Achtergrond

Collectieve moestuin: sociale cohesie groeit niet vanzelf

Anastasia Van den Bossche

In collectieve moestuinen kweken mensen in groep groenten. Meteen groeit ook de sociale cohesie. Kennisplatform Vicinia zocht uit of dat allemaal zo simpel is.

© ID / Frederik Beyens

Leefbaarheid en ecologie

België telt steeds meer burgerinitiatieven. Populaire thema’s waarvoor deze initiatieven zich inzetten zijn leefbaarheid in de buurt, sociale uitsluiting, ecologie en duurzaamheid. De collectieve moestuin deelt in deze populariteit. Naast burgers zetten ook steeds meer organisaties, overheden en instellingen moestuinprojecten op.

‘Collectieve moestuinen zijn populair.’

We staken ons licht op bij vier organisaties die jarenlange ervaring hebben met het begeleiden van groepen in collectieve moestuinen: Le Début des haricots, Collectif ipé, Le Réseau des Consommateurs Responsables (RCR) en Velt vzw. We vroegen hen naar hun ervaringen met groepsdynamieken en sociale relaties in gedeelde moestuinen.

Hoewel het ruimtelijk karakter en politieke aspecten regionaal verschillen, volgt de begeleiding van groepen grotendeels eenzelfde patroon: een nieuwe moestuin opstarten duurt gemiddeld één jaar. Veel aandacht gaat naar groepsvorming. De organisaties begeleiden zowel organisaties als burgergroepen.

Hoge verwachtingen

Van een gemeenschappelijke moestuin wordt veel verwacht. De hele buurt zal meedoen, want de moestuin is een open ontmoetingsplaats. Mensen van verschillende culturele en socio-economische achtergronden zullen erop af komen, want voedsel is universeel.

Mensen zullen er vrienden maken, want herhaalde interactie brengt vriendschappen voort. Tenslotte zullen moestuinders vredig samen beslissingen kunnen nemen, want een horizontale structuur zorgt dat iedereen evenveel gewicht heeft bij beslissingen.

Begeleiden of niet begeleiden?

Moestuinorganisaties gaan in hun begeleidingen anders om met burgergroepen dan met organisaties die een moestuin opstarten.

Aline Dehasse van Le Début des Haricots: “Soms komen groepen bij ons terecht via verenigingen, wijkhuizen, sociale huisvestingsmaatschappijen of projecten rond sociale cohesie. De groepen bewoners van sociale woningen bijvoorbeeld, kennen vaak socio-economische moeilijkheden en hebben nog nooit deelgenomen aan een collectief burgerinitiatief. Ze tonen veel belangstelling, maar hebben meer ondersteuning en begeleiding nodig.”

‘Burgergroepen zijn zelfredzamer.’

Collectieve moestuinen die opgestart worden door burgergroepen, hebben vaker een middenklasse profiel. Ze zijn over het algemeen zelfredzamer dan collectieve moestuinen opgestart door organisaties voor een kwetsbaar doelpubliek. Deze laatsten hebben baat bij een bredere omkadering, bijvoorbeeld door een sociale professional.

Hoe creëer je eigenaarschap?

Zorginstellingen, sociale verhuurmaatschappijen en gemeentebesturen, OCMW’s of scholen zien steeds vaker de positieve effecten van tuinieren. Ze openen zich ook vaker naar de ‘buitenwereld’ via een moestuin.

Het is belangrijk dat de gebruikers van een moestuin zich eigenaar voelen en ervaren dat ze inspraak hebben in de werking. Externe organisaties die moestuinen opzetten, houden hier soms te weinig rekening mee.

Zijn de gebruikers bereid om actief bezig te zijn met de moestuin? Die vraag is belangrijk. Zo vertelde Sophie Dawance van Collectief ipé over een moestuin in een complex van sociale woningen met leefloners. “Er is een budget voorzien, maar er is geen interesse. Het is niet dit initiatief dat de inwoners zal mobiliseren, maar het geld moet nu eenmaal worden gebruikt voor een moestuin. En dus bekijken we hoe we een project kunnen ontwikkelen dat wel degelijk om landbouw draait, maar dat ook beantwoordt aan de behoeften van de wijk.”

“In bepaalde gevallen, zoals bij wijkcontracten, worden aanzienlijke middelen voorzien om een moestuin en een nieuwe infrastructuur aan te leggen, maar gaat het initiatief niet uit van de bewoners”, zegt ook Aline Dehasse van Le Début des Haricots. “Er is ook een verschil tussen iemand die op de algemene vergadering heeft gezegd dat hij een moestuin wil en iemand die zich effectief wil engageren. Soms zijn er dus moestuinen die worden aangelegd met de grote middelen, terwijl de bewoners amper participeren.”

Afstemmen op de buurt

Blijft het sociaal contact tussen mensen in de moestuin beperkt tot de deelnemers of kan de moestuin ook de sociale relaties in de buurt versterken?

Sophie Dawance denkt dat de positieve impact van een collectieve moestuin op de buurt vaak een wens is die van buitenaf komt. De mensen die komen tuinieren doen dat niet altijd om positief bij te dragen aan de buurt.

‘Externe wens strookt niet met motivatie tuiniers.’

“De overheid wil dat moestuinen de wijk iets bijbrengen. Is dat altijd nodig? Idealiter moet de moestuin openstaan voor de wijk, maar we leggen vaak allerlei doelstellingen op van buitenaf: de tuinen moeten mensen verbinden, moeten iets creëren. De mensen zelf hebben misschien alleen zin om samen te zijn, om te tuinieren met anderen.”

Uit onze interviews met tuiniers in Brusselse moestuinen blijkt dat ze vooral deelnemen omwille van het contact met de natuur. Mensen hebben behoefte aan een plek waar ze kunnen werken in de open lucht. Er zijn te weinig tuinen in de stad en ze gaan op zoek naar het zorgeloze gevoel van hun kindertijd. Hieruit spreekt niet meteen de motivatie om meer betrokken te zijn bij de buurt.

Plaats maken voor multifunctionaliteit

Een oplossing voor het afstemmingsprobleem tussen de externe wensen om de moestuin open te stellen voor de buurt en de motivatie van de deelnemers zelf, is de tuin zo in te richten dat verschillende functies mogelijk zijn. Een collectieve ruimte, naast de individuele percelen, kan andere activiteiten of mensen van buiten de moestuin aantrekken.

Anissa Ouertani van RCR legt uit: “Een moestuin verbindt een wijk wanneer hij op een multifunctionele manier is ontworpen. Hij moet dus niet uitsluitend dienen om groenten te kweken, hij moet mensen verbinden. Zo kan hij bijvoorbeeld ook worden gebruikt om een groot feest te organiseren.”

‘De moestuin leidt zijn eigen leven.’

“Je moet dus aanvaarden dat de moestuin zijn eigen leven leidt, zijn eigen karakter krijgt en beantwoordt aan de noden van zijn wijk. Hoe meer diversiteit en openheid, hoe makkelijker de mensen er elkaar zullen ontmoeten.”

Socioculturele mix

Ondanks de wil om te diversifiëren bij moestuinorganisaties, is het publiek in de moestuin vaker homogeen dan gemengd. “Meestal is de socioculturele mix niet zo evident. Het gaat nochtans om ontmoetingsplaatsen die openstaan voor iedereen”, zegt Aline Dehasse.

Toch kunnen in een moestuin mensen met elkaar in contact komen die dat anders misschien niet zouden doen. In de Wereldtuin van Velt vzw in Menen zijn mensen met verschillende motivaties en van verschillende sociale klassen aanwezig. “Sommigen komen hier eerder uit noodzaak en anderen eerder als hobby”, zegt Sylvie Declercq, kernlid van de vrijwilligersgroep in de Wereldtuin.

De percelen zijn ingedeeld per persoon of per organisatie. Verschillende percelen zijn van bewoners van het Opvangcentrum voor asielzoekers van het Rode Kruis. Dat opvangcentrium ligt op wandelafstand van de tuin. Zij komen vaak in groep, ze verwijderen onkruid en spitten de grond.

© Unsplash / Elaine Casap

De Wereldtuin dankt zijn naam aan de vele bewoners van dit opvangcentrum. Ze komen uit verschillende delen van de wereld en hielpen bij de opstart van de tuin. Tijdens hun asielprocedure, die van enkele maanden tot soms twee jaar kan duren, komen vluchtelingen er tuinieren. Ze delen de groenten en fruit met andere asielzoekers of verwerken ze tot een zelfbereide maaltijd.

“Voor sommige mensen van die groep is het een ontmoetingsplek met de lokale bevolking, het is een soort integreren. Ook vinden ze er de mogelijkheid om buiten te zijn, in beweging te blijven of om een aangename en nuttige activiteit te doen”, vertelt Sylvie Declercq. Sommigen blijven terugkomen naar de tuin, ook al hebben ze hun intrek genomen in een eigen huis in de buurt.

Via samenwerking met organisaties kan men verschillende sociale groepen samenbrengen. Daarnaast is duidelijke communicatie zeer belangrijk. Velt vzw heeft bijvoorbeeld een project met veel beelden en logo’s. Tenslotte kan ook begeleiding er volgens Anissa Ouertani van RCR (Wallonië) voor zorgen dat socioculturele groepen samen tuinieren. Daar moet moeite in gestoken worden.

Follow the leader

Een collectieve moestuin is een plek waar mensen met elkaar in contact komen. Die herhaalde ontmoetingen en praatjes kunnen vriendschappen smeden. De groep vormt zich. Maar in een groep kunnen conflicten ontstaan. Bijvoorbeeld wanneer mensen te veel macht naar zich toe trekken.

Al spelen leiders in collectieve moestuinen vooral een positieve rol. Ze zijn nodig omdat ze de moestuin helpen opstarten en genoeg energie en mensen mobiliseren om het project verder te zetten. Een goede moestuin-leider is iemand die anderen enthousiast maakt, maar die zelf niet te veel plaats inneemt.

‘In een groep kunnen conflicten ontstaan.’

Het goed functioneren van de groep staat of valt vaak met de motivatie en het enthousiasme van enkele personen uit de kerngroep. Sophie Dawance geeft het voorbeeld van Les Potageois in Oudergem, een tuin op het dak van het gemeentelijk sportcentrum.

“In de tuin hebben alle deelnemers hun eigen bak, maar de groepsdynamiek is belangrijk. De mensen kweken samen. Bijna elke zondag houden ze een brunch in de tuin. Zo ontstaan er sterke banden, ook al zijn er sommigen die zich helemaal niet in de groepsdynamiek inschakelen.”

Op het vlak van leiderschap ziet Sophie Dewance er een bijzondere dynamiek. “Enkele mensen zijn zeer sterk geëngageerd, zonder de touwtjes in handen te nemen of het leiderschap op te eisen. Ze zijn vaak aanwezig en geven de anderen vertrouwen. Door op een fijne manier te zeggen: ‘Jij kan dat.’ Ik vind dat uitzonderlijk.”

Burgerenergie en ondersteuning

Het is belangrijk om kanttekeningen te maken bij de hoge verwachtingen van sociale cohesie in moestuinen. Het enkel top-down invoeren van een moestuin is dus geen goed plan.

Ook de instrumentalisering van burgerinitiatieven kan gevaarlijk zijn. Plakt men een doelstelling op de initiatieven van burgers, en wil men enkel binnen dat kader resultaat zien, dan is de fun ervan af. Want de echte kracht van collectieve moestuinen komt vanuit personen. Wil je die te veel richting geven, dan fnuik je de energie.

Sommige groepen hebben begeleiding nodig. Dan kan een begeleider of een goede leider ondersteunen in de groepsvorming en organisatie. De boodschap is vooral: “Bezint eer ge begint”. Sta stil bij enkele sociale dynamieken voor je van start gaat.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.