Boek

‘Zorgzame buurt moet bovenal oog hebben voor haar kwetsbare bewoners’

Geert Schuermans

Buurtgerichte zorg is een strategie om inclusieve en zorgzame buurten te ontwikkelen. Maar hoe pak je dat concreet aan? Met ‘Aan de slag met buurtgerichte zorg’ schreven Dany Dewulf en Elke Verlinden (VVSG) een cahier waar lokale besturen inspiratie uit kunnen halen. Expert opbouwwerk Geert Schuermans las het en schreef zijn bedenkingen neer.

© Unsplash / AP X 90

Wat is buurtgerichte zorg?

Buurtgerichte zorg is in. Zowel beleidsteksten als academische geschriften zingen de laatste jaren het lof van de werkwijze. Maar wat houdt ze juist in?

Buurtgerichte zorg is “een toekomstmodel voor de organisatie van het ondersteunings-, hulp- en zorgaanbod in Vlaanderen, om zo de hulp en zorg voor iedereen bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar te houden. Dit model biedt kansen om de kwaliteit van leven te verhogen en de kosten van de hulp- en zorgverlening te doen dalen. Het beoogt een samenhangende en buurtgerichte aanpak van wonen, zorg en welzijn.”

Het cahier van Dewulf en Verlinden schuift deze definitie naar voor.Daarbij halen ze de mosterd uit een visietekst ‘Buurtgerichte Zorg’ van de Vereniging van Vlaamse Dienstencentra (VVDC) en Kenniscentrum Woonzorg Brussel en de inspiratienota ‘Zorgzame Buurt’ van ex-minister Jo Vandeurzen.Deze omschrijving is opvallend abstract. Hoe buurtgerichte zorg concreet vorm krijgt, hangt heel erg van de lokale context af.

Illustraties maken het concreet

Daarom is het fijn dat Dewulf en Verlinden het diffuse concept in hun cahier illustreren met tal van inspirerende voorbeelden. Zo is er Samen voor talent in Zedelgem dat mensen met een beperking een volwaardige plaats in de samenleving wil geven en daarvoor samenwerkt met het sterrenrestaurant Hertog Jan.

‘De overheid is spelverdeler, maar vrijwilligers vullen de openbare dienstverlening aan.’

Er zijn de buurtgerichte werkingen van de lokale dienstencentra van OCMW Gent die de diverse vragen van senioren in kaart willen brengen. Of er is het Buurtpensioen in Neder-Over-Heembeek dat mensen samenbrengt zodat ze elkaar leren kennen en kunnen helpen als dat nodig is.

Telkens gaat het om zorgnoden in kaart brengen en eenzaamheid tegengaan. De overheid is de spelverdeler, maar vrijwilligers vullen de openbare dienstverlening aan. Bovendien versterken die vrijwilligers de cohesie in de buurt. In tijden van vermaatschappelijking, vergrijzing en besparingen zijn dat aantrekkelijke troeven.

Geen toverformule

Toch is buurtgerichte zorg geen eenvoudige toverformule. Dewulf en Verlinden tonen helder aan dat een lokaal bestuur hier niet even in een-twee-drie mee van start kan gaan. Het is een werk van lange adem en vraagt de nodige investeringen.

Hoe begin je eraan? De basis is de buurtanalyse. Een onderzoek brengt de noden en de krachten van de buurt in kaart. Daarna moet aan zeven andere zaken gewerkt worden, zoals partnerschappen vormen, toeleiden naar zorg, sociaal gewaardeerde rollen tot stand brengen en zorgnoden detecteren.De VVSG beschrijft acht ‘functies’ van buurtgerichte zorg: (1) Uitvoeren van een buurtanalyse en impact meten, (2) Vormen van partnerschappen en samenwerken, (3) Sensibiliseren en informeren, (4) Sociale netwerken versterken, (5) Sociaal gewaardeerde rollen tot stand brengen, (6) Zorgnoden detecteren, (7) Toeleiden naar de juiste zorg en ondersteuning en (8) Beleidsadvisering.Het gaat niet om stappen die je één voor één moeten volgen, verduidelijken de auteurs. Kijk eerder waar de energie bij de mensen in de buurt zit.

‘Buurtgerichte zorg is een werk van lange adem.’

Dat ze vermelden dat beleidsadvisering meestal pas in een latere fase mogelijk is, roept vragen op. Dreigt buurtgerichte zorg door te talmen met beleidsadvisering haar kansen tot structurele verandering niet voorbij te schieten?

Mensen in een kwetsbare positie

Als het over structurele verandering gaat, is het wel bemoedigend om zien dat buurtgerichte zorg specifiek aandacht heeft voor mensen in een kwetsbare positie. Door de sociale dynamieken die in een buurt leven, bestaat de kans dat zij uit de boot vallen. Zo dreigt buurtgerichte zorg bestaande ongelijkheden nog te vergroten.

Dat kan je opvangen door vanuit de buurt te werken aan ‘sociaal gewaardeerde rollen’. We moeten vaststellen dat de samenleving een negatieve kijk heeft op mensen in een kwetsbare positie: ze zijn zogenaamd lui, weinig bekwaam of onaangenaam in de omgang. Hierdoor krijgen ze een minderwaardige sociale status en worden ze door anderen op afstand gehouden.

Buurtgerichte zorg kan deze mensen een rol te geven waarbij ze vanuit hun talenten net iets bijdragen. Dit kan allerhande vormen aannemen. Denk bijvoorbeeld aan Syrische mama’s die helpen op de school van hun kinderen of een jongen met autisme die de ingeleverde boeken terugzet in de bibliotheek.

‘Doordat kwetsbare mensen iets voor hun buurt kunnen betekenen, worden ze gewaardeerd en vinden ze aansluiting.’


Doordat mensen in een kwetsbare positie iets voor hun buurt kunnen betekenen, worden ze gewaardeerd en vinden ze aansluiting. Bovendien ontkracht deze manier van werken het vooroordeel dat ze niet zouden kunnen of willen bijdragen.

Al werken Dewulf en Verlinden dit onderwerp goed uit, toch mocht het nog meer in de verf gezet worden. Mag je dit belangrijke element van de energie van de buurt laten afhangen, of moet dit, net als de buurtanalyse, een voorwaarde vormen voor goede buurtgerichte zorg?

Enge invulling van kwetsbaarheid

In het verlengde hiervan valt op dat dit cahier ‘kwetsbare mensen’ invult als senioren en mensen met een psychische of fysieke beperking. Het spreekt voor zich dat zij veel aandacht verdienen.

‘Het is het bedje waarin heel het vermaatschappelijkingsidee ziek is.’

Tegelijk dreigen andere kwetsbare groepen, zoals mensen in armoede, werkzoekenden of mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond, in de kou te blijven staan. Dit zijn niet toevallig groepen die door het dominante individueel schuldmodel in deze samenleving sterk onder vuur liggen.

Het is het bedje waarin heel het vermaatschappelijkingsidee ziek is. Witte mensen met een diploma en voldoende inkomen zijn erdoor geholpen. Maar wat met de rest? Betalen zij het gelag? Vallen zij alsnog uit de boot?

Zorgzame Buurten

Dat het mogelijk is om hier een antwoord op te bieden, bewijzen de pilootprojecten van Zorgzame Buurten. Sinds eind 2018 vertaalt Samenlevingsopbouw in Pelt, Hamont-Achel, Deerlijk en Moorslede het theoretisch concept van buurtgerichte zorg naar de praktijk. Daarbij krijgen de opbouwwerkers inhoudelijke steun van de Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) en wetenschappelijke begeleiding van Vonk3 (Thomas More).

‘In Zorgzame Buurten polsen vrijwilligers naar mogelijke zorgvragen.’

Eén voorbeeld van een praktijk op vlak van detecteren van zorgnoden en toeleiden naar zorg en ondersteuning is in het cahier opgenomen. In Zorgzame Buurten gaan vrijwilligers, die allemaal een opleiding hebben gevolgd, op huisbezoek. Tijdens de gesprekken polsen ze naar mogelijke zorgvragen. Deze variëren van de nood aan sociaal contact tot het invullen van een formulier voor een premie. Vrijwilligers geven vragen of signalen door aan de gemeentelijke coördinator. Die gaat er verder mee aan de slag.

Om die link te kunnen leggen, is het belangrijk om brede partnerschappen op te zetten met bijvoorbeeld de mutualiteiten. Het lokale bestuur voert de regie, maar staat ook open voor suggesties van de professionals van Samenlevingsopbouw. Zo maken de Zorgzame Buurten structureel onderdeel uit van het welzijns- en dorpenbeleid.

Koude solidariteit als startpunt

Bij de Zorgzame Buurten gaat het erom dat mensen aansluiting vinden bij buren die een babbeltje willen doen of samen iets willen ondernemen. Maar daar stopt het niet. Het is even belangrijk uit te zoeken op welke tegemoetkoming de persoon recht heeft.

‘Buurtgerichte zorg geeft vooral ook een zetje om te stijgen op de sociale ladder.’

Om ook de meest kwetsbaren vooruit te helpen, is het cruciaal dat ‘koude’ solidariteit het startpunt is: de formele, anonieme solidariteit georganiseerd via onze sociale zekerheid. De Zorgzame Buurten hebben als uitdrukkelijk ambitie om iedereen die dat nodig heeft, te bereiken en hen actief toe te leiden naar hulp- en dienstverlening waar ze recht op hebben.

Zo ingevuld, is buurtgerichte zorg niet enkel een middel tot versterking van sociale cohesie, maar geeft het vooral ook een zetje om te stijgen op de sociale ladder.

Politieke wil

In tijden van corona worden we overspoeld door een golf aan prachtige lokale initiatieven waarbij buurtbewoners elkaar te hulp schieten. Toch mogen deze hartverwarmende initiatieven ons niet doen vergeten dat de koude solidariteit, onze sociale zekerheid, als grote stabiliserende factor onze samenleving rechthoudt.

‘Hartverwarmende initiatieven mogen niet doen vergeten dat de koude solidariteit, onze sociale zekerheid, als grote stabiliserende factor onze samenleving rechthoudt.

Daarom is het zorgwekkend om lezen dat de visietekst ‘Buurtgerichte Zorg’ van de VVDC en Kenniscentrum Woonzorg Brussel de volgende paragraaf bevat: “Het huidige model van zorgfinanciering is niet toereikend om de groeiende maatschappelijke nood aan hulp en zorg te lenigen. De budgettaire ruimte van de overheid en de sociale zekerheid laten dat niet toe, en de budgetten kunnen ook niet blijven groeien.”

Uiteraard is een praktijkboek als dat van Dewulf en Verlinden niet de plek om dit debat te voeren. Daarom is het belangrijk om er hier nog eens op te wijzen dat kwesties als betaalbaarheid geen natuurwetenschappelijk gegeven zijn. Ze zijn de uitkomst van het politieke debat.

De vraag is of we als samenleving de middelen willen vrijmaken om de beste zorg te betalen, ook voor mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie. Ook binnen het concept buurtgerichte zorg is er nood aan politisering.

De belofte van nabijheid

Een ander aspect van buurtgerichte zorg dat meer ter discussie gesteld mag worden, is de vraag of nabijheid als uitgangspunt altijd wel beter is. Zeker nu de focus van het armoedebeleid steeds meer op lokaal niveau komt te liggen, is dat een zorg die ons meer zou moeten bezighouden.

Het spreekt voor zich dat lokale besturen het beste zicht hebben op de noden van hun buurten en wijken. Maar zij kunnen mensen moeilijk structureel uit de armoede halen. De krachtigste hefbomen, zoals kindergeld, wonen en werkloosheidsuitkeringen, bevinden zich op het Vlaamse en federale beleidsniveaus. Dat is ook logisch.

‘Sociaal beleid is herverdelen. Maar wat als er in een buurt veel noden zijn en weinig of niets om te herverdelen?’

Sociaal beleid wil per definitie zeggen: herverdelen. Maar wat ga je herverdelen als er in een buurt veel noden zijn, en weinig of niets om te herverdelen? Als je daar als beleidsmaker te weinig oog voor hebt, en je je te eenzijdig op buurten en wijken richt, dan werk je de ongelijkheid in de hand. Met andere woorden: nabijheid is een schoon ideaal, maar door een te grote idealisering dreigt het een pervers idee te worden.

Deze waarschuwingen mogen niet verhullen dat buurtgerichte zorg, mits voldoende oog voor politiserend en structureel werk, een model is met een groot potentieel. Ook de meest kwetsbare mensen in de samenleving kunnen er baat bij hebben.

Met ‘Aan de slag met buurtgerichte zorg’ hebben Dany Dewulf en Elke Verlinden een erg bruikbare bijdrage geleverd om dit model bij steden en gemeenten ingang te doen vinden.

Reacties [1]

  • Herman J. Mönnink

    Buurtgerichte zorg lijkt me een boek met bruikbare aanpakken op basis van de recensie die ik bij u las. Het wordt mij echter ook steeds duidelijker dat wat de recensent terecht opmerkt dat nabije zorg alleen niet helpt als er grote schaarste is in zorgbudgetten. Vanuit Nederland zie ik dat van de 106 miljard aan Zorgkosten (incl Welzijnswerk) in 2019 er disproportioneel weinig bij het Sociaal Werk terecht komt, maar opgesoupeerd wordt door medische zorg en GGZ. Dus wanneer gaan overheden inzien – maar ook sociaal werkers – dat sociale factoren meer dan 50% van de lichamelijke en geestelijke gezondheid bepalen? Conclusie zou moeten zijn dat SW’ers heel preventief kunnen werken niet alleen richting voorkomen van sociale ontregelingen maar ook in het voorkomen van lichamelijke en geestelijke complicaties. Die preventieve SW-inzet in het bevorderen van gezonde buurten, gezonde gezinnen, gezonde scholen, met andere woorden het bevorderen van sociale gezondheid scheelt heel veel budget!

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.