Achtergrond

Het middenveld is nog lang niet uitgespeeld

Ludo Serrien

In Vlaanderen is een groot deel van het welzijnslandschap in handen van het middenveld. Duizenden grote en kleine verenigingen zonder winstoogmerk zijn actief in de zorg voor ouderen, mensen met een beperking, chronisch zieken of kinderen en jongeren. De idee leeft dat dit middenveld onder druk staat. Maar klopt dit wel?

© Unsplash / John Moeses Bauan

Kevin De Bruyne

Kevin De Bruyne is de beste middenvelder ter wereld. Hij pareert als eerste de aanvallen van de tegenstander en geeft tegelijk rake assists aan de spitsen van zijn ploeg. Geregeld schiet hij er zelf ook eentje in doel.

Maar voetbalheld De Bruyne was niet het thema van het onderzoek dat CSI Flanders de afgelopen jaren voerde, integendeel. Een grote groep onderzoekers van verschillende universiteiten bogen zich over de uitdagingen van het middenveld in Vlaanderen.

‘Het middenveld werkt vooral met subsidies.’

Sociaal.Net sprak met Stijn Oosterlynck (Universiteit Antwerpen) en Bram Verschuere (Universiteit Gent). Allebei waren ze intensief betrokken bij dit grootschalig onderzoek. Op de vraag of het sociaal middenveld onder druk staat, is hun antwoord genuanceerd.

Wat is het maatschappelijk ‘middenveld’ dat jullie onderzocht hebben?

Stijn Oosterlynck: “Het middenveld situeert zich in het midden van een driehoek. In de bovenste hoek zien we de staat of de overheid. In de andere hoek is er de markt. De derde poot zijn de burgers en gemeenschappen. Het middenveld bestaat uit organisaties van burgers die zich rond een maatschappelijke missie organiseren.”

“Elk van de middenveldorganisaties heeft een bepaalde verhouding tot de burgers, de overheid en de markt. Sommigen leunen sterk aan bij de overheid. Anderen zitten dichter tegen de markt. Dat ze vanuit de burgersamenleving ontstaan zijn, hebben ze gemeenschappelijk.”

Veel praktijkwerkers denken dat het middenveld iets is dat tussen hen en de overheid staat: de vele tussenstructuren zoals koepels, steunpunten en belangenverenigingen.

Stijn: “Die horen daarbij. Maar praktijkwerkers zijn ook deel van het middenveld, zeker wanneer ze werken in een private organisatie zoals bijvoorbeeld een Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW). In Vlaanderen zijn dat meestal vzw’s.”

Een OCMW-werker of een justitie-assistent behoren dus niet tot het middenveld?

Stijn: “Neen. Zij doen ogenschijnlijk hetzelfde als een sociaal werker in een private organisatie, maar ze maken wel deel uit van de overheid. Hun opdracht en mandaat komt daardoor anders tot stand. Middenveldorganisaties worden gedreven door een eigen missie. Dat is een andere positie dan de overheid, al zorgen overheidssubsidies aan organisaties tot een meer troebel beeld. Het is wel belangrijk dat burgers dit onderscheid tussen private en publieke dienstverlening zien.”

En wat met commerciële organisaties? Kunnen zij deel uitmaken van het middenveld?

Stijn: “Neen. Er moet minstens sprake zijn van een maatschappelijke missie.”

‘Middenveldorganisaties worden meer hybride.’

Bram Verschuere: “Een commerciële marktorganisatie haalt haar inkomsten in de regel uit de verkoop van goederen en diensten. Middenveldorganisaties zijn soms ook actief op die markt, maar ze zijn in grote mate afhankelijk van subsidies van de overheid of private bijdragen. Een ander belangrijk verschil is hoe men omgaat met winst. Een middenveldorganisatie kan wel winst maken, maar investeert die altijd opnieuw in de organisatie en haar werking. In commerciële organisaties komt die winst uiteindelijk toe aan de eigenaars of aandeelhouders.”

De verhouding tussen middenveld, overheid en markt verschuift.

Stijn: “We zien een heel divers middenveld dat zich voortdurend tussen die drie polen beweegt, zonder er helemaal mee samen te vallen. Op dat terrein zien we inderdaad heel wat verschuivingen. Zo worden middenveldorganisaties meer hybride: ze nemen kenmerken over van de overheid en de markt.”

“Er zijn organisaties die commerciëler gaan werken. Zij proberen subsidies te combineren met andere inkomsten. Er zijn er ook die mensen uit het bedrijfsleven in hun bestuur opnemen. Andere middenveldspelers wegen via allerlei overlegstructuren sterk mee op het beleid, nog anderen voeren overheidstaken uit. En er zijn ook organisaties die de band met de burger sterker willen aanhalen, omdat ze die door de professionalisering wat zijn kwijtgeraakt.”

‘De typische middenveldorganisatie bestaat niet.’

“Het is niet zwart-wit. Veel organisaties evolueren en gaan door bepaalde fasen. Ze zijn ontstaan uit burgerinitiatief. Maar eens ze subsidies krijgen, gaan ze professionaliseren en nauwer aanleunen bij de overheid. Op die manier evolueerde bijvoorbeeld het algemeen welzijnswerk. De huidige CAW’s ontstonden vanuit burgerinitiatieven. Die werden gedwongen om te fuseren. Vandaag zijn het grote organisaties, die met behulp van subsidies publieke diensten verlenen. Ze worden sterk aangestuurd door de regelgeving van de overheid.”

Het middenveld waaiert dus uit naar alle hoeken van de driehoek?

Stijn: “De typische middenveldorganisatie bestaat niet. Het is interessanter om tendensen te ontdekken in hoe organisaties evolueren, hoe hun rollen en posities veranderen. Daarvoor moet je kijken naar wat ze concreet doen.”

Wat is die maatschappelijke rol van het middenveld?

Stijn: “Wij zien verschillende rollen. Sommige organisaties doen aan maatschappelijke dienstverlening met een aanbod van bijvoorbeeld hulpverlening of cursussen. Anderen brengen mensen samen en werken aan gemeenschapsvorming. En er zijn er die een politieke rol opnemen en maatschappelijke veranderingen nastreven.”

‘Het middenveld doet aan dienstverlening, gemeenschapsvorming en politiek. Maar niet allemaal evenveel.’

Bram: “Binnen zorg en welzijn zijn middenveldorganisaties vooral dienstverlener. Zij behoren tot de non-profit sectoren en verlenen individuele hulp of zorg aan gezinnen, jongeren, mensen met een beperking, ouderen,… Hun politieke rol is zeer beperkt en vaak verengd tot de eigen belangenbehartiging. Maar er zijn in de welzijnssector ook dienstverlenende organisaties die via hun werking bijdragen tot gemeenschapsvorming en het signaleren van maatschappelijke uitdagingen. Op die manier nemen ze toch deels een politieke rol op. Denk aan het algemeen welzijnswerk en de samenlevingsopbouw.”

Stijn: “Door het afkalven van de verzuiling maken gebruikers ook geen keuzes meer op basis van ideologie van de aanbieder. Zij stellen de kwaliteit en de betaalbaarheid van de dienst voorop. Gebruikers gedragen zich meer als een klant dan als een aanhanger van een bepaalde zuil. Daardoor ontstaat er meer concurrentie, zoals bijvoorbeeld tussen de ziekenfondsen.”

Laten we even inpikken op de politieke rol.

Bram: “Die politieke rol komt vaak neer op een vorm van belangenbehartiging voor bepaalde groepen in de samenleving. Maar je kan het ook breder invullen: mensen emanciperen, mensen standpunten doen innemen, mensen stimuleren om na te denken over hoe de samenleving in elkaar zit.”

“De tendens naar persoonsgebonden financiering geeft ruimte aan een nieuwe invulling van wat we onder belangengroepen verstaan. Doordat de middelen voor zorg bij het individu zelf terecht komen, is het ook aan dat individu om zich te organiseren, met anderen, om rechten te vrijwaren. Dit soort individualisering heeft als risico dat niet iedereen aansluiting vindt om zijn of haar belang aan te kaarten.”

“De samenlevingsopbouw en het algemeen welzijnswerk dragen wel meer de collectieve belangenbehartiging van de meest kwetsbare burgers in hun missie. Daardoor is hun politiek werk bijna vanzelfsprekend. Zoals in de acties voor een recht op wonen.”

‘Je moet ook zelf kiezen om een politieke rol op te nemen’

“Een meer recente vorm van politiek handelen is de ‘lifestyle politics’: mensen en structuren overtuigen tot een meer verantwoord maatschappelijk gedrag. Dat kan gaan over de balans tussen werk en gezin of preventieve acties op het vlak van gezondheid of schulden. Dat zijn manieren om meer van onderuit de samenleving te veranderen, door bijvoorbeeld gezond leven te promoten of ziekte-makende structuren te bestrijden.”

Klopt het dat de overheid die kritische politieke rol van het middenveld inperkt?

Bram: “Waar de individuele dienstverlening primeert, is er minder ruimte voor die politieke rol. Maar dat gebeurt niet altijd onder druk van de overheid. Organisaties hebben zelf de neiging om op de markt van vraag en aanbod zoveel mogelijk mensen te helpen waardoor de collectieve en structurele aanpak ondergesneeuwd geraakt.”

“Als middenveldorganisatie moet je bewust kiezen om die politieke rol op te nemen. Dat moet in je missie zitten. Het bestuur moet dit steunen. De druk van de overheid of de markt mag geen excuus zijn. Maar ik geef toe dat dit ook samenhangt met hoe autonoom je als organisatie bent, bijvoorbeeld ten opzichte van de overheid. Een middenveld dat sterk afhangt van subsidies, en ingekapseld zit in veel regelgeving, heeft niet altijd de neiging om zich kritisch op te stellen naar het beleid.”

Stijn Oosterlynck: “De typische middenveldorganisatie bestaat niet. Het is interessanter om tendensen te ontdekken in hoe organisaties evolueren, hoe hun rollen en posities veranderen.”

Toch voelt het middenveld zich sterk geviseerd door de politiek. Er wordt zwaar bespaard op organisaties die kritisch staan ten aanzien van overheid en politiek.

Bram: “De politieke rol van het middenveld staat inderdaad onder druk. Niet zozeer door de besparingen, wel door het primaat van de politiek. Dat is het idee dat enkel de democratisch verkozenen beleid mogen en kunnen maken. Terwijl beleid net rijker kan worden door een tegensprekelijk debat waarin ook expertise van onderuit wordt meegenomen.”

‘Besparen op expertise is geen goede zaak’

“In de samenleving zijn vele organisaties die met mensen en hun problemen aan de slag gaan. Die ‘radars’ mogen niet volledig uitgeschakeld worden. Het beleid kan immers leren van die ‘experts by expertise’. Besparen op die expertise, zoals bijvoorbeeld recent bij SAM vzw, is geen goede zaak. Het beleid verdedigt die keuze door te wijzen dat men ‘overbodige structuren’ aanpakt. Maar in feite bouwt men capaciteit en expertise af, die nodig is om effectief beleid te voeren. Als men die expertise van onderuit belangrijk vindt tenminste.

“Een ander voorbeeld: In de inburgerings- en integratiesector heeft de overheid het middenveld helemaal naar zich toegetrokken. Er is een ganse sector in de overheid ingekanteld. Ook hier was het motief vereenvoudiging van de structuren. Het gevolg is dat er nu een overheidsagentschap is, dat wel nog concrete dienstverlening aanbiedt, maar dat geen kritische rol meer kan spelen ten opzichte van het bredere overheidsbeleid.”

“Een zachtere versie van deze verschuiving richting overheid zien we bij de CAW’s. In het nieuwe regeerakkoord wordt het idee gelanceerd dat een deel van hun middelen wordt gekoppeld aan het sociaal beleid van de lokale besturen. Met andere woorden: de afhankelijkheid van de overheid groeit opnieuw. Daardoor worden de CAW’s natuurlijk nog geen overheidsdienst, maar de autonomie verkleint wel verder.”

De overheid vraagt aan welzijnsorganisaties wel meer concrete resultaten, vaak kwantitatief. Ze moeten marktgericht zoveel mogelijk mensen helpen.

Bram: “Het is niet zo dat de ganse welzijnssector richting prestatiemeting geduwd wordt. Maar organisaties worden wel sterker uitgedaagd om hun impact te meten. Daar is ook niets mis mee. Laat het debat vooral gaan over welke prestaties je best meet. Wat is een goede prestatie van een woonzorgcentrum? Impact meten mag in ieder geval geen optelsom worden van input, met hoeveel geld werk je, en output, hoeveel bewoners worden er per dag verzorgd door één verpleger.”

Wordt het middenveld bedreigd door overheden die opdrachten via tenders aan de markt uitbesteden?

Bram: “Als een overheid beslist om een bepaalde opdracht uit te besteden, dan doet het er weinig toe wie dat opneemt. Belangrijker is de vraag of dat gebeurt onder duidelijke voorwaarden en met goede kwaliteitscontrole. Dat laatste is wel een probleem omdat de overheid, vooral de lokale, daar niet altijd de nodige capaciteit voor in huis heeft.”

‘Het is moeilijker om commerciële organisaties te controleren’

Stijn: “Bij zo’n open aanbesteding komen natuurlijk verschillende marktspelers in beeld: een grote multinational zoals G4S, groepen zoals de Broeders van Liefde tot bescheidener middenveldspelers zoals het CAW. Concurrentie is er altijd, ook tussen middenveldorganisaties die op zoek zijn naar gesubsidieerde opdrachten. Maar als zij moeten concurreren met een grote multinational is dat toch wel andere koek. Die zijn ook veel moeilijker door een lokale overheid te controleren.”

“De acties tegen vermarkting gaan over de rol van en relatie met de overheid. Door de ontzuiling is het ideologisch smeersel tussen bepaalde delen van het middenveld en de overheid verdampt. Tendering is eigenlijk een zoektocht van de overheid naar een nieuwe relatie met het middenveld. Maar er zijn andere manieren om die relatie vorm te geven.”

De overheid doet ook meer en meer zaken met nieuwe kleine organisaties zoals bijvoorbeeld Armen Tekort.

Bram: “We zijn het altijd gewoon geweest dat de overheid allianties aangaat met gevestigde organisaties. Vandaag zien we veel nieuwe burgerinitiatieven opduiken. De ontzuiling zit daar zeker voor iets tussen. Maar die nieuwe spelers wijzen ook op leemten en nieuwe noden die door de jarenlange alliantie tussen de overheid en de gevestigde middenveldorganisaties onder de radar bleven.”

‘Sommige spelers hebben zich aangepast aan de nieuwe maatschappelijke context. Wie dat niet doet is ten dode opgeschreven’

“Ook in de politiek, economie of media worden gevestigde spelers uitgedaagd door nieuwe initiatieven: traditionele partijen krijgen het moeilijk, AirB&B daagt de hotelsector uit. De Venezolaanse auteur Moíses Naím benoemt deze als ‘micromachten’.Moíses, N. (2015), Het einde van de macht, Overamstel, Amsterdam.Sommige organisaties hebben zich aangepast aan de nieuwe maatschappelijke context door te innoveren. Femma, het vroegere KAV, is daarvan een mooi voorbeeld. Maar traditionele spelers, middenveldorganisaties met een lange staat van dienst, die niet nadenken over innovatie in een wijzigende context, krijgen het steeds lastiger.”

Bram Verschuere: “We zien vandaag veel nieuwe burgerinitiatieven opduiken. Die wijzen op noden die door de jarenlange alliantie tussen de overheid en de gevestigde middenveldorganisaties onder de radar bleven.”

© ID / Sien Verstraeten

Vlaanderen zet sterk in op zijn lokale besturen. Zij hebben meer vrijheid om opdrachten te omschrijven en uit te besteden.

Bram: “Dat strookt met de evolutie van de welvaartsstaat naar de welvaartsstad. Het is op lokaal vlak dat de meeste noden en problemen concreet en zichtbaar worden. Het Decreet Lokaal Sociaal Beleid vraagt aan lokale besturen om een integraal en geïntegreerd welzijnsbeleid te voeren. Het zwaartepunt verschuift een stuk naar het lokale. Maar er is nog een lange weg, er zijn nog obstakels en ook risico’s. Wat met de gelijkberechtiging voor alle inwoners van het land? De al bij al beperkte bestuurskracht van lokale besturen. Het feit dat voorlopig nog veel hefbomen voor structureel beleid bij de centrale overheid liggen. En het feit dat de ganse welzijnssector met de vele spelers nog steeds sterk vanuit de Vlaamse overheid wordt aangestuurd.“

Stijn: “We hebben eigenlijk een zwakke overheid die veel taken naar het middenveld heeft gedelegeerd. Ze werkt nu samen met andere partners die ze maar de baas kan als ze ook zichzelf versterkt. Dat is problematisch in een politieke context die naar een afslanking van die overheid streeft.”

Veel hulpverleningsorganisaties scoren volgens jullie ook hoog op het vlak van gemeenschapsvorming. Ze brengen mensen samen.

Bram: “Op het eerste gezicht zouden dienstverlenende organisaties niet zoveel bijdragen aan gemeenschapsvorming. De kracht van het middenveld is dat zij die dienstverlening vaak combineren met een normatieve insteek. Dat gaat dan over de manier waarop die dienstverlening wordt aangeboden, door mensen ook met elkaar te verbinden.”

Stijn: “Maar veel organisaties scoren laag op de vraag of ze het belangrijk vinden om mensen uit verschillende sociale achtergronden bij elkaar te brengen. Dit wijst erop dat het middenveld nog vooral aan ‘bonding’ doet, met mensen uit een gelijke sociale, culturele of etnische achtergrond. In een superdiverse samenleving staat het middenveld voor de uitdaging om die diversiteit samen te brengen.”

‘Het middenveld brengt mensen samen, maar nog te veel vanuit dezelfde sociale, culturele of etnische achtergrond.”

De overheid zet in op vermaatschappelijking van de zorg. Is dat voor het middenveld geen uitgelezen kans om gemeenschappen te vormen waarin kwetsbare burgers zich thuis voelen?

Bram: “Dat hangt af van je kijk op vermaatschappelijking. Voor voormalig minister van Welzijn Jo Vandeurzen was dat een beweging om kwetsbare mensen in een gemeenschap te integreren in plaats van ze af te zonderen in gespecialiseerde settings. Voor de tegenstanders is vermaatschappelijking een teken dat de overheid haar verantwoordelijkheid ontloopt.”

Ligt daar vandaag niet de uitdaging voor het middenveld? Met z’n allen meer aan ‘samenlevingsopbouw’ doen?

Bram: “Zeker. Al is er niks mis mee dat een zorgaanbod op maat van ouderen en mensen met een handicap meer geïndividualiseerd wordt. Problemen en noden zijn individueel en specifiek en te grote uniformiteit in de dienstverlening kan daarop het antwoord niet zijn. Maar als het gaat over meer structurele samenlevingsproblemen zoals armoede en sociale uitsluiting, zien we toch dat die dienstverlening sterker in gemeenschappen en buurten wordt georganiseerd. Vanuit een gedeelde nood: wonen in achtergestelde buurten, met weinig dienstverlening en slechte infrastructuur. Mensen die in hetzelfde schuitje zitten, hebben er alle belang bij dat hun problemen samen aangekaart en aangepakt worden.”

Reacties [2]

  • Frank De Ryck

    Ik zou op de rol van de sleutelfiguren willen duiden. Figuren binnen verenigingen, organisaties, bedrijven ook, die een fundamentele rol spelen in de organisatie en die ook de anderen rondom hen beter laten functioneren. De postbodes, de wijkverantwoordelijken binnen de sociale en ouderenorganisaties, de kwetsbaren ook. De sleutelfiguren die men meestal niet echt ziet of die niet het haantje de voorste zijn maar zonder wiens inzet de anderen niet functioneren of zelfs in de problemen geraken. Ik wens de nadruk te leggen op hun rol en inhoud.

  • ignace leus

    Herlees mijn artikel eens verschenen in 2013 in Alert-0nline in een extra nummer “drie gele kaarten voor het middenveld”. Drie gele kaarten omdat er te weinig debat is, er niet radicaal gekozen wordt voor armoedeopheffing en te weing bewustzijn dat men werkt met gemeenschapsgeld

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.