Achtergrond

Elke ouder wil het beste voor zijn kind

Conflicten over opvoeding en migratie

Sanghmitra Bhutani, Wouter Van Bellingen

Ouders met een migratie-achtergrond delen niet altijd dezelfde opvoedingswaarden als de autochtone Vlaamse ouder. Dat leidt al eens tot spanning en conflict. Enkel via dialoog kunnen we dit oplossen. En laat dan de vaststelling dat elke ouder het beste wil voor zijn kind het vertrekpunt zijn.

Opvoeding

Opvoeding

© 123rtf

Opvoeding en migratie

Opvoeden is geen gemakkelijke opdracht. Professionals die pedagogisch geschoold zijn, weten dit. Ouders ondervinden dit gaandeweg.

‘Opvoeding is een collectieve verantwoordelijkheid.’

Ouders voeden hun kinderen op op basis van hun ideeën over een goede opvoeding. Ouders met een migratieachtergrond groeiden vaak op in een samenleving waar ideeën over opvoeding anders zijn. Ze vinden het niet gemakkelijk om hun opvoeding af te stemmen op de nieuwe omgeving.

In veel niet-westerse landen heeft de ruimere familie bijvoorbeeld nog een grote invloed op het kerngezin en de opvoeding van kinderen. “It takes a village to raise a child” is een Afrikaans gezegde. Opvoeding is een collectieve verantwoordelijkheid en verlicht de taak van het kerngezin.

Lotgenoten

Migratie knipt sociale netwerken door. Mensen moeten die terug opbouwen. Dit is geen gemakkelijke opdracht. Veel ouders met een migratieachtergrond blijven kampen met een beperkt sociaal netwerk. Zeker ouders die in armoede leven, hebben hiervoor weinig energie.

Mensen hanteren verschillende strategieën om een sociaal netwerk op te bouwen. Sommige zoeken aansluiting bij mensen met dezelfde etnische achtergrond, levensbeschouwing of taal. Het zijn lotgenoten die nieuwkomers wegwijs maken in de samenleving.

Het probleem is dat deze lotgenoten vaak niet helemaal op de hoogte zijn van regels of het bestaande aanbod. Indien de lotgenoten actief zijn in een zelforganisatie, dan vergroot de kans dat de informatie wel correct is. Deze sociale netwerken zijn broos maar de juiste informatie over bijvoorbeeld sociale rechten kan voor sommige mensen het verschil maken.

Vlaamse mensen

Sommige nieuwkomers hanteren een andere strategie en bouwen vooral contacten op met buren, andere ouders op de school of kinderopvang van hun kind. Ze hopen via ‘Vlaamse mensen’ verder te geraken in het leven. Het vergt moed en kracht om zich helemaal in het onbekende te wagen en los te komen van een vertrouwelijke en veilige omgeving.

‘Hoop om via ‘Vlaamse mensen’ verder te geraken in het leven.’

De meeste mensen zoeken naar een evenwicht en hebben nog behoefte om zich aan te sluiten bij activiteiten van zelforganisaties, een tussenweg dus.

Sociale positie

Migreren naar een Westers land betekent voor velen dat ze opnieuw een sociale positie moeten opbouwen. Ook dat loopt moeizaam.

Hooggeschoolden kunnen hun sociaal en cultureel kapitaal hier moeilijk verzilveren en werken vaak ‘onder hun niveau’. Voor laaggeschoolden zijn de kansen om op te klimmen op de sociale ladder, door een opleidingen te volgen of te werken, moeilijk te grijpen als men bezig is met overleven in armoede.

‘Nederlands leren, is niet voor iedereen evident.’

Bovendien is Nederlands leren niet voor iedereen evident. Veel hangt af van de vooropleiding en persoonlijke leermogelijkheden. We zien dat veel mensen op een beperkt kennisniveau blijven steken omdat ze bijvoorbeeld geen kans hebben om op de werkvloer hun Nederlands verder te ontwikkelen.

Een als minderwaardig gepercipieerde sociale positie zorgt ervoor dat kinderen anders naar hun ouders gaan kijken. Kinderen merken gaandeweg dat hun ouders niet ernstig worden genomen door de school, een sociale dienst of de samenleving.

Gezag

Wanneer de kinderen jong zijn, stellen ouders zich minder vragen over opvoeding. Als er vragen zijn dan gaan die over huiswerkbegeleiding of het meertalig opvoeden.

Conflicten ontstaan pas later, als de adolescente kinderen beïnvloed worden door andere ideeën over opvoeding. Dan volgen bijvoorbeeld discussies over uitgaan en liefde.

‘Gezag dat aangetast wordt, zorgt voor machteloosheid.’

Ouders hebben dan het gevoel onvoldoende begrip te krijgen van leraren, sociaal werkers of jeugdhulpverleners. Dat gevoel leeft ook bij Vlaamse ouders maar is nog sterker aanwezig bij ouders met een migratieachtergrond.

Gezag dat aangetast wordt, zorgt voor machteloosheid bij ouders. Andere ouders gaan overreageren door de vrijheid van hun kinderen te gaan beknotten.

Polarisatie

Niet alleen migratie weegt door op de opvoeding van kinderen en jongeren. Ook de polarisatie in de samenleving mist zijn effect niet.

Het beste voorbeeld van zo’n gepolariseerde discussie is die over de plaats van levensbeschouwing in onze samenleving, in het bijzonder de islam. Islamitische organisaties of zelforganisaties van moslims bespreken moeilijke thema’s, maar wel binnenskamers.

Ze vrezen dat de media hierop springt, er een draai aan geeft en de angst voor de islam bij de bevolking verder aanwakkert. Beleidsmakers kunnen weer een reden vinden om harder op te treden tegenover moslims en hun organisaties. toenemende

Dit is geen loze vrees. Denk maar aan hoe de Iqra-school, een methodeschool aangesloten bij de koepel van onafhankelijke methodescholen (FOPEM). In de pers werd die school geportretteerd als een islamitische school of ‘Marokkanenschool’. Het gevolg is dat de interne zelfkritiek en hervormingsbewegingen vaak onzichtbaar blijven voor de samenleving en dus ook de progressieve moslims.

Gelijkgezinden

In een gepolariseerde samenleving liggen zelfreflectie en zelfkritiek moeilijker. Men schiet in een verdedigingskramp. Iemand die aan zelfkritiek doet, stelt zich bloot aan kritiek van lotgenoten of mensen met dezelfde achtergrond. Hij kan ook nog weinig goed doen voor de andere partijen in het verhaal.

In een gepolariseerde samenleving is de drang om aan te sluiten bij een groep gelijkgezinden groter. Men voelt zich niet thuis op plekken waar er weinig mensen zijn met dezelfde achtergrond of waar andere levensbeschouwelijke ideeën leven.

Lokale context

De dynamiek tussen bevolkingsgroepen in steden en gemeenten varieert sterk. Lokale beleidsmakers hebben hier een grote invloed op.

‘Polarisatie en uitsluiting zorgen voor wantrouwen.’

De breuklijnen waar personen met een migratieachtergrond ‘last’ van hebben, verschillen ook naargelang die lokale context. In de Vlaamse rand speelt de taalkwestie een belangrijke rol. In andere gemeenten voelen personen met Sub-Sahariaanse roots zich sterk geviseerd. Elders voelt de grootste groep ‘migranten’, mensen van Marokkaanse of Turkse origine, zich geviseerd.

Polarisatie en uitsluiting zorgen voor wantrouwen. Mensen denken dat de samenleving zich tegen hen keert. Als tegenreactie zoeken ze bescherming op. Mensen sluiten zich af van de samenleving. Ze proberen verder te geraken via eigen netwerken. Bij sommige bevolkingsgroepen ontstaat er een eigen parallel systeem. Andere bevolkingsgroepen missen draagkracht en geraken verzeild in isolement en armoede.

Kinderen

Er zijn verschillen in hoe ouders omgaan met uitsluiting en discriminatie van hun kinderen. Ouders die zelf veel uitsluiting hebben meegemaakt, kijken wantrouwig naar de samenleving. Onbewust en ongewild geven ze dit wantrouwen mee aan hun kinderen. Daarom is het juist zo belangrijk om het vertrouwen van ouders terug op te bouwen, ook al is het heel moeilijk.

‘Vertrouwen opbouwen, is belangrijk.’

Ouders die vol goede moed zitten en zelf niet te veel uitsluiting hebben meegemaakt, kunnen relativeren en de boodschap meegeven dat de samenleving wel open staat.

Volgens Amerikaans onderzoek kunnen ouders het best hun kinderen de mooie zaken van hun eigen etnische achtergrond meegeven. Maak hen trots op dat deel van hun identiteit. Daarnaast kunnen ze de goede zaken in de samenleving waar ze wonen, benadrukken. Een soort verzoenende rol dus.Stevenson, H. C. and Arrington, E. G. (2009), ‘Racial/Ethnic Socialization Mediates Perceived Racism and the Racial Identity of African American Adolescents’, Cultural Diversity and Ethnic Minority Psychology, American Psychological Association 2009, 15 (2), 125–136.

Zelforganisaties

Ouders zijn over het algemeen heel betrokken bij de opvoeding en de schoolloopbaan van hun kind. Er is een grote bezorgdheid over hun toekomst. Zelforganisaties krijgen dan ook veel vragen over opvoeding: Hoe ondersteun je best je kinderen? Hoe werkt de kinderopvang en de school? Zijn er sportclubs? Wat met de vrije tijd? Het valt op hoe weinig mensen met een migratieachtergrond geïnformeerd zijn. Ze begrijpen bijvoorbeeld niet de structuur van het onderwijs.

‘Het valt op hoe weinig geïnformeerd mensen zijn.’

Ouders zoeken steun bij een zelforganisatie wanneer het contact met een professional uit een bepaalde organisatie moeilijk loopt. Medewerkers van zelforganisaties gaan soms zelfs bemiddelen als ouders de fysieke aanwezigheid nodig achten, zoals bijvoorbeeld bij contacten met school. Ouders voelen zich niet sterk genoeg tegenover taalvaardige professionals die soms over hen heen walsen.

Zelforganisaties vinden het jammer dat ze pas kunnen bemiddelen als de ouders voor voldongen feiten staan. Het lijkt wel of de zelforganisaties het laatste redmiddel zijn voor veel mensen.

Communicatie

Inzetten op een goede communicatie met personen met een migratieachtergrond is heel belangrijk. Communicatie loopt niet enkel moeilijk omwille van het gebrek aan een gemeenschappelijke taal. De manier waarop mensen aangesproken worden, de beperkte uitleg die er gegeven wordt en de houding van de gesprekspartners spelen een zeer grote rol.

‘Inzetten op goede communicatie is belangrijk.’

Mensen voelen of iemand voor hen open staat, vriendelijk is en de moeite doet om iets uit te leggen. Wanneer dat niet gebeurt, dan haken mensen af of lopen de deur voorbij. Vandaar de terugkerende getuigenissen van mensen die zich niet welkom of gehoord voelen bij een CAW of CLB.

Goed communiceren, is een essentieel element van kwaliteitsvolle hulp- en dienstverlening. De inspanningen renderen als men ondervindt dat mensen een beslissing beter begrijpen of aanvaarden omdat ze het standpunt van de tegenpartij goed hebben begrepen. Conflicten kunnen zo vermeden worden. Mensen gaan ook een genuanceerd beeld hebben over sectoren en organisaties.

Opvoedingswaarden

We gaan er te vaak vanuit dat de opvoedingswaarden die belangrijk zijn voor een professionele organisatie ook belangrijk zijn voor ouders. Maar niet alle ouders vinden bijvoorbeeld zelfstandigheid ook zo belangrijk. Over opvoedingswaarden moet je dan ook in dialoog gaan.De BOSPAD-methode van pedagoge Hilde Zevenbergen is een interessante invalshoek. Zevenbergen ontwikkelde de methodiek vanuit haar ervaringen in het werken met gezinnen van kinderen met handicap en migratieachtergrond in Nederland. De methodie kan de diepere oorzaken van conflicten over de aanpak van hulp of begeleiding blootleggen. Het kan inzichten opleveren om te zoeken naar verschillende visies op opvoedingswaarden zoals zelfstandigheid, veiligheid en zorg van kinderen en jongeren.

Niet alles is immers vanzelfsprekend. In veel landen zijn de steden bijvoorbeeld heel onveilig. Ouders ontwikkelen zo een, naar Vlaamse normen overdreven beschermingsreflex. Dit kan een reden zijn waarom ouders niet willen dat hun kind meegaat op schoolreis. Maar die weigering kan ook te maken hebben met geloofsovertuigingen. Voor een school die daar gepast mee om wil gaan, is dat een belangrijk verschil.

Verkeerde argumenten in de discussie met de ouders kunnen leiden tot misverstanden en een escalatie van het conflict. Kinderen en jongeren worden zo de dupe van conflicten tussen ouders en school zonder dat ze begrijpen wat er achter dit conflict schuilt.

Achtergrond

Het probleem is dat kinderen en jongeren te weinig zicht hebben op de voorbeelden en de context waarin hun ouders zijn opgegroeid. Veel jongeren hebben nood aan meer duiding over de eigen achtergrondcultuur.

‘Kan een heel dorp in Congo tot de eigen familie behoren?’

In een project van het Platform van de Afrikaanse Gemeenschappen, bleek dat de jongeren uit hun achterban meer wilden weten over het concept van familie in de landen van herkomst. Vele discussies met hun ouders gaan daar over. Ouders verwachten dat hun kinderen een band hebben met verdere familieleden maar kinderen begrijpen niet wie nu toe de familie behoort. Kan bijvoorbeeld een heel dorp in Congo tot de eigen familie behoren?

Rol voor professionals

Het initiatief voor deze dialoog moet van professionals komen. Veel ouders staan niet stil bij welke waarden voor hen belangrijk zijn in de opvoeding. Ouders zijn meestal geen pedagogisch geschoolde mensen die reflecteren over opvoeding. Ouders met een migratieachtergrond zijn vaak laaggeschoold. Opvoeding gebeurt als een natuurlijk gegeven, vanuit voorbeelden uit de eigen jeugd.

‘Elke ouder wil het beste voor zijn kind.’

Wil een school of organisatie de dialoog met ouders over opvoedingswaarden aangaan, dan moet ze natuurlijk zelf eerst weten welke opvoedingswaarden voor haar cruciaal zijn. Alleen is dit niet zo evident. In haar boek ‘Klaar voor de wereld’ schreef CD&V-politica Kathleen Helsen dat het eigen pedagogisch project van de school en de daaraan gekoppelde opvoedingswaarden bij leraren niet goed gekend zijn…

Belangrijk is om begrip te tonen voor de andere visie zonder dat dit betekent dat de organisatie de eigen visie moet opgeven. Naast het erkennen dat er verschillende opvoedingsvisies bestaan, is het belangrijk om te zoeken naar gemeenschappelijke waarden, naar aanknopingspunten. Het feit dat elke ouder het beste wil voor zijn of haar kind is het vertrekpunt.

Niet polariseren

Het is belangrijk dat professionals vermijden om ouders aan te zetten tot verloochening of bekladding van de eigen achtergrond. Integendeel. Inzetten op dialoog en participatie werkt. Als er meer begrip is voor mekaar of ruimte om te evolueren op eigen ritme, gaan ouders meer geneigd zijn om open te staan voor verandering. Respect en ruimte voor de achtergrond van kinderen bevorderen het welbevinden.

In het boek ‘Kleur in mijn klas’ onderzoeken Goedroen Juchtmans en Ides Nicaise hoe kinderen in het basisonderwijs omgaan met levensbeschouwing en voortdurend proberen om de thuiscontext met de schoolcontext te verzoenen. Ouders hebben een rol om hun kinderen hierin te ondersteunen, maar de samenleving moet ook aantonen dat er verzoening mogelijk is.

Een uitspraak als “de islam is onverzoenbaar met de westerse waarden” maakt zo’n verzoening onmogelijk. Kinderen worden gedwongen om te kiezen tussen de islam of de westerse waarden. Uit onderzoek weten we dat de loyaliteit van kinderen aan hun ouders heel sterk is.Van Ieperen – Schelkaas, K. En Verharen, L. (2011), Contextuele hulpverlening, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2011.Kinderen gaan voor de thuiscontext kiezen en de kloof met de samenleving zal vergroten.

Reacties [2]

  • Lode Goukens

    Zeer goed startpunt, maar je zou ook kunnen zeggen ‘it takes a community to raise a child’ en school en maatschappij spelen hun rol. De ouders moeten dus open staan voor corrigerende of bijsturende hulp van die maatschappij.
    Er is geen enkel wetenschappelijk argument waarom Nederlands leren moeilijker zou zijn dan eender welke andere taal. Kinderen leren talen automatisch. Elke ouder weet dat kleuters lelijke woorden meebrengen uit de school.
    De ergste discriminatie is de lat lager te leggen voor migranten. Het is zoveel als zeggen dat iemand minderwaardig is.
    Het feit dat migranten hier zijn en blijven wijst op de wervende kracht van onze maatschappij. Mag je dan aub ook gebruik maken van het duidelijk maken dat wie de vruchten wil plukken daar wel in moet willen investeren? De meesten willen het beste voor hun kinderen en dus zou dit een open goal moeten zijn. Helaas is er een hele industrie ontstaan van betweters die hun clientele van hulpbehoevenden niet kwijt wil.

  • Michel Tirions

    Een helder artikel, met enkele pertinente bemerkingen, maar het ademt slachtofferschap, ik mis een emanciperende benadering . Ook jammer dat het integraal opgebouwd is in een strak ‘wij-zij’ perspectief en (dus) weinig oog heeft voor een realiteit die de diversiteit al lang voorbij is. Niet altijd en overzal zijn migranten slachtoffers, vaak zijn ze ‘ambassadeurs’. Dat perspectief binnenbrengen is het verschil tussen een vastgeroest en passief slachtofferperspectief en een actief en emanciperend perspectief. En het positieve geluid dat de voorbije 15 jaar heel wat scholen gekozen hebben om het roer om te gooien en met vallen en opstaan succes boeken komt niet aan bod. Akkoord, veel werk aan de winkel, maar ook al veel werk verzet. Oproepen tot dialoog en tegelijk ’t vermanende vingertje opsteken naar CAW, CLB en scholen. ’t Gaat niet lukken. Kortom, met veel waardering voor het initiatief om dit belangrijke thema aan te kaarten, het doet de oproep tot dialoog wat hol…

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.