”

Ligt hier een ondersteunende taak voor organisaties en opleidingen?

“Hulpverleners vertellen me dat ze de eigen ervaringen willen delen, maar ze hebben duwtjes in de rug nodig om die stap te kunnen zetten. Ze vertellen over organisatieculturen die verbergen en afstand houden. Ook opleidingen voor sociale professionals hebben nog altijd te weinig aandacht voor professioneel werken vanuit de eigen kwetsbaarheid.”

“Toch zie ik een positieve evolutie. Verschillende hogescholen, ook degene waar ik student was, nodigen me geregeld uit om mijn getuigenis te brengen. Het illustreert dat ze zich bewust zijn van die lacune en ermee aan de slag gaan.”

Kwetsuren, twijfels en emoties delen met cliënten is niet evident. Lukt dat gemakkelijker tussen collega’s, in een team?

“Ook daar ligt het moeilijk. Te vaak verbergen collega’s dat ze zich niet goed in hun vel voelen. Want dan worden ze meteen gedregradeerd tot zwakke schakel. Er ontstaan al snel twijfels rond hun inzetbaarheid en betrouwbaarheid.”

“Ook de social profit is op dit vlak bijzonder hard. Dat stelde ik zelf vast. Bij verschillende sollicitaties besliste ik om mijn psychische kwetsbaarheid op tafel te leggen, omdat ik dit zag als een kracht. Helaas kreeg ik telkens het deksel op de neus. Op sommige plaatsen kreeg ik een doekje voor het bloeden: ‘Je bent niet aangenomen voor de job, maar je lijkt ons wel geschikt om hier vrijwilligerswerk te doen’.”

Voor veel werkgevers blijft kwetsbaarheid vooral een zwakte?

“Blijkbaar wil men ook in de sociale sector vooral stoere binken en sterke madammen die elke dag met een dik schild om zich heen komen werken. Maar welke medewerker verkies je: iemand die de eigen kwetsbaarheid zo goed mogelijk kan verbergen of iemand die ze toont en ermee aan de slag kan gaan?”

Kortom: sociale professionals moeten meer durven tonen dat ze ook ervaringsdeskundigen zijn.

“Ik zie ervaringsdeskundigen vooral als baanbrekers. Hoe minder ruimte er in een team is om de eigen kwetsbaarheid te delen, hoe meer ruimte er ontstaat voor ervaringsdeskundigen om het belang daarvan te tonen. Zij tonen hun collega’s dat het inbrengen van eigen ervaringen, zowel in het team als bij cliënten, nieuwe dynamieken in gang zet.”

‘Ik zie ervaringsdeskundigen vooral als baanbrekers.’

De missie van ervaringswerkers is geslaagd zodra ze overbodig zijn omdat professionals hun houding overgenomen hebben?

“Die weg is nog lang en de vraag blijft of ervaringsdeskundigen in de frontlinie van deze strijd moeten staan. Op dit moment moeten ervaringswerkers nog strijden voor een eigen statuut en billijke vergoeding. Bovendien zitten veel psychiatrische ziekenhuizen vastgebeiteld in hiërarchische organisatiemodellen. Dat expertisemodel verander je niet in een vingerknip.”

“Sommige organisaties werven ervaringsdeskundigen aan, maar weten helemaal niet wat de job inhoudt of laten ze aan hun lot over. Vervolgens verkondigen deze organisaties dat ze herstelgericht werken. Zo eenvoudig is dat niet. Gelukkig zijn er ook goede praktijkvoorbeelden, waar de inzet van ervaringsdeskundigen gedragen wordt door de hele organisatie.”

Te Gek!?

“Je moet durven praten over het feit dat je je niet goed voelt.”

© ID / Sien Verstraeten

Is jouw boodschap enkel gericht aan hulpverleners?

“Mijn pleidooi mag niet alleen landen in opleidingen of teams. Iedereen moet anders kijken  naar imperfecties en struikelmomenten. Nu steken we die liever weg omdat we daardoor niet optimaal kunnen presteren op de arbeidsmarkt of in onze samenleving. Dat streven naar perfectie maakt veel mensen ongelukkig.

‘Het streven naar perfectie maakt veel mensen ongelukkig.’

“Wie afhaakt op school of het werk, kan niet meer actief deelnemen aan onze maatschappij. Er is een continue prestatiedruk. Zelfs in gezinnen wordt de lat vaak hoog gelegd en is er weinig ruimte om te praten over kwetsbaarheid.”

Kunnen we het tij keren?

“Je moet durven praten over het feit dat je je niet goed voelt. Daarbij moet je ervaren dat je omgeving die signalen toelaat en oppikt, eerder dan ze te zien als een zwakte.”

“Die beeldvorming rond psychische gezondheid willen we met Te Gek!? van jongsafaan installeren. Daarom organiseren we al jaren campagnes op scholen. En we merken dat dit werkt: veel jongeren krijgen nieuwe zuurstof als ze ongestraft over de eigen kwetsbaarheid kunnen praten. Scholen worden steeds alerter, bewuster en besteden meer aandacht aan psychische gezondheid van hun leerlingen. Dat heeft een enorme preventieve waarde.”

“Zelf heb ik dat op school enorm gemist. Ik liep jaren rond met een soort geheim dat ik niet durfde delen omdat ik me een buitenbeentje voelde. Op die manier escaleren problemen onnodig.”

Die ervaring zet je nu wel in als medewerker van de Te Gek!?

“Ik ben daar blij mee, maar aan mijn ervaringsdeskundigheid de juiste plaats geven, blijft een uitdaging. Het is een meerwaarde in mijn job, maar het mag geen vergiftigd geschenk worden.”

Hoe bedoel je?

“Ervaringskennis is een troef, maar je mag niet gereduceerd worden tot die specifieke vorm van deskundigheid.”

‘Ervaringskennis is een troef, maar je mag niet gereduceerd wordt tot die specifieke vorm van deskundigheid.’

“Ik vond het confronterend toen een collega me onlangs vroeg waarom ik me nog steeds voorstel als ‘de ervaringsdeskundige’. In diezelfde periode trok ook Brenda Froyen met haar boek ‘Ben ik dan nu weer normaal?’ het etiket van ervaringsdeskundige van zich af. Ze wilde niet langer in de hoek van de ervaringsdeskundige gezet worden. Ze ervaarde dat niet altijd als een warm, gezellig en verrijkend nestje.”

Herken je dat?

“Ik vertel in scholen nog altijd met volle overtuiging over mijn ervaringen met een psychische kwetsbaarheid en over mijn herstelproces. Maar naast die specifieke ervaringen, staan intussen ook heel wat andere ervaringen, competenties en talenten. In mijn job bij Te Gek!? bedenk ik campagnes, zoek ik netwerken en ambassadeurs om die mee op touw te zetten.”

“Op al die momenten ben ik veel meer dan alleen een ervaringsdeskundige. Ik ben dan een volwaardige werknemer met heel wat talenten en capaciteiten. Hoe lang blijf ik plakken aan die rol en wanneer laat ik die achter mij? Daar moet ik nog eens goed over nadenken.”

Reacties [4]

  • Peer van der helm

    We zien kwetsbaarheid te vaak als negatief (zwak). Want in onze samenleving staat de winnaar voorop, denken wij vanuit sociaal constructivisme en dito machtsverhoudingen. De andere kant van kwetsbaarheid is weerbaarheid. Dat vergeten we vaak (zero sum denken). Weerbaarheid is echter niet hetzelfde als winnen.
    Kwetsbaarheid gaat vaak gepaard met een bijzondere kracht en inzicht dat wij als mens kwetsbaar zijn en dat inzicht kunnen gebruiken om er voor elkaar te zijn en niet alleen voor onszelf.

  • Dany Dewulf

    Zoals Mich Jonckheere schrijft: prachtig relaas en helemaal eens met de zienswijze van Mich.
    Ook als hulpverlener toon je beter waar jij het moeilijk mee hebt. Dit voor jezelf toelaten, creëert de context voor de cliënt om ook zijn kwetsbaarheid toe te laten. Dit is altijd de eerste stap: wat moeilijk gaat, toelaten. Tweede stap: laten zijn, zo lang als het duurt. Om het vervolgens los te laten, te laten gaan.
    Als je dit proces bij jezelf aan de ander kan laten zien, treedt er identificatie op. De wederzijdse herkenbaarheid tussen hulpverlener en cliënt verbindt. Vervolgens laat de cliënt jou als hulpverlener toe. Omdat er op dat moment evenwaardigheid is. Het gaat niet meer over jouw rol als ‘hulpverlener’ en de rol ‘cliënt’. Het gaat over wie jij bent als mens en wie de cliënt is als mens. Twee mensen die in een wederkerige relatie tot elkaar staan.

  • Doortje Kal

    Lector Alie Weerman (Hogeschool Windesheim) dringt er – o.a. in haar proefschrift – bij (aanstaande) hulpverleners op aan open te zijn over de eigen kwetsbaarheid.
    Presentie-prof. Andries Baart wijst op de kwalijke gevolgen van het taboeïseren van kwetsbaarheid in onze prestatiemaatschappij, iets wat de schrijfster van dit artikel ook benadrukt.

  • Mich Jonckheere

    Prachtig relaas en heel belangrijke boodschap!
    Feit is dat in de GGZ de hulpverleners sterk moeten staan … als familie-ervaringsdeskundige kan ik enkel maar bevestigen dat net het delen van de eigen ervaring een warme band creëert met de familie van de patiënt en grenzen opent tot sterkere ondersteuning. Het geeft sterker vertrouwen omdat de hulpvrager zich door het delen van ervaringen vrijer kan uiten, zijn spanningen veilig kan lossen en tot het besef komt dat hij niet alleen is en er ook alleen voor staat! Het delen van ervaring brengt hulpverlener en hulpvrager beter op golflengte en biedt ook sneller resultaat.
    Begrenzen is inderdaad een opdracht, die misschien ietsje gevoeliger ligt in de begeleiding van een patiënt dan van een betrokken familielid.
    Aandacht voor de kennis en waarde van familie-ervaringsdeskundigen moet zeker meer aan bod komen en kan ook inspirerend en leerrijk zijn voor professionals!
    Ik ervaar dit als medewerker in een mobiel team zeer duidelijk.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.