Column

Ravage in de kringwinkel

Rino Feys

Rino Feys

Rino Feys is werkleider in de Kringloopwinkel van Zuid-West-Vlaanderen.

© ID / Wouter Van Vooren

Kofferdeksels veren omhoog

Het is weer die tijd van het jaar. De vakantie komt eraan en iedereen lijkt verwoed in de weer met de grote schoonmaak. Aan onze kringwinkel rijden auto’s op en af, deuren zwaaien open en kofferdeksels veren omhoog. Mensen komen aangelopen met dozen en manden vol huisraad en zakken met kledij.

‘Mensen komen aangelopen met dozen vol huisraad.’

De zakken kunnen meteen in de textielkar. Het triëren van de huisraad neemt meer tijd in beslag. In eerste instantie worden de dozen zo goed en zo kwaad mogelijk op elkaar gestapeld. Meestal willen de brengers hun wasmanden terug, en moeten we improviseren om ruimte te vinden waar ze leeggemaakt kunnen worden.

Code rood

Onze receptionist weet soms niet waar zijn hoofd staat en dan komt er iemand helpen. Maar ook met zijn tweeën is het vaak dweilen met de kraan open en wordt er, indien mogelijk, nog een derde man bijgezet.

Het aanleveren gebeurt meestal in enkele golven, verspreid over de dag. Maar een paar dagen in het jaar lijkt het op een storm die maar niet luwt. Code rood. Eerst wordt de toonbank in de receptie bedolven. Daarna worden de dozen op de grond gezet en gestapeld tot het niet meer verantwoord is.

Hollen

Vervolgens is onze inkomhal aan de beurt. Alles wordt tegen de muur geplaatst en vandaar omhoog. Daar komen nog eens dozen en zakken voor te staan. Af en toe zitten er ook kleine meubeltjes tussen. Grotere meubelen worden in onze loszone achtergelaten. Die moet je in het oog houden, want misschien dat het straks regent.

Ondertussen moet je op je hoede zijn voor brengers die staan aan te schuiven. De kans bestaat dat ze, het wachten beu, alles ter plekke uitladen. Al snel krijgt deze handelswijze navolging. Dus moet je zo snel mogelijk met een laadkar naar de parking hollen terwijl de boel nog te behappen is.

Hoofd koel houden

Zo’n dag lijkt een beetje op een oorlog. Je moet de medewerkers moed inspreken, zeggen dat het normaal is en dat ze er ook niets aan kunnen doen dat het zo’n bende is. Dat het er nu op aankomt het hoofd koel te houden. Dat er sowieso een moment komt waarop de storm bedaart en we de situatie weer onder controle zullen krijgen.

‘Er komt een moment waarop de storm bedaart.’

Je ziet de Afghaanse receptionist beteuterd staan kijken, met zijn rugzakje die aan een van de schouders haakt en waar een lege boterhammendoos in steekt. Er is nog net een gang tussen de spullen langswaar je kunt ontsnappen.

Asiel verleend

Voor ik als laatste vertrek, aanschouw ik de ravage.

Vooral veel doosjes met glazen en gestapelde kopjes. Ik stel me voor hoe iemand ze jarenlang gekoesterd heeft. Hoe ze elke dag afgewassen werden en in de kast teruggezet. En nu staan ze hier, achteloos achtergelaten. De verwarring is tastbaar. De wereld heeft ze voorlopig niet meer nodig.

Maar we hebben ze asiel verleend en zullen ze opkalefateren, proberen om ze de glans te geven van weleer. En hopen dat iemand voor ze zwicht en opnieuw betekenis geeft.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.