Kwetsbare mensen moet je vooral doen schitteren

Sociaal-artistieke initiatieven zoeken mee naar verbinding

Veel sociale professionals zitten, net als hun cliënten, te lang in overlevingsmodus. Beide partijen lijden hier onder. Het kan ook anders. Gepensioneerd docente sociaal werk Dinora De Waele neemt ons mee naar de plekken waar ze inspiratie, hoop en kracht vindt.

ervaringsdeskundigheid
©Jon Tyson / Unsplash 

Waar vind ik iemand die naar me wil luisteren?

Volgens de Franse socioloog Gérard Creux zijn sociaal werkers onderworpen aan een stevige institutionele logica. Ze zijn de technici van de sociale markt geworden. Bovendien blijkt het sociaal werk niet te ontsnappen aan onze cultuur van de snelheid. Sociaal werkers moeten onmiddellijk antwoorden vinden op de complexe problemen waar ze samen met cliënten tegenaan lopen.

“Er is een verschil tussen missie en praktijk.”

In een onderzoek bevroeg deze Franse onderzoeker 30.000 sociaal werkers.Creux, G. (2009), Pour une analyse conduite artistiques de travailleurs sociaux en milieu professionel, Besançon, Université de Franche-Comté.Van die grote groep stelt 71% vast dat er een verschil is tussen hun missie en hun praktijk. De helft is ervan overtuigd dat er geknabbeld wordt aan de verantwoordelijkheden die hen toevertrouwd worden. Er wordt ook meermaals verwezen naar het gebrek aan middelen. Dat zorgt voor kale werkomstandigheden. Opvallend in zijn onderzoek is dat cliënten systematisch vragen aan sociaal werkers: “Waar vind ik iemand naar me wil luisteren?” 

Plezier in het werk

Sociaal werkers willen die institutionalisering en rationalisatie doorbreken. Dat kan met kunst. Volgens Creux werkt een artistieke invalshoek vernieuwend. Ze draagt bij aan transformatie van sociaal werk. Sociaal werkers bevestigen: wanneer je een halve dag per week met kunst bezig bent, heeft dit een positief effect op de hulpverleningsrelatie. Deze werkvorm versterkt de emotionele band tussen sociaal werker en hulpvrager.Goris, P. en De Waele, D. (2018), ‘Zonder kunst was ik nu dood. Nieuwe wegen na psychiatrie’, Sociaal.Net, 15 maart 2018.

Sommige sociaal werkers ontdekken sociaal-artistieke projecten als een verademing. Het geeft weer zuurstof aan hun job. Andere gaan er dagelijks mee aan de slag en zien het als DNA van hun sociaal werk.

Het luik ‘plezier, emotie en passie’ is essentieel in het artistiek handelen van de sociaal werker. Het is opvallend dat de sociaal werkers het plezier in de sociaal-artistieke praktijk vooropzetten. Dit wordt nog versterkt indien het project naar een voorstelling of tentoonstelling toe werkt.

Deze sociaal werkers moeten soms opboksen tegen een soort jaloezie van hun collega’s. “Jij amuseert je, wij werken”. Alsof plezier hebben bij je werk, niet mag…

Tijd en middelen

Dat neemt niet weg dat de context waarin sociale professionals moeten werken, niet altijd rooskleurig is. En dat bepaalt hun gedrag. Zo beschrijven ook Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir in het boek ‘Schaarste’ hoe een langdurig gebrek aan geld en tijd het gedrag van mensen stuurt. Sommige sociale professionals hebben dus meer gemeen met kwetsbare cliënten dan ze op het eerste zicht denken.

“Ik zie schitterende sociaal werkers afhaken.”

Wie bijvoorbeeld vorming geeft aan sociale professionals stelt vast hoe ze voortdurend moeten vechten tegen tijd en middelen. In organisaties waar macht niet of te weinig gedeeld wordt of waar visieverschillen naast subtiele machtsmechanismen spelen, zie ik schitterende sociaal werkers afhaken. Ze veranderen van functie of organisatie, sommigen scholen zich om. Ze stappen in een andere job, waar ze hopen tijd en ruimte te hebben om echt naar mensen te luisteren.

Wat brengt de toekomst?

Is deze crisis van schaarste iets van alle tijden? Zitten we op een scharniermoment of zijn we echt niet goed bezig? Na de agrarische periode volgde de industrialisering, de opflakkering en ontmanteling van de dienstensector, de digitalisering met haar mogelijkheden en haar drama’s, de globalisering en het geweld, de uitbuiting en de vluchtende mensen en de vernietiging van milieu en natuur in dienst van het geld. Wat brengt de toekomst?

“Zitten we op een scharniermoment?”

Zal de jonge generatie bachelors in het sociaal werk vanuit een fris optimisme de ziel van de stiel bezitten om de toenemende complexiteit van problemen te counteren? Zullen ze de hulpvragers ten volle tot hun recht en aan hun rechten laten komen? Brengen de masters in het sociaal werk vernieuwing en verdieping? Wat zullen zij toevoegen aan de hulpverlening? Of verliezen ze snel de voeling met de dagelijkse realiteit en plooien ze voor de logica van het managementdenken? Zullen overtuigde sociaal werkers uit liefde voor het vak blijven hard werken, vijftig uur per week in de vuurlinie tot de burn-out nabij is?

En toch. Het besef dat we allen één zijn, dat alles met alles samenhangt, dat verontwaardiging een goede grondhouding is, dat elke mens iets waardevols te bieden heeft en dat kwetsbaarheid zich kan omzetten in kracht, biedt hoop.

Actieve hoop

Die actieve hoop staat ook centraal bij Joanna Macy, ooit een uitgeputte milieuactiviste en nu een wereldvermaarde ecofilosofe. Er liggen avonturen in het verschiet, er zijn krachten te ontdekken én vrienden om samen mee te strijden.Macy, J. and Johnstone, C. (2016), Actieve hoop. Hoe de chaos onder ogen zien zonder gek te worden, Geraardsbergen, Waerbeke.

“Een culturele omslag vertrekt vanuit vertrouwen.”

Zij creëerde een theoretisch kader en een krachtgerichte methodiek voor persoonlijke en sociale verandering. Haar werk helpt om de wanhoop en apathie over de sociale en ecologische crisis om te buigen naar constructieve gezamenlijke actie. Er is een culturele omslag nodig die vertrekt vanuit vertrouwen en zelfvertrouwen, vindt ze. 

Samenleving organiseren

Maar deze culturele omslag zullen we niet van achter ons beveiligd bureau realiseren. Hoe we onze samenleving organiseren, is de corebusiness van cultuur. De professionaliseringsgolf heeft de samenleving grondig veranderd. De toenemende complexiteit van de samenleving is zowel gevolg als oorzaak van die professionalisering. Hoogopgeleide, dure specialisten hebben de leiding in handen in veel domeinen. Intussen neemt de kloof tussen rijk en arm, tussen hoog- en laagopgeleid, tussen gezond en ziek toe.

“Verbinding is levensnoodzakelijk.”

Verbinding en empowerment zijn levensnoodzakelijk. Onderzoeksters Kristel Driessens en Tine Van Regenmortel schreven: “Maatschappelijke instellingen die krachtgericht werken en een appel doen op het psychologisch kapitaal van personen die in armoede leven en hun omgeving, helpen de armoedekloof te overbruggen.”Driessens, K. en Van Regenmortel, T. (2006), Bind-Kracht in armoede, Tielt, Lannoo.Zo zijn er al heel wat initiatieven waarin mensen in kwetsbare situaties het voortouw nemen, samen met professionals en vrijwilligers. 

Oprechte samenwerking

In het sociaal werk wordt vanuit verschillende perspectieven gewerkt aan dezelfde uitdagingen. Soms wordt naast elkaar gewerkt, soms wordt er samen gewerkt. Maar echt samenwerken blijft heel moeilijk. Hier is het verschil tussen ‘samen werken’ en ‘samenwerken’ belangrijk. In de Franse taal wordt het nog duidelijker, ‘coopérer’ vergt een intensievere actie dan ‘travailler ensemble’.

Wanneer we erin slagen om samen met collega’s en samen met de mensen om wie het gaat, te vertrekken vanuit het ‘niet-weten’ staan we op gelijke voet en hebben we verbinding. Dit is noodzakelijk om tot oprechte samenwerking te komen.

Wat we leren van de bomen

Duits succesauteur en bosbeheerder Peter Wohlleben stelde vast dat een bos er geen belang bij heeft om zwakkere leden te verliezen.Wohlleben, P. (2016), Het verborgen leven van bomen, Munchen, Lev.Want dan zouden er alleen maar gaten ontstaan die het microgevoelige klimaat met zijn schemerlicht en zijn hoge luchtgevoeligheid verstoren.

Uit onderzoek blijkt dat de bomen zo op elkaar ingesteld zijn dat ze allemaal dezelfde prestatie leveren. Los van het feit of de grond nu steenachtig is of heel los, veel of nauwelijks water opslaat, veel voedingstoffen krijgt of op dieet staat.

“Bomen compenseren onderling zwakke en sterke punten.”

Des te verbazender is dat het onderzoek aantoonde dat bomen onderling zwakke en sterke punten compenseren. Hoe dun of dik ze ook zijn, alle soortgenoten produceren per blaadje met behulp van het licht evenveel suiker.

De compensatie gebeurt ondergronds via de wortels. Daar vindt kennelijk een levendige uitwisseling plaats. Wie veel heeft, levert in, arme sloebers krijgen hulp. Daarbij worden schimmels ingeschakeld, die met hun enorme netwerk als een gigantische verdelingsmachine functioneren. Dat doet een beetje denken aan ons systeem van sociale voorzieningen.

Sterke buren helpen

Onderzoekers uit Lübeck ontdekten dat een beukenbos waarvan de bomen dicht bij elkaar staan, productiever is. Ze verdelen de voedingsstoffen en het water optimaal onder elkaar zodat elke boom maximaal kan groeien. Als er bomen geveld worden, blijven er kluizenaars over wiens contactpogingen op niets uit lopen. Tijdelijk groeien ze beter en zijn ze fit. Maar toch leven ze niet lang, want een boom kan maar zo goed zijn als het bos rondom. Ze gaan achteruit en vallen ten prooi aan insecten en zwammen.

Het welzijn van bomen hangt af van de gemeenschap. Als vermeend krachteloze bomen verdwijnen, gaan ook de anderen achteruit. Omgekeerd zullen bomen waarvan de bast op een meter hoogte verwijderd wordt om ze te laten afsterven, geholpen worden door intacte buren. Ondergronds nemen zij het werk over, waardoor de gekortwiekte bomen, tegen alle verwachtingen in, toch overleven.

Nieuwe verbindingen maken

Laat ons aan de basis een beweging op gang trekken. Samen met mensen in kwetsbare situaties. Een beweging waarbij zij nog veel meer dan nu hun vaardigheden kunnen inzetten, hun competenties aanscherpen en nieuwe netwerken en vriendschappen ontwikkelen.Bogaerts, N. (2018), ‘Ervaringsdeskundigen willen herstel. Bondgenoten voor andere geestelijke gezondheidszorg’, Sociaal.Net, 28 mei 2018.

“Ervaringsdeskundigen worden sterke partners.”

We kunnen hen stimuleren om identiteitsverwervende rollen in de samenleving op te nemen. Het mag duidelijk zijn dat het hier gaat over valoriserende rollen en niet om rollen die hen degraderen tot tweederangsburgers. Want die hebben ze in hun leven al te vaak moeten opnemen.

De ervaringsdeskundigen nemen bijvoorbeeld de rol op van toeleider, luisterend oor, klankbord voor sociaal werkers, buddy in welzijn of ambassadeur voor cultuur. Ze worden sterke partners waarvan we veel kunnen leren: het belang van rust creëren, ruimte scheppen voor proberen, fouten mogen maken, kleine stapjes waarderen, tempo laag houden, keuzemogelijkheden inbouwen en eigen vanzelfsprekendheden onder de loep nemen.Stubbers, K. (2018), ‘Ervaringsdeskundigen in de geestelijke gezondheidszorg. We zijn veel meer dan goedkope vrijwilligers’, Sociaal.Net, 1 maart 2018. 

Ervaringsdeskundigen zijn er in alle soorten en gewichten. Ze laten zich niet opsluiten in een of andere sector. Er zijn ervaringsdragers zoals bepaalde (ex-)OCMW-cliënten die al een traject liepen en ervaring willen delen. En er zijn de ervaringsdragers die elders competenties hebben verworven zoals Bind-Kracht coaches, actieve vrijwilligers in de armoedeverenigingen, opbouwwerkprojecten en sociaal-artistiek werk, alsook kunstenaars die een artikel 60 traject aflegden en zelf multiplicator worden.Goris, P. (2017), ‘Ik zou de rijken minder rijk maken. Creatieve ex-dakloze bestrijdt armoede met kunst’, Sociaal.Net, 12 december 2017. 

Cultuur bevordert welzijn

De sociale sector en de cultuursector hebben als gemeenschappelijk doel het welzijn van mensen te verhogen. Na een goede gezondheid was tewerkstelling vroeger de tweede belangrijkste welzijnsindicator. Dat evolueerde. Inmiddels blijkt dat deelnemen aan cultuur en actieve creatieprocessen de tweede belangrijke welzijnsindicator is.Elkhuizen, S., Gielen, P., e.a. (2014), De waarde van cultuur, Brussel, Socius.

“Deelnemen aan cultuur is een belangrijke welzijnsindicator.”

Vanuit dit perspectief leggen we in de Kempen verbindingen tussen OCMW’s en cultuur- en kunstenorganisaties. Dat gebeurt vanuit een samenwerkingsproject van Welzijnszorg Kempen, de Thomas More opleiding Sociaal Werk en het cultuurcentrum De Werft. Via het project ‘Kempen koestert kunstenaars’ worden kunstenaars die een leefloon ontvangen, begeleid naar een actieve loopbaan als kunstenaar of muzisch begeleider.

Nieuwe rollen creëren

Sociaal-artistieke organisaties zijn sleutelorganisaties. De trajectbegeleiders in de OCMW’s en de kunstenaars en sociaal-artistiek werkers hebben hier troeven in handen. En ze zien de resultaten. Sommige kunstenaars hebben intussen een eigen vzw opgericht en werken nu op hun beurt met mensen in kwetsbare situaties. Anderen hebben een deeltijdse job gevonden als ervaringsdeskundige. Nog anderen werken als zelfstandig kunstenaar.

“Ook de minister heeft de boodschap begrepen.”

We moeten nieuwe rollen creëren om het creatief, sportief, artistiek talent in te zetten. Met inkanteling van de OCMW’s in de gemeenten is het uitgelezen moment aangebroken om mensen in kwetsbare situaties deel te laten hebben in culturele, sportieve en sociale organisaties in de gemeenten. Via deze weg vinden we cultuurambassadeurs die de belangen van hun achterban binnenbrengen in cultuurhuizen, bibliotheken en sportcentra en daar aan de slag kunnen gaan als ervaringsdeskundigen.

Over het muurtje kijken

Ook Vlaams minister van cultuur Sven Gatz heeft die boodschap begrepen. Hij mikt op de samenwerking tussen culturele spelers, kunstenaars, artiesten, cultuurhuizen, erfgoedspelers, het sociaal-cultureel volwassenenwerk, de wereld van de wetenschap, technologie, zorg, media, sport en onderwijs.

“Dit inspireert om dingen eens anders te doen.”

Voor de partners uit de culturele wereld openen de projecten deuren naar andere sectoren. Dit inspireert en stimuleert om dingen eens anders te doen. Het laat de partners van elkaar leren, zichzelf in vraag stellen en verbreedt hun netwerk of publiek. In 2017 werd voor de eerste keer in Vlaanderen de experimentele projectoproep ‘Over de muur kijken’ gelanceerd. In totaal meldden zich 45 kandidaten. In 2018 volgt een tweede oproep.

Sven Gatz: “Ik ben ervan overtuigd dat uit de eerste oproep veel interessante projecten en allianties zullen ontstaan. Die zullen alle partners ten goede komen. De culturele partners krijgen toegang tot sectoren waarmee ze minder vertrouwd waren en waarin ze een voet aan huis krijgen en omgekeerd. Ook de cultuurparticipatie wordt er beter van.” Zullen de collega’s aan de andere kant van het muurtje meespelen?

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen