Ik zou de rijken minder rijk maken

Creatieve ex-dakloze bestrijdt armoede met kunst

Als alcoholverslaafde dakloze kwam Piet veel sociaal werkers tegen. Toch hielp vooral kunst hem om zijn leven weer op de rails te krijgen. Kinderarmoede bestrijden? Laat rijke en arme kinderen samen tekenen, dansen, muziek maken of toneel spelen.

armoede
Piet Vandenhende © ID / Karel Hemerijckx

Als 61-jarige kunstenaar heb je een atelier en stel je tentoon. Dat was ooit anders.

Ik was kind van een begoede familie. Als jongeling volgde ik een kunstopleiding in Antwerpen. Ik stichtte een gezin en had een bloeiende juwelierszaak. Maar door een ernstig familiaal incident geraakte ik aan lager wal. Ik zwierf rond als dakloze, in binnen- en buitenland. Ik zat in de gevangenis en probeerde in verschillende centra af te raken van een zware alcoholverslaving. Ik leefde in armoede. Na acht jaar straatleven was ik kapot. Ofwel zou ik sterven, ofwel gooide ik mijn leven radicaal om. Uiteindelijk hielp kunst me om uit dat diepe dal te kruipen.

“Ze noemden mij de clochard de luxe.”

Hoe deed je dat?

Als kunstenaar kan je starten met niks. In Charleroi bedelde ik voor mijn eerste doeken, borstels en klei. Ik voelde snel dat heel wat mensen in mij geloofden. Dat was een enorme steun. OCMW-medewerkers zeiden me dat ik op de goede weg was, dokters hielpen me om weg te blijven van de alcohol, journalisten waren geïnteresseerd in mijn verhaal. Zonder die steun was het moeilijk geweest.

Door toeval kwam je leven weer op het juiste spoor?

Je moet geluk hebben om op het juiste moment de juiste mensen tegen te komen. Maar dat is niet voldoende. Je moet ook leren om een uitgestoken hand vast te grijpen. Mensen in armoede, mensen die aan de onderkant van de samenleving overleven, zullen heel vaak ervaren dat dit op een sisser uitloopt. Toch moet je blijven proberen om alle steun te aanvaarden. Want hoe je het ook draait of keert: als verslaafde dakloze of ex-gedetineerde heb je hulp nodig.

“Grijp een uitgestoken hand.”

Geef eens een voorbeeld.

Zowat tien jaar geleden zat ik een absoluut dieptepunt. Door de alcohol was ik helemaal gek geworden. Vanuit de psychiatrische instelling volgde een gedwongen opname in een rusthuis. Wie kon me helpen om hieruit te geraken? Jaren voorheen richtte ik in Charleroi ‘Bedelaars voor bedelaars’ op, een vereniging voor mensen in armoede. Daar kwam ik in contact met een psycholoog. Ik heb die man opnieuw opgezocht. Hij heeft me eruit gehaald. Ik zocht een helpende hand, kreeg ze aangereikt en deed er iets mee. Ook vandaag maak ik nog gebruik van ondersteuning. Ik surf bijvoorbeeld dankbaar mee op de verschillende netwerken waarin ervaren docenten zoals Dinora De Waele me betrekken. Ze helpen me om mijn verhaal beter te vertellen en verder te verspreiden. Die steun blijft nodig om niet terug te tuimelen.

De ondernemende dakloze die zijn netwerken inzet om uit de miserie te geraken? Dat strookt niet met mijn beeld van de eenzame dakloze.

Iedereen kan in armoede verzeild raken, ook een geboren ondernemer met een succesvolle juwelierszaak. Toch zei mijn vader altijd: “Het is niet omdat je rijk geboren bent, dat je beter bent dan iemand anders.” Mijn ouders waren sociaal bewogen mensen. Arme mensen die een bril kwamen kopen, kregen die vaak gratis mee. Die opvoeding en vaardigheden hielpen me vele jaren later om mijn leven opnieuw in handen te nemen. Ze noemden mij ook de ‘clochard de luxe’: ik zag er afgeborsteld uit en ging nooit tegen de grond liggen. Mijn kracht was om voorbijgangers aan te spreken. Zo krijg je een band met wie vaak passeert. Het klopt dat niet elke dakloze die bagage op zak heeft. Op die manier kon ik anderen ook iets bijbrengen: spreek mensen aan en aanvaard hun hulp.

Is dat niet moeilijk voor wie ervaart dat armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven?

Het is een verhaal van kansen creëren en grijpen. Voor ouders die in diepe armoede leven, is het moeilijk om het leven over een andere boeg te gooien. Zij zullen wellicht arm blijven. Maar focus op hun kinderen: zij hebben nog een heel leven voor de boeg. Geef hen kansen om dingen te ontdekken die hun leven positief beïnvloeden.

“Focus op kinderen die in armoede leven.”

Hoe?

Kunst kan het verschil maken door mensen onder te dompelen in een wereld van nieuwe kansen. Zorg dat in een gemeente alle kinderen, rijk en arm, elkaar ontmoeten in een academie waar ze kunnen tekenen, dansen of muziek maken. Door samen creatief bezig te zijn, kijken en luisteren kinderen naar elkaar. Daar ontdekken kansarme kinderen hoe ze vanuit hun kracht en ondanks hun moeilijke omstandigheden, toch fantastische dingen kunnen realiseren. Talenten worden bij elkaar gelegd. Ze zien waar interesse, inzet en studie het verschil kunnen maken. Die concrete ervaringen kunnen hun leven bepalen.

Is dat geen overschatting van de impact van een lokale kunstacademie?

Kinderen kunnen leren van elkaar. Vanuit deze ontmoeting zal er meer begrip en ondersteuning volgen. Misschien gaan de kinderen na de tekenschool bij elkaar spelen en groeien er voorzichtige contacten tussen de ouders. Veel mensen willen  gezinnen in armoede helpen, maar weten niet hoe. Hier liggen concrete kansen.

“Kinderen kunnen leren van elkaar.”

Kunst kan de wereld redden?

Natuurlijk moet er ook aan werk en wonen gesleuteld worden. Toch bevestigen mijn ervaringen hoe kunst een vastgeroeste wereld openbreekt. Niet alleen in de academie, maar ook in jeugdwerkingen en buurthuizen. Ik ga ook aan de slag in woonzorgcentra. Ik leid studenten en vrijwilligers op die bij zorgbehoevende bejaarden met klei aan de slag gaan. Klei is goedkoop, kneedbaar en niet giftig. Het is indrukwekkend hoeveel dynamiek en vreugde dit opwekt. Oude en vaak vergeten mensen lichten weer op omdat ze ervaren dat ze nog mooie dingen kunnen te maken. Tijdens de activiteiten ontmoeten mensen elkaar. Gesprekken vertrekken niet vanuit ziekte of dreigende dood, wel vanuit de wil om iets moois te maken. Dat wekt positieve energie op. En terwijl vrijwilligers mee kneden en praten, hebben de verzorgenden meer tijd en ruimte om hun taken te verrichten. Het is een win-win voor iedereen.

“Kunst brengt dynamiek en vreugde.”

Kan kunst ook in de psychiatrie grenzen verleggen?

Psychiatrische ziekenhuizen bieden ergotherapie aan. Wat is dat? Vijfendertig minuten per dag. Op die tijd kan ik mijn klei niet eens bovenhalen. Vandaag is het ergotherapeut Jan, morgen Mieke. Dat werkt niet. Ik ben ervan overtuigd dat een kunstenaar ook hier een wereld van verschil zou maken. Verbeelding leidt naar creatie. In kunst bestaat geen onderscheid tussen ziek en gezond. Dat is een goede basis om te communiceren, los van therapie of pathologie. Mensen ontdekken dat ze nog in staat zijn om dingen te creëren, erover te praten en er trots over te zijn. Vanuit hun verbeelding maken ze iets dat anderen waarderen.

Sociaal-artistieke projecten kunnen vele deuren openen?

Studenten sociaal werk van de Thomas Moore Hogeschool staken samen met de stad Geel een eigenzinnig kunstenfestival in elkaar: ‘De kleine parade’. Ze werkten rond de kracht van kunst bij het doorbreken van verschillende situaties van kwetsbaarheid. Studenten en kunstenaars, waaronder ikzelf, gingen op zoek naar mensen die in kwetsbare situaties leven. Ze streken onder andere neer in de gehandicaptenzorg, een psychiatrische instelling en een woonzorgcentrum. Er werd gewerkt met klei, tekenfilms, strips, theater en muziek. Telkens bleek hoe zo’n kleinschalige initiatieven toch baanbrekend werk verrichten. Het doet deugd dat zo’n initiatief zopas bekroond werd met een publieksprijs.

Wat maakt kunst uniek?

Kunst is cruciaal om moeilijke leefomstandigheden te overwinnen. Iedereen is kunstenaar. Iedereen kan tekenen, boetseren, toneel spelen, dansen of zingen. Het maakt geen verschil of je in een teken- of muziekschool aankomt met een Rolls-Royce of op versleten schoenen. Vanaf het moment je binnen bent, is iedereen gelijk. Daar wordt niet meer over geld gesproken en staat iedereen klaar om mekaar te helpen. Dat is de wereld van de artiest. Er is altijd een resultaat dat getoond kan worden. Mensen die dagelijks opbotsen tegen mislukking en miserie, krijgen zo het positieve gevoel dat ze nog iets kunnen.

“Als kunstenaar is iedereen gelijk.”

En als kunstenaar heb je meer aanzien dan als bedelaar?

Door jezelf kunstenaar te noemen, gaan deuren makkelijker open. Al ben je jaren leefloontrekker, toch ben je als kunstenaar ook iemand die nieuwe ideeën heeft. Als kunstenaar krijg je veel meer ruimte om dingen te zeggen en te doen. Je bent wel een halve gek, maar die andere kijk charmeert ook. Een OCMW-medewerker maakt dan soms meer tijd om naar je verhaal te luisteren.

Kunst als tovermiddel. Hebben we nog sociaal werkers nodig?

Net als kunst, is sociaal werk een hulpmiddel om problemen op te lossen. Ze vullen elkaar aan om voor kwetsbare mensen het verschil te maken. Kunst heeft me geholpen, maar sommige OCMW-werkers of psychiaters ook.

“Sociaal werkers? Je hebt er goede en slechte.”

Sommige?

Sociaal werkers bestaan er in verschillende kleuren en soorten. Je hebt er goede en slechte. Een goede sociaal werker luistert onbevangen naar mensen. In een wereld vol vooroordelen, is dat niet evident. Bij sommigen voel je geen respect. Ze beschouwen je als een profiteur, verschuilen zich achter regels en opdrachten. Als een detective vragen ze je uit over elke stap die je zet en elke cent die je uitgeeft. Zo duw je mensen verder weg. Anderen zoeken creatief hoe ze je mee uit het slop kunnen trekken. Ze informeren je over basisrechten en gaan zelfs mee strijden om ze te realiseren.

Een sociaal werker is vooral empathisch?

Je kunnen inleven in de wereld en het perspectief van iemand anders, is niet iedereen gegeven. Sociaal werkers die uit het goed hout gesneden zijn, moeten voorbeelden zijn voor hun collega’s. Ervaringsdeskundigen kunnen dat versterken. Ik noem ze trouwens liever ervaringsdragers. Zij kunnen de beleving van een druggebruiker, psychiatrische patiënt of dakloze binnenloodsen in de organisatie. Een OCMW dat beslist om een ex-dakloze mee in te schakelen op de dienst maatschappelijk werk, zou een fantastische investering doen. Maar ik zie het weinig gebeuren. Ik werk als ervaringsdeskundige mee aan ‘Bind-Kracht in armoede’, een beloftevol initiatief vanuit De Karel de Grote Hogeschool dat ervaringsdeskundigheid een plaats wil geven in de aanpak van armoede. Toch stel ik vast dat ervaringsdragers nog te veel in de marge blijven staan. Schakel je ze in bij een project, beschouw ze dan als volwaardige collega’s die een belangrijke vorm van expertise binnenloodsen. Ervaringsdeskundigheid krijgt nog niet de waardering die het verdient.

“Ervaringsdragers zijn belangrijk.”

Hoe komt dat?

Ervaringsdragers missen de nodige opleidingen en moeten hier en daar ook bijgespijkerd worden om te kunnen functioneren in een organisatie. Dat de deur voor hen meestal toe blijft, heeft ook te maken dat sociale professionals hun job bedreigd zien. Als vrijwilligers met zakken klei aan de deur van het woonzorgcentrum aankloppen, houden sommige ergotherapeuten de deur dicht. Ten onrechte. Sociale professionals moeten begrijpen dat de deskundigheid van ervaringsdragers aanvullend is, niet vervangend.

armoede
© ID / Karel Hemerijckx

Kunnen ervaringsdragers professionals leren om meer onbevangen naar mensen te luisteren?

Heel wat experts beginnen een gesprek vanuit hun opdracht, kennis en insteek. Dan blaas je alle bruggen naar ondersteuning meteen op. Veel hulpverleners proberen verslaafden van de alcohol weg te houden door te wijzen op wat het allemaal kapot maakt. Ik zou dat anders aanpakken. Laat bijvoorbeeld in AA-groepen mensen vertellen over hun nieuwe leven zonder drank: “Ik heb een lief, ik heb werk, ik mag weer met de auto rijden”. Wil je verandering, vergroot dan het positieve uit. Dat is een belangrijke boodschap voor hulpverleners. Het is niet evident, in de hulpverlening staan vaak problemen en miserie centraal.

“Wil je verandering, vergroot dan het positieve uit.”

Ervaringsdragers kunnen ook makkelijker wijzen op fouten in de zorgorganisatie.

Ze botsen op systeemfouten en moeten daarover inderdaad praten. Een voorbeeld. Als alcoholverslaafde belandde ik in een streng afkickcentrum en was korte tijd nuchter. Maar na ontslag, zat ik meteen weer verstrikt in een web van schulden, cafévrienden en gemis van familie. Ik zat een tijd in de gevangenis. Ook daar kom je na ontslag weer de straat op. Ervaringsdragers kunnen hulporganisaties confronteren met die mankementen en oplossingen aanreiken. Werk je met verslaafden, zorg er dan voor dat er binnen je organisatie discipline, orde, structuur en regelmaat is. Maar zorg vooral dat je voldoende tijd krijgt om onderliggende problemen grondig aan te pakken. Zorg dat je de juiste mensen of partners hebt om dat lange en moeilijke traject samen waar te maken. Dan kunnen mensen na ontslag uit het afkickcentrum, toch een nieuw leven beginnen.

Geven we ze voldoende kansen om opnieuw te beginnen?

Niet alle mensen worden in onze samenleving warm onthaald. Wat ben je met de verbindende mogelijkheden van de academie, de sportclub, het jeugdhuis of de buurtwerking als men je daar liever kwijt dan rijk is? We sluiten heel wat mensen uit. Op dat vlak moeten we heel kritisch zijn voor onszelf. Zo kijken we heel bevooroordeeld naar mensen die leven in armoede. “Ze hebben geen geld, maar wel drie huisdieren waar ze een berg eten voor moeten kopen…” We vertellen er niet bij dat ze van die huisdieren de vriendschap krijgen die wij hen niet geven. In plaats van ze te verwerpen, zouden we dus beter die mensen eerst een gemeende goedendag zeggen.

Werken aan genuanceerde beeldvorming dus?

Ook de overheid draagt een verantwoordelijkheid in de strijd tegen uitsluiting. Sommige gemeentes gaan met de stok achter daklozen aan, in plaats van naast hen te staan en te luisteren naar hun verhaal. Daarom werkte ik met TV-maker Jan Van Looveren graag mee aan ‘Ja, Jan’. Ik dook met hem opnieuw in mijn verleden. In Nice toonde ik hem het harde leven van clochards. Jan stelde ontroerd vast hoe snel je je waardeloos voelt. We hebben een foute kijk op armoede en dakloosheid.

“Ik wil helemaal geen minister zijn.”

Wat zou als eerste minister je eerste grote werf zijn?

De rijken minder rijk maken. Dat geld zou ik maximaal inzetten om de kinderarmoede te bestrijden. Alle kinderen moeten eten in de school krijgen waardoor niemand ’s middags met een lege brooddoos aan tafel moet. Je hebt al door dat ik ook kunst zou inzetten als ontmoetings- en verbindingsmiddel tussen rijk en arm. Maar voor alle duidelijkheid: ik wil helemaal geen minister zijn. Hun doel is opnieuw verkozen te worden. Zal een onderwijsminister ervoor kiezen om arme kinderen meer kansen te geven op school? Enkel indien hij inschat dat het hem electoraal geen windeieren zal leggen. En zo kunnen ze ten gronde minder veranderen dan ik.

Daarom neem je graag het woord in scholen, aan universiteiten en ministeries?

De samenleving heeft veel geïnvesteerd om me uit het slop te halen. Door mijn verhaal te vertellen, wil ik iets teruggeven. Daarom was ik ook blij met ‘Piet’, het Franstalige boek dat over mijn leven geschreven werd en intussen ook in het Nederlands vertaald werd als ‘Naar de hel en terug’. Ik hoop dat het sociaal werkers inspireert om mensen beter te helpen. Sociaal werkers kunnen voor verslaafden, bedelaars en mensen in armoede het verschil maken door hen op hun rechten te wijzen en ze samen waar te maken. Mijn verhaal is positief en hoopgevend. Onze samenleving is niet alleen kil. Je zal ook mensen ontmoeten die in je geloven en je steunen. Door die steun vast te pakken, kan je verandering brengen in een uitzichtloos leven.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen