Boek

Brenda Froyen houdt psychiatrie kritische spiegel voor: ‘Wie bepaalt wie normaal is?’

Thomas Detombe

In haar boek ‘Ben ik dan nu weer normaal?’ neemt Brenda Froyen afscheid van de psychiatrie. Als gebruiker en luis in de pels. Volgens onze recensent is Froyen messcherp: “Haar onbevangen blik en directe stijl houdt de geestelijke gezondheidszorg een kritische spiegel voor.”

Brenda Froyen

© ID/ Lieven Van Assche

De psychiatrie is gestoord

Ben ik dan nu weer normaal’ verscheen vorig jaar. In dit afscheidsboek is Brenda Froyen messcherp voor de geestelijke gezondheidszorg en in het bijzonder de psychiatrie: “De psychiatrie is gestoord”, luidt de titel van één van de 48 korte hoofdstukken.

‘De psychiatrie wuift kritiek van patiënten weg.’

Het geschetste ziektebeeld oogt niet fraai. Ze omschrijft de psychiatrie als een “angstige sector met een verstoord werkelijkheidsbesef die lijdt aan grootheidswaanzin, verslaafd is aan pillen en niet coherent redeneert.”

Bovendien ontbeert de psychiatrie volgens haar het vermogen tot kritische zelfreflectie. Kritiek van patiënten wuift men weg als onderdeel van hun aandoening. Ook zij voelde zich de afgelopen jaren niet altijd serieus genomen.

Voor altijd afhankelijk?

Na haar kraambedpsychose in 2012 kreeg Froyen het label psychose opgeplakt. Ze zou altijd afhankelijk blijven van zware medicatie en was wellicht niet meer in staat om te werken. “Helaas zal dit uw vrouw zijn in de toekomst”, vertelde de arts haar man toen die vragen stelde bij de ernstige medicamenteuze bijwerkingen.

Genezing is niet mogelijk, luidde het verdict. Zoals je ook niet van diabetes kan genezen. Herstel kon misschien wel. Al was het niet duidelijk welk herstel dan.

Ontsnappen uit het keurslijf van haar diagnose bleek een soort van catch 22. “Je bent hersteld als je je diagnose aanvaardt”, klinkt één bizarre definitie van herstel. “Als je zo goed hersteld bent, zal het wel geen psychose geweest zijn”, vertelde een psychiater haar tijdens een congres. Op dat moment was ze al vijf jaar medicatievrij en opnieuw aan het werk.

De niet lekker in je vel-ziekte

“De psychiatrie gebruikt veel woorden waarvan niemand precies weet wat ze betekenen. Concepten als herstel, genezing, ziekte betekenen bovendien voor iedereen iets anders.”

‘De psychiatrie gebruikt veel woorden waarvan niemand precies weet wat ze betekenen.’

Ook de logica achter DSM-diagnoses vindt Froyen niet sluitend. Of net wel: als taalkundige merkt ze op hoe men bij de toekenning van een diagnose vaak in cirkels redeneert. Bij haar tweede opname vertelde de behandelende arts dat ze een bipolaire stoornis heeft “omdat ze manisch en druk was, versneld sprak en associatief dacht”. Met die redenering is iets fundamenteel fout, oordeelt ze.

“Je kan ook niet zeggen dat het regent omdat de straat nat is”, verduidelijkt ze. “De straat die nat is, veroorzaakt het regenen niet. Het is alsof je huisarts zou zeggen dat je lijdt aan de ‘ik voel me niet lekker in m’n vel-ziekte’, waardoor je je niet lekker in je vel voelt.”

Geen overlever

Froyen schrijft het boek niet als ervaringsdeskundige, (ex-)cliënt, patiënt of overlever. Ze heeft zich te lang gevangen gevoeld in een taal die de hare niet was. De taal van hulpverleners, in het bijzonder die van psychiaters en het vaak verguisde psychiatriehandboek DSM-5.

‘Wie bepaalt wat normaal is?’

Een van de belangrijkste thema’s die ze aanraakt, is de vraag wat ‘normaal’ is, wie dat bepaalt en hoe de psychiatrie volgens haar een normatieve discipline is. “Bij mijn opnames werd de lijn van normaliteit getrokken door psychiaters, verpleegkundigen en therapeuten”, schrijft ze. “Hun referentiekader bepaalde de grens.”

Dus stelde ze ‘normaal’, sociaal wenselijk gedrag. Want dan mocht ze naar huis. Tegelijk geeft ze aan dat niemand haar echt hielp tijdens haar opname. Het roept de vraag op wat de precieze functie is van ‘rust, ritme en regelmaat’ in een behandeling. Helpt het de patiënt of eerder de hulpverlener?

Keurslijf van normaliteit

Ook thuis voelde ze zich gevangen in het keurslijf van diezelfde normaliteit. “Telkens ik ’s nachts naar het toilet moest, vroeg m’n man wat ik ging doen”, schrijft ze. Als ze thuiskwam van IKEA en nogal veel had gekocht, zag hij er een onheilspellend voorteken in. Hing er een nieuwe psychose in de lucht?

Die voorbeelden tonen aan hoe diep een psychiatrische diagnose snijdt, en hoe het de kijk van anderen op jezelf voor lange tijd kan beïnvloeden.

“Wie kon ik zijn zonder te alarmeren?”, vat ze de uitdaging mooi samen. Ze trekt die parallel door in enkele interessante hoofdstukken over de kinderpsychiatrie. Een tijdlang gaf Froyen les op een ziekenhuisschool in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daar leerde ze integere en gemotiveerde hulpverleners kennen. Toch bracht die periode haar van streek.

Jouw hoofdje is anders

“Jouw hoofdje is anders. Dat heeft een beetje rust nodig”, vertelde een hulpverlener aan een meisje dat tevergeefs nog even wilde voortdoen aan een rekenoefening. Ook in de kinderpsychiatrie gelden strikte regels rond rust en regelmaat, zo stelde ze vast.

Froyen vraagt zich af of die aanpak wel werkt voor elk kind. Dezelfde vraag werpt ze op bij de vele labels die jonge kinderen opgeplakt krijgen, zoals bijvoorbeeld het Multiple Complex Dysfunctional Disorder. Wat in haar lezing zoveel betekent als “uw kind functioneert op verschillende vlakken langs geen kanten”.

‘Uw kind functioneert op verschillende vlakken langs geen kanten.’

Hoewel ze begrip toont voor de uitdagende werksituatie van hulpverleners vraagt ze zich af of zulke labels altijd helpend zijn. “Soms leek het dat er zoveel nadruk lag op het anders zijn dat men vergat wat normaal is”, stelt ze het dilemma op scherp.

Vrij samengevat: kan een kind nog een trap oplopen of herrie maken zonder dat men dit onmiddellijk problematiseert of interpreteert in het licht van een gestelde diagnose? Biedt een label, vaak voor het leven gesteld, de ruimte om nog gewoon kind te zijn?

Zelf had ze het geluk om pas op latere leeftijd ziek te worden, vertelt ze. Ze had al een identiteit waarnaar ze kon terugkeren. Maar wat met pubers die psychische problemen krijgen? Over die groep maakt ze zich terecht grote zorgen in het boek.

Ontsporing

Froyen toont zich ook elders messcherp, in het bijzonder in de hoofdstukken over dwang en afzondering. Ze trekt van leer tegen isoleercellen en dwangmaatregelen, nog altijd standaardprocedures in vele psychiatrische instellingen.

De verhalen van Suzanne en Jonathan Jacob, twee mensen waaraan ze dit boek opdraagt, getuigen hoezeer die procedures kunnen ontsporen. Ze lieten allebei het leven, tweemaal was dat een (in)direct gevolg van buitenproportionele dwangmaatregelen.

Suzanne verbleef negen maanden in een Nederlandse isoleercel en werd in totaal een maand vastgebonden. Elke periode in de cel traumatiseerde haar zo erg dat ze overging tot zelfmoordpogingen als ze vrijkwam. Waarop ze terug in de cel belandde. In 2018 slaagde ze in haar opzet en stierf ze aan zelfdoding.

Met dat schrijnende verhaal illustreert Froyen treffend hoe maatregelen die ontworpen zijn om mensen te beschermen, je evengoed kapot kunnen maken. In één beweging toont ze aan dat het ook bij onze Noorderburen niet altijd ‘rozengeur en maneschijn’ is.

Ook het drama rond Jonathan Jacob hakte er diep in: “Ze maken van hem een onmens om hun onmenselijke aanpak te kunnen verantwoorden”, fulmineert Froyen. Veel materiaal recycleerde ze uit eigen opiniestukken die eerder verschenen, maar de passages blijven relevant.

Boze vrouw

Hulpverleners voor wie ze de afgelopen jaren ging spreken zagen haar vaak als een ‘boze vrouw’. Daar worstelde ze mee. “Ik ben niet tegen de psychiatrie”, schrijft ze, “maar vóór een betere zorg”. In haar eerder verschenen boek ‘Uitgedokterd’ probeerde ze te verzoenen en stelt ze oplossingen voor, maar van haar negatieve stempel raakte ze nooit meer helemaal af.

‘Hoe durfde ik te spreken in naam van psychisch kwetsbaren, met mijn chique huis, ideale gezin en goedbetaalde baan?’

Dat ze een breed forum kreeg als ervaringsdeskundige, wekte soms wrevel bij andere ervaringsdeskundigen. “Hoe durfde ik te spreken in naam van psychisch kwetsbaren die echt en elke dag leden? Hoe durfde ik mezelf ervaringsdeskundige te noemen, met mijn chique huis, mijn ideale gezin en goedbetaalde baan?”

Ontgoocheling

Hoewel het boek erg vlot leest en er plaats is voor lichtvoetigheid en zelfrelativering, ademt het ook ontgoocheling. Na talloze opiniestukken, meer dan 300 lezingen, verschillende boeken en een theatertour vraagt ze zich luidop af of ze een steen kon verleggen in de rivier.

‘Je kan veel begrip opbrengen voor haar ontgoocheling.’

Weerspiegelt haar kritische analyse de werkelijkheid? Vanop enige afstand is dat moeilijk in te schatten. De heldere opbouw van haar these en sprekende voorbeelden geven haar versie van de feiten alvast veel krediet.

Toch lijkt enige voorzichtigheid geboden. Ikzelf werkte vijf jaar lang voor de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie, een vereniging van en voor psychiaters. Daar merkte ik dat er intern kritisch gedebatteerd werd over veel zaken, bijvoorbeeld de DSM-5. Bij de verschijning van het handboek werd er zelfs een hele studiedag aan gewijd. Ook kritische stemmen kregen een plek.

De vraag of patiënten voldoende betrokken worden in de besluitvorming rond diagnoses en beleid is en blijft actueel. Gezien haar ervaringen kan je veel begrip opbrengen voor haar ontgoocheling en het gevoel dat psychiaters niet echt luisterden.

Kritische spiegel

Anderzijds is het logisch dat sommige psychiaters haar analyse bedreigend vinden. Wie de DSM-5 aanvalt, valt ook de taal aan waarin psychiaters spreken met elkaar. Het is een van hun voornaamste werkinstrumenten. “Het hele kaartenhuisje van diagnoses, ziekte-uitkering steunt erop”, stelt Froyen vast. In die zin betekent niet willen luisteren een vorm van territoriumafbakening.

‘De DSM-5 is een van de voornaamste werkinstrumenten van psychiaters.’

Vermoedelijk is de conclusie niet eenduidig. Haar onbevangen blik en directe stijl hield de geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen een kritische spiegel voor. Sommigen durfden te kijken, anderen wendden het hoofd af. Maar een steen in de rivier heeft ze wel degelijk verlegd.

Jonge mensen met negatieve ervaringen in de psychiatrie vinden in haar traject inspiratie om ook hun stem te laten horen. Brenda Froyen heeft er (even?) genoeg van, maar anderen zoals Laura De Houwer, staan klaar om de fakkel over te nemen.

Reacties [5]

  • Renee van der Veen

    Brenda heeft belangrijke zaken door die iedere GGZ-gebruiker onder ogen zal moeten zien, vroeger of later. Of de GGZ- werkers daar ooit toe in staat zullen zijn valt sterk te betwijfelen. Misschien dat de nieuwste generatie wel eerlijk naar zichzelf durft te kijken. Het gaat vooruit maar erg langzaam. Dank Brenda!

  • Chris Jongema

    Thomas Detombe vraagt zich af of Brenda de werkelijkheid goed weergeeft. Ik denk van wel. De kwaliteit van de ggz is echt heel slecht. Check http://www.madinamerica.com maar eens: op infopagina over antipsychotica (zie paper The case against antipsychotics) ontdek je dat ggz slechter scoort dan natuurlijke remissie. Of http://www.davidhealy.org, voor als je iets tegen suïcide in de ggz wil ondernemen… De ggz is het probleem. En Brenda is heel inspirerend, hoor! Dit is het geluid dat we op dit moment MOETEN horen.

  • Rakel

    Natuurlijk ben je normaal en altijd geweest. Deze soort manipulatie DSM V beschrijft de basis gevoelens van mensen in situatie van trauma’s als stoornis. De psychiatrie heeft de nazi genocide vorm gegeven en die gingen in VS en maakten DSM…Ik heb bekijken op YouTube wat doen de psychiatrische instellingen….is schandalig. Het meest gevaarlijk boek die ik heb ooit gelezen is DSM noemt angst en stress met 100 etiketten en stoornissen en dat is gewoon commercieel die brengen zelfdodingen en pillen. waarom in een rijk land zoveel mensen pillen inslikken want zo blijven de psychiaters pillen verkopen? In gevangenis de arme mensen die vluchtelingen zijn of arm. Ik wilde psycoloog worden maar helaas wegens DSM V wil ik niet meer worden want dat vindt ik een boek die moet verbranden zijn. England, Duitsland en de hele wereld gebruiken een andere systeem zoals het was voor DSM. Psychoanalyse en andere stromingen moeten nooit DSM gebruiken.

  • De Cock

    Ik denk dat M.Froyen ,gelijk heeft.Wij hebben het gevoel dat als je eenmaal in psychiatrie terecht komt het is kom zoveel mogellijk.Bij ons is het,als je de waarheid wil weten betaal.Wat ik niet doe.Dus houd men u aan het lijntje.Veranderen,moet je weer van nul beginnen.Dus doen we maar voort.

  • marc haesendonckx

    Zie ook de heruitgave van het boek De Knetterende Schedels met de ervaringen van auteur Roger Van de Velde. Een absolute aanrader, en het boek bevat ook zijn pamflet Recht op antwoord.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.