Achtergrond

Gezinshereniging: een mensenrecht onder druk

Pascal Debruyne

Voor mensen op de vlucht is gezinshereniging een recht. Toch is er spanning tussen dat recht op gezinsleven en een systeem dat drempels opwerpt. Het proces van gezinshereniging is voor vluchtelingen dan ook vaak een rem op integratie. Een onderzoek van Odisee hogeschool, vertelt daar meer over.

Gezinshereniging

© Unsplash / Saradhi Photography

Ieder zijn verhaal

Gezinshereniging is een bijzondere vorm van migratie.

De Britse onderzoeker Block zegt daarover: “Gezinsmigratie verschilt van andere migratie, omdat het niet alleen betrekking heeft op ‘buitenstaanders die aan de deur van een staat kloppen en om toegang vragen’, maar ook op de ‘morele claim van insiders’, mensen die binnen de staatsgrenzen leven en vragen om verenigd te zijn met hun gezin.”Block, L. (2012), Regulating social membership and family ties: Policy frames on spousal migration in Germany (Unpublished doctoral dissertation), Florence, Department of Political and Social Sciences, European University Institute.

‘Hoe vorm je na hereniging terug een gezin?’

Dat bijzondere komt terug in de verhalen van mensen op de vlucht. Al is elk verhaal uniek, toch zijn het vaak getuigenissen van  gedwongen migratie. Mensen zijn op de vlucht voor oorlog en vervolging. Vluchtelingen moeten in een nieuw land, vaak in een ander continent, een nieuwe thuis opbouwen. Dat is niet alleen een emotionele beproeving, het zorgt ook voor stress, psychische kwetsing en trauma’s.

Wanneer er kinderen of andere familieleden in het herkomstland achterbleven, dan worden die verhalen van vluchtelingen nog complexer. Dan zijn het bijvoorbeeld verhalen van ouderschap op afstand, van broers en zussen die niet meer samen zijn, van een reis naar je kinderen die soms jaren duurt.

Er rijzen dan veel vragen: Gaan we voor gezinshereniging? Hoe vorm je na hereniging terug een gezin? Hoe verhouden ouders zich tegenover elkaar nadat ze jaren apart leefden? En wat met de relatie tussen ouders en kinderen?

Gezinshereniging is een recht

Het recht op een gezinsleven staat ingeschreven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en in de Belgische Grondwet.

Toch beperkte België de afgelopen jaren de mogelijkheden voor gezinshereniging. In 2006 en 2011 werd de wetgeving hervormd: de voorwaarden werden strenger, bijvoorbeeld op vlak van huisvesting. Er kwamen ook nieuwe financiële drempels. En als gezin moet je vijf jaar samenwonen, waardoor de gezinsleden die erbij komen in eeb afhankelijke positie zitten.

Kortom: Gezinshereniging wordt enkel toegankelijk voor nieuwkomers die al een zeker kapitaal opbouwden en een geschikte woning kunnen huren.

Die toenemende voorwaardelijkheid zien we in het hele beleid van asiel en migratie. Het leidt tot een enorme differentiatie aan regels en voorwaarden die vasthangen aan een bepaald verblijfsstatus. Afhankelijk van de poort waardoor je België binnenkomt, wordt je burgerschap bepaald. Een erkende vluchteling heeft andere rechten dan iemand die erkend wordt via gezinshereniging of arbeidsmigratie.

In plaats van universele rechten zien we een praktijk van ongelijk burgerschap ontstaan, gebaseerd op een hiërarchie van rechten. De Amerikaanse antropologe Aihwa Ong spreekt over ‘graduated sovereignty’. Ze illustreert hoe staten ongelijke rechten toekennen aan migranten op basis van hun inzetbaarheid en marktwaarde.Ong, A. (2000), ‘Graduated sovereignty in south-east Asia’, Theory, culture and society, 17(4), 55-75. Of zoals de onderzoeker Schmidt betoogt in het kader van gezinsvorming: “met wie je trouwt is … ook een praktijk geworden, die bepaalt wie je bent als burger”.Schmidt, G. (2011), ‘Law and identity. Transnational arranged marriages and the boundaries of Danishness’, Journal of ethnic and migration studies 37(2): 257-275.

Politieke framing

De verstrenging van regels heeft te maken met een politiek die gezinshereniging in een frame van verdachtmaking plaatst.

‘Gezinshereniging wordt vaak geassocieerd met fraude en bedrog.’

Politici en beleidsmakers associëren gezinshereniging vaak met fraude en bedrog. De antropologe Helena Wray noemt dit ‘moral gatekeeping’. Dat is een manier om goede en slechte partnerrelaties en huwelijken van elkaar te onderscheiden. De slechte partnerrelaties leiden dan naar de overtuiging dat er onwenselijk familiale migranten zijn.Wray, H. (2006), ‘An ideal husband? Marriages of convenience, moral gate-keeping and immigration to the UK’, European Journal of Migration and Law, 8(3-4), 303-320.

De politieke framing gaat verder met de inzet van soms hyperbolische cijfers. Die moeten het beeld oproepen van ‘een golf die ons overspoelt’. Zo werd onlangs het cijfer van 50.000 gezinsherenigingen per jaar gelanceerd: “En dat zijn er zeer veel”, zei voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, die een nieuwe verstrenging voor gezinsherenigingen, specifiek voor subsidiair beschermden, eiste. Intussen toonde de redactie van VRT aan dat dit cijfer niet correct is.

In 2018 waren er in België 35.169 aanvragen tot gezinshereniging door in het buitenland geboren personen waarvan 15.542 EU-onderdanen (44 procent) en 19.627 niet-EU burgers (56 procent). Van die niet-EU burgers zijn erkende vluchtelingen een minderheid.

Wij en zij

Migratiegolven zouden ook een bedreiging zijn voor de verzorgingsstaat.

‘Gezinshereniging is politieke kwestie.’

“We moeten kiezen”, schreef N-VA-voorzitter De Wever in 2018 in De Morgen. “Willen we een grote instroom migranten ontvangen? Of willen we het huidige niveau van de welvaartsstaat behouden? Als we dat eerste pad kiezen, resten er ons twee opties: een gesloten sociale zekerheid die enkel toegankelijk is voor mensen die ertoe bijdragen of het ineenstorten ervan. De linkse gutmensch zal in zijn absolute goedheid net het tegenovergestelde bewerkstelligen van wat hij claimt te willen: de afbraak van de welvaartsstaat.”

Kortom, de context waarbinnen gezinshereniging zich afspeelt, is niet alleen politiek gekleurd maar ook gebaseerd op valse tegenstellingen. Gezinshereniging is tot in de nerven van het overheidsapparaat een politieke kwestie geworden.

Macht

ULB-onderzoekster Carla Mascia wijst daarbij op de macht van de ambtenaren van Dienst Vreemdelingenzaken. Zij kunnen wetgeving verregaand interpreteren. Dat geeft niet alleen een subjectieve legitimiteit aan weigeringsbeslissingen, maar veroorzaakt ook heel wat onzekerheid.

‘Migranten hebben een hekel aan overheidsinterventies in hun gezinsleven.’

Migrantengezinnen hebben een hekel aan overheidsinterventies in hun gezinsleven. Ze streven – net als iedereen – om hun leven en gezin vorm te geven volgens hun eigen wensen: samenwonen, trouwen, scheiden, werken en kinderen opvoeden, als en wanneer ze dat willen.

“Degenen die ervaren dat de wetten en actoren van de staat hen verbieden een ‘gewoon gezinsleven’ te hebben, nemen onvermijdelijk een andere houding aan ten opzichte van die staat: hun gevoel van verbondenheid en burgerschap is diepgaand getroffen.”Strasser, E., e.a. (2009), ‘Doing family. Responses to state constructions of ‘the migrant family’ across Europe’, The History of the Family, 14(2): 165-176.

Experten in gezinshereniging verwijzen naar een politiek waarbij bepaald wordt wie wel of niet deel mag uitmaken van de gemeenschap. Om de begrenzing van ‘wie wij zijn’ te verzekeren, worden ‘anderen’ onderworpen aan voorwaarden die bepalend zijn voor de toegang tot het territorium. Die voorwaarden zijn gebonden aan ‘etnie’ en ‘klasse’, wat haaks staat op een benadering van grond- en mensenrechten.Bonjour, S. and De Hart, B. (2013), ‘A proper wife, a proper marriage: Constructions of ‘us’ and ‘them’in Dutch family migration policy’, European Journal of Women’s Studies, 20(1), 61-76.

Stilstand

Tijdens het proces van gezinshereniging staat voor veel vluchtelingen het leven stil. Zoals een voogd van een niet-begeleide minderjarige zei:  “Een jongen ging zelfs niet meer naar school. ‘Mijn broers en zussen kunnen niet naar school, ik ga ook niet.’ Alles wat zijn broers en zussen ontzegd werd, ontzegde hij ook zichzelf. Dat was heel extreem.”

‘Tijdens het proces van gezinshereniging staat voor veel vluchtelingen het leven stil.’

Periodes van stilstand worden mee in stand gehouden door opeengestapelde barrières die de overheid opwerpt. Veel van de emotionele, administratieve en financiële aandacht wordt opgeslorpt door de complexe procedure voor gezinshereniging. De Federale ombudsman spreekt bij gezinshereniging zelfs van een schending van belangrijke rechtsnormen zoals afdoende motivering, zorgvuldigheid en passieve informatieverstrekking.

Een proces van hordelopen

De complexe en lange aanvraagprocedures zijn niet de enige hordes voor gezinsherenigers. Ook het vinden van woonstabiliteit en een nieuwe ‘thuis’ zijn geen evidentie.

‘Het gebrek aan betaalbare huizen verscherpt de wooncrisis.’

Zoals een hulpverlener ons tijdens een gesprek vertelde: “Het is frustrerend. Je moet eerst al die documenten bij elkaar krijgen en dan wachten tot je de brief krijgt dat je dossier volledig is en dat het wordt goedgekeurd. Daarna duurt het heel lang tot je een boodschap krijgt of de familieleden wel of  mogen komen. Dan volgt er nieuwe stress voor het zoeken van een woning.”

Uit eerder onderzoek bleek al hoe nijpend de woonproblematiek is voor erkende vluchtelingen. Bovendien hebben gezinnen die herenigd worden nood aan grotere huizen of appartementen. Het gebrek aan kwaliteitsvolle en betaalbare huizen in dit segment verscherpt de wooncrisis.

Verdwalen in een doolhof

Daarnaast hebben vluchtelingen verschillende administratieve bewijzen nodig om recht te hebben op gezinshereniging. Vaak zijn er hoge financiële kosten voor documenten, vliegreizen en DNA-testen.

Mensen belanden ook in een juridisch doolhof wanneer documenten niet als ‘authentiek’ worden erkend of wanneer officiële papieren van een huwelijk, geboorte of afstamming ‘gelegaliseerd’ moeten worden. Zeker als dat moet gebeuren in het buitenland, waar het gezin op afstand zich bevindt.

‘Vluchtelingen belanden vaak in een juridisch doolhof.’

In de meeste van onze buurlanden mogen gezinsherenigers de aanvraag doen in het land van aankomst. In ons land moet men de aanvraag doen in de Belgische ambassade in het herkomstland of in de dichtstbijzijnde ambassade. Dus voor Syrië is dat Beiroet, voor Afghanistan is dat in Pakistan en voor Eritrea is dat Ethiopië.

Soms mogen familieleden in het land van herkomst of een transitland even met een visum voor kort verblijf de grens over voor de aanvraag. Vaak hebben ze toestemming van lokale immigratiediensten nodig om de aanvraag in te dienen. Anderen zitten vast in vluchtelingenkampen van waaruit ze alle documenten moeten verzamelen.

De aanvraag moet ook gebeuren binnen het jaar na de officiële erkenning van het gezinslid in België. Voor erkende vluchtelingen is er immers een uitzonderingsperiode van een jaar, waarin gezinshereniging kan gebeuren zonder extra voorwaarden. Na dat uitzonderingsjaar worden er wel voorwaarden opgelegd, zoals een inkomen boven de 1500 euro in de laatste zes maanden voor de aanvraag, een gepaste woning en een ziekteverzekering.

gezinshereniging

“De coronacrisis versterkt de bestaande drempels voor gezinshereniging.”

© Unsplash / Saradhi Photography

Conflicterende overheden

Beleidsmakers spreken bij gezinshereniging vaak van een ‘eenduidige administratieve procedure’. Maar in de praktijk zien we conflicterende politieke en juridische kaders.

Heel wat overheidsdiensten zijn ook niet op elkaar afgestemd. Ze nemen autonoom beslissingen die onderling kunnen conflicteren. Diensten moeten die beslissingen niet afstemmen op elkaar. Het gaat bijvoorbeeld over de luchtvaartpolitie, Dienst Vreemdelingenzaken en Binnenlandse Zaken, maar evengoed om steden en gemeenten. Die laatste trekken bijvoorbeeld soms de echtheid van huwelijks- en geboorteaktes in twijfel, ook al keurde de Dienst Vreemdelingenzaken de gezinshereniging al goed.

Liefde in complexe tijden

De coronacrisis versterkt de bestaande drempels voor gezinshereniging.

Tijdens de eerste golf dit voorjaar was er verwarrende communicatie. Zo spraken de website van De Dienst Vreemdelingenzaken en de website Vreemdelingenrecht van het Agentschap Integratie en Inburgering elkaar tegen.

‘Is de coronacrisis overmacht?’

Het was ook lange tijd onmogelijk om een visum voor gezinshereniging aan te vragen. De bevoegde diensten waren gesloten, sommige zijn dat nog steeds. Die onzekerheid weegt zwaar op mensen. Een hulpverlener verwoordde het zo: “De communicatie verloopt minder vlot. We kunnen mensen daardoor niet informeren. Dat heeft impact op de mensen die we begeleiden. Hoelang zal het nog duren vooraleer ze aanvragen kunnen indienen?”

Maar corona zorgde en zorgt voor nog meer moeilijkheden: gesloten ambassades en ‘visum application centra’, beperkte bewegingsvrijheid in landen van herkomst, het veel moeilijker verkrijgen van documenten of het stilliggen van internationale mobiliteit. Het zet de uitzonderingsperiode van één jaar onder druk. Zal die omwille van overmacht verlengd worden?

Het Agentschap Inburgering en Integratie adviseert om in deze crisissituatie overmacht aan te tonen.  Maar voor veel nieuwkomers blijft dit erg onduidelijk. Welk bewijs moet je daarvoor aanbrengen? Veel mensen stellen dan ook de gezinshereniging uit.

Nabijheidspolitiek bedreigd

In het reguliere sociaal werk heeft niemand het mandaat om te werken rond gezinshereniging. Daarom vallen nieuwkomers die ondersteuning nodig hebben bij gezinshereniging vooral terug op vrijwilligers en zelforganisaties.

‘Niemand heeft het mandaat om rond gezinshereniging te werken.’

Een sociaal werker van een middenveldorganisatie aan het woord: “Het hangt voor veel mensen af waar je terecht komt. Dat bepaalt of het wel of niet goed loopt,  lukt of niet lukt. Er is vanuit de overheid geen enkele visie of echt beleid over hoe we de procedure en ondersteuning beter kunnen maken. De mentaliteit is: ‘Hier is de procedure. Doe ermee wat je wilt.’ Niemand heeft de opdracht om rond gezinshereniging te werken.”

De druk op formele en informele hulpverleners is dus groot. Veel terreinwerkers spreken over nabijheidspolitiek die in het gedrang komt, zeker tijdens dit coronajaar.

Zoals een praktijkwerker zei: “Ik sta tijdens de coronacrisis niet meer zo dicht bij de mensen als vroeger. Nu krijg ik vooral administratieve en algemene vragen.” Voor veel sociaal werkers betekent dat er geen echte inloop meer is. “We zijn nu enkel nog telefonisch bereikbaar. Heel uitzonderlijk, bijna stiekem, doen we toch nog gesprekken met mensen. We komen niet meer tot echt begeleidingswerk want we moesten inzetten op basisnoodhulp.”

De verenigingen die tijdens de eerste coronagolf nog actief waren, gingen in crisishulpmodus. Een basiswerker: “Heel wat verenigingen die geen ervaring hadden in noodhulp, bouwen die nu samen uit met partners in nieuwe netwerken. Collega’s zetten hun schouders onder voedselbedeling of gingen mee mondmaskers maken. “

In deze sfeer van ‘alle helpende handen welkom’, hielden sommige vrijwilligers zich bezig met socio-juridische hulpverlening. Dat houdt natuurlijk risico’s in. Want vreemdelingenrecht is vaak een kwestie van veel ervaring hebben.

Kijken door de lens van integratie

Het is duidelijk dat gezinshereniging zich op een slappe koord bevindt, balancerend tussen de complexe leefwereld van vluchtelingengezinnen en het politieke systeem dat gezinshereniging bemoeilijkt.

‘Zonder familie wordt het functioneren van een persoon beperkt.’

De moeilijke gevoelswereld van gemis en trauma, in combinatie met de ingebouwde drempels, hebben een enorme impact op de integratie van erkende vluchtelingen.

De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) schreef hierover: “Het scheiden van gezinnen heeft invloed op het vermogen om een ​​taal te leren, om de taal te oefenen, om de weg te vinden in het complexe proces van de verzorgingsstaatbureaucratie, om werk te zoeken, om huisvesting te zoeken en om vriendschappen op te bouwen. Door isolatie en verdriet te dragen zonder de aanwezigheid van de familie, wordt het functioneren van een persoon beperkt.” Dezelfde analyses zijn ook terug te vinden bij UNHCR, Refugee Family Reunification, UNHCR’s Response to the European Commission Green Paper on the Right to Family Reunification of Third Country Nationals Living in the European Union (Directive 2003/86/EC).

Deze vaststelling van de UNHCR sluit aan bij verschillende studies die aangeven dat als mensen geen perspectief hebben op hereniging met hun gezin, ze ook moeilijker integreren en functioneren op de arbeidsmarkt.

Zich in de samenleving nestelen

In plaats van complexe procedures en hoge drempels, kunnen we gezinshereniging beter bekijken door de lens van integratie in de samenleving. Deze gezinnen moeten zich opnieuw in de samenleving kunnen nestelen.

‘Het is hoog tijd dat we het recht op een gezin beter garanderen.’

Al hebben erkende vluchtelingen in de eerste plaats recht op gezinshereniging, toch zorgt een goede integratie van nieuwkomers ook voor bredere schouders in de samenleving die de solidariteit onderstutten. Net hieraan kan een vlottere en meer omkadere gezinshereniging bijdragen.

 Het is dan ook de hoogste tijd dat we dat recht op gezinshereniging beter garanderen en ondersteunen. Sociaal werk speelt hierbij een belangrijke rol, zeker in het administratief en relationeel ondersteunen van gezinsherenigers.

Politiserend werken

Maar ook de politieke opdracht van het sociaal werk is hier fundamenteel. Want het nieuwe federale regeerakkoord over asiel en migratie biedt weinig duidelijkheid.

Men pleit voor het strenger toezien op de regels die zoals beschreven al streng zijn en voor vele gezinnen onhaalbaar zijn. Het heet dat men het beleid zou herbekijken in afstemming met de buurlanden. Gezien de beleidskaders voor gezinshereniging van onze buurlanden erg verschillend zijn, blijft hier de onduidelijkheid gelden. Met de praktijk van gezinshereniging en de reële noden heeft het echter weinig te zien.

De opdracht voor sociaal werk is dan ook viervoudig. Het is ten eerste belangrijk om de complexe verhalen van gezinsherenigers te bundelen er naar buiten te brengen zodat die leefwereld een publieke kwestie wordt. Ten tweede is het belangrijk dat sociaalwerkorganisaties een sterker netwerk vormen met vrijwilligersorganisaties en etnisch-culturele zelforganisaties. Dat versterkt informatie-uitwisseling en kennisdeling. Daardoor kan men de discretionaire ruimte die er is, voluit benutten.

Ten derde is het in superdiverse tijden belangrijk om het beleid te beïnvloeden op manieren die leiden tot het overstijgen van ongelijk burgerschap en gelijkwaardig toekennen van rechten. Dat kan alleen maar door het beleid door de lens van integratie te laten kijken. Want daar zit de collectieve winst.

En last but not least. Het sociaal werk en de bredere civiele samenleving zijn goed uitgerust om ‘prefiguratief’ te werken. Dat wil zeggen dat men experimentele praktijken opzet rond gezinshereniging die een betere toekomst realiseren in het hier en nu. Denk aan transitwoningen met een waardige omkadering, waar er rust, ruimte en respect heerst. Daarmee bouw je aan een sociaalwerkpraktijk die ongelijk burgerschap overstijgt. Aan een nieuwe samenleving bouwen in de schaal van de oude, heet dat. Niks dat beter aansluit bij de leefwereld van gezinsherenigers.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.