Achtergrond

‘Psychosociale problemen van ouderen worden onderschat’

Ludo Serrien

Ouderenpsycholoog Luc Van de Ven is met pensioen, maar blijft aan de slag. Hij kan het niet laten. Ook niet het begeesterd praten over ouder worden en de psychosociale problemen die daarmee gepaard gaan. Een gesprek over hoe we omgaan met het wel en wee van de oude dag.

Luc Van de Ven

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Je laatste boek ‘Troost’ gaat over de kunst van het ouder worden. Waaruit bestaat die kunst? 

“Oud worden is verlies incasseren. Tot en met het ultieme verlies: we gaan dood en worden herleid tot nul. Andere verliezen zijn vooraankondigingen van dit ultieme verlies. Old is dus niet beautiful. Toch kunnen heel wat senioren genieten van een bevredigende oude dag.”

“Waarom beheerst de ene de kunst van het ouder worden beter dan de andere? De eerste factor is een flinke dosis geluk. Er zijn mensen die tegenslag hebben en mensen die geluk hebben. Daarnaast kunnen sommigen beter verlies incasseren dan anderen. Dat kan aan de persoonlijkheid liggen. Het is wellicht ook wat genetisch bepaald.”

‘Oud worden is verlies incasseren.’

“Maar er spelen ook relationele factoren. Wat kunnen partners voor elkaar doen? Kunnen ze elkaar troosten? Troosten is niet flauw en lief zijn voor elkaar, wel in staat zijn om samen te bekijken wat ze nog kunnen doen. Op oudere leeftijd blikken koppels vaak tevreden terug op wat ze samen gerealiseerd hebben, maar ze kunnen niet praten over kwetsbaarheden.”

Wijst dat erop dat ze dat vroeger ook niet konden?

“Ja, maar wat als je dat pas op latere leeftijd ontdekt? Ik zie koppels waarbij een van de twee zegt: ‘Ik heb altijd geweten dat hij moeilijk over emoties praat. Vroeger hadden we andere zaken aan ons hoofd, maar nu heb ik iemand nodig om eens samen mee te huilen en dan vlucht hij weg.’”

Draait die troost dan rond de verlieservaringen?

“Niemand ontsnapt in die levensfase aan verlies: lichamelijk, seksueel, kinderen die weggaan, de werkcontext, tot het overlijden van een geliefde. Zo kom ik op een tweede aspect van de troost: kunnen we samen, als maatschappij, iets doen om eenzaamheid te voorkomen?”

“In onze dagkliniek bieden we groepstherapie voor ouderen met psychosociale noden die nog thuis wonen. Als je hen vraagt wat echt helpt, vermelden ze de gesprekken met lotgenoten. Mensen samenbrengen is een bijzonder goed medicijn tegen eenzaamheid.”

Bestaat er geen gevaar dat ouderen elkaar meetrekken in een somber wereldbeeld?

“Let wel, dat risico is er in elke leeftijdscategorie. Maar daarom begeleiden professionals die groepsgesprekken zodat het geen louter cafépraat wordt. Zij stimuleren mensen om ook iets te doen aan de zaken waarover ze klagen. Zo greep een patiënte bij stress snel naar alcohol. Dat weet ze telkens aan iets dat buiten haar lag, zoals een lastige buurvrouw, maar nooit aan zichzelf.”

‘Klagen is een soort verzet tegen een systeem waar men te weinig vat op heeft.’

“Om elkaar niet te verliezen, spreken mensen elkaar naar de mond. Ze klagen over alles wat fout loopt, van de verpleging tot de regering. Het is een soort verzet tegen een systeem waar men te weinig vat op heeft. In een woonzorgcentrum moet je er dus voor zorgen dat de bewoners nog voldoende controle hebben op hun dagelijks leven.”

Wie in een woonzorgcentrum woont, geeft een stuk van die controle af.

“Een woonzorgcentrum is een vorm van samenleven. Je kan er geluk of pech mee hebben. Met wie zit je elke middag aan tafel? Die mensen hebben niet gevraagd om met elkaar samen te leven. Dan steken oude demonen vaak opnieuw de kop op.”

“De gesprekken dienen vaak om het sociaal onderscheid te accentueren. ‘Heeft uw zoon ook gestudeerd en een mooie carrière?’ ‘Ik kon weer niet passeren in de gang, want die pretentieuze ex-schooldirectrice nam alle plaats in.’ Versta: ‘Dat mens denkt dat ze beter is dan ik.’”

‘Verzorgenden voelen zich gekleineerd.’

“Medewerkers van een woonzorgcentrum moeten zich boven dat gewoel zetten en zich niet laten verleiden om in discussie te gaan. Verzorgenden zeggen vaak tegen elkaar dat ze niet graag bij een bewoner komen omdat ze bijvoorbeeld altijd pocht met haar zoon die rechter is. De medewerkers voelen zich dan gekleineerd, terwijl dat verhaal misschien het enige is wat die vrouw nog heeft.”

Hoe ga je daar als sociale professional best mee om?

“Zeg eenvoudigweg aan die mevrouw dat de carrière van haar zoon ook haar verdienste is. Maar draai tegelijk ook de knop om en betrek het niet op jezelf. Dat vraagt een goede teamwerking, waarbij zulke zaken regelmatig met collega’s en een supervisor besproken worden. Als je al het gevoel hebt dat je leidinggevende op je neerkijkt, zal je het extra moeilijk hebben met die oude vrouw.”

Luc Van de Ven

“Elke sociale professional krijgt onvermijdelijk met ouderen te maken.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Welke psychosociale problemen van ouderen blijven vaak onder de radar?

“Het begint bij het pensioen. Voor sommigen is dat na de wittebroodsweken een groot zwart gat. Ze gaan meer drinken, letten niet meer op hun gezondheid en kampen met relationele problemen. Ouderen liggen ook vaak wakker van de problemen van hun kinderen en kleinkinderen.”

‘De afhankelijkheid zorgt voor problemen.’

“Het lijf wil niet meer mee. Maar het is vooral de toenemende afhankelijkheid die voor problemen zorgt. Voor wie zelfcontrole hoog in het vaandel houdt, is een lieftallige verpleegster een slag in het gezicht. Die afhankelijkheid gaat vaak over intieme zaken zoals incontinentie. Voor sommigen is dat een ware krenking.” 

Kennen sociale professionals die problemen van ouderen voldoende?

“Sociale professionals hebben de neiging om die te onderschatten, door ouderen aan ‘zorg’ te linken en niet aan ‘psychosociale problemen’. In de opleidingen komen ouderen eerder toevallig aan bod. Toch krijgt elke sociale professional onvermijdelijk met hen te maken.”

“Door een gebrek aan kennis, zien professionals bijvoorbeeld geen onderscheid tussen melancholie, rouw en depressie. Of vervallen ze in clichés, zoals ‘vergeetachtigheid is beginnende dementie’ of ‘droefenis hoort nu eenmaal bij de oude dag’.”

Heeft het sociaal werk wel voldoende oog voor de grootouders?

“Neen. De impact van een scheiding op de grootouders wordt bijvoorbeeld vaak onderschat. Wat betekent die voor de relatie met de ex-schoonzoon en kleinkinderen? Bij traumatische gebeurtenissen zoals het tragische busongeluk in SierreOp 12 maart 2012, met meer dan 20 overleden kinderen.gaat uiteraard alle aandacht naar de ouders, broertjes en zusjes. Maar men vergeet vaak de grootouders.”

‘De impact van een scheiding op de grootouders wordt vaak onderschat.’

“De interacties met kinderen en kleinkinderen zijn een zeer belangrijk element van het psychosociaal welzijn van ouderen. Sociale professionals kunnen dus via hen ook op een indirecte manier inspelen op problemen van ouderen.”

Hoe groot is het probleem van eenzaamheid bij ouderen?

“Ouderen zijn niet eenzamer dan pakweg twintigers. Maar in elke leeftijdscategorie heb je risicogroepen. Bij ouderen zijn dat mensen die recent hun partner verloren of partners van mensen met dementie. Ook de zogenaamde ‘gezellige bejaarde’ loopt risico. Dat is de sociale dame die heel actief was bij meerdere verenigingen maar nu bedlegerig is. Terwijl de sportvisser die zijn lijn uitwerpt en vooral hoopt dat er niemand langskomt, zich helemaal niet eenzaam voelt.”

‘Relatiestress weegt vaak zwaarder dan zorgtaken.’

“Het komt er vaak op aan om verdoken leed te ontdekken. Niet betuttelen, maar even poolshoogte nemen en extra aandacht schenken na het overlijden van een partner. Of bij partners van iemand met beginnende dementie. Dat gaat soms gepaard met veranderingen in persoonlijkheid en karakter.”

“Ze lijken het nog goed te stellen, maar niemand weet wat er zich achter de voordeur afspeelt. Een brave en trouwe echtgenoot wordt bijvoorbeeld door zijn dementerende partner beschuldigd dat hij vreemdgaat. De relatiestress weegt vaak zwaarder dan de zorgtaken die ze opnemen.”

Hoe kan je daar als professional beter op inspelen?

“Het begint uiteraard met contact. Die mensen stappen nooit zelf naar een OCMW of een CAW. Je kan dus niet anders dan outreachend werken. En daarin creatief tewerk gaan, bijvoorbeeld door aan te bellen met een of ander formulier dat moet ingevuld worden.”

Lokale samenwerking is hierbij cruciaal. Met seniorenverenigingen of met organisaties als Samana.Het vroegere Ziekenzorg van de CM.Maar ook opbouwwerkers, politie of postbodes zijn belangrijke schakels. Er zijn goede voorbeelden van lokale besturen die deze mensen rond de tafel zetten om samen zicht te krijgen op eenzaamheid.”

“Ik voer geen pleidooi om te roddelen of te neuzen achter de voordeuren. Maar het is wel belangrijk dat er minstens één persoon tot achter die voordeur komt.”

Stel dat je contact legt, wat doe dan?

“Het begint bij luisteren naar het verhaal van de oudere. Maar besef dat niets is wat het lijkt. ‘Het is toch wel erg dat uw zoon niet naar u omkijkt’, bevestigen op basis van het verhaal van die oude man is not done. Luister dus met een open geest, empathisch en kritisch. Ga na verloop van tijd over tot de vraag: ‘Wat kunnen we doen?’ Die vraag stellen is niet de kunst, wel het juiste moment kiezen.”

In de welzijnssector worden ouderen vaak gezien als iets voor de ouderenzorg. Sommigen hanteren een leeftijdsgrens van 65 jaar. Anderen bereiken zeer weinig ouderen.60-plussers zijn slechts 6 procent van het cliënteel van de CAW’s. Bij de centra geestelijke gezondheidszorg zijn ze goed voor 11 procent.

“Gezien de psychosociale noden van de ouderen en hun aandeel in de bevolking ligt daar toch een belangrijke opdracht voor de hele welzijnssector. De overheid moet dit stimuleren. Aan de centra geestelijke gezondheidszorg is gevraagd om ouderenteams te creëren. Sommige centra nemen dit ter harte, anderen vinden dat ze dat er moeilijk bij kunnen nemen.”

‘We mogen niet zo categoriaal denken.’

“Maar we mogen niet zo categoriaal denken. Psychosociale problemen van generaties hangen samen met hun hele context. Het startpunt van psychosociale ondersteuning van ouderen kan dus ook bij de familie liggen. Bij de kleindochter, bijvoorbeeld, die de belastende mantelzorg van haar moeder aankaart. Of de vijftienjarige kleinzoon die door te stelen een probleem op tafel wil leggen: ‘Grootmoeder terroriseert het gezin, doe iets.’” 

Luc Van de Ven

“Psychosociale problemen van generaties hangen samen met hun hele context. Het startpunt van psychosociale ondersteuning van ouderen kan dus ook bij de familie liggen.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Ouderen zijn dus niet altijd doetjes?

“Door over ‘lieve oudjes’ te spreken infantiliseer je een hele bevolkingsgroep. Er zijn zeker charmante ouderen, zoals er ook charmante twintigers zijn. Maar er zijn ook ouderen met persoonlijkheidsstoornissen, ouderen die hun kinderen onder druk zetten en ouderen die hun partner terroriseren.”

‘Maak de situatie leefbaar.’

“Sociale professionals kunnen de situatie leefbaarder maken. Zorg dat die oude man, die voortdurend op de zenuwen van zijn vrouw werkt, zich engageert in de voetbalclub. Verwijt een narcistische man niet dat hij narcistisch is, want dan verlies je hem. Probeer hem toch dingen te laten doen om zijn leven en dat van zijn omgeving leefbaarder te maken.”

Worden problematische eigenschappen niet groter bij het ouder worden?

“Het is een kwestie van interpretatie. Sommige ouderen zie je net milder worden. Ook hier speelt geluk een belangrijke rol. Opa is veel milder geworden, tot hij plots bedlegerig wordt en zijn houding helemaal omslaat. Plots wordt hij een ‘bel-terrorist’. Hij voelt zich zo door het leven verraden dat hij geen ander middel meer ziet dan voortdurend op de alarmknop te drukken.”

“Of de vrouw, wiens man altijd degene was die alle initiatief nam. Wanneer hij opeens overlijdt, verwacht de vrouw dat de vijf kinderen zijn plaats innemen. Ze klaagt dat haar kinderen haar verwaarlozen. Een gesprek met de kinderen wijst uit dat er elke dag minstens één van hen langskomt. Dat zegt iets over haar persoonlijkheid, maar nog meer over de plotse verandering in haar leven.”

Hoe kan ouderenmishandeling voorkomen worden? 

“Mishandeling, of misbehandeling, gaat bijna altijd uit van intimi van ouderen, van familie tot goede buren. Ernstige relatiestress en spanningen tussen de oudere en de zorgdrager kunnen ontsporen tot mishandeling.”

‘We mogen thuiszorg niet idealiseren.’

“Een belangrijke vorm van preventie lijkt misschien banaal. Zet de zorgende partner ertoe aan om af en toe iets anders te doen, zoals naar het voetbal gaan. Zoek tegelijk iemand die de zorg wat kan verlichten.”

“We mogen geen enkele zorgsituatie idealiseren, ook thuiszorg niet. Thuiszorg is aangewezen zolang het voor de oudere en zijn omgeving optimaal is. Mooi als je in staat bent om je oude vader in huis te nemen omdat jullie een goede relatie hebben. Maar laat ons alsjeblieft mensen niet veroordelen die daar niet toe in staat zijn. Relaties zijn wat ze zijn. Een opname kan soms wenselijk zijn als preventie van mishandeling.”

Een verblijf in een woonzorgcentrum is duur, zelfs voor iemand met een redelijk pensioen.

“Inderdaad. Zo bots je op een maatschappelijk vraagstuk. Wat als een opname de partner of kinderen financieel dreigt te nekken? Terwijl het overduidelijk is dat ze de zorg niet meer aankunnen. Door die oudere thuis te houden riskeren de we de mishandeling zelf te veroorzaken. Zowel de ouder als de mantelzorgers zijn dan slachtoffer.”

‘Wat als een opname de partner of kinderen financieel dreigt te nekken?’

“De betaalbaarheid is met de jaren een groter probleem geworden. Het wordt politiek weggemoffeld. Thuiszorg moet verder uitgebouwd worden, maar mag geen alibi zijn voor te dure woonzorgcentra.”

Wat maakt dat een woonzorgcentrum ‘goed’ is?

“De houding van de medewerkers is essentieel. Is er openheid en respect? Probeert men de graad van zelfcontrole van de bewoners zo hoog mogelijk te houden? Heeft men aandacht voor details, voor mensen met een afwijkende mening, met een verschillende culturele achtergrond? Hoe gaat men om met conflicten?”

“Beschouwt men de interactie tussen hulpverlener, oudere en familie als een kwaliteit? En staat men open voor de verhalen van de familieleden? Er bestaan geen slechte zonen, wel zonen met een problematische relatie met de oudere. Iedereen moet een goede omgang hebben met de familie, van verpleegkundigen tot de poetsvrouw. Dat is niet enkel de taak van de sociale dienst.”

“Probeer niet de geboden zorg te idealiseren en geef toe dat je soms fouten maakt. Communiceer daarover open en niet defensief.”

Is de essentie niet dat mensen hun waardigheid kunnen behouden?

“Ja. En dat zit in kleine dingen. Ouderen niet betuttelen of behandelen als een kind. Zorgen dat mensen zich thuis voelen en fier voor de dag kunnen komen. Delicate zorgtaken met respect uitoefenen. Een woonzorgcentrum mag geen instelling zijn. Dus zet de deuren open en betrek lokale verenigingen.”

“Die waardigheid behouden is ook een breder maatschappelijk vraagstuk. Wat is goede zorg voor ouderen ons waard? Dat is even belangrijk als investeren in onderwijs, ook al gaat het hier om mensen die economisch niet meer opbrengen. En hoe gaan we die de kloof tussen rijk en arm terugschroeven? Nergens in de zorg is die kloof zo groot.”

Reacties [4]

  • Ella Ghysels

    Ik heb het boek al 2 keer gelezen. Erg verhelderend en leerrijk voor mezelf als oudere! + mooie illustraties

  • Friedl Teirlinck

    Afgelopen schooljaar heb ik les gehad van Luc Van de Ven tijdens de opleiding tot gezinswetenschapper. Zeer interessante en begeesterde man die op een boeiende manier kan vertellen over ouder worden en alles wat erbij hoort. Zijn boek is daar een prachtige weergave van.

  • Aline Beullens

    Zeer interessant artikel en berust zeker op de waarheid!
    Helaas moet ik het aan de lijve al ondervinden. Ofwel sterf je vlug zoals mijn vader op 53 jaar aan hartinfarct ofwel mag je langer leven, maar ja…dan is er de ouderdom met zijn problemen!

  • rik holvoet

    Mooie en belangrijke visie op ouderen, zonder in een categorie te denken!

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.