Opinie

‘Sociale professionals moeten macht herverdelen’

Jan Van den Broeck

Verbinding en bewustwording alleen, zijn niet de sleutel voor geslaagde interculturele hulpverlening. Kruispuntdenken leert ons dat we veel verder moeten gaan. We hebben een verantwoordelijkheid om onze privileges in te zetten, te delen en indien nodig zelfs af te staan.

© Unsplash / Fernand De Canne

Aandacht en dialoog

In een recente bijdrage omschrijft Sarah De Bruyn aandacht en dialoog als sleutelwoorden voor geslaagde interculturele hulpverlening. Aandacht en dialoog maken verbinding en bewustwording mogelijk. Zonder deze kunnen hulpverleningsrelaties in interculturele contexten inderdaad niet succesvol zijn.

‘Met aandacht en dialoog zijn we nog maar halfweg.’

Hoewel beide de basishouding en het normatieve kompas van elke sociaal werker horen te bepalen, leert het kruispuntdenken ons dat we daarmee nog maar halfweg zijn.

Het gevaar van culturalisering

De auteur wijst in haar bijdrage op het gevaar van culturalisering. Dit gebeurt wanneer hulpverleners ‘cultuur’ benaderen als de enige verklaring van een probleem.

Intersectionaliteit of kruispuntdenken, kan hulpverleners bewustmaken van de gelaagdheid en veranderlijkheid van de eigen identiteit en die van hulpvragers. Of van de eigen referentiekaders, gevoeligheden en vooroordelen.

Terecht beklemtoont ze hoe kruispuntdenken hulpverleners bewust kan maken van de eigen privileges en machtspositie in de samenleving en in de specifieke hulpverleningsrelatie.

Kruispuntdenken gaat veel verder

Maar kruispuntdenken gaat veel verder. Het doel van intersectioneel werken ligt niet in de bewustwording van onze vele deelidentiteiten en hoe we deze meenemen in verschillende relaties.

Kruispuntdenken is, zoals De Bruyn ook aangeeft, een denk- en handelingskader dat macht en onderdrukking centraal stelt en analyseert. Deze mechanismen spelen zich af en versterken elkaar op kruispunten van identiteitskenmerken.

‘Privileges staan los van persoonlijke inspanningen.’

Man, wit, heteroseksueel, vrijzinnig. Deze kruispunten geven toegang tot de bevoorrechte posities van wat in onze samenleving als de normgroep geldt. We noemen dat privileges omdat deze bevoorrechte posities los staan van persoonlijke inspanningen en verdiensten.

Vrouw, donkergekleurd, homoseksueel, moslima. Op deze kruispunten worden mensen dan weer onderworpen aan verschillende onderdrukkingsmechanismen, zoals seksisme, racisme, homofobie, islamofobie.

Wetmatigheden van onderdrukking

Intersectionele analyses leggen de wetmatigheden van onderdrukking bloot die ervoor zorgen dat het in onze samenleving voor Jan gemakkelijker is dan voor Bilal en Tine. En voor Tine gemakkelijker dan Fatima. Voor Fatima zonder hoofddoek is het gemakkelijker dan voor Yasmina met hoofddoek.

Het is gemakkelijker voor Jan die heteroseksueel of cisgender is dan voor Tom die homoseksueel of transgender is. En Tom zal in het algemeen toch minder en andere drempels ervaren dan iemand met Congolese roots die ook homoseksueel is.

We moeten ons wél persoonlijk aangesproken voelen

“Wit privilege is een term die weerstand oproept. Als individu hoef je je echter niet persoonlijk aangesproken of schuldig te voelen”, schrijft De Bruyn.

Als mens en hulpverleners kiezen we inderdaad niet voor onze privileges. Maar, indien we ervoor kiezen om het kruispuntdenken als denk- en handelingskader te gebruiken voor hulpverlening, moeten we onze verantwoordelijkheid erkennen. Het kruispuntdenken spreekt ons wél persoonlijk aan op onze privileges.

Met schuld geraken we inderdaad nergens. Schuldgevoel kan misschien een begin zijn, doorgaans veroorzaakt het vooral stilstand. En de schuldvraag is niet de essentie. Ze is zelfs onbelangrijk.

Belangrijk is dat intersectionaliteit ons leert dat wij als sociale professional een dubbele verantwoordelijkheid hebben. Om te beginnen spoort het kruispuntdenken ons aan om ons bewust te worden van onze privileges en om deze ook te erkennen. Vervolgens zijn we verplicht om deze privileges actief in te zetten om de levenskwaliteit en kansen van mensen die onderdrukking ervaren te verbeteren.

Niet vrijblijvend

Als een intersectionele hulpverlening stopt bij de identificatie en bewustwording van meervoudige identiteiten en van privilege, macht en onderdrukking, dan kunnen we dit kader beter niet gebruiken. Dan zijn andere, meer beschrijvende kaders geschikter. Denk daarbij bijvoorbeeld aan superdiversiteit.

Half werk is namelijk geen werk en het doet dit uitermate emancipatorisch kader geweld aan. Het is immers gegroeid uit decennialange zwart-feministische strijd.

‘Kruispuntdenken wijst op verantwoordelijkheid.’

Verbinding en bewustwording alleen, zijn niet de sleutel. Een engagement met het kruispuntdenken is niet vrijblijvend. Kruispuntdenken blijft niet louter beschrijvend maar wijst expliciet op de verantwoordelijkheid van geprivilegieerden om hun privileges in te zetten, te delen of zelfs af te staan indien nodig.

Om nieuwe verhalen een plaats te geven, om ruimte te creëren, om zelf plaats te laten of tenminste de eigen positie te herdefiniëren. Om te erkennen wanneer de eigen expertise tekortschiet en om dan op zoek te gaan naar samenwerkingen en partnerschappen. Om op die manier macht, middelen en mogelijkheden te herverdelen.

Sector die worstelt met diversiteit

In een sector die blijft worstelen met diversiteit is dit gegeven essentieel. Een tijd geleden vertelde een Belgisch-Rwandese jonge vrouw me hoe ze lang op zoek was geweest naar hulp. In haar zoektocht was ze terecht gekomen bij verschillende witte hulpverleners. Ondanks dat haar hulpverleners blijk gaven van expertise en een empathische, open en respectvolle basishouding voelde ze zich niet geholpen. Haar kwetsuur bleef onveranderd voortbestaan.

‘Haar kwetsuur bleef onveranderd voortbestaan.’

Ze had het gevoel dat haar hulpverleners niet alle factoren die aan de basis lagen van haar kwetsuur in rekening namen. Ze beschreef hoe, onder andere op het kruispunt van haar huidskleur en vrouw-zijn, onderdrukkingsmechanismen ontstaan die kwetsuur veroorzaken waar witte hulpverleners moeilijk woorden voor vonden en hulpverleningsstrategieën voor konden ontwikkelen.

Uit deze ervaring trok ze twee conclusies. Enerzijds bleek het voor haar noodzakelijk om op zoek te gaan naar een hulpverlener die begrijpt hoe huidskleur een bepalende factor is in de verschijning en beleving van trauma en kwetsuur. Daarnaast concludeerde ze dat het voor de sector noodzakelijk is om vorm te geven aan een meer gekleurde hulpverlening.

Structurele ingrepen

Interculturele hulpverlening en sociaal werk in het algemeen, hebben nood aan structurele ingrepen die verbinding en bewustwording overstijgen. Er is een behoefte aan intersectionele analyses van hulpverleningspraktijken en organisaties. Deze vinden vandaag nog te weinig plaats.

‘Sociaal werk heeft nood aan structurele ingrepen.’

In onze opleidingen moet meer ruimte komen voor belevingsperspectieven van onderdrukking, zoals racisme, homofobie, islamofobie of validisme.Validisme of ableism is discriminatie of onderdrukking van mensen met een beperking.Docenten kunnen die nu doorgaans niet delen met hun studenten, simpelweg omdat ze deze niet of te weinig hebben. Op de werkvloer en in beleidsorganen zijn die expertise en perspectieven meestal ook afwezig. Ze vloeien dus ook moeilijk door naar de werkpraktijk.

Spreek- en machtsposities creëren

Kruispuntdenken spoort organisaties, praktijkwerkers, leidinggevenden, beleidsmakers en docenten in de sociale sector aan om zich bewust te worden van de eigen privileges. Het zet vooral aan tot het gebruiken, delen en afstaan van deze privileges. Om zo plaats te maken voor andere expertise en perspectieven en deze ook structureel te verankeren in de verschillende werkingen. Dit vertrekt uiteraard van een dialoog op basis van gelijkwaardigheid.

Maar er is dus meer nodig. Zo benadrukt Ella vzw dat we expliciet moeten inzetten op partnerschappen en kennisdeling. Dat we intersectionaliteit structureel moeten inbedden op alle niveaus van de organisatie. Dat we beleid en praktijken moeten ontwikkelen waarbij we ons expliciet richten op de minst geprivilegieerden. Dat we samen met hen spreek- en machtsposities moeten creëren. Alleen dan kan een hulpverleningspraktijk ook een intersectionele praktijk zijn.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.