Opinie

‘Laat jongeren gespaard blijven van dakloosheid’

Leen Ackaert

Jongeren die de jeugdhulp verlaten, vinden moeilijk een woning. Ook een kot huren, werd moeilijker. Leen Ackaert van het Kinderrechtencommissariaat kaart dit aan.

jongvolwassen en dakloos

© Unsplash / Timothy Eberly

Maria en Rachid

Ik zal mijn interview met Maria en Rachid nooit vergeten. Ze wilden hun ervaringen delen met het Kinderrechtencommissariaat. Eén doel hadden ze voor ogen: laat andere kinderen gespaard blijven van wat zij meemaakten.

‘Het pad naar volwassenheid is moeilijk.’

Toen ik haar sprak woonde Maria in een sociale huurwoning in het Brusselse Ganshoren. Ze is een alleenstaande moeder. In haar jeugd verbleef ze in verschillende jeugdhulpvoorzieningen. Daar liep ze vaak weg. Op haar achttiende zei de jeugdrechter dat ze kon gaan. Het OCMW betaalde een hotelkamer. Ze werd zwanger. Daarna vond ze opvang in de vrouwenopvang.

Rachid verbleef nog in de jongerenopvang in Antwerpen. Zijn moeder had hem aan de deur gezet. Er waren problemen met zijn stiefvader. Voor de jongerenopvang leefde hij op straat. Soms kon hij bij vrienden logeren. Rachid was naarstig op zoek naar werk en een eigen huis. Die zoektocht liep moeilijk. Hij botste op een onbetaalbare huurwaarborg en discriminatie omwille van zijn naam en OCMW-leefloon.

Pad naar volwassenheid

Maria en Rachid personaliseren voor mij de getuigenissen uit ‘Sur Ma Route’ van Cachet vzw. Cachet is een organisatie door en voor jongeren met een ervaring in de jeugdhulp.

Het pad naar volwassenheid is voor jongeren die de jeugdhulp verlaten of die plots alleen komen te staan moeilijker dan voor andere jongeren. Ze moeten alles tegelijk doen. En vaak helemaal alleen.

Ze proberen zich staande te houden. Vaak zonder ondersteunend netwerk, zonder stabiele verblijfplaats, met financiële moeilijkheden, psychische problemen en amper een diploma.

Jongvolwassenen die geen thuis vinden

Later kwam ik nog Maria’s en Rachids tegen.

Soms bedelend in het metrostation. Soms aan de telefoon wanneer zijzelf of hun begeleider de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat bellen. Soms in statistieken op studiedagen. Soms in de Commissie Welzijn van het Vlaams Parlement.

Begin dit jaar, op 9 januari om precies te zijn, organiseerde de commissie een hoorzitting over verplichte jeugdhulp bij overgang naar meerderjarigheid.

Twee jongeren van Cachet vertelden aan de commissieleden over hun moeilijke zoektocht naar werk, opleiding, hulp bij hun administratie, een betaalbare woning, een netwerk nadat ze de jeugdhulp moesten verlaten bij meerderjarigheid.

Schuldgevoelens eens je een thuis hebt?

Een van de jongeren had sinds kort een sociale huurwoning. Hij vertelde het in de commissie met enige schroom. Hij schaamde zich: “Ik voel me schuldig”, zei hij. “Ik heb mijn sociale woning eerder gekregen dan het gezin met kinderen dat voor mij op de wachtlijst stond.”

Jan Bosmans, beleidsmedewerker bij het Vlaams Welzijnsverbond zat naast me. Hij fluisterde me toe: “Dit is toch wel zeer pijnlijk.”

‘Ik wring me tussen de schaarste aan middelen.’

Ik beaamde zijn opmerking. Het is inderdaad pijnlijk te horen hoe een jongen die net meerderjarig is, die alles alleen moet regelen, die alleen moet zorgen voor een inkomen, die droomt om te kunnen verder te studeren en die het veel moeilijker heeft dan andere jongeren, zich schuldig voelt omdat hij krijgt waar hij recht op heeft.

De jongere was van mening dat een gezin met kinderen er meer recht op had.

Wooncrisis

De voorbije jaren kreeg ik af en toe de kans om op het terrein het dossier ‘(N)ergens kind aan huis. Dak- en thuisloosheid vanuit kindperspectief’ toe te lichten voor publiek. In dit dossier pleit het Kinderrechtencommissariaat voor meer aandacht voor kinderen en jongeren in het Vlaamse woon-, dak- en thuislozenbeleid.

Een van onze voorstellen is het openstellen van Housing First-projecten voor andere zeer kwetsbare groepen, zoals alleenstaande dakloze moeders met een complexe problematiek.

Ik sta achter deze beleidsvraag, maar wel met enige schroom. Niet omdat ik ze onterecht vind. Neen, deze moeders en kinderen hebben dringend nood aan een woning en intensieve begeleiding. Wel omdat ik hiermee aanklop bij Housing First, een project dat al kampt met een financieel tekort en sterk afhankelijk is van een bereidwillige overheid om het te financieren.

Tekort aan middelen

Ik wring me tussen de schaarste aan sociale overheidsmiddelen en riskeer een stuk van de reeds zeer kleine taart weg te pikken. Het voelt alsof ik de ene zwaar problematische groep vergelijk met de andere, terwijl dat iedere minder- en meerderjarige mens in nood er recht op heeft.

Is dit het resultaat van een tekort aan overheidsmiddelen en een toenemende vraag naar steun? Terwijl iedereen recht heeft op een kwaliteitsvolle opvang en huisvesting wanneer ze dak -en thuisloos zijn. Gezinnen, mannen, vrouwen en jongeren moeten kunnen rekenen op voldoende overheidsinspanningen om deze rechten waar te maken.

Gemiste kans

Eind vorig jaar schreef het Kinderrechtencommissariaat op eigen initiatief een advies bij het eerste Vlaams Woninghuurdecreet. Samen met andere organisaties betreurden we de verhoging van de huurwaarborg naar drie maanden, en het gebrek aan aandacht voor woningkwaliteit en discriminatie.

We maakten amendementen over die bruggen legden tussen uithuiszetting, woonbegeleiding en het belang van kinderen. En we kaartten aan dat de sociale en maatschappelijke functie van de private huurmarkt sterker moet worden uitgebouwd. Dit zowel voor kansarme gezinnen als de Maria’s en Rachids onder de jongeren.

‘Het woninghuurdecreet had het verschil kunnen maken.’

Een voorbeeld daarvan is kotverhuur. Het woninghuurdecreet garandeert dat twee maanden huurwaarborg volstaan voor een kot en dat studenten gemakkelijker kunnen onderverhuren wanneer ze bijvoorbeeld op Erasmus gaan. Goed nieuws.

Alleen kunnen jongeren die de jeugdhulp verlaten, maar ook niet-begeleide minderjarigen of jonge alleenstaanden die willen verder studeren, geen kot meer huren. Zij hebben immers geen andere hoofdverblijfplaats dan hun kot.

Als ze deze kamer toch willen huren, zullen ze dus een huurcontract moeten sluiten voor een hoofdverblijfplaats. Dat kan als de verhuurder daarmee akkoord gaat. Hoe dan ook zullen ze dan drie maanden huurwaarborg moeten betalen. Het alternatief is dat ook deze groep kwetsbare jongvolwassenen moet aankloppen op de reeds zeer krappe markt van kleine, betaalbare appartementjes. Zeer pijnlijk.

Waarom maakte de Vlaamse overheid hier niet dat kleine verschil voor jongeren die de jeugdhulp verlaten?

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.