Personen met een handicap willen inclusief wonen

Ze blijven niet bij de pakken zitten

Personen met een handicap hebben recht op een eigen woonplek. Dat inclusief wonen in de praktijk realiseren, is niet evident. Mensenrechtenorganisatie GRIP verzamelde getuigenissen die inspireren.

Inclusief wonen
Léticia en Jan ©Grip

Rechten realiseren

Nog te vaak leeft het idee dat je met een handicap best in een voorziening woont. Een grote instelling of een groepshuis, tussen andere mensen met een beperking. Dat idee heeft veel te maken met het feit dat onze samenleving nog niet helemaal klaar staat om personen met een handicap op een goede manier in de samenleving te laten wonen.

Toch hebben personen met een handicap het recht om te kiezen waar en met wie ze wonen. Dit recht staat beschreven in artikel 19 van het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. De uitdaging is dus om mensen kansen te geven om hun rechten waar te maken.

Getuigen en vertellen

Veel mensen met een handicap blijven niet bij de pakken zitten. Ze zoeken hun weg, ook al is dat vaak niet evident. Die getuigenissen komen niet zo vaak in beeld. Ten onrechte. Hun ervaringen geven aan waar we moeten aan werken om mensen met een handicap kansen te geven op inclusie.

“Stappen zetten naar onafhankelijkheid doe je niet zomaar.”

Hoe moeilijk dat is, hangt af van verschillende factoren. Stappen zetten naar onafhankelijkheid doe je niet zomaar. Uit de verhalen kan je afleiden welke sleutels of steun bij sommige mensen essentieel waren. Zij vertellen hoe inclusie in de dagelijkse praktijk mogelijk wordt, waar hefbomen en drempels liggen.

Dominiek woont nu alleen

Dominiek heeft een verstandelijke beperking. Hij woonde 39 jaar in een instelling. Vandaag woont hij alleen dankzij een steunnetwerk en een persoonlijk assistentiebudget (PAB), nu voor volwassenen omgezet in persoonsvolgend budget.

“Ik kan nu zelf beslissen wat ik doe. Ik sta op mijn eigen benen”, zegt Dominiek. “Mijn netwerk helpt me. Het is een groepje mensen dat regelmatig samenkomt om met mij beslissingen te nemen.”

“Ik sta op mijn eigen benen.”

Het steunnetwerk zorgt niet voor de dagelijkse ondersteuning. Daarvoor heeft Dominiek zijn persoonlijke assistenten. Met dienstencheques betaalt hij een poetshulp. Een bewindvoerder bewaakt dat de huur op tijd betaald wordt.

Bij het verhaal van Dominiek voel je hoe dit zelfstandig wonen, gecombineerd met de nodige ondersteuning, een boost geeft aan persoonlijke ontwikkeling. De assistenten van Dominiek helpen hem om zijn creatieve ideeën in realiteit om te zetten. Dominiek maakt films, ontwikkelt thematische spelen en gaat spreken voor scholen. Dominiek bepaalt in overleg met zijn assistenten welke ondersteuning ze geven.

Guny

Een belangrijke hefboom is dus de juiste ondersteuning. Dat blijkt ook uit de getuigenis van Guny.

Guny woont in een appartement. De grond waarop het gebouw staat, is van het OCMW. Het OCMW kreeg opdracht om er “iets mee te doen voor personen met een handicap”. De ouders van Guny hebben samen met een ander koppel de grond in erfpacht gekregen en er een appartementencomplex gebouwd.

“Dit is heel anders dan het leven in een instelling.”

Vijf appartementen zijn voorbehouden voor personen met een handicap. Er is een extra gemeenschappelijke ruimte voor ontmoetingen tussen de bewoners, als zij dit wensen. Maar iedereen heeft een eigen appartement. En iedereen heeft ook zijn individuele ondersteuning. Dit is heel anders dan het leven in een instelling.

“Ik trek mijn plan maar heb wel hulp nodig. Mijn persoonlijke assistent passeert hier elke dag. Als ik een vraag heb, kan ik bij haar terecht. Ze gaat met mij naar de winkel en ze controleert of ik het juiste bedrag heb teruggekregen want dat is voor mij moeilijk. Ze helpt mij bij het afwassen en stofzuigen. Ik kook zelf. Ik maak zelf mijn weekmenu. Als het nodig is, helpt mijn assistente me om een kookplan te maken.”

Opgenomen in de buurt

Goed wonen in een aangename buurt gaat veel verder dan een huis hebben en ondersteuning bij het wonen. Het is belangrijk dat mensen uit de buurt je kennen en dat je voldoende sociale contacten hebt.

Thomas woont bij zijn mama Katy. Zij ondersteunt hem intensief en zorgt dat bijkomende ondersteuning georganiseerd wordt.

Katy vertelt: “Het huis ligt dichtbij het centrum en het station. Er zijn veel sociale voorzieningen in de buurt. Thomas kent de buurt goed. Hij gaat bijvoorbeeld zelf naar de bakker of de frituur. Mensen op straat helpen hem spontaan om over te steken als het nodig is. Veel mensen uit de buurt kennen hem en zijn humor. Hij doet mensen op straat vertragen met zijn vraagjes of praatjes. Zijn vroegere kleuterjuf bijvoorbeeld woont in de straat en hij is daar kind aan huis.”

Nomadenhuis

Wat als zij die intensieve ondersteuning niet langer kan opnemen? Via het uitwerken van het ‘Nomadenhuis’ wil Katy voor haar zoon een omgeving creëren die ook kan blijven bestaan als zij er niet meer is.Dit kwam ook uitgebreid aan bod in Van Puyenbroeck, J. (2017), ‘Wie zorgt er voor mijn gehandicapt kind. Ouders werken zelf oplossingen uit’, Sociaal.Net, 2 maart 2017.

“Wat als ouders de ondersteuning niet langer kunnen opnemen?”

“Een veilige rust- en ontmoetingsplaats, een gastvrij huis waar verschillende mensen elkaar ontmoeten en samenleven, waar Thomas welkom is en op zijn tempo kan meedoen”, zo omschrijft Katy dit project.

Tweerichtingsverkeer

Bijzonder is de sterke visie dat het Nomadenhuis veel kan betekenen voor de buurt en haar bewoners. Het huis is verbouwd zodat mensen er autonoom kunnen wonen. Er zijn ook gemeenschappelijke ruimtes. Die ruimtes bieden mogelijkheden om heel diverse mensen te verwelkomen.

Katy zou er graag een warme ontmoetingsplek van maken. Ook voor mensen die niet overal welkom zijn, geïsoleerd zijn, hun draai niet vinden of aan wie Thomas en zijn entourage iets te bieden hebben.

“Het gaat over betekenisvol zijn voor elkaar.”

“Ik denk dan aan oudere mensen, nieuwkomers, mensen met psychiatrische problemen van een dagcentrum vlakbij, een huiselijke tussendoorplek voor jongeren. Het zou als een inclusieve opvangplaats kunnen dienen tijdens pedagogische studiedagen en verlofdagen voor kinderen van alleenstaande ouders die werken. Een puzzelclub, een kaartersclub, Monopolyclub… Thomas kan zich hierbij op zijn ritme aansluiten. Hij kan genieten van de sociale contacten die dit huis hem biedt.”

Dit project is nog in opbouw. De visie is heel uitnodigend. Het gaat niet alleen over het recht op inclusie van een individuele persoon. Het gaat ook over wederzijdse ontmoeting en betekenisvol zijn voor elkaar.

Wie gaat dat betalen?

Een woning toegankelijk maken op maat van personen met een handicap, impliceert vaak bijkomende kosten. De overheid betaalt een deel terug van sommige woningaanpassingen. Die aanpassingen zijn essentieel om goed te wonen.

“Vaak is toegankelijkheid een extra kost.”

Geert vertelt daarover: “Ik heb een lift laten zetten waar ik met mijn elektrische stoel in kan. Aan de deuren zitten speciale klinken waarmee ik de deur open kan doen. Via domotica kan ik de voor- en achterdeur en de deur van de WC bedienen. Ik kan ook via de afstandsbediening het licht aan en uit doen en de rolluiken bedienen. Er is veel mogelijk met domotica.”

Woningaanpassingen worden in de praktijk vaak deels betaald uit het eigen inkomen. “Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap heeft de kostprijs van de aanpassingen voor de helft betaald en ik heb de andere helft betaald”, stelt Geert. Bij noodzakelijke woningaanpassingen gaat het soms over grote kosten die, zeker bij een beperkt inkomen, sterk doorwegen.

Uit eigen zak

Ook kosten voor ondersteuning worden soms niet helemaal gedekt. Geert getuigt dat hij elk jaar 10.000 euro bijlegt voor persoonlijke assistentie. Ook al zit hij in de hoogst mogelijke budgetcategorie van het vroegere PAB, ze volstaat niet.

“Geert legt 10.000 euro bij voor persoonlijke assistentie.”

Door de hervorming naar een persoonsvolgend budget, kan Geert nu een budgetverhoging aanvragen. Maar er is geen enkele duidelijkheid over wanneer hij effectief een hoger budget zal krijgen. Hij heeft momenteel enkel recht op een plaats op de wachtlijst. Hij vreest voor de dag dat het hem financieel niet meer lukt en is bang alsnog naar een voorziening te moeten gaan.Recent onderzoek besteedt aandacht aan deze beleving: Kostet, I., e.a. (2017), ‘Hoe beleven personen met een handicap persoonsvolgende financiering? Hoge verwachtingen, financiële zorgen’, Sociaal.Net, 2 december 2017.

Prijs van de handicap

Die kosten zijn geen fait divers. Want personen met een handicap hebben vaak een zwakke inkomenspositie. Soms leven zij van een uitkering en die ligt meestal onder of tegen de armoedegrens. Of het inkomen is beperkt omdat ze door hun handicap slechts deeltijds werken.

Toch moeten ze levenslang uit eigen inkomen putten voor zaken die met hun handicap te maken hebben. Dat kan bijvoorbeeld gaan over allerlei hulpmiddelen maar ook over zorg en ondersteuning of extra kosten voor vervoer.

“Mensen met een handicap kunnen moeilijker een woning kopen.”

Ook mensen die voltijds werken en een gemiddeld inkomen hebben, zien hun financiële draagkracht verminderd omwille van de handicap. Ook zij moeten een deel van de structurele en langdurige meerkosten ophoesten.

Dat heeft gevolgen voor hun woonsituatie. Mensen met een handicap kunnen moeilijker een woning kopen. Dat beperkt hun kansen om te wonen in de maatschappij.

Discriminatie op de huurmarkt

Naast de belangrijke problematiek van de hoge huurprijzen en het niet afstemmen op het inkomen of de ontoegankelijkheid van bestaande woningen, blijft ook discriminatie op de huurmarkt een realiteit.

Léticia getuigt: “Niet alleen mensen met een buitenlandse achternaam maar ook mensen met een beperking worden niet op gelijke voet behandeld. Haar partner Jan ging op zoek naar een woning en kwam bij een immokantoor terecht. Dat deed moeilijk over het feit dat zijn inkomen uit een sociale tegemoetkoming bestaat. Zelfs toen de verhuurder daar geen probleem van maakte, eiste het immokantoor dat er iemand voor Jan borg stond. Dat eisen ze niet van andere huurders en dat is discriminatie.”

Banken doen moeilijk

Ook personen met een handicap die voldoende financiële draagkracht hebben om een woning te kopen, botsen op drempels.

“Je moet geluk hebben als je een lening mag afsluiten.”

Je moet geluk hebben als je een lening mag afsluiten, zo vertellen Jan en Léticia. “Banken zouden meer flexibel moeten zijn. Zo zouden ze voor een lening niet alleen oog moeten hebben voor je loon, maar ook voor andere inkomsten. Als iemand genoeg spaargeld heeft, een vast inkomen uit een tegemoetkoming en niet gekend is als wanbetaler, dan zou die persoon recht moeten hebben op een woonkrediet en een schuldsaldoverzekering”, vindt Jan.

De weg vooruit

Heel veel randvoorwaarden om wonen in de samenleving mogelijk te maken, zijn nog niet vervuld. Door intensief te werken aan het verlagen van drempels en te investeren in hefbomen, kunnen we opschuiven in de richting van een inclusieve samenleving. Anders sluiten we sommige mensen a priori uit van essentiële mensenrechten. Dan wordt inclusie een recht van sommigen.

Door goed te luisteren naar mensen met een handicap bij wie inclusie lukt, kunnen we vanuit een positief perspectief aan de randvoorwaarden gaan werken. Dan zullen mensen meer kansen krijgen en grijpen om stappen naar inclusief wonen te zetten.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen