Verhaal

Sociaal werkers willen meer zeggenschap

97% wil een beroepsvereniging

Nico Bogaerts

97% van de sociaal werkers wil een beroepsvereniging. En liefst snel. Dat is de belangrijkste conclusie uit een peiling van de opleiding sociaal werk van de hogeschool UC Leuven Limburg. Meer dan 1.000 sociaal werkers vulden de enquête in.

beroepsvereniging

beroepsvereniging

Frustratie en hoop

In de resultaten van de peiling drijven twee tendensen boven. Er leeft op het werkveld veel frustratie. Sociaal werkers geven aan dat de laatste jaren vooral over het sociaal werk wordt gesproken, in plaats van met het sociaal werk. Maar er is hoop op beterschap. Sociaal werkers willen graag meer respect voor hun harde en moeilijke werk. Een beroepsvereniging moet daarbij helpen.

“Sociaal werkers willen meer respect.”

55% van de ingevulde vragenlijsten komt van sociaal werkers jonger dan 40 jaar. Drie kwart van de respondenten zijn vrouwen. Het gros van hen is actief als sociaal werker, onder meer in de centra voor algemeen welzijnswerk, de diensten maatschappelijk werk van de mutualiteiten, ziekenhuizen , OCMW’s, jeugdhulp en zorg voor personen met een handicap.

Sociaal.Net sprak met Peter Wouters, hoofd van de opleiding sociaal werk van de hogeschool UC Leuven Limburg. Zijn hogeschool nam het initiatief voor deze peiling. Ze werd gesteund door alle opleidingen sociaal werk in Vlaanderen.

Wat was de concrete aanleiding om bij sociaal werkers te peilen naar een beroepsvereniging?

De adviesraad van onze opleiding sociaal werk wilde de impasse doorbreken. Bij elk maatschappelijk vraagstuk waarbij sociaal werk betrokken is, flakkert het debat op. Moet er wel of geen beroepsvereniging komen? Denk aan vermarkting, vermaatschappelijking, beroepsgeheim, radicalisering… Het debat gaat jammer genoeg telkens even snel weer liggen. Wij hopen dat op basis van deze peiling het gesprek ten gronde nu wel op gang komt.

Leeft er in Vlaanderen interesse voor zo’n beroepsgroep?

Absoluut. 97% van de respondenten vindt zo’n beroepsvereniging een goed idee. Dat is een indrukwekkend cijfer. 40% wil ook meewerken, waarvan meer dan 80 mensen aangeven dat ze mee aan de kar willen trekken. Het signaal is dus overduidelijk. Sociaal werkers willen een eigen beroepsvereniging.

De peiling werd vooral door jonge sociaal werkers ingevuld, mensen jonger dan 40 die actief zijn op het werkterrein.

Dat maakt het signaal nog belangrijker. Zij zijn enthousiast. De interesse is groot. Sociaal werkers willen meer zeggenschap. Zij staan met hun beide voeten in het werkveld. Zij ervaren elke dag hoe moeilijk werken het is. Maatschappelijke problemen worden groter. De financiële en vluchtelingencrisis hakken in op sociaal werk. De werkdruk neemt toe. Steeds meer ligt de nadruk op controle, registratie en verantwoording. Daartegenover staat weinig positiefs. Die tegenstelling leeft erg. Sociaal werkers zijn op zoek naar respect voor het moeilijke werk dat ze verrichten. Dat blijkt duidelijk uit de vele ‘open antwoorden’ die we kregen.

“Een beroepsvereniging moet wegen op het debat.”

Waarop moet zo’n beroepsvereniging de focus leggen?

Respondenten vinden vooral dat een beroepsvereniging moet wegen op het maatschappelijk debat. Quasi iedereen vindt het belangrijk om een signaalfunctie op te nemen. Men wil dat de beroepsvereniging een plaats verwerft aan beleidstafels. Veel beslissingen hebben impact op sociaal werkers en hun cliënten. Maar daar waar beslissingen genomen worden, zit het sociaal werk niet mee aan tafel. We hollen telkens achter de feiten aan. Die frustratie wordt met de dag groter. Vandaar de uitdrukkelijke vraag om meer bij het beleid betrokken te worden. Dat is trouwens een kritisch signaal aan het adres van wie vandaag in die structuren zetelt. Men praat er over, niet met sociaal werk.

Wat nu?

Ik denk dat er zo’n beroepsvereniging moet komen. Vanuit de hogeschool willen we dat ook faciliteren. We willen de geïnteresseerde sociaal werkers samenbrengen. We willen helpen om zo’n vereniging uit de grond te stampen. Maar eens opgestart, is het aan hen om voort te boeren, in alle onafhankelijkheid. Wij gaan niet de schoonmoeder uithangen, integendeel.

“De meningen over het lidmaatschap zijn verdeeld.”

Zo’n beroepsvereniging kan erg uitsluitend werken. Moet je een diploma sociaal werk hebben om lid te worden?

De meningen zijn verdeeld. Er is een grote groep die enkel werkers met een diploma sociaal werk wil laten aansluiten. Of het diploma behaald is na volwassenenonderwijs, bachelor of masteropleiding, maakt hen minder uit. Anderen vinden dan weer dat iedereen die uitvoering geeft aan sociaal werk mag aansluiten. Een pak ‘sociaal werkers’ hebben immers een ander diploma. Een veel kleinere groep vindt dat iedereen die wil, moet kunnen aansluiten.

Wat vind jij?

Het is aan de nieuwe vereniging om te beslissen wie wel of niet kan aansluiten. Maar ik kan er best mee leven dat al die mensen die het sociaal werk in hun hart dragen, en daar het goede voor willen, lid kunnen worden. Als mensen het sociaal werk maar omarmen.

Het idee van een beroepsregister waar iedereen die als sociaal werker actief is zich moet inschrijven, leeft niet.

Klopt, blijkbaar is dat voor de meeste sociaal werkers nog een vreemd idee. Ik denk ook dat er momenteel belangrijkere debatten lopen zoals het beroepsgeheim of een nieuwe deontologische code voor sociaal werkers. Maar eens die discussies beslecht zijn, zou het me niet verbazen als het beroepsregister opnieuw opduikt als idee.

“Over de definitie van het sociaal werk is weinig discussie.”

Sociaal werkers zijn actief in 101 verschillende settings. Een straathoekwerker werkt anders dan een sociaal werker van de psychosociale dienst in de gevangenis. Kan een beroepsvereniging deze diversiteit ooit achter één vlag verenigen?

Dat is inderdaad een moeilijkheid. Toch leert de ervaring dat er wel een gemeenschappelijke grond is. Over de definitie, missie en visie van het sociaal werk in Vlaanderen is weinig discussie. Dat kan dus het startpunt zijn.

Er is in Vlaanderen al een beroepsvereniging voor de sociaal werkers in ziekenhuizen. Sinds een jaar of twee heb je ook het Sociaal Werk Actie Netwerk (SWAN). Er borrelt wel wat. Hoe verhouden al deze initiatieven zich tot elkaar?

Wij hebben niet de bedoeling om naast SWAN of de beroepsvereniging van sociaal werkers in de ziekenhuizen een nieuw spoor te trekken. We moeten samenwerken. In de volgende fase moeten we contact zoeken met mensen van goede wil. Laat de positieve krachten elkaar vinden en versterken.

Niet alle sociaal werkers delen dezelfde overtuiging en waarden. Zo leven er verschillende meningen over vermarkting en vermaatschappelijking. Mag dat verschil binnen een beroepsvereniging overeind blijven staan?

In de peiling hebben we hierover geen concrete opmerkingen gekregen. Wel is er de oproep om vooral het belang van het werk te benadrukken in de plaats van enkel de belangen van de sociaal werkers. Ik kan mij voorstellen dat een discussie over maatschappelijke trends en politieke voorstellen een richtinggevend advies kan krijgen van de beroepsvereniging. Men zal zich dan echter telkens moeten afvragen of en hoe dit de positie van het sociaal werk en de werkers kan versterken.

In mei 2018 komt er in Vlaanderen een grote sociaalwerkconferentie. Is dat geen momentum voor een beroepsvereniging?

Iedereen die interesse heeft om mee te werken, hopen we nog voor deze zomervakantie bijeen te brengen. Sociaal werkers mogen zich nog steeds melden, trouwens. Nadien kunnen we starten met het administratieve pad voor de opstart van zo’n beroepsgroep. Maar de sociaalwerkconferentie is een belangrijk moment. Het zou mooi zijn als de beroepsvereniging dan naar buiten kan treden. Laat dat een stille wens zijn.De peiling staat nog steeds online. Mensen die willen meewerken, kunnen zich via deze weg ook melden of mailen naar peter.wouters@ucll.be.

Reacties [5]

  • Michel Tirions

    Interessant is om ook even bij de buren te gluren. In Nederland is sinds een tijd ook een revival gaande: een beroepsvereniging wordt er gezien al een noodzakelijke structuur om stem te houden in beleid rond en positie van het sociaal werk. Daartoe werden de krachten gebundeld. De oude en wat naar relevantie zoekende NVMW (maatschappelijk werk) verruimde de horizon naar alle sociale professionals. De BPSW werd opgericht: Beroepsvereniging van Professionals in het Sociaal Werk. Met succes. De BPSW drukt op beleid, vormt, verenigt, zet kwaliteitsbakens uit. Nederland is via de BPSW opnieuw lid van de International Federation (IFSW). Lid worden is niet goedkoop. Maar in Nederland is er al langer een traditie dat werkgevers die kost op zich nemen. Lid zijn van een beroepsvereniging is er een kwaliteitsoormerk. Niet betrokken zijn de opleidingen – en zo hoort het. Een beroepsvereniging is iets van – voor – door de werkers zelf.
    Meer info op : http://www.nvmw.nl/

  • Adlain

    Goed initiatief, een (beroeps)vereniging nodigt uit tot kennismaking en kennisdeling.
    Het creëert een platform om in dialoog te gaan, te communiceren.
    Vanzelfsprekend zullen de leden luisteren naar en rekening houden met
    elkaars noden en behoeften.
    In de krijtlijnen van hun sociaal agogisch werkveld zullen zij mensen ontdekken en zien.
    Het zijn deze mensen die beroep zullen doen op de vereniging.
    Zij zijn de coëfficiënten van de vereniging haar mandaat.
    Dat lijkt mij een bruikbare (beroeps)vereniging.

    Een gedachte, een gevoel, in gezelschap van een pianomuziekje op de achtergrond.

  • Gerry Van de Steene

    Mag ik toch een dissidente stem laten horen?
    Ik behoor ook tot de generatie maatschappelijk werkers die Be-Ma heeft gekend. Ik ben zelfs in mijn beginjaren lid geweest maar heb op een gegeven moment bewust dit lidmaatschap stopgezet.
    Het gevaar van beroepsverenigingen is dat zij zeer snel in een tunnelvisie zitten door enerzijds het belang van de eigen beroepsgroep te overschatten en anderzijds geen oog meer hebben voor de grote diversiteit binnen welzijn.
    Ik ben het ook niet eens met de stelling dat er over de missie en visie van het sociaal werk in Vlaanderen geen discussie zou zijn. Mijn ervaring leert dat hierover heel veel verschillende visies bestaan, wat alleen maar de rijkdom ten goede komt!
    Het zijn net beroepsverenigingen die hier gaan proberen eenheidsworst te creëren en daardoor deze rijkdom over boord gooien.
    Dus: spaar ons aub van deze “oude koeien” waarvan ik dacht dat we er gelukkig van af waren!

  • Hedwig Coddens

    Er was BeMa – beroepsvereniging voor maatschappelijk werkers- in de 70tiger jaren. Doelstellingen gelijklopend met de nu geformuleerde. Ging m.i. teloor omdat er geen draagvlak meer was bij de opleidingsinstellingen. Al het werk om een beroepsvereniging staande te houden kwam op schouders van jonge, enthousiaste werkers . Er was een tijdschrift BeMa kroniek. Tevens brak m. w. door op vele terreinen. Te veel voor een nog jonge beroepsvereniging. De nood aan beroepsvereniging is groot en dit al jaren! Sociaal beleid wordt gevoerd zonder inspraak van diegenen die het in praktijk moeten brengen. Hulpverlening moet zichtbaar gemaakt worden, maatschappelijke relevantie erkend en transparant zijn in doelen en middelen.
    (Ik ben ex lid van BeMa, ex docent Sociale School)

  • Marleen Hoeben

    Helemaal mee eens!
    Ik ben 53 jaar, dus niet bij de jongste sociaal werkers, maar we hebben absoluut een beroepsvereniging nodig. Denk maar aan de hele discussie rond erkenning psychotherapeuten. Elke beroepsgroep had een vereniging achter zich, sociaal werkers/psychotherapeuten niet. In het huidige voorstel rond erkenning psychotherapie is het resultaat daarvan zeer merkbaar. Héél jammer… Voor cliënten en voor sociaal werkers/psychotherapeuten die heel goed werk verrichten.
    Blij deze beweging nu tegen te komen!

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.