Achtergrond

Staat cultuurverschil goede hulp in de weg?

Sarah De Bruyn

Onze samenleving is superdivers. Hoe kan je goede hulpverlening op maat bieden aan kinderen, jongeren en gezinnen? Volgens OTA Antwerpen is diversiteitsgevoelig hulpverlenen vooral een kwestie van aandacht en dialoog.

© Unsplash / Austin Pacheco

Ontmoeten en verbinden

De sleutelwoorden voor een geslaagde interculturele hulpverlening zijn aandacht en dialoog. Heb aandacht voor je cliënt, jezelf, de omgeving, de context en ga het gesprek aan. Probeer verbinding te maken. Maak tijd voor ontmoeting.

De meeste hulpverleners hebben een afgelijnde opdracht en een duidelijk doel. Het contact met de cliënt is dan ook vaak doelgericht. Het moet vooruitgaan. Terwijl vertragen soms nodig is om verbinding te maken.

‘Even vertragen loont de moeite.’

Investeer in de relatie. Voer gesprekken en stel vragen die misschien niet onmiddellijk het ‘hulpdoel’ dienen: “Heb je de weg goed gevonden? Hoe gaat het met je? Hoe gaat het met de familie?”

Aparte gesprekken met de verschillende betrokkenen nemen tijd in beslag, maar zorgen voor een bredere blik op de situatie. Ook een tolk inschakelen kan het proces vertragen, maar weet dat mensen veel opener praten in hun moedertaal.

Even vertragen loont dus de moeite. Het zorgt ervoor dat een vertrouwensrelatie kan groeien en dat het hulpverleningsproces vervolgens weer vlotter loopt.

Basishouding

Soms worden sociale professionals in contact met mensen met een migratieachtergrond handelingsverlegen. Omwille van het cultuurverschil twijfelen ze aan hun competenties en vaardigheden om met het gezin aan de slag te gaan.

Die twijfel is onterecht want hulpverleners kunnen altijd terugvallen op hun basishouding: oprechtheid, begrip en respect tonen, empathie, nieuwsgierigheid, authenticiteit, openheid, flexibiliteit, geloof in de cliënt en gelijkwaardigheid.

In 2016 interviewden we bij OTA jongeren met een migratieachtergrond over hun ideale hulpverlener. De eigenschappen die zij cruciaal noemden, zijn simpelweg de basiscompetenties die elke hulpverlener aanleert tijdens de opleiding. Cultuur moet dus geen barrière zijn.

Kritische blik

Toch lukt het hulpverleners soms niet meer om bij die belangrijke basishouding te blijven. Dan is het voor sociale professionals belangrijk om met een kritische blik naar zichzelf te kijken. Sta ik open voor de verhalen, de blik, de situatie van de cliënt voor mij? Of voel ik weerstand? Kan ik empathisch zijn, me verplaatsen in de cliënt of voelt dat toch niet zo gemakkelijk aan?

‘Sta ik open voor de blik van de cliënt?’

Hierbij stilstaan, kan inzicht geven in wat nodig is om empathie te kunnen tonen. Heb ik meer informatie nodig van de cliënt over zijn kijk op de situatie? Of heb ik eerder nood aan een gesprek met een collega om even te ventileren?

Ken jezelf

Iedereen kijkt met zijn eigen bril naar de wereld. Je ziet niet de waarheid, je ziet je eigen waarheid. Niet iedereen is zich daarvan bewust.

Onze bril is gekleurd door stereotypen en vooroordelen. Stereotypen zijn heersende denkbeelden over een bepaalde groep mensen. Het zijn overdreven beelden van een groep mensen die vaak niet overeenkomen met de werkelijkheid.

Het zijn veralgemeningen, zoals: “Roma leven met veel mensen onder één dak.” Ze kloppen voor een deel van de groep, maar je kan er in contact met een individu niet van uitgaan dat het beeld ook geldt voor die persoon.

Niet kleurenblind

Vooroordelen gaan een stapje verder. Er zijn emoties aan gekoppeld. Meestal zijn het negatieve beelden, zoals: “Roma hebben veel kinderen, maar ze kunnen er niet goed voor zorgen.” Dergelijke vooroordelen vernauwen je blik op het gezin en de problematiek.

‘Wees je bewust van je eigen vooroordelen.’

Als sociale professional ben je niet kleurenblind. Je ziet de kleur, de origine en soms zelfs de religie van cliënten, en hebt hier onbewust beelden en vooroordelen bij. Dat is normaal. Als sociale professional moet je je bewust zijn van deze beelden. Je moet trainen om er niet in mee te gaan. Enkel zo kan je voorkomen dat je er geen gedrag op baseert. Anders maak je nooit echt contact met de ander.

Mensen ontmoeten elkaar

Iedereen is uniek. Kijk naar de persoon die voor je zit, niet enkel naar zijn of haar cultuur. Aandacht voor cultuur is natuurlijk belangrijk, want cultuur is een deel van de identiteit. Maar gedrag en houding link je best niet te snel aan cultuur alleen.

Bij te veel focus op de culturele eigenheid van een cliënt, bestaat het gevaar van stereotypering. De hulpverlener brengt dan elk gedrag in verband met wat hij over die cultuur denkt te weten. Het gevaar bestaat dat je dan een essentieel stuk van de identiteit mist.

‘Bij te veel focus op de cultuur, bestaat het gevaar van stereotypering.’

Cultuur als enige verklaring zien van een probleem heet ‘culturaliseren’. Het risico hiervan is dat je andere oorzaken niet meer ziet, zoals armoede, positie in de gemeenschap of algemeen gedeelde bezorgdheden zoals bijvoorbeeld de angst van ouders voor een tienerzwangerschap.

Bovendien haalt culturalisering professionals uit hun kracht. Ze voelen zich tegenover cliënten met een andere etnische achtergrond handelingsverlegen, omdat ze denken niet over de vereiste kennis te beschikken. Maar eerder dan culturele kennis, zijn basisvaardigheden en een open attitude bepalend.

Vanzelfsprekendheden

Net zoals je je bewust moet zijn van de beelden die je hebt over andere culturen, is het belangrijk om je eigen grenzen, vanzelfsprekendheden en referentiekaders goed te kennen. Kijk er met een open en kritische blik naar.

Wat voor jou vanzelfsprekend is, is dat voor de cliënt misschien niet. Zo gaan sociale professionals er soms van uit dat ouders weten dat kinderen zich ontwikkelen door te spelen en dat speelgoed hierbij belangrijk is. Maar ouders hebben niet altijd kennis over hoe zij de ontwikkeling van hun kind zelf kunnen stimuleren.

‘Wat voor jou vanzelfsprekend is, is dat voor de cliënt misschien niet.’

Sommige hulpverleners vinden het bijvoorbeeld normaal dat een ouder inspeelt op de emoties van een kind. Dit is niet voor elke ouder evident. Wat heeft de ouder zelf gekend? Wanneer een gezin moet overleven of vluchten is er vaak geen ruimte voor emoties.

Ga er ook niet van uit dat een cliënt na een korte toelichting helemaal begrijpt wat een dagcentrum of thuisbegeleiding is. Geef dus heel concreet uitleg en herhaal.

Wat is goed of fout?

Je bril bepaalt wat je goed en fout vindt, wat je waarden zijn. Bepaald gedrag keuren we af, terwijl het voor iemand anders misschien net gepast en juist is. Bewust zijn van je waarden is als hulpverlener in intercultureel contact erg belangrijk.

Zo kunnen sociale professionals het vervelend vinden wanneer ze merken dat cliënten niet helemaal eerlijk zijn. Vaak is er echter wel een reden voor. Wil de cliënt iemand beschermen? Is er te weinig vertrouwen? Weet de cliënt waarom je dit allemaal wil weten? En ben je zelf altijd eerlijk? 

Privileges

Privileges spelen mee in een hulpverleningsrelatie. Besef dit als hulpverlener, ken je eigen privileges en wees je bewust van ongelijkheid, discriminatie en racisme.Nzume, A. (2017), Hallo wittte mensen, Amsterdam, AUP.

Sociale professionals hebben op dit vlak heel wat blinde vlekken. Voor de witte middenklasse hulpverlener geldt dit nog meer, omdat die behoort tot de dominantie groep in de samenleving. Zijn etnisch-culturele identiteit is vaak de norm. Hij heeft witte privileges.

Witte privileges gaan over de toegang tot voordelen in onder meer de samenleving, instituties, en organisaties die anderen niet hebben. Het zijn privileges van de economisch dominante groep. Voorbeelden? Mensen van je kleur positief vertegenwoordigd zien op televisie, verlof krijgen op je religieuze feestdag of te laat komen op een vergadering zonder dat dit aan je achtergrond wordt gelinkt.

Wit privilege is een term die weerstand oproept. Als individu hoef je je echter niet persoonlijk aangesproken of schuldig te voelen. Je kan het ook niet zomaar veranderen. Maar weet wel dat het een realiteit is.

Positieve intentie

Mensen hebben goede redenen om te doen wat ze doen. Ga op zoek naar de positieve intentie achter gedrag. Erkenning van die intentie is essentieel om verbinding te maken en het is de kortste weg naar verandering bij een persoon.

Om het gedrag van iemand te begrijpen, probeer je het te bekijken vanuit het perspectief van de ander. Een ouder die zijn kind slaat, doet dit meestal niet om het kind pijn te doen, maar om het gedrag te corrigeren. Zodat het kind het bijvoorbeeld goed zal doen op school en kans heeft op een goede toekomst.

Erkennen is echter niet gelijk geven. Je kan de intentie achter gedrag erkennen, maar daarom keur je het gedrag niet goed.

Verkennen

De sleutel om een cliënt en zijn cultuur echt te leren kennen en begrijpen, is een oprechte en respectvolle nieuwsgierigheid. Stel veel vragen en wijk eens af van de standaardvragen. Dat kan onverwachte antwoorden opleveren.

‘Wijk eens af van de standaardvragen.’

Er zijn heel wat te verkennen thema’s. Het thema van de migratie is vaak essentieel: Hoe leefde het gezin in hun land van herkomst? Gingen de ouders naar school? Wat willen ze meenemen uit hun opvoeding? Is er de hoop, droom, wens om terug te keren? Hoe concreet is die terugkeergedachte? Is dat een wens van alle familieleden? Migratiegebonden factoren spelen vaak een belangrijke rol in gezinsdynamieken.

Geef mee waarom je de vragen stelt. Soms kan er bij de cliënt weerstand zijn, of komen vragen bedreigend over. Wanneer je ze op een oprechte en respectvolle manier stelt, is die kans kleiner. Reageert een cliënt toch negatief, verontschuldig je dan voor de vraag en blijf er niet bij hangen. Indien nodig, kom je er op een later moment op terug.

diversiteitsgevoelig werken

© Unsplash / Austin Pacheco

Doorvragen 

Met verkennen bedoelen we ook doorvragen. Wat bedoelt de cliënt juist? Begrijp je het echt of vertrek je nog van een aantal veronderstellingen? Wees je bewust van die veronderstellingen en toets ze bij de cliënt. Interpreteer dus niet te snel.

Zo mocht een Afghaans meisje van haar ouders niet mee op bosklassen. De school legde meteen de link met de onderdrukking van de vrouw. Na verkenning blijkt dat het gezin lang op de vlucht was en veel gevaar kende onderweg. Het was voor de ouders moeilijk om het meisje voor enkele nachten te laten vertrekken.

‘Bij tienermeisjes worden vaak te snel conclusies getrokken.’

Vaak worden er te snel conclusies getrokken. Wanneer tienermeisjes aangeven dat er thuis te veel regels zijn, veronderstellen hulpverleners snel dat een vader autoritair is en dat dit gelinkt is aan zijn cultuur. Bij OTA zien we echter vaak andere verklaringen, zoals zorgen over de veiligheid van de dochter. Of strenge regels als reactie op eerder gedrag van de dochter.

Je kan best de beelden, culturele kennis of zelfs de vooroordelen die je hebt, aftoetsen. Is dit bij jou ook zo? Hoe zie jij dat? Soms doen gezinnen dit of dat, hoe is dat bij jullie?

Deelidentiteiten kruisen

Kruispuntdenken kan helpen om de verkenning te verbreden. Het vertrekt van de vaststelling dat we allemaal verschillende deelidentiteiten hebben. Die deelidentiteiten kruisen elkaar, ontmoeten en maken ons tot wie we zijn.

Ieders identiteit bestaat uit verschillende elementen en ervaringen, die niet steeds te maken hebben met enkel gender, seksuele geaardheid of etniciteit. Iemand is bijvoorbeeld gelijktijdig vrouw, moeder, directrice, lesbisch, partner, gelovig en stedeling.

Ga als hulpverlener op zoek naar de andere deelidentiteiten van de cliënt die belangrijk zijn in de huidige situatie.

‘Ga op zoek naar de andere deelidentiteiten van de cliënt.’

Kruispuntdenken is ook een manier om te praten over onderdrukking en privileges die elkaar overlappen en versterken. De dominante groep in onze samenleving – heteroseksuele, hoogopgeleide, katholieke of vrijzinnige, witte mannen – zijn die mensen die op meerdere vlakken macht hebben.

De samenleving is ingesteld op de behoeften van deze dominante groep. Sommige posities of kruispunten geven dus meer macht. Je kiest echter niet zelf om bij deze of een andere groep te behoren. Het is belangrijk om je hiervan bewust te zijn in relatie met je cliënt.

Blindstaren

In interculturele interacties staren sociale professionals zich vaak blind op één aspect van de ander: de culturele achtergrond. Hierbij gaan ze voorbij aan de andere deelidentiteiten van de cliënt. Verken dus in de gesprekken met je cliënt ook die andere deelidentiteiten, zoals geslacht, scholing of economische positie.

‘In interculturele interacties dreigen we ons blind te staren op één aspect van wie de ander is: de culturele achtergrond.’

Mensen met een migratieachtergrond zijn verbonden met de dominante cultuur en de cultuur van origine. Ze proberen beide identiteiten te behouden of te combineren. Door mensen te verplichten te kiezen, worden ze ongewild in een keurslijf gedwongen.

Het combineren van verschillende culturen kan een echte uitdaging zijn. Mensen met een migratieachtergrond willen niet vervloekt worden door lotgenoten maar tegelijk ook geen kansen in de samenleving mislopen.

Meervoudige identiteiten bieden een mogelijkheid waarin je geen keuze hoeft te maken. Je kan bijvoorbeeld zowel Vlaams als moslim zijn. Zie je welke compromissen je cliënt sluit om de deelidentiteiten te combineren? Wat moet je cliënt ervoor opofferen? Ervaart je cliënt stress door de druk vanuit de omgeving om te kiezen?

Betekenissen verhelderen

Tijdens deze verkenning kom je te weten hoe een cliënt kijkt naar zijn situatie of gedrag. Geef de cliënt daarnaast mee hoe jij ernaar kijkt. Leg deze zaken naast elkaar. Er is geen betekenis die juister of beter is dan de ander.

Zo gebeurt het dat ouders geloven dat hun kind bezeten is. Ze zien dit als reden van de gedragsproblemen. Het CLB vermoedt echter dat er sprake is van autisme. Op zo’n moment is het belangrijk om te bevragen wat de ouders precies bedoelen met ‘bezeten’. Wat willen de ouders er juist aan doen? Leg wat jij zou doen ernaast, veeg waar de ouders in geloven niet van tafel. Het is een en-en-verhaal.

Transparantie

Door te luisteren, te erkennen en door te vragen, wordt je je als hulpverlener bewust van de verschillende betekenissen die alle betrokkenen geven aan de situatie. Je gaat met deze inzichten in het gezin aan de slag. Vaak zien we bij hulpverleners de reflex om dit met alle gezinsleden samen open te bespreken. Wees hier voorzichtig mee.

Een waarde van veel hulpverleners is transparantie. Ze willen alles op tafel krijgen. Maar moet dat? Welke impact heeft dit op een gezin?

‘In veel gezinnen speelt hiërarchie een belangrijke rol.’

In veel gezinnen speelt hiërarchie een belangrijke rol. Een jongere moet zijn ouders respecteren. Hij mag ze niet tegenspreken. Zit je met iedereen rond de tafel, dan zal hij niets zeggen. Als hij wel iets zegt, zorgt dat voor spanningen binnen het gezin.

Soms is het daarom aangewezen om met iedereen apart aan tafel te zitten. Zeker in het begin van een begeleidingsproces.

Niet-onderhandelbaar kader

Je hoeft als sociale professional niet eindeloos mee te gaan in het verhaal van je cliënt. Uiteraard mag er een niet-onderhandelbaar kader zijn. Maar het is wel belangrijk om dat kader in vraag te durven stellen: Zijn de grenzen die ik stel echte grenzen? Of eerder iets waarachter ik mij verschuil? Waarbinnen ik me comfortabel voel?

Voorbeelden van duidelijke en niet-onderhandelbare grenzen zijn mensenrechten en kinderrechten, maar ook wetten en decreten. Geef prioriteit aan het handhaven van deze universele waarden, ook al komen cliënten met culturele of religieuze argumenten.

‘Je hoeft niet eindeloos mee te gaan in het verhaal van je cliënt.’

De missie, visie en waarden van een organisatie worden vaak ook als niet-onderhandelbaar gezien, maar ze zijn dat wel. Een huishoudelijk reglement kan geëvalueerd en bijgestuurd worden. Formele en informele regels in een organisatie worden vaak als vanzelfsprekend en normaal gezien. Nochtans zijn ze sterk ingegeven door de dominante cultuur.

Het niet-onderhandelbaar kader aangeven, doe je in dialoog. Via erkenning en niet vanuit een dominante, superieure, veroordelende houding. Verduidelijk wat kan en wat niet kan, en leg uit waarom.

Diversiteitsgevoelig hulpverlenen vraagt volgens OTA Antwerpen dus niet om een ingewikkelde methodiek. Waar het om draait, is dat je als hulpverlener heel (zelf)bewust in verbinding gaat. Met aandacht voor jezelf, je cliënt en de context. En met een bereidheid om zeer verkennend in gesprek te gaan. Een kwestie van aandacht en dialoog dus.

Reacties [%]

  • Els Van den Buys

    Meer dan 30 gelden had ik het voorrecht om het OTA-Antwerpen mee op te starten. Na 18 jaar in het werkveld, leid ik nu sinds 12 jaar hulpverleners op. Het is fijn om te ontdekken dat we dezelfde dingen willen doorgeven. Aandacht geven, erkennen, in verbinding gaan, niet culturaliseren, werken aan een verbindend en-en-verhaal, … Het zijn allemaal zeer belangrijke basishoudingen voor divers-sensitieve hulpverlening. Belangrijk en tegelijkertijd niet gemakkelijk. Dank voor het artikel: ik geef het zeker mee aan mijn studenten. Stof tot nadenken.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.