Opinie

Gezinsopvang is nog van deze tijd

Persoonlijke band is een belangrijke troef

Ellen Maris, Lieve Claeys

Bijna 33.500 kinderen worden in Vlaanderen opgevangen door zo’n 5.650 onthaalouders. Er zijn weinig regio’s in Europa waar gezinsopvang nog op zo’n grote schaal gebeurt. Toch blijft het aantal onthaalouders systematisch dalen. Is gezinsopvang nog wel van deze tijd?

onthaalouders

‘De persoonlijke relatie met de onthaalouder is een troef.’ © 123RF

Volmondig ja

Laten we die vraag met een volmondig ‘ja’ beantwoorden. Gezinsopvang wordt door ouders nog altijd gewaardeerd om z’n kleinschalig en familiaal karakter. Ouders houden ervan dat ze voor de opvang van hun kind een beroep kunnen doen op één vaste persoon.

‘Gezinsopvang wordt nog altijd gewaardeerd.’

Natuurlijk zijn er uitdagingen. Het is bekend dat de uitstroom van onthaalouders momenteel groter is dan de instroom van jonge medewerkers. Dat komt omdat heel wat opvangouders met pensioen gaan.

Het aantal gezinsopvangen mag dan met de jaren afnemen, er wordt gewerkt aan een toekomstvisie voor de gezinsopvang. In die visie staan een grotere professionalisering en het werknemersstatuut centraal. Dat zijn zaken die we op deze Dag van de Kinderbegeleider in de verf willen zetten.

Boost

Gezinsopvang kende een boost in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw. Toen bleven er meer mama’s thuis om voor de eigen kroost te zorgen. Ze combineerden die zorg dikwijls met de opvang van een aantal extra kinderen.

Vandaag bestaan gezinnen vaker uit tweeverdieners. Een degelijk financieel vangnet werd voor gezinnen door de jaren heen ook belangrijker. Daar wringt het schoentje nog vaak als het op het beroep van onthaalouders aankomt.

Onthaalouders zijn op financieel vlak kwetsbaar. Hun inkomen is rechtstreeks afhankelijk van het aantal kinderen dat ze dagelijks opvangen. Is een kind ziek, dan heeft dat invloed op wat ze die dag verdienen.

Proefproject

De Vlaamse overheid startte in 2015 met een proefproject voor een volwaardig werknemersstatuut voor onthaalouders. Via een arbeidsovereenkomst worden ze met een Organisator Gezinsopvang – ook nog vaak Dienst voor Onthaalouders genoemd – verbonden.

Het proefproject was bedoeld voor twee jaar, maar werd door de positieve resultaten al een aantal keren verlengd en uitgebreid.

Een van de onthaalouders die van bij het begin in het proefproject kon stappen, is Elvire Claessens (34). Zij oefent intussen vijftien jaar het beroep uit: “Ik vind het werknemersstatuut een groot geschenk. Ik hoef me nu aan het einde van de maand geen zorgen meer te maken of ik wel zal rondkomen. Ik weet welke som ik maandelijks verdien.”

‘Het werknemersstatuut is een geschenk.’

“Door het statuut kan ik bijvoorbeeld gemakkelijker een lening aangaan. Een ander belangrijk voordeel is dat de opvangdienst er voor zorgt dat ik altijd voldoende kinderen heb om op te vangen. Ik hoef zelf niet meer actief op zoek te gaan als er een plaatsje vrijkomt, zij vullen dat voor mij opnieuw in. Het is prettig die stressbronnen wegvallen.”

Het Vlaams Welzijnsverbond staat als werkgeversorganisatie achter de verdere invoering van het werknemersstatuut, maar beseft wel dat aan deze keuze een behoorlijk prijskaartje vasthangt. De toekomst van het statuut zal dus voor een groot stuk afhangen van de keuzes die de overheid maakt.

Eenzelfde kwaliteit voor iedereen

Zoals al aangehaald: het aantal onthaalouders mag dan afnemen, er wordt ook volop ingezet op de verdere professionalisering van de gezinsopvang.

Zo moet de gezinsopvang sinds het Decreet Kinderopvang (2014) aan dezelfde vergunningsvoorwaarden voldoen als de groepsopvang. Die maatregelen werden ingevoerd zodat ouders overal kunnen rekenen op een veilige en kwaliteitsvolle opvang voor hun kinderen.

‘Met de jaren is de hoeveelheid administratie toegenomen.’

Voor onthaalouders betekent het onder meer dat ze rekening moeten houden met strengere eisen op het vlak van infrastructuur en inrichting. Kinderbegeleiders moeten nu ook bepaalde kwalificaties behalen. Kind en Gezin en de werkgevers ondersteunen hen daar zoveel mogelijk bij, onder andere door het mogelijk te maken om kwalificaties te behalen via het erkennen van elders verworven competenties en werkplekleren.

Die professionalisering heeft natuurlijk een invloed op het dagelijkse werk van de onthaalouder. Elvire: “Fiches, lijsten, verslagen, evaluaties… Met de jaren is de hoeveelheid administratie een pak toegenomen. Ik begrijp wel dat bepaalde zaken nodig zijn, maar het is jammer dat ik er vaak pas na mijn werkuren aan toekom om alles in te vullen. Gelukkig kan ik bij de dienst terecht als ik er vragen over heb.”

Inzetten op continuïteit

De extra lasten wegen voor haar ook niet op tegen wat haar drijft: de liefde voor de kinderen en de kans om hen te zien opgroeien, mee op te voeden en dingen bij te leren.

‘Kinderopvang biedt geborgenheid.’

Kinderopvang biedt jonge kinderen niet alleen geborgenheid en verzorging, maar stimuleert hen ook in hun fysieke en psychische ontwikkeling. Dat het bij gezinsopvang ook nog eens in gezinsverband en dus in een heel persoonlijke relatie met de onthaalouder kan gebeuren, is een belangrijke troef.

Al zit daar meteen ook de zwakke plek van de gezinsopvang. Wanneer een onthaalouder ziek is of beslist om ermee te stoppen, zitten de ouders van de kinderen met een probleem. In een groepsopvang kan er in zo’n geval worden teruggevallen op een heel team van kinderbegeleiders.

Samenwerken met collega’s

Om toch continuïteit te kunnen garanderen, gaan onthaalouders daarom samenwerken met een of twee collega’s.

Elvire: “Ik werkte in het begin samen met mijn mama en het was inderdaad fijn dat we op elkaar konden steunen. Toen zij ermee stopte, heb ik even overwogen om haar te vervangen door een collega, maar ik vond dat niet evident. Ik voelde me toch meer geremd in mijn eigen huis, met mijn mama verliep de samenwerking meer vanzelf. Voorlopig blijf ik dus alleen werken. Moeite heb ik daar niet mee, ik ben graag mijn eigen baas. En als ik nood heb aan advies of overleg, kan ik altijd bij mijn dienstverantwoordelijke terecht. Ik heb dus niet het gevoel dat ik er alleen voor sta.”

Elvire kan het zich ook niet voorstellen dat ze ooit voor een andere job zou kiezen. Ze is onthaalouder in hart en ziel, en dat geldt ook voor haar collega’s. Geen wonder dat ze op 12 oktober een eigen feestdag kregen. Want dan is het Dag van de Onthaalouder en Kinderverzorger. Vergeet hen dus niet in de bloemetjes te zetten!

Reacties [5]

  • Marcel De Beukeleer

    Ontwikkelingsdeskundigen zijn het er over eens: baby’s horen tot hun 12de maand bij hun vertrouwenspersonen te zijn. Moeders zijn nodig als hechtingsfiguur. Als ze borstvoeding geven zijn de eerste zes maanden cruciaal. Vaders komen later in beeld bij de baby, maar zijn niettemin ook belangrijk.

    Wat vooral ook uit onderzoek blijkt is dat vaders die hun eerste baby’tje mee grootbrengen (badje geven, aankleden, verschonen, voeden, knuffelen, voorlezen, instoppen, ‘s nachts opstaan, …) gedurende het eerste levensjaar, dat ook zonder morren doen bij de volgende kindjes. Mogen zij vanaf het eerste kindje de ‘afwezige’ vader zijn, dan zijn ze dat ook bij volgende kinderen. Het geboorteverlof voor vaders heeft dus ook een emancipatorische functie. Het geboorteverlof moet door beide partners binnen het eerste levensjaar van het kindje opgenomen worden.
    Wanneer tijdens het eerste levensjaar toch opvang buitenshuis voor de baby noodzakelijk is, is de onthaalouder het meest aangewezen.

  • Duflou ann

    De uitstroom van onthaalouders heeft maar voor een deeltje te maken met nakende pensioenering. De werkelijkheid is dat het financiële aspect velen zorgen baren. Vanaf 2019 krijgen we opslag van 20 cent per kindje per dag. Moeten wij nu hardop beginnen lachen?
    Hoe komt het dat in het Waalse gedeelte de dagvergoedingen hoger liggen?

    Hoog tijd dat Kind &Gezin eens wat realistischer begint (na) te denken, wie weet is er ook nog hoop voor hen…

  • Carmen Put

    Ik vind gezinsopvang zeker nog van deze tijd! Jullie artikel geeft duidelijk weer hoe de vork in de steel zit, met al zijn voor- en nadelen. Onze onthaalouders kregen met de ‘dag van de onthaalouder’ een kersentaartje omdat ze de kers op de taart zijn en dit werd erg gewaardeerd. Ook de attenties van de ouders stellen ze op prijs. Jullie dragen,als onthaalouder, elke dag bij aan een goede ontplooiing van elk kind. Proficiat daarvoor!

  • Vanessa Baete

    De uitstroom heeft heeft niets te maken met het feit dat veel mensen op pensioen gaan.
    Het heeft te maken met de lange uren (11 uur, zonder opkuis)dan tel ik de uren voor bereiding van knutselen of schilderen niet mee. Dan het eigen huishouden en het klein loontje die na een maand hard en veel werken volgt.
    Een dure curcus die heel veel mensen moeten volgen, dus nog minder vrije tijd.en heel veel beroepsziekte.
    Dat maakt dat veel mensen stoppen.
    Samen met het gebrek aan respect dat sommige ouders voor de dag brengen.
    Mvg

  • De Munter Hilde

    Ik denk dat er nu nog minder onthaalouders zijn en binnenkort stopt nog een grote groep die de jarenlange zelfbetalende ondoenbare opleiding moeten volgen. Ook dat wij geen kuisvrouw mogen hebben is niet normaal. Overheid, vakbonden en hoofden van de diensten zouden moeten beschaamd zijn. Meesten vinden deze dag zeker geen feest .

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.