Verhaal

‘Als we niets doen, hebben we binnenkort Roma-getto’s’

Geert Torremans

Ze zijn uiterst zeldzaam, de Belgische Roma die een stem in het publieke debat opeisen. Janette Danyiova vormt een uitzondering. Eind februari presenteerde ze haar eerste boek en meteen lanceerde ze ook een nieuwe organisatie.

© Brecht De Vleeschauwer

Janette Danyiova richt zich met haar boek ‘De tandwielmethodiek’ en vzw SEER in de eerste plaats op hulpverleners die met Roma werken. Op langere termijn wil ze ook wegen op het beleid. “Want het is hoog tijd om in actie te schieten”, aldus Danyiova.

Je investeert nu vooral in het ondersteunen van hulpverleners. Waarom?

“Roma hebben op dit moment vooral een degelijke begeleiding nodig. Als ze goed begeleid worden en versterkt in hun positie, dan kunnen ze op langere termijn zélf hun rechten opeisen. Dat klinkt idealistisch, maar ik geloof daar echt in.”

‘Roma hebben een degelijke begeleiding nodig.’

“Hulpverleners zeggen vaak dat het werken met Roma een hopeloze opgave is. Het is ook een complexe doelgroep waarvoor het bestaande aanbod ontoereikend is. Daarom kroop ik in de pen om een methodiekboek te schrijven. Het boek geeft geen kant-en-klare oplossingen, maar biedt wel een aantal methodieken aan. Ik hoop dat hulpverleners zich laten inspireren om nieuwe soorten van hulp voor Roma te ontwikkelen. Op termijn hoop ik ook om meer Roma te kunnen inschakelen in onze vzw om de workshops te geven.”

Waar loopt het dan mis tussen hulpverleners en Roma?

“Veel hulpverleners zijn zich niet bewust van de specifieke problematiek. Maar veel Roma hebben zelf ook geen enkel inzicht in hun situatie. Sommige Roma identificeren zich helemaal met een minderwaardig bestaan. Je ziet totaal geen verzet. Geen waardigheid. Ze voelen zich minderwaardig en aanvaarden passief hun situatie.”

“Die groep Roma bewustmaken van hun talenten en krachten is moeilijk. Hen motiveren om hun toekomst te veranderen is een langdurig proces. Ik pleit in mijn boek daarom voor continuïteit. We gaan er niet geraken met jaarprojecten, hoe goed sommige ook waren.”

Hulpverleners hebben te weinig aandacht voor de specifieke maatschappelijke context van Roma?

“Ja. Mijn methode focust zowel op het individueel functioneren als op de context. Je moet binnen je begeleiding rekening houden met de rugzak van mensen. Bij Roma wordt die rugzak meestal niet bevraagd. De hulpverlener ziet dat zijn cliënt in een precaire situatie zit en gaat volop inzetten op concrete verbeteringen. Men gaat meteen aan de slag en begint te werken rond huisvesting en tewerkstelling.”

‘Er moet aandacht zijn voor discriminatie.’

“Maar er moet ook aandacht en erkenning zijn voor de uitsluiting, discriminatie en alle traumatische gebeurtenissen die Roma hebben meegemaakt. Want geloof me, die rugzak heeft een enorme impact op hun doen en laten.”

Hoe ga je dan concreet aan de slag?

“We moeten in de hulpverlening het werken met verhalen in ere herstellen. We gaan steeds minder in gesprek. Dat geldt ook voor het werken met andere mensen in armoede. Hulpverleners moeten resultaten boeken, verslagen maken en zich bezighouden met administratie. Daarom focust men op concrete doelen. Er is geen tijd meer om mensen hun verhaal te laten doen.”

“Het is via dat spreken, dat mensen ook zichzelf horen. Ze worden zich bewust van de zaken die hen blokkeren, maar ook van de krachten en talenten die ze vanuit hun minderwaardigheidsgevoel niet meer zien.”

Welke struikelblokken moeten er binnen de hulpverlening voor Roma nog uit de weg geruimd worden?

“Ik pleit ervoor om te werken met één vertrouwenspersoon. De hulpverlening is veel te versnipperd. Zeker voor Roma is het belangrijk om iemand te hebben die het hele traject met hen wil afleggen. Doorheen de geschiedenis hebben de Roma een wantrouwen opgebouwd naar iedereen die niet-Roma is, niet in het minst naar officiële instanties. Het vraagt behoorlijk wat tijd om hun vertrouwen opnieuw te winnen. Het is dan nefast als de hulpverlening doorgeschoven wordt van de ene persoon naar de andere.”

‘Er heerst een groot taboe op psychische problemen.’

“Hulpverleners moeten ook weten dat er binnen de Romagemeenschap een groot taboe heerst op psychische problemen. Je moet erover waken om in hun bijzijn geen medische termen te plakken op psychische problemen. Zelfs al dragen ze een enorme kwetsbaarheid met zich mee, zelf de stap zetten om therapie of zo te volgen gaan ze nooit doen. Ook bij een jongere die met een verslavingsprobleem kampt, wachten ze vaak met de vraag om hulp tot het echt niet anders kan. Daarom pleit ik ervoor om ondersteuners in te zetten op plaatsen waar die jongeren komen in hun vrije tijd. Dan kunnen ze met hun vragen ergens terecht.”

Je vindt ook dat er meer aandacht moet zijn voor de mentale leeftijd en de gevoelstaal van Roma.

“Roma die van generatie op generatie opgroeien in een situatie van extreme armoede ondergaan een degeneratief proces. Je merkt dat in de communicatie. Hun mentale leeftijd is vaak verschillend van de fysieke leeftijd. Je moet als hulpverlener je taalgebruik hierop afstemmen.”

“Het inschakelen van een tolk kan daarom zijn doel voorbijschieten. Een gewone tolk gaat puur technisch je uitleg vertalen, maar Roma begrijpen dat daarom nog niet. Zeker bij mensen die hier pas aankomen en het Nederlands nog niet machtig zijn, is het interessant om Romabemiddelaars of brugfiguren van Roma-afkomst in te schakelen. Zij kunnen de ‘gevoelstaal’ beter inschatten. Dan heb je misschien geen technische tolk, maar wel iemand die op het niveau van de mensen vertaalt.”

‘We hebben vooral brugfiguren nodig.’

“Als de overheid mij vandaag naar één concreet voorstel zou vragen, dan zou ik brugfiguren van Roma-afkomst tewerkstellen. Omdat zij niet enkel de rugzak van de Roma begrijpen en aanvoelen, maar ook het taalniveau.”

Je werkte jaren in de jeugdhulp en maakt je ernstig zorgen over het lot van Romakinderen. Wat zijn hun grootste problemen?

Om te beginnen zijn de kinderen van de meest kwetsbare Roma voortdurend mee op de vlucht. Van het ene land naar het andere, maar ook binnen dezelfde stad moeten ze steeds opnieuw verhuizen. Er is geen stabiliteit. Als je bijvoorbeeld over dakloze Roma praat, dan praat je bijna altijd over gezinnen met kinderen. Bij daklozen met een andere achtergrond is dat eerder uitzonderlijk. De armoede is soms echt schrijnend. Zo zag ik in Brussel hoe Romakinderen in afvalcontainers doken op zoek naar voedsel.”

“Er zijn ook kinderen die nergens ingeschreven zijn en geen enkele vorm van onderwijs genieten. Die kinderen groeien op als analfabeet. Ze weten niet hoe de maatschappij georganiseerd is. Als we nu niet in die kinderen investeren, dan zitten we binnen tien jaar met een groot probleem. Dat is de reden waarom ik niet alleen dat boek geschreven heb maar ook de vzw heb opgericht. Het is hoog tijd om te investeren.”

‘Kinderen zijn voortdurend mee op de vlucht.’

Is dat gebrek aan stabiliteit niet altijd een typisch kenmerk van de Romacultuur geweest?

“Er zijn binnen de gemeenschap nog steeds Roma die rondtrekken en die levensstijl verdedigen. Zij willen met rust gelaten worden en geen deel uitmaken van de maatschappij. Maar hoe ontstond die levensstijl? Roma waren overal ongewenst. Het rondreizen werd noodgedwongen een deel van de cultuur. Als je nu de situatie van de rondreizende Roma vergelijkt met die van de migrerende Roma, dan hebben zij het trouwens vaak beter. Zij hebben tenminste nog wat cultuurelementen kunnen bewaren, zoals de onderlinge verbondenheid. Ze steunen elkaar.”

Je kijk op de migrerende Roma is somber.

“Veel Romajongeren voelen zich in België echt verloren. Ze kunnen niet meer terugvallen op hun gemeenschap omdat die verbrokkelt. De gemeenschap en families vallen door de opeenvolgende migratiegolven letterlijk uit elkaar. Maar ook de onderlinge verbondenheid en de cultuur brokkelen af. Hun ouders staan meestal machteloos. Ze kunnen hen niet helpen. De jongeren vervreemden van hun gemeenschap, maar voelen zich ook niet thuis in de samenleving.

‘Veel Romajongeren voelen zich verloren.’

“En dan zie je dat ze echt in de problemen komen. Zo is er een toenemende verslavingsproblematiek bij Romajongeren. Zelfs bij zeer jonge kinderen. Ik zie hoe kinderen goedkope lijm snuiven. Hun hersenen gaan gewoon kapot. Wat krijg je dan binnen tien jaar? Dan krijg je dezelfde toestanden als in Oost-Europa. Op die weg zitten we eigenlijk al.”

Over welke gelijkenissen met Oost-Europa heb je het dan?

“Je ziet in België her en der ‘woonkampen’ verschijnen. Door de nieuwe anti-kraakwet werd het betrekken van leegstaande gebouwen risicovoller. Dus zoeken Roma afgelegen terreinen, parkings of bosjes waar ze hutten en barakken ineen knutselen met restafval. Het is hun enige beschutting tegen regen en wind.”

‘De allerarmste groep rekent op Roma die de kracht hebben om te spreken. Vandaar dat ik mijn nek uitsteek. Voor die allerarmste groep.’

“Daar zie ik dus een duidelijke parallel met de situatie in hun landen van herkomst. Ze zitten daar in getto’s, tot ze ook daar verdreven worden. Ze emigreren naar hier en komen hetzelfde tegen. De segregatie neemt toe. Op mijn workshops hoor ik onderwijzers, soms met enige trots, vertellen dat bijna 80 procent van hun leerlingen Roma zijn. Daar stel ik me vragen bij. Zijn wij hier nu ook concentratiescholen aan het inrichten? We doen hetzelfde als in de Oost-Europese herkomstlanden. In mijn boek beschrijf ik hoe veel Romakinderen daar naar aparte scholen worden gestuurd of systematisch naar het bijzonder onderwijs verwezen worden.”

Toch kijken sommige politieke bewegingen jaloers naar Oost-Europa.

“Op politiek vlak is er een besmetting aan de gang. Het is geen toeval dat de jongens van Schild en Vrienden naar Orban afreizen. In Oost-Europa kijkt men naar Roma vanuit het individueel schuldmodel. Als ik naar die getto’s kijk, dan zie ik daar enorm veel pijn, armoede en lijden. Maar zij zien daar veel onhygiënische mensen die als parasieten leven en zelf verantwoordelijk zijn voor de situatie waarin ze zitten. Het is maar vanuit welk perspectief je kijkt.”

‘Ook binnen de Roma is er verdeeldheid.’

Hoe kan de Romagemeenschap zelf stappen zetten om hun situatie te verbeteren?

“Ook binnen de gemeenschap is er verdeeldheid. Roma die het beter doen, leggen de schuld van het steeds groeiende racisme en de discriminatie van de hele gemeenschap vaak bij de allerarmste groep. Het gevolg is dat die ‘onderklasse’ te kampen heeft met een dubbele uitsluiting. Terwijl die allerarmste groep net rekent op degenen die wel de kracht hebben om te spreken.”

“In 2009 zag ik voor het eerst op het nieuws dat er segregatiemuren gebouwd werden rond Slovaakse Roma-getto’s. Ik schrok daar toen enorm van. Maar wat mij het meest beangstigde, was dat er daar bijna geen reactie op kwam. Niet in Slovakije, niet vanuit het buitenland, maar ook niet vanuit de Romagemeenschap zelf. Ondertussen zijn er honderden van dergelijke muren in heel Oost-Europa.”

“Ik vind het belangrijk dat wij als Roma op één lijn zitten. Vandaar dat ik mijn nek uitsteek. Voor die allerarmste groep. Als we nu niets doen, dan zitten we binnen tien jaar met Oost-Europese toestanden in onze Belgische steden. Het zal de hele maatschappij ontwrichten. De extreme armoede waarin veel Roma zich bevinden en het gebrek aan perspectief zijn op termijn onhoudbaar. Daarom moeten we nu in actie schieten.”

Reacties [3]

  • sven meyntjens

    Vanuit mijn ervaring zie ik dat er een survival of the fittest aan de gang is. Binnen een zelfde gezin zien we sommige kinderen de voorbeelden van hun ouders volgen (school spijbelen en verlaten, zeer jong veel kinderen krijgen, afhankelijkheid van partner, woon-onzekerheid) en sommigen integreren (vlaamse partner, minder kinderen, belang van school en werk niet onderschatten, …). Die laatsten doen het relatief goed en zien we niet meer of weinig. We hoeven niet in een schuldmodel te vervallen maar het hoeft niet genegeerd te worden dat individuele keuzes een groot verschil maken. Soms gaan die bij roma tegen iedere logica in wat als hulpverlener voor erg veel frustratie zorgt. Ik ben benieuwd naar uw boek.

  • LILI WATERLOT

    ik werk al enige tijd als medewerker van Actie Min in Mol, het is zo dat vanaf het ogenblik dat het woord Roma valt men denkt aan stelen, schageren, liegen, onbetrouwbaar, ik handel in het voordeel van de twijfel, en tracht me niet teveel te laten beinvloeden door de mening van anderen. Het gezin dat ik momenteel begeleid, is door miscommunicatie, het niet volledig begrijpen van tekst en uitleg door de gemeenschap, in een zo diepe financieele put geraakt, dat ik me afvraag of deze mensen hier nog ooit uit geraken. Een schijnend verhaal….dit gezin met 6 kinderen gaat ten onder aan het niet begrijpen van onze cultuur….en onze regels in onze ingewikkelde samenleving. Soms denk ik wel eens dat men ze beter in hun land Kosovo had gelaten, oorlog of geen oorlog, waren ze nu misschien niet meer in leven. Nu hebben ze hier torenhoge schulden opgebouwd, en de gerechts deurwaarders zullen hen weten te vinden. Ga je boek zeker lezen. Mensonwaardig!!!

  • Veronique de leener

    Mooi boek. Interessant om bij stil te staan
    Mijn organisatie maks vzw heeft een werking met roma in brussel en ik leerde veel bij dankzij dit boek

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.