We verwachten veel van jeugdhulp

Extra investeren is noodzakelijk

De samenleving verwacht veel van de jeugdhulp, en terecht. Dat bleek gisteren nog in Ter Zake. Maar koken kost geld. Om aan alle verwachtingen te kunnen voldoen zijn extra investeringen noodzakelijk.

jeugdhulp
© ID/ Sander de Wilde

Hoge verwachtingen

Voor de opvang van jongeren met gedrags- en emotionele stoornissen kijkt men naar de jeugdhulp. Eind vorig jaar leidde de drugproblematiek in Borgerhout  tot een voorstel om jongeren uit huis te plaatsen. Als er niet-begeleide minderjarige vluchtelingen toekomen in ons land kijkt men naar de jeugdhulp. Als jongeren in crisis gaan, moet de jeugdhulp klaar staan. De samenleving verwacht véél van de jeugdhulp. Soms zijn deze verwachtingen terecht, soms ook niet.

“De samenleving verwacht véél van de jeugdhulp.”

Tussen Kerst en Nieuwjaar trokken een aantal jeugdhulpverleners in de krant De Morgen aan de alarmbel. Ze gaven niet direct een fraai beeld van de sector. Ze hadden het over de vele crisisopnames en de kinder- en jongerencarrousel die dat op gang brengt. Wat is er aan de hand?

Landschap

Het jeugdhulplandschap is in Vlaanderen nochtans heel divers. Het omvat een breed aanbod aan intensieve en minder intensieve hulpvormen die al dan niet rechtsreeks toegankelijk zijn. Rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp is voor iedereen toegankelijk, je kan er als cliënt zelf naar toe stappen om informatie, hulp en ondersteuning.

Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp is gespecialiseerd en meestal intensief. Vaak gaat het over het hulpaanbod van voorzieningen binnen het Agentschap Jongerenwelzijn, Kind en Gezin of het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

“Er wordt terecht aan de alarmbel getrokken.”

Toch knelt het schoentje duidelijk en wordt er terecht aan de alarmbel getrokken. Het probleem is niet de diversiteit van het aanbod, dat is net een rijkdom. De problemen situeren zich elders. Zowel de rechtstreekse als de niet-rechtstreekse toegankelijke jeugdhulp kampen met een tekort aan capaciteit.Lees ook: Schuermans, G. en Poppe, K. (2017), ‘Het probleem in de jeugdhulp is het plaatstekort’, Sociaal.Net, 24 augustus 2017.

Tekort

Dit capaciteitstekort in de niet-rechtstreeks toegankelijke hulp blijkt duidelijk uit het intersectoraal jaarverslag jeugdhulp van 2016. In dat jaar waren maar liefst 4.922 jongeren aan het wachten op een langdurige en intensieve vorm van jeugdhulp.

Van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp zijn er minder officiële cijfers voor handen. Maar een eigen bevraging leert ons dat het minstens zo problematisch is. De wachttijden zijn lang.

“De wachttijden zijn lang.”

Jongeren en gezinnen die tevergeefs aankloppen bij gespecialiseerde jeugdhulp doen daarom vaak een beroep op minder intensieve vormen van begeleiding binnen de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp, om zo toch één of andere vorm van begeleiding te hebben. De rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp wordt daardoor -willens nillens- geconfronteerd met een groep jongeren waarvoor men eigenlijk niet is uitgerust. De eigen doelgroep staat onder druk wegens plaatsgebrek. Cliënten staan bijgevolg vaak in de kou met meer crisissen tot gevolg.

Zijn meer crisisbedden dan de oplossing? Absoluut niet. Als Vlaams Welzijnsverbond schuiven we drie voorstellen naar voor: breid het hulpaanbod uit, versterk de bestaande capaciteit en stop met besparen.

Breid het aanbod uit

De bedoeling van rechtstreeks toegankelijke hulp was net dat elke jongere en zijn gezin die een probleem heeft en daar niet meteen een oplossing voor vindt, vlot terecht kan in de jeugdhulp. Het preventieve en laagdrempelige karakter zorgt dat jongeren snel en gepast ondersteund, begeleid of behandeld worden.

“Wij pleiten voor een open-end-budget.”

Om die doelstelling te halen, moet die hulpverlening natuurlijk wel voorhanden zijn. Als de capaciteit ontbreekt, dan kunnen we het vergeten. Vandaar ons pleidooi voor een open-end-budget voor de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Het blijft ons verbazen dat dit vandaag nog niet het geval is. Iedereen vindt het evident dat jongeren onderwijs krijgen. Waarom trekken we dit niet door naar jongeren die nood hebben aan jeugdhulp? Voor de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp geldt hetzelfde.

Ontoereikende extra middelen

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen trekt in 2018 15 miljoen euro uit voor uitbreiding van de jeugdhulp. In 2019 komt daar nog eens 10 miljoen euro bij. Voor kinderen en jongeren met een beperking worden in dezelfde jaren telkens ruim 8 miljoen euro aan nieuwe middelen toegevoegd.

Dit zijn belangrijke en goede stappen. Maar gelet op de wachtlijsten zijn deze maatregelen ontoereikend. We vragen de Vlaamse Regering met aandrang om de inspanningen de komende jaren verder uit te breiden en werk te maken van een concreet meerjarenplan.

Jongeren in de jeugdhulp

De meeste kinderen en pubers in Vlaanderen krijgen veel individuele aandacht van hun ouders. Gelukkig maar. Het begint aan de ontbijttafel, het gaat door tijdens het ritje naar school en zo zijn er wel meerdere momenten tijdens de week. Ouders tonen interesse in de vrije tijd van hun kinderen. Ze gaan graag mee naar het voetbal of een dansvoorstelling. Niet zozeer omdat hun zoon of dochter excelleert, wel omdat ze betrokken zijn op hun kind.

“Wat met jongeren die verblijven in de jeugdhulp?”

Maar wat te zeggen van jongeren die het moeilijk hebben met zichzelf of opgroeien in een moeilijke thuissituatie? Wat met jongeren die verblijven in de jeugdhulp? Uitgerekend zij moeten die broodnodige aandacht delen met groepsgenoten. Uitgerekend zij die nood hebben aan stabiliteit moeten zich voortdurend aanpassen aan een wisselende groepssamenstelling. Uitgerekend zij moeten in een veel hogere versnelling zelfstandig worden.

Het is geen schande als een ouder op 1 september openlijk toegeeft blij te zijn dat dat de school weer begint. Twee maanden met twee kinderen thuis kan inderdaad lastig zijn. Menig ouder zegt onomwonden blij te zijn als die moeilijke puberjaren achter de rug zijn.

Een begeleider in de jeugdhulp staat echter dikwijls alleen, soms voor een groep van acht tot tien jonge mensen, elk met hun eigen dromen, elk met hun eigen zorgen en problemen. Hoe moet hij zijn aandacht verdelen? Hoe krijgt hij een goede pedagogische relatie met elk van hen?

Versterk de bestaande capaciteit

We pleiten dan ook voor een versterking van het huidige aanbod. Een aangepaste omkadering die aansluit bij de zorgvragen van de jongeren is hiervoor een belangrijke opstap. Ook een doorgedreven flexibele werking is wenselijk. Sommige jongeren kunnen echt geen groepsregime aan. Ze hebben een één-op-één begeleiding nodig.

“Ieder kind moet zich kunnen ontplooien.”

Ieder kind, iedere jongere moet de kans krijgen zich ten volle te ontplooien. In dit verband heeft de minister een ‘taskforce verblijf in de jeugdhulp’ opgestart. Deze taskforce is samengesteld uit vertegenwoordigers van gebruikers, zorgaanbieders en de overheid. We vinden dit een zeer goed initiatief en kijken uit naar de eerste beleidsvoorstellen.

Stop met besparen!

Vlaanderen doet al jaren geen aanpassingen meer van de werkingsmiddelen. De automatische indexering wordt al zeven jaar op rij niet meer toegepast. Dit geldt niet alleen voor de jeugdhulp, alle welzijnssectoren in Vlaanderen hebben hiermee te maken.

“Die systematische besparing is een traag werkend gif.”

Als een voorziening in de jeugdhulp zeven jaar geleden 100 euro werkingsmiddelen kreeg, dan is dit nu nog steeds 100 euro. Als men alle indexeringen wel zou toepassen dan zou die 100 euro vandaag 110,50 euro moeten bedragen.

Die systematische besparing is op het eerste gezicht niet overweldigend. Toch is het een traag werkend gif. Sociaal ondernemerschap wordt ondermijnd, innovatie wordt moeilijker. En dat net op het moment dat de druk op de voorzieningen alsmaar toeneemt.

Kiezen

We moeten als samenleving kiezen hoe we met jongeren omgaan, ook met de jongeren die het moeilijk hebben. Of beter, zeker voor hen.

“Waarop wachten we eigenlijk?”

We kunnen de realiteit niet ontkennen. Jongeren moeten alle kansen krijgen. Extra investeren is noodzakelijk. Niet alleen de jongeren worden daar beter van, ook de samenleving in zijn geheel. Uit buitenlands longitudinaal onderzoek leren we dat elke euro die in de jeugdhulp geïnvesteerd wordt zich op termijn drie keer terugverdient.

Onze eis om het aanbod zowel kwantitatief als kwalitatief te versterken is dan ook legitiem. Waarop wachten we eigenlijk?

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen