Achtergrond

Woon- en leefkosten onbetaalbaar voor bijna 1 op 3 personen met handicap

Laura Polfliet, Nele Van den Cruyce, Koen Hermans

Sinds begin 2021 rekenen zorgaanbieders personen met een handicap woon- en leefkosten apart aan. Denk aan kosten zoals huur, water, elektriciteit, voeding, vervoer of ontspanning. Ze betalen dit van hun eigen inkomen. Uit onderzoek blijkt dat 30 procent daarna geen geld meer overhoudt voor andere uitgaven.

© Pexels / Mart Production

Metamorfose

Met de komst van persoonsvolgende financiering ondergaat de financiering van zorg voor volwassenen met een beperking sinds een paar jaar een grondige metamorfose. Met hun persoonsvolgend budget betalen mensen zorg en ondersteuning.

Maar net als iedere burger, hebben personen met een handicap daarnaast ook woon- en leefkosten. Sinds januari 2021 rekenen alle Vlaamse vergunde zorgaanbieders deze kosten apart aan. Vroeger betaalden personen met een handicap aan hun zorgaanbieder één vaste bijdrage die zowel zorg- en ondersteuningskosten, als woon- en leefkosten omvatte.

‘Vergunde zorgaanbieders rekenen woon- en leefkosten apart aan.’

Woonkosten zijn verbonden aan het gebruik of de huur van een woning, kamer, studio of appartement en eventueel gemeenschappelijke ruimtes. Het verbruik van water en energie zijn eveneens woonkosten. Leefkosten hebben dan weer te maken met het levensonderhoud: bijvoorbeeld voeding, drank, kleding en verzorgingsproducten.

Woon- en leefkosten kunnen niet met het persoonsvolgend budget betaald worden. Mensen moeten ze betalen met een inkomen, zoals een loon, een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming.

Betaalbaarheid

Het nieuwe systeem van woon- en leefkosten moet ervoor zorgen dat het aanbod aansluit bij de wensen van de gebruikers en dat dat aanbod financieel haalbaar is voor de zorgaanbieders.

‘De resultaten schetsen geen rooskleurig beeld.’

Uit eerder onderzoek van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bleek dat bij de implementatie van het systeem van woon- en leefkosten voorzieningen de eigen financiële gezondheid prioritair vinden.

Maar hoe ervaren personen met een handicap de betaalbaarheid van dit nieuwe systeem? Dat onderzocht het steunpunt dit jaar. 260 personen met een handicap die gebruik maken van dag- of woonondersteuning gaven inkijk in hun financiële situatie. De resultaten schetsen geen rooskleurig beeld.

Voldoende informatie is niet altijd genoeg

Bij de uitrol van een nieuw financieringssysteem hoort verduidelijking voor de gebruikers. Acht op de tien zeggen dat ze voldoende informatie ontvingen over het systeem van woon- en leefkosten.

Informatie krijgen betekent echter niet dat je die ook volledig begrijpt en kan gebruiken. Zo vindt 40 procent dat het systeem complex is. 21 procent weet niet waar ze terecht kunnen als ze problemen ervaren met de betaalbaarheid van de woon- en leefkosten.

Je kan dus de vraag stellen of gebruikers effectief voldoende geïnformeerd werden over de woon- en leefkosten. En bovenal of de informatie die ze kregen helder en transparant genoeg was.

Hoeveel bedragen woon- en leefkosten?

Deze studie geeft voor de eerste keer een inzage in de hoogte van de woon- en leefkosten die de persoon met een handicap moet betalen aan de zorgaanbieder. Voor personen die gebruikmaken van dagondersteuning gaat het gemiddeld om 457 euro per maand. Wie zowel dag- als woonondersteuning krijgt, betaalt gemiddeld 998 euro.

Het gaat voor alle duidelijkheid om gemiddelden. Hoe hoog de kost werkelijk is, wordt bepaald door hoe vaak iemand beroep doet op dag- of woonondersteuning. Er is dus een grote variatie tussen personen.

Impact op beschikbaar inkomen

Deze woon- en leefkosten betalen personen van hun inkomen. Deze kosten hebben dus een impact op het beschikbare inkomen dat mensen overhouden. Zo houden personen die gebruikmaken van dagondersteuning gemiddeld 865 euro per maand over. Bij personen die gebruikmaken van dag- en nachtondersteuning is dat 567 euro.

Met dit geld moeten bijvoorbeeld medische kosten maar ook alledaagse dingen, zoals een kappersbezoek, boodschappen, ontspanningsactiviteiten, kleding of hospitalisatieverzekering betaald worden. Wie enkel gebruikt maakt van dagondersteuning, of deeltijds in de voorziening verblijft, heeft daarnaast nog bijkomende woon- en leefkosten. Want ze hebben ofwel een eigen woning of wonen bij familie.

40 procent in precaire financiële situatie

De prijs van de woon- en leefkosten weegt zwaar door in het budget van personen met een handicap. 40 procent kan na het betalen van de woon- en leefkosten geen onverwachte uitgave doen van 1.000 euro. Dit is een algemeen aanvaarde indicator van armoederisico. Er mag voor deze personen niet veel mislopen of ze komen in ernstige financiële problemen terecht.

‘Er mag voor deze personen niet veel mislopen of ze komen in ernstige financiële problemen terecht.’

Een andere belangrijke indicator voor eventuele financiële problemen is het niet kunnen betalen van gezondheidszorg. Denk aan een bezoek aan de dokter, kinesist of psycholoog of aankopen van medicatie. Maar liefst 47 procent van de bevraagde personen kan dit niet betalen.

Een grote groep mensen met een handicap die gebruik maken van de diensten van een vergunde zorgaanbieder verkeert dus in een precaire financiële situatie. Het percentage ligt aanzienlijk hoger dan in de hele Vlaamse bevolking. Dit was in 2021 namelijk 13 procent.

Besparen als overlevingsstrategie

Met de hoogte van de woon-en leefkosten is het logisch dat deze mensen in besparen om te kunnen overleven.

Zo stelt ruim de helft dat ze besparen op woon-en leefkosten zelf. Uitgaven waar ze het meeste op besparen zijn ontspanningsactiviteiten (11 procent), vervoer van en naar de voorziening (12 procent), was- en strijkservice (11 procent) en kledij (15 procent).

Een duidelijk signaal naar de voorzieningen toe. Maar amper 8 procent van de gebruikers geeft aan dat vergunde zorgaanbieder actie ondernam om iets te doen aan de betaalbaarheid van de woon- en leefkosten.

Uitgaven buiten de voorziening

Daarnaast besparen mensen met een handicap ook op uitgaven buiten de voorziening. Zo bespaart 17 procent op ontspanningsactiviteiten die niet georganiseerd worden door de voorziening, 8 procent bespaart op verplaatsingskosten, 6 procent bespaart op hulpmiddelen.

‘De werkelijke kost van het systeem van woon- en leefkosten is misschien wel het beknibbelen op de kwaliteit van leven.’

12 procent gaf aan nog verdere besparingstechnieken toe te passen. Zo wordt bespaard op boodschappen, hospitalisatieverzekering, kappersbezoek, pedicure of manicure en de aankoop van een aangepaste wagen.

De werkelijke kost van het systeem van woon- en leefkosten is daarom misschien wel het beknibbelen op de kwaliteit van leven.

Lenen of spaargeld aanspreken

Het is dus niet verrassend dat 30 procent van de personen met een handicap aangeeft dat ze na het betalen van de woon- en leefkosten onvoldoende inkomen overhouden voor andere uitgaven. Twee op drie geven bovendien aan dat extra inkomen nodig is om rond te kunnen komen.

Drie op de tien moeten spaargeld aanspreken om woon- en leefkosten te betalen. Daarnaast stelt 29 procent dat ze beroep moeten doen op hun familie of netwerk om de rekeningen te kunnen betalen. Het gaat hier wel degelijk om twee afzonderlijke strategieën die niet gecombineerd werden.

59 procent van de personen met een handicap heeft dus geen duurzame manier om de woon- en leefkosten op te vangen. Ze lopen het risico om schulden te maken. Ofwel door spaargeld op te souperen ofwel door te lenen bij anderen.

Corrigerende acties dwingen zich op

De eerste analyse van de betaalbaarheid van de woon- en leefkosten voor de personen met een handicap is niet rooskleurig. Voor een grote groep staat de betaalbaarheid van de professionele ondersteuning onder druk. Om die betaalbaarheid te verbeteren zijn diverse correcties mogelijk.

‘De inkomensvervangende en integratiegegmoetkoming volstaan niet.’

De inkomenssituatie kan verbeterd worden door een verhoging van de uitkeringen, meer bepaald de tegemoetkomingen voor personen met een handicap. Deze studie toont aan dat de inkomensvervangende en integratietegemoetkoming voor een meerderheid van de bevraagde personen niet volstaan.

Deze tegemoetkomingen moeten verhoogd te worden. Daarnaast kan eventueel de vermindering van de integratietegemoetkoming voor wie verblijft in een voorziening afgeschaft worden, hoewel dit geen effect heeft op de situatie voor personen in dagondersteuning.

Kosten drukken

De uitgaven kunnen op verschillende manieren verminderd worden. Zorgaanbieders zouden grotere inspanningen kunnen leveren om de woon- en leefkosten betaalbaar te houden. In de vorige studie gaven ze aan dat in de mate van het mogelijke al doen, hoewel voor hen de financiële gezondheid van de organisatie primeert.

Wanneer betaalbaarheid een probleem is, kunnen zorgaanbieders sterker aangemoedigd worden om individuele oplossingen te zoeken. Denk aan een betere rechtenverkenning of doorverwijzing naar het OCMW. Uit deze studie blijkt dat slechts weinig gebruikers zulke individuele oplossingen kregen.

Maximumprijzen

De overheid kan de woon- en leefkosten ook sterker reguleren. Bijvoorbeeld door te werken met maximumprijzen voor specifieke kosten. Ze kan ook bepaalde kosten vergoeden. Denk aan een tussenkomst voor vervoerskosten, zoals nu ook gebeurt bij het leerlingenvervoer in het bijzonder onderwijs.

‘De gebruikersraad kan versterkt worden.’

Een andere oplossing ligt bij het collectief overlegorgaan, soms ook wel gebruikersraad genoemd. Elke vergunde zorgaanbieder organiseert zo inspraak. Dit collectief overleg kan versterkt worden en een meer prominente rol opnemen in het bepalen en opvolgen van de woon- en leefkosten.

Meer transparantie en informatie

Deze pistes om de betaalbaarheid van woon- en leefkosten te verbeteren, vertrekken van verschillende uitgangspunten over de rol van de overheid, de zorgaanbieder en de gebruiker. En ook van de vraag bij wie deze verantwoordelijkheid wordt gelegd: de Vlaamse overheid, de federale overheid, de vergunde zorgaanbieder of het collectief overlegorgaan.

In ieder geval is er nood aan meer transparantie en duidelijke informatie op maat van de gebruiker. Het is de taak van zowel de overheid als van de vergunde zorgaanbieders om hiervoor te zorgen.

Ook gebruikersverengingen en bijstandsorganisaties moeten verder inzetten op de ondersteuning van personen die een beroep doen op een vergunde zorgaanbieder. Het is cruciaal dat zij hun rechten en plichten voldoende kennen.

Reacties [3]

  • Tess Van Deynse

    Ik heb ASS. Ik woon alleen. Ik ben wel op de hoogte van mijn rechten op sociaal tarief en ik maak er ook gebruik van zoals korting op het inschrijvingsgeld bij lessen volgen op de academie en het CVO, reizen met de trein aan verminderd tarief, … Bij sommige organisaties word ik raar bekeken, als ik zelf mijn aanvragen voor sociaal tarief. Ik word vaak niet geloofd, omdat ik veel zelf doe en mijn taalgebruik kunnen zien, dat ik me kan normaal kan uitdrukken.

    Ik ken vakantie-participatie ook voor sociaal tarief bij daguitstappen en hotelovernachtingen. Ik maak daar geen gebruik van, want ik vind het vervelend dat je alles heel lang op voorhand moet vastliggen. Ik doe dat niet graag, omdat je bepaalde dingen zoals weer, stakingen niemand maanden op voorhand, en naargelang de omstandigheden ben ik iemand die uitstappen pas enkele dagen op voorhand plant.

  • Solange Peirsegaele

    Dit is heel herkenbaar! Als ouder van 2 volwassen kinderen met een beperking zie ik die woon en leefkost stijgen. Wat ook heel herkenbaar is , is dat die groep die meestal een laag inkomen heeft, weinig of niet op de hoogte is van de algemene collectieve voorzieningen. Zo zullen wij nu met onze plaatselijke KVG groep info geven over vakantie-participatie. We merken dat veel mensen met een beperking daar recht op hebben maar dit totaal niet kennen. OCMW , Sociaal huis van de gemeente zou veel meer deze groep moeten bereiken en ook omgekeerd, de voorzieningen moeten veel meer samenwerken met OCMW’S. Precies 2 aparte werelden… Want het is inderdaad schrijnend om te zien hoe veel mensen met een beperking niet meer kunnen deelnemen aan leuke vrijetijdsactiviteiten omwille van financiële redenen. Daarom houden wij als lokale vereniging voor mensen met een beperking onze prijzen heel laag en doen we financiële acties om iedereen de kans te geven om deel te nemen.

  • Patrick Vandelanotte

    Goed dat dit grondig onderzocht wordt. Dat mensen met een handicap een groot risico vertonen op vlak van inkomen is iets wat absoluut aandacht verdient. Of ze nu gebruik maken van de klassieke zorgaanbieders of niet. De loskoppeling van budgetten voor ondersteuning van de leef en woonkosten is hoe dan ook een goede zaak. En ik waardeer dat de onderzoekers dit niet op de korrel nemen of ervoor pleiten om dit terug te draaien. Maar het versterkt dus de aandacht voor de kwetsbare economische situatie van mensen met een handicap. Waarbij ik even wil opmerken dat ook mensen die dus geen beroep doen op de klassieke zorgaanbieders ook moeilijk rond komen en ook vaak moeten terugvallen op ouders. Is daar onderzoek aan besteed?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.