Opinie

Ook sociaal werk kan verkeerde keuzes maken

Over heilige koeien op slappe poten

Lieven Deloof

In de uitgelezen subjectieve stiel van hulpverlening en sociaal werk is het evident dat we objectiviteit als hoogste goed moeten nastreven. Maar we zijn vergeten dat elke objectiviteit een amputatie van de volle werkelijkheid is. Hoog tijd dus voor een ommekeer.

Omdat het moet

Het beleid van socialprofitondernemingen wordt ingevuld vanuit de mainstream-gedachte dat cijfers en rapporten bewijzen zijn, dat kwaliteit in een handboek past en dat we ons op de kaart moeten zetten door publiciteit en etalagewerk. Vooral voor Vlaams minister van Welzijn Vandeurzen proberen we de beste leerling van de klas te zijn.

‘Cijfers en theorieën hebben het van ons overgenomen.’

Cijfers en theorieën hebben het overgenomen. We zijn tevreden met onze rol als uitvoerders van voorschriften. Fusies, de macht van het grote getal: het moest en zou gebeuren. Een omslachtig en gebruiksonvriendelijk registratiesysteem, een telraam: het moet. Pleidooien die er ons warm voor maken, zijn nergens te bespeuren. Ook directies hebben hun enthousiasme ingewisseld voor dwingende taal. ‘Omdat het moet’, uit schrik voor slinkende subsidies.

Voordelen

Zien we dat allemaal niet te zwart in? Fusies bijvoorbeeld hebben toch ook voordelen? Op vlak van directie, logistiek of administratie worden krachten gebundeld en lopen mensen elkaar minder voor de voeten. Door op dat organisatieniveau efficiënter te knippen en te plakken, komt er meer ruimte vrij voor de werkvloer. Dat is toch prima, want de kerntaak van sociaal werk ligt in de contacten met cliënten. Het beleid van een organisatie moet enkel zorgen dat die contacten zo goed mogelijk verlopen.

Maar in de praktijk wordt die relatie omgekeerd: de werkvloer staat in functie van de organisatie. Wij hielden aan de fusie vijf directiefuncties over en het organisatorisch waterhoofd zwol verder aan met enkele staffuncties die hard werken. Alleen is niet duidelijk wat die juist doen. Vervreemding dus, of noem het ‘ontmenselijking’, zoals Ivan Illich dat 50 jaar geleden al profetisch beschreef.

Hoe groter de organisatie, hoe groter de vervreemding. Maar daar hebben we wat op gevonden: samenwerken. Overleg, vergaderingen, werkgroepen en denktanken moeten ervoor zorgen dat beleid en werkvloer voeling met elkaar houden. Dat vraagt veel communicatie die in het beste geval over cliëntenwerk gaat. Maar hoeveel tijd blijft er over om samen met cliënten aan de slag te gaan? Van samenwerken naar samen werken.

Eenheidsworst

Een ander mogelijk voordeel van fusies: creëren van meer éénduidigheid en herkenbaarheid. Maar welke meerwaarde heeft een goed herkenbare eenheidsworst in een hoogst subjectieve en persoonsgerichte stiel als sociaal werk? En is dat geen belediging aan het adres van onze cliënten? We moeten ons werk eenvoudig en duidelijk voorstellen omdat ze anders in de war geraken, te dom zijn dus. Cliënten zijn niet simpel, maar verwachten simpele dingen: zich in een gesprek goed beluisterd weten, dat het klikt en dat ze er iets aan hebben. Al die eenheidsworst zal hen dus worst wezen.

‘Ik ken geen twee hulpverleners die op dezelfde vraag hetzelfde antwoord geven.’

Ik ken geen twee hulpverleners die op dezelfde vraag hetzelfde antwoord geven. Hoe groot het evangelie van scheidingsbemiddeling ook mag zijn, ik ken geen twee bemiddelaars die krek dezelfde weg bewandelen. Nastreven dat het voor cliënten geen verschil maakt of ze bij deze of gene hulpverlener terecht komen, is een domme illusie die ons vak compleet ontzenuwt en ontmenselijkt.

Binnen de lijntjes

De hulpverlener die met z’n volle subjectiviteit in het gesprek aanwezig durft zijn, brengt veel meer teweeg dan de hulpverlener die als een chirurg volgens een voorgeschreven methodische weg een probleem aanpakt. Zo’n sociaal werker was beter laborant of boekhouder geworden. Toch blijven we volop investeren in het zoeken en vastleggen van algemeen geldende hulpverleningsregels. Wanneer en hoe mogen we een attest schrijven? Onder welke voorwaarden werken we deontologisch verantwoord? En ondertussen mogen we vooral niet vergeten om de cyclus vraagverheldering-handelingsplan-evaluatie mooi te volgen.

‘Wantrouwen domineert in een vak dat staat of valt met vertrouwen.’

We moeten ons langs alle kanten indekken tegen claims. In een gesprek met een cliënt beginnen we met een uitleg over klachtenprocedures. En tussendoor vragen we ook nog toestemming om persoonsgegevens op te slaan, want anders is hulp eigenlijk niet mogelijk. Wantrouwen domineert in een vak dat staat of valt met vertrouwen.

Van tellen naar vertellen

Blijkbaar moeten we al die nefaste meanstream-overtuigingen braaf volgen. Daardoor amputeren we zelf ons werk en zijn we straks gegarandeerd overbodig. Het vergt moed om het tij te keren. We moeten de durf hebben om opnieuw te vertellen in plaats van te tellen. Gelukkig staan we niet alleen in die omkeer. Ook de wereld verandert. Vlaanderen ontdekt LETS,LETS staat voor ‘Local Exchange and Trading System’. In Vlaanderen spreekt men over ‘lokaal uitwisselingssysteem’.het systeem waar mensen op vrijwillige basis spullen, tijd en kennis uitwisselen. En in de Gentse Rabotwijk kan je met Torentjes een volkstuintje verwerven. Na de Kringwinkels rijzen steeds meer repair-cafés op, meer Fairtrade en meer bio, meer maaltijdoverschotjes die je via internet in de buurt voor één euro kwijt kunt, autodelen en cohousing. We vinden de weg terug, back to basics. Op mensenmaat.

‘Moed en durf moeten ons een stevige por in de rug geven om het anders en beter te doen.’

Op het eigen vakterrein werkt vzw Touché in Gent al zeven jaar zonder subsidies voor (ex-)gedetineerden. In Antwerpen, Gent en Ronse vangen Therapeuten voor Jongeren (Tejo) kosteloos jongeren op omdat ze door de dodende wachtlijsten van de geestelijke en gesubsidieerde gezondheidszorg anders in de kou blijven staan. Hoe lang zal het duren vooraleer Tevo op de markt komt ? Want voor volwassenen zijn de wachtlijsten al even dodend. Pas nog gooide een collega haar CAW-kap over de haag om op basis van gift-economy zelfstandig te beginnen. Het gaat haar en haar cliënten voor de wind. Al die moed en durf moeten ons een stevige por in de rug geven om het anders en beter te doen.

Reacties [2]

  • Bart Renaer

    Prachtig stukje, met voor mij terechte vragen bij hoe we onze hulpverlening managen! Knap!
    Ikzelf geloof ook niet in het grote fusieverhaal, ik geloof wel in samenwerking tussen diensten, tussen teams. En samenwerking vertrekt voor mij bij teams die – effectief – kunnen staan voor wie ze als groep willen zijn. Samenwerking vertrekt voor mij bij teams die weten wat ze willen, en daar durven voor staan.
    Persoonlijk geloof ik dan heel erg in kleine teams die op zich kunnen bestaan en vanuit hun eigen, onafhankelijke werking samenwerkingsverbanden kunnen aangaan. Dit gekruid met een gezonde dosis sociaal ondernemerschap.
    Dank je trouwens ook voor de voorbeelden die je hiervan geeft! Het geeft de burger moed.

    Bart Renaer
    http://www.AndersSamen.be

  • Wederik

    Beetje jammer dat hier vanalles op een hoop wordt gegooid: registratiesystemen, protocollen, Q-handboeken, …
    Ik ben het er mee eens dat we niet moeten streven naar eenheidsworst en dat we ‘met onze volle subjectiviteit in het gesprek aanwezig moeten zijn’ zoals je zo mooi zegt. Maar dat sluit niet uit dat we daarnaast -op een gebruiksvriendelijke en vooral ‘goed benutte’ manier- cijfers proberen verzamelen die ons heel wat kunnen leren.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.