Boek

‘Individualisme ondergraaft fundamenten van sociale zekerheid’

Matthias Somers

Onze sociale zekerheid staat vandaag onder druk. Het onderliggende gedachtegoed wordt minder vanzelfsprekend. En het individualisme maakt weer opgang.

© Unsplash / Clément Falize

Onovertroffen doelmatig

De sociale zekerheid beleeft onzekere tijden. De financiering volgt de toenemende noden niet. En steeds meer mensen vrezen dat wanneer het er voor hen op aankomt, de sociale zekerheid niet thuis zal geven. Best zelf voorzorgen nemen, dus.

We weten nochtans dat deze ‘zelf-verzekering’ geen alternatief biedt. Het systeem van een universele en verplichte publieke verzekering tegen sociale en economische risico’s is onovertroffen doelmatig. We hebben geen ander en beter antwoord op dit uiterst belangrijk en eerder technische vraagstuk.

‘Sociale zekerheid beleeft onzekere tijden.’

Veranderende sociale, demografische en economische omstandigheden kunnen wel dwingen tot aanpassingen van specifieke regels en voorzieningen. Maar de geldigheid van de basisprincipes van de klassieke sociale zekerheid staat buiten kijf.

Maatschappijvisie

Wanneer deze basisprincipes toch onder vuur liggen, is dat niet omwille van eerder technische kwesties. En ook niet omwille van de vermeende ontdekking dat we beter gediend zouden zijn zonder een universeel dekkende sociale zekerheid.

Wat de legitimiteit van de sociale zekerheid ondermijnt, en daarmee het fundament van onze samenleving ondergraaft, is een verschuiving in de mens- en maatschappijvisie. Want maatschappelijke instituties zijn slechts de neerslag van sociaal gedachtegoed.

Conservatief-liberaal discours

Het huidige socialezekerheidssysteem is verwekt in de jaren van Depressie en Tweede Wereldoorlog. De ontwikkeling van het ideeëngoed waaraan de sociale zekerheid ontsproten is, dateert echter van veel vroeger, en kan als reactie gezien worden op het heersende conservatief-liberale discours in de negentiende eeuw.

De negentiende eeuw is de eeuw van de nieuwe, industriële klasse, die zich tegoed kon doen aan de vruchten van de Industriële Revolutie. De nieuw verworven rijkdommen van deze klasse staken schril af tegen de armoede op het platteland en in de steden waar het fabrieksproletariaat samentroepte.

‘Sociale onvrede was onvermijdelijk.’

Sociale onvrede was dan ook onvermijdelijk. Om de rijkdommen van de nieuwe klasse van patroons te beschermen tegen de aanspraken van de massa volstond het niet de ijzeren vuist van het staatsapparaat in te zetten.

De nieuwe krachtverhoudingen moesten ook morele uitdrukking krijgen: de diepe ongelijkheden die het land doorkliefden, kon men niet enkel met machtsargumenten verdedigen. Men moest er ook morele rechtvaardiging aan kunnen geven. Die rechtvaardiging vond men in het conservatief-liberale discours.

Als een kleine god

Centraal in dat discours staat de idee van de mens alleen, de mens die in zijn handelen alleen bepaald en beperkt wordt door zijn eigen wilskracht. Hij is als een kleine god, die zelf zijn wereld boetseert.

Ieder voor zich is verantwoordelijk, en alleen verantwoordelijk, voor zijn lot. Dit moet op een dubbele manier begrepen worden. Alleen hijzelf kan verantwoordelijk gehouden worden voor zijn lot. En hij is alleen verantwoordelijk voor zijn lot, en voor niemand anders.

‘Ieder voor zich is verantwoordelijk voor zijn lot.’

Iemands plaats in de sociale hiërarchie is dan ook niet de reflectie van structurele omstandigheden in de samenleving, maar van karakter en keuzes in het leven waarvoor de mens alleen verantwoordelijkheid draagt.

De sociale hiërarchie is niets meer dan de uitdrukking van verschillen in talent, intelligentie, inspanning, en ondernemingszin. Meer: aan de ‘verkeerde’ kant van de kloof belanden, getuigt van een persoonlijk, moreel falen.

Afgunst en hebzucht

Dat diepe sociale ongelijkheden zich reproduceren doorheen de generaties, kon verklaard worden door verschillen in sociaaleconomische situatie te essentialiseren: de haves’ en de ‘have-nots’ zijn een ‘ander soort’ mensen.

‘Hulp aan ‘onfortuinlijken’ is een gunst.’

Aanvallen op die ‘natuurlijke’ sociale hiërarchie zijn het product van afgunst en hebzucht. Onverantwoordelijken die weigeren de gevolgen te dragen van hun eigen moreel falen, proberen al wat eerzame en godsvruchtige burgers door hard werk vergaard hebben, te confisqueren.

Hulp aan ‘onfortuinlijken’ is een gunst, een zaak van liefdadigheid, een christelijke deugd. Het is geen zaak van sociale rechtvaardigheid. De conservatief-liberale doctrine levert de ultieme morele legitimatie van de bestaande sociale hiërarchie.

Revolutie van het denken

Het gedachtegoed waarvan de sociale zekerheid de maatschappelijke uitdrukking is, steunt op een revolutie van het denken: een totale verwerping van dit individualistische conservatief-liberale wereldbeeld.

De mens alleen bestaat niet. Hij is geen kleine god die de wereld waarin hij te leven heeft naar eigen goeddunken kan boetseren.

‘De mens alleen bestaat niet.’

Hij is steeds ingebed in de gemeenschap, erfgenaam van die gemeenschap, en draagt een schuld tegenover die gemeenschap. De mens kan maar worden wie hij is in die gemeenschap en dankzij die gemeenschap.

Iemands levenslot valt niet te reduceren tot louter de reflectie van persoonlijke keuzes waarvoor hij en hij alleen verantwoordelijk is. Geen enkele sociale hiërarchie is natuurlijk, maar steeds het product van sociale en economische structuren en krachtsverhoudingen die de mens alleen niet kan beheersen.

Nooit alleen verantwoordelijk

De mens is dus nooit alleen verantwoordelijk voor zijn lot: anderen dragen een verantwoordelijkheid tegenover hem, zoals hij ook mee verantwoordelijk is voor het lot van anderen. Iedereen heeft verplichtingen tegenover elkaar.

De eis van sociale rechtvaardigheid vloeit voort uit de structuur van de samenleving zelf. Ze volgt uit de erkenning dat ons lot steeds met het lot van anderen verweven is. Mijn handelen heeft steeds implicaties voor de rest van de gemeenschap waarin ik leef.

‘Ons lot is steeds met anderen verweven.’

De idee van een individueel verrekenbaar saldo van schulden en baten tegenover de samenleving is dan ook absurd. En daarmee ook de idee dat iemands positie op de sociale ladder louter toe te schrijven valt aan iemands verdienste, of gebrek daaraan.

Wie getroffen wordt door tegenslag en wie fortuinlijk is, is geen kwestie van individueel falen en slagen. Het is een sociaal vraagstuk dat niet los gezien kan worden van de organisatie van de maatschappij. Waar ongelijkheden zich doorzetten, moet ook de organisatie van de samenleving zelf in vraag gesteld worden.

Solidariteit

De eis tot solidariteit, waarvan de sociale zekerheid de institutionele uitdrukking is, is de erkenning van deze lotsverbondenheid en wederzijdse verantwoordelijkheid. Deze solidariteit is geen gunst, geen zaak van liefdadigheid, maar een recht en een plicht, een zaak van sociale rechtvaardigheid.

Precies omdat de sociale zekerheid dit idee van sociale rechtvaardigheid en wederzijdse verantwoordelijkheid institutionaliseert, kan ze zekerheid bieden in het leven van mensen. De sociale zekerheid bevrijdt wie minder fortuinlijk is in het leven van de afhankelijkheid en goedgunstigheid van meer fortuinlijken.

‘Solidariteit is geen gunst, maar een recht en een plicht.’

Het instituut van de sociale zekerheid is de maatschappelijke neerslag van de idee dat onze lotsverbondenheid betekent dat we nooit alleen ons eigenbelang horen na te streven, maar steeds ook onze verantwoordelijkheid voor elkaar opnemen. Dit om het goede leven voor iedereen mogelijk te maken.

Draagvlak

Alleen dankzij de doorbraak van dit mens- en maatschappijbeeld, dit cruciale idee van lotsverbondenheid, kon het draagvlak ontstaan waarop zoiets wonderlijks als de sociale zekerheid gebouwd kon worden.

De sociale zekerheid is niet in de eerste plaats een antwoord op een technisch vraagstuk, maar de uiting van een revolutie in het denken. Als het vandaag onzekere tijden zijn voor de sociale zekerheid, komt dat omdat dit gedachtegoed weer aan vanzelfsprekendheid verloren heeft. En omdat de individualistische illusie, zoals die vorm kreeg in het negentiende-eeuwse conservatief-liberale discours, weer opgang maakt.

‘De individualistische illusie maakt weer opgang.’

Het gevolg is een versplinterende samenleving waarin de idee van lotsverbondenheid dreigt te verdwijnen, en daarmee de idee die de sociale zekerheid legitimeert. Met de uitholling van de sociale zekerheid dreigt ook de samenleving verder te versplinteren. Een helse machine trekt zich op gang, trekt het sociaal weefsel uit elkaar en we vallen alleen.

We moeten het ideeëngoed waarin de sociale zekerheid wortelt terugwinnen, willen we haar niet zien verpieteren. En we moeten de sociale zekerheid zelf blijvend versterken, willen we de idee van lotsverbondenheid dat onze samenleving haar samenhang geeft, blijven voeden.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Fundamenten

Sociale zekerheid in onzekere tijden

Matthias Somers (red.)

Minerva | 2019Meer info